
Let’s meet again – Alternatieve woonvormen bij Winnie Herbsteins We Need To Speak About Living Room in Casco en Kunsthuis Syb
In We Need To Speak About Living Room, dat zowel bij Casco als Kunsthuis Syb te zien is, zoomt Winnie Herbstein in op de moeilijke gesprekken en interacties die gepaard gaan bij het vormen van een gemeenschap. Ruzie en ongemak, in plaats van rust en harmonie, zijn hier de motors van samenleven. Ischa Borger praat met Herbstein over haar werk en onderzoek.
Geen gemeenschap zonder ongemak, drukken sociale media mij met enige regelmaat op het hart. In onze individualistische maatschappij, komt deze herinnering als antwoord op ‘bewaak je eigen grenzen’ dat voorheen de dienst uitmaakte in de algoritmes. Kunnen omgaan met ongemakkelijke schuring is juist van groot belang voor het onderhouden van gemeenschappen en relaties. Vormen self -care en community care een schijntegenstelling en scheppen ze juist elkaars voorwaarden?
Deze onderhandelingen zijn het onderwerp van Winnie Herbsteins nieuwe tentoonstelling We Need To Speak About Living Room, die gelijktijdig te zien is in het Friese Kunsthuis Syb en Casco in Utrecht. Ik ontmoet de Britse kunstenaar op de gedeelde binnenplaats voor Casco.
Centraal in de tentoonstelling op beide locaties staat Herbsteins videowerk We Need To Speak About Living Room (2026), omgeven door een halve maan aan stoelen die vluchtig bijeengeraapt lijken voor de in scène gezette ‘huisvergadering’ die zich op het scherm afspeelt. De video is opgenomen in de woonkamer van een woongroep in het Labrehuis in Utrecht en toont een divers gezelschap dat voor een existentieel besluit staat: ze hebben een aanbod gekregen van een vastgoedontwikkelaar die de bewoners wil uitkopen. Natuurlijk is de eerste reactie op het voorstel standvastig: Ze zullen de plek waar ze zich slepend voor hebben ingezet niet plotseling verlaten.
Thema's
Herbstein studeerde aan de Glasgow School of Art en was van 2021 tot 2023 resident aan de Rijksakademie, Amsterdam. De langdurige inspanning achter het vormen van gemeenschappen speelt een belangrijke rol in haar praktijk. De gemeenschappen waar ze de afgelopen twee jaar bij betrokken is geweest, in Utrecht en Friesland, worden in haar huidige tentoonstelling zichtbaar. Ook deed ze onderzoek naar het collectief Take Root, een zelfbouwgroep voor vrouwen in Glasgow in de jaren negentig. Voor Dampbusters (2021) dook Herbstein al in de archieven van het project, dat helaas nooit van de grond kwam.[1] In de gespreksdynamieken in Take Root herkende Herbstein verschillende personages die terugkomen in We Need To Speak About Living Room. Herbstein schetst: ‘De persoon die altijd het gevoel heeft het werk te doen, maar in werkelijkheid niet veel doet, en dan de persoon die alles doet, maar waar niemand iets van zegt.’
Deze analyses uiten zich in zeven ‘archetypes’: de getuige, de grappenmaker, de leraar, de onderbreker, de facilitator, de architect en de nieuwkomer. Zij worden niet gespeeld door acteurs, benadrukt Herbstein: ‘Het zijn allemaal mensen met ervaring in gemeenschapsorganisatie.’ De gespreksscènes worden afgewisseld met archiefbeelden. Beelden van krakende, kokende en rokende gezelschappen gaan gepaard met weloverwogen punkmuziek van bijvoorbeeld The Ex. De energieke kreten van The Ex-zanger Arnold de Boer passen bij het leven in woongroepen, dat zich kenmerkt in stilletjes opstapelende afwas én luid collectief schoonmaken.
De montagebeelden vormen een sterk contrast met het gesprek in het Labrehuis, waar de idealistische slagkracht ondertussen wegebt. Een aantal leden beginnen voor te sorteren op de exit die door de vastgoed partij wordt aangeboden. Het geeft het gesprek een melancholieke wending, iets dat Herbstein niet verwachtte: ‘Het werk is een reflectie. Ik gaf de mensen deze personages en de situatie, en vervolgens ontstonden dit soort gesprekken als vanzelf.’ Het levensechte effect is onmiskenbaar. Ik zak weg in mijn stoel, terwijl mijn energie verdwijnt in het zwarte gat dat zich ergens in het Labrehuis heeft geopend. De groep en ik zitten er een beetje verslagen bij wanneer iemand de klassieke noodoplossing oppert: misschien moeten we een dagje weg met de groep, ‘gewoon, de Efteling ofzo.’ De stilte gaat door merg en been.
‘De momenten waarop de groep uit elkaar valt, worden bijna nooit vastgelegd. Iedereen is boos en haat alles en iedereen. Waarom zou je dat opschrijven?’
De situatie is even herkenbaar als onwennig. Je kunt volledig in de film opgaan, maar tegelijkertijd voelt het ongepast om er als buitenstaander naar te kijken. Om die frictie is het Herbstein te doen: ‘Ik ga vaak naar archieven of bibliotheken en vraag dan: hebben jullie misschien documenten van mensen die ruzie met elkaar hadden?’ Maar juist waar de discussies tot een climax komen, houden de archieven zich vaak stil: ‘De momenten waarop de groep uit elkaar valt, worden bijna nooit vastgelegd. Iedereen is boos en haat alles en iedereen. Waarom zou je dat opschrijven?’
