metropolis m

Maike Hermans, Body scans, pastel op papier, 2021 – doorlopend, foto de kunstenaar

Maike Hemmers exposeerde dit jaar eerst langdurig tijdens 84 Steps in Melly en schittert nu als genomineerde in de tentoonstelling van de Dolf Henkes Prijs bij TENT. Laura van den Bergh gaat met Hemmers in gesprek over haar interesse in kleur, die veelomvattend en diepgravend is. ‘Kleur is de manier om stil te staan bij mezelf en bij de wereld om me heen.’

Wanneer ik kunstenaar Maike Hemmers ontmoet in haar tijdelijke studio op Rotterdam Zuid komt het gesprek al gauw op boeken en poëzie waarin kleur wordt uitgediept. Hoe onze lievelingsschrijvers kleur ervaren en beleven, welke dichters kleuren in woorden weten te vangen. Hemmers werkt zelf ook met het interpreteren van kleur. In haar praktijk gaat ze op zoek naar vertaalmethodes tussen kleur en fysieke ervaringen, hoe affect en gevoelens zich door het lichaam bewegen. Aanvankelijk deed ze dit vooral vanuit haar eigen lichaam, maar de laatste tijd verhoudt ze zich ook steeds meer tot de kleuren die ze in haar omgeving tegenkomt. Ze maakt grote pasteltekeningen en relationele sculpturen die door bezoekers aangeraakt en vastgepakt mogen worden. Recentelijk werd Hemmers door Erik van Lieshout genomineerd voor de Dolf Henkesprijs, wat betekent dat ze na haar solopresentatie, getiteld This Deep Becomes Palpable (6.5.22 t/m 24.9.23) bij Melly, nu deel uitmaakt van de Dolf Henkes-groepstentoonstelling een etage lager, bij TENT (t/m 7.1.24).

Tijdens ons gesprek blijkt dat we een lievelingsboek delen. Maggie Nelsons autofictie Bluets (2009) opent met de zin: ‘Suppose I were to begin by saying that I had fallen in love with a color.’1 Het is misschien wel de mooiste openingszin waar een boek me ooit mee verleidde. Des te meer omdat ik mezelf er vaak op betrap kleuren toe te dichten aan de mensen om me heen, en ik laatst verliefd werd op iemand die ik sterk associeer met de kleur blauw. De persoon in kwestie draagt uitsluitend blauwtinten en heeft ogen van de zachtste zoete zeekleur die ik in lange tijd zag. Zelfs diens persoonlijkheid is blauw. 

De ervaring van kleur is natuurlijk relatief. Als ik op aanraden van Hemmers Chroma (1994) van Derek Jarman opensla, kom ik een citaat tegen van de schilder Josef Albers: ‘Als iemand rood zegt (de naam van een kleur) en er zijn vijftig mensen die luisteren, kan je verwachten dat er vijftig roden in hun gedachten bestaan, en je kan er de donder op zeggen dat al die roden verschillend zijn.’ In mijn eigen relatieve wereld zou ik mezelf omschrijven als een van die tinten rood, ergens tussen cadmium en vermiljoen. Wassily Kandinsky moet in de sterren gekeken hebben toen hij in Concerning the Spiritual in Art (1912) noteerde dat ‘vermiljoen rood is met een scherp randje, als gloeiend staal dat gekoeld kan worden met water. De dorst van vermiljoen kan gelest worden met blauw.’

Maar mijn rode persoonlijkheid botste met wat ik als blauw beschouwde. Nadat ik afscheid nam van mijn gasvlam, zette ik mijn lievelingsnummer van Chet Baker op repeat: I guess I’m luckier than some folks/ I’ve known the thrill of loving you/ And that alone is more/ Than I was created for/ ‘Cause I was born to be blue… Ik herlas Bluets in een middag en keek die avond Blue van Derek Jarman. Het was niet de eerste keer dat ik me in een kleur verloor, maar toch verbaas ik me er nog over wat je al niet in een kleur kan vinden: gemis, verlangen, passie, verdriet, verbinding, troost. Die hele week droeg ik tinten blauw en waande me afwisselend de Vénus Bleue (1962) van Yves Klein en alle schilderijen die Pablo Picasso maakte tussen 1901 en 1904 – zijn Período Azul.