De gaten in de archieven krijgen een paradoxale opleving in de film, die toont dat gedeelde ervaringen van ongemak ook hoopvol kunnen stemmen. Het archiefonderzoek bleek een sleutelmoment voor Herbsteins eigen collectief, Slaghammers, dat een inclusieve metaalwerkplaats in Glasgow onderhoudt. Als een voorstudie op We Need To Speak About Living Room deden de leden van Slaghammers een rollenspel, waarbij ze moeizame momenten uit de notulen van Take Root naspeelden: ‘Daarna zijn we naar de kroeg gegaan om er over te praten. Het voelde als een transformerend moment. Alleen al het leren over de geschiedenis van een andere groep en het besef dat dit soort dingen tijd kosten.’
Constructie en collectiviteit zijn in de tentoonstelling niet enkel het onderwerp maar ook een visuele metafoor. Het videowerk is gemonteerd op een houten raamwerk dat de ruimte opdeelt in een woonkamer met daarachter een gang, waar drie keramieken hangen waarop een schimmel is afgebeeld die groeit op asbest. In SYB toont Herbstein ook de 16mm-film Rebel Bocage (2026), over de ecokathedraal nabij het Friese Mildam waar Louis Le Roy in de jaren zeventig begon met overtollig bouwmateriaal. De nadruk op losse elementen tonen hoe het geheel afhankelijk is van hoe de delen elkaar vasthouden, ondersteunen en soms vervangen. Het bouwwerk kan, zoals een collectief, weerstand bieden aan de krachten van buiten. Maar naar het einde van Herbsteins film begint de constructie harder te kraken. De architect is opgebrand en zijn uittreden blijkt lastig af te wenden. Een kettingreactie dreigt: ‘ik ken mensen die iets nieuws willen kraken, als er geen wilskracht is ga ik ook heroverwegen,’ zegt de nieuwkomer. Met onderdak op het spel is het onderscheid tussen zelf overleven en de groep ondermijnen niet altijd makkelijk te maken.
Het is een van de gemeenschapstwisten die Herbstein oprakelt uit allerlei groepen en geschiedenissen. De parallelle manifestaties van de tentoonstelling in Utrecht en Friesland openen niet alleen vergelijkingen tussen stad en platteland, maar ook tussen het kraken in de jaren tachtig en de geschiedenis van de labadisten, die een piëtische godsdienstige sekte vormden in de zeventiende eeuw. Zo vertelt Herbstein over een echte architect die werd verstoten van de labadisten, omdat hij zich niet langer wilde voegen naar de collectieve waarden van een leven zonder hiërarchie en wereldse bezittingen: ‘De enige overblijfselen van het huis waar zijn vrouw in bleef wonen, afgezien van de geschriften, zijn tekeningen die hij maakte tijdens zijn ballingschap, terwijl hij rondom het huis zwierf in een poging contact te krijgen met zijn kinderen.’ Herbstein herkent in zijn verhaal een vorm van zelfkritiek: ‘Ik vind dat beeld mooi, van een architect die tegelijkertijd een soort stalker en een soort archivist is.’
Toch lijkt Herbsteins tentoonstelling zich te verzetten tegen het lot van de architect, die de belichaming werd van een kloof tussen het zelf en het collectief. We Need To Speak About Living Room verlegt de aandacht van grenzen optekenen en vastleggen, naar grenzen onderhandelen en herzien. Zo ontstaat overlap van self-care en community care, ook als deze niet continu is. Herbstein vertelt dat sommige vrouwen van Take Root nu werken aan Raising the Roof, een huisvestigingsproject voor oudere LHBTQ+-personen in Glasgow: ‘Daardoor denk je: oké, dit is ingestort, maar er groeit iets nieuws uit voort.’ Juist in het hervormen ontwikkelen relaties diepgang.
Pas in de slotscène krijgt de architect het hoge woord eruit. Hij besluit de woongroep te verlaten. Het voelt alsof ik weer kan ademen. Zijn grenzen doen de groep een gunst: het geeft de mogelijkheid voor verse verhoudingen. De facilitator sluit de vergadering om zijn keuze te verwerken. Haar laatste woorden vormen een dubbele uitnodiging, voor de nabije en de verre toekomst. Ze maken geen onderscheid tussen zij die bij de volgende samenkomst onvermoeibaar blijven delen in ongemak en de architect die zich voor nu terugtrekt om uit te rusten: Let’s meet again.
[1] Herbstein licht een van de redenen toe: ‘De regering nam de Equality Act aan, die inhield dat mannen en vrouwen gelijk moesten zijn. En de woningcorporatie raakte in paniek omdat het een project was dat alleen door vrouwen gebouwd mocht worden en mannen er niet bij betrokken mochten worden, dus trokken ze alle financiering in.’
We Need To Speak About Living Room is bij Casco te zien als onderdeel van move not for reason but love tot 14 juni
We need to speak about living room is tot 27 juni te zien bij Kunsthuis SYB
Ischa Borger
is hoofdredacteur van Simulacrum