Kleuren uit het landschap

Het is alsof Hemmers me direct begrijpt wanneer ze me vertelt dat ook zij zich op een zekere manier verbonden voelt met de kleur blauw. In zijn film Blue merkt Jarman op dat ‘one can know the whole world without staring abroad’.2 Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor Hemmers, die aanvankelijk haar blik naar binnen wendde met als doel de kleuren die ze tegenkwam in zichzelf tastbaar te maken. Ze vertelt me dat er een periode was dat ze elke dag begon met een bodyscan, waarbij ze de kleuren probeert te voelen die ze onderweg in haar lichaam tegenkomt. In haar schetsboek tekent ze plattegronden van haar lichaam met de verschillende lichaamsdelen aangemerkt in kleur. De meeste kleuren wisselen, sommige ledematen blijven kleurloos, maar het gebied rondom haar navel is op sommige dagen een diep donkerblauw. 

Ze vertelt dat ze bij een bodyscan altijd haar eerste ingeving noteert, zonder de kleuren te willen verklaren. Hemmers: ‘Ik doe dat om niet in het rationele te blijven hangen, maar steeds verder te gaan en bewust dieper in mijn onderbewustzijn te duiken.’ Dat proces is verre van consistent. ‘Elke dag is anders, de dingen die ik op een specifieke dag meemaak, beïnvloeden ook de tekening van die dag. Pas als je begint te praten komt ook je diepere zelf naar boven.’ Inmiddels heeft Hemmers al meerdere technieken ontwikkeld om kleur steeds dieper te ervaren. ‘Soms helpt het wisselen van zintuig om een specifieke ervaring te verdiepen. Daarnaast kan je jezelf soms beter of intenser voelen door een interactie aan te gaan met een extern object.’

Voor haar meer recente werk richt Hemmers de blik dan ook naar buiten, naar haar omgeving: ‘Kleur is heel erg plaatsgebonden, het is een manier om stil te staan bij mezelf en bij de wereld om me heen. Ik forage mijn kleuren buiten, in het volkstuintje van vrienden, de tuin van m’n ouders, de straten rondom deze studio.’ Ze gebaart om zich heen. ‘Het is een manier om een relatie aan te gaan met de kleuren die buiten mijzelf bestaan, niet heel anders dan ik bij mijn lichaam deed – maar hierbij traceer ik het landschap.’ Hemmers verzamelt hiervoor stukjes van bomen en planten om er vervolgens pigmenten uit te destilleren, in een proces dat lijkt op het herhaaldelijk zetten van thee, waarmee de kleuren als het ware uit de planten ‘getrokken’ wordt. De repen textiel die ze hierin onderdompelt naait ze aan elkaar tot zachte sculpturen die ze vult met uiteenlopende materialen als kersenpitten of cederbast. 

Hemmers drukt een zachte, boterbloemgele sculptuur in mijn handen, die ik onwennig vasthoud. De sculptuur drukt met een geruststellend gewicht op mijn handpalmen. Als ik er voorzichtig in knijp, voel ik pitten die erin zitten tegen elkaar schuiven. Ik hoor een zacht knarsend geluid. In haar solopresentatie in Melly waren grotere en steviger versies te zien van deze handzame sculptuur, die ze maakte in samenwerking met textielontwerper Karen Huang. Bezoekers werden uitgenodigd om zich tot de sculpturen te verhouden en de interactie aan te gaan met de kleuren, geuren en texturen ervan, door erop te zitten, ertegen te leunen, of door de sculpturen om hun lichaam heen te wikkelen. ‘Het was de bedoeling dat ze stevig genoeg waren om door iedereen vastgehouden en gebruikt te worden, maar ze gingen aan het begin om de haverklap kapot’, vertelt ze. ‘Maar dat was niet erg. Het betekent dat ze goed gebruikt worden.’ 

Kleurstof en pigment

We bespreken dat er eigenlijk geen peil te trekken is op de associaties die verschillende kleuren oproepen. Voor mij is geel bijvoorbeeld een kleur die het midden houdt tussen zonnebloemen en ziekenhuismuren. Niet de meest sexy kleur, dus. Maar Hemmers laat me een fragment lezen uit Uses of the erotic (1978) van Audre Lorde die in haar hele erotische zijn omschrijft aan de hand van het korreltje kleurstof waarmee ze tijdens de Tweede Wereldoorlog thuis de kleurloze margarine geel kleurden. Lorde: ‘I find the erotic such a kernel within myself. When released from its intense and constrained pellet, it flows through and colours my life with a kind of energy that heightens and sensitises and strengthens all my experience.’3  

Hemmers vertelt me over het werk van dichter Bernadette Mayers, voor wie de kleur geel toevallig ook onlosmakelijk verbonden is met erotiek. In Frieze (7.2020) lees ik een artikel van Mayers waarin ze uitlegt dat ze synesthesie heeft, wat haar ertoe in staat stelt om alle letters uit het alfabet te associëren, nee, te zien als kleur. ‘My synaesthesia’s like a child’s picture book: the sun is yellow because S is, A is red, B is pink, but then E is green like free money, I say to anyone who will listen. Sex is as yellow as the sun with the copper of the X and that green between.’4 Ik vraag me af of Mayers haar letters mengt als steentjes in een mozaïek, of dat ze haar gedichten opbouwt met kleurlagen, als ware het schilderijen. 

Hemmers verzamelt stukjes van bomen en planten om er vervolgens pigmenten uit te destilleren, in een proces dat lijkt op het herhaaldelijk zetten van thee

Naast sculpturen maakt Hemmers ook grote tekeningen met pastelkrijt, die ook te zien waren in Melly. In haar publicatie No Kitchen ever Belongs to Me (2019) – naar een citaat uit het boek Utopia (1984) van Mayers – legt Hemmers uit dat ze enkel pastelkrijt gebruikt vanwege de intensiteit van de kleuren: ‘Ik breng de pastels aan en beweeg ze rond met mijn vingers en handpalm, zodat de kleuren soms in elkaar overvloeien en oplossen. De donzige lijnen lijken dan te vibreren.’Ze werkt liever met pastelkrijt dan met verf: ‘Het is fijn om de kleur aan te kunnen raken. Ik voel me echt een tekenaar. Tekenen is voor mij heel direct, het ontstaat terwijl je ermee bezig bent. Een tekening ontstaat vaker dan een schilderij in de lichaamsbeweging zelf. Het is minder gepland dan een schilderij en gaat meer om het proces.’

Zachte lijnen

Het belang dat Hemmers hecht aan proces komt ook tot uiting in de workshops en wandelingen die ze organiseert. Zo organiseerde Hemmers een serie somatische ‘process work’ sessies die ten grondslag liggen aan de presentatie in Melly. Process work, ook bekend als procesgeoriënteerde psychologie, ontstond in de jaren zeventig binnen de stroming van de Jungiaanse psychologie, en is erop gericht om het bewustzijn op individueel, relationeel en collectief niveau te vergroten. In Melly ontwikkelde Hemmers in samenwerking met kunstenaar en process-worker Savannah Theis een workshop waarvoor ze een groep goede vrienden uitnodigde, die resulteerde in de sculpturen die er werden tentoongesteld. Hemmers: ‘Savannah begint altijd met de vraag what’s flirting with you? en probeert vervolgens op verschillende manieren de antwoorden hierop uit te vergroten.’ In process work staat de vertaling van het individuele naar het collectieve centraal: ‘Het is collectief in de zin dat mijn individuele ervaring door Savannah wordt opgepikt en verder uitgedacht. Ik bepaal vervolgens zelf of ik hierin meega of niet.’

Voor haar presentatie in TENT werkt Hemmers samen met kunstenaar en performer Raluca Croitoru om vier workshops te ontwikkelen die in de tentoonstelling gegeven worden, tussen Hemmers’ tekeningen en sculpturen. De workshops gaan elk over de ervaring van een andere kleur die overeenkomt met die van de sculpturen die ik vasthoud in Hemmers’ studio. Naast de gele sculptuur, nemen de andere werken zachte pastelkleuren aan die Hemmers destilleerde uit de planten die ze om zich heen verzamelde: oudroze, olijfgroen en een kleur die ze iron noemt, een wolkig soort grijs. Hemmers: ‘De workshops draaien om lichaamservaring en het ondersteunen daarvan. Ze bestaan uit het doen van innerlijke oefeningen waarbij je tegelijkertijd gestimuleerd wordt door externe objecten, in dit geval mijn tekeningen en sculpturen.’ Omdat Hemmers zelf op residency in het buitenland is, zal Croitoru de workshops leiden: ‘Raluca laat in de workshops een kleine overdracht ontstaan op de deelnemers van de manier waarop ik werk en nadenk over kleur.’ 

Hemmers liet speciaal voor deze tentoonstelling een drager ontwerpen door beeldhouwer en houtbewerker Olga Micińska, waar haar sculpturen op liggen, wachtend om geactiveerd te worden. Met haar sculpturen wil ze vorm geven aan een feministische benadering van de architectuur van een ruimte: ‘Ik maak mijn sculpturen bewust zacht en aanraakbaar. Het is een manier om binnen de gegeven structuren mijn eigen zachte lijnen te trekken. De sculpturen cushionen: ze bufferen, beschermen en verzachten.’ Hemmers wil hiermee een nieuw begrip kweken van hoe wij ons door een ruimte laten definiëren, en laat zich inspireren door denkers als Sara Ahmed die een queer benadering van de ruimte formuleren: ‘Queerness dient hierbij als manier om te oriënteren en te desoriënteren’, legt ze uit. ‘Zoals de sculpturen je uitnodigen om je anders te gedragen dan je gewend bent. Om anders tegenover je omgeving te staan dan je “normaal” zou doen.’ 

Op de een of andere manier heeft de ontmoeting met Hemmers een therapeutisch effect op me. Ergens tussen de teksten en de kleuren die ze me voorlegt, zie ik plots weer dat alles om me heen gekleurd is.5 Als ik thuiskom ligt een poëziebundel van Emily Dickinson nog open op tafel:

A slash of Blue—
A sweep of Gray—
Some scarlet patches on the way,
Compose an Evening Sky—
A little purple—slipped between—
Some Ruby Trousers hurried on—
A Wave of Gold—
A Bank of Day—
This just makes out the Morning Sky. (1860/61)

1 In de Nederlandse vertaling van Nicolette Hoekmeijer (2009, Atlas Contact): ‘Stel dat ik begon met te zeggen dat ik verliefd was geworden op een kleur.’ Ik heb deze zin, net als enkele andere citaten, bewust onvertaald gelaten.

2 Eigen vertaling: ‘iemand kan de hele wereld kennen zonder naar buiten te staren.’

3 Eigen vertaling: ‘Ik ervaar erotiek als zo’n korreltje in mijzelf. Als het eenmaal wordt bevrijd uit zijn intense en gespannen omhulsel, stroomt het door- en kleurt het mijn leven met een het soort energie dat al mijn ervaringen verhevigt, sensibiliseert en versterkt.’ 

4 Eigen vertaling: ‘Mijn synesthesie is als een kinderprentenboek: de zon is geel omdat de Z dat is, A is rood en B is roze, maar E heeft de kleur groen van gratis geld, zo vertel ik aan eenieder die wil luisteren. Sex is even geel als de zon, met de koperkleur van X en die kleur groen ertussenin.’

5 Vrij naar K. Schippers: ‘Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is.’

 

Laura van den Bergh

is schrijver, redacteur en en onderzoeker

Recente artikelen