Liam Gillick & Lawrence Weiner
Liam Gillick & Lawrence Weiner
Een syntaxis van afhankelijkheid:
Het was een gebeuren waar het M HKA al lang zijn zinnen op had gezet: na jarenlange gesprekken sloegen Liam Gillick (1964) en Lawrence Weiner (1942) eindelijk de handen ineen voor een gezamenlijk project. Het dialogische karakter van hun tentoonstelling Een syntaxis van afhankelijkheid: is weerspiegeld in de titel, die eindigt met een dubbele punt om aan te geven dat geen enkel gesprek ooit een werkelijk eindpunt bereikt. In die zin vonden beide kunstenaars ook dat hun samenwerking als ‘historische gebeuren’ niet te zwaar moest worden gewogen: wat telt is het werk en zijn dialoog met het publiek.
Gillick en Weiner hebben geen tentoonstelling samengesteld en evenmin hebben ze samen een werk gecreëerd dat in traditionele zin zou kunnen worden geëxposeerd. De kunstenaars hebben daarentegen de volledige eerste verdieping van het M HKA getransformeerd in een environment: de gehele vloer wordt ingenomen door een linoleumbekleding waar kleurpatronen afgewisseld worden met een aantal teksten. De kunstenaars kozen voor weinig voor de hand liggende en zelfs ronduit lelijke kleuren, met een mottig oranje als dominante factor. Geel, wit en zwart zijn daartussen aangebracht. Die kleuren herinneren vaag aan een afgebleekte versie van de Belgische driekleur, al is het niet duidelijk of dit een anekdotisch commentaar moet zijn op het gebrek aan communicatie tussen de Belgische gewesten. De teksten verschijnen in het Nederlands, Frans en Engels, en verwijzen naar reflectie en de moeilijkheid van dialoog, zoals ‘op zichzelf geplooid’ en ‘hors de tout contexte’.
Het resultaat is in de eerste plaats een oefening in ruimtelijkheid. De kleuren en patronen die de kunstenaars hebben uitgekozen, transformeren de ruimte van het M HKA tot een overweldigende weidsheid. Dit is een installatie die je het beste alleen bezoekt, op een moment dat er weinig of geen andere bezoekers zijn. Pas dan komt ten volle tot zijn recht hoe een schijnbaar banale ingreep de ruimtelijke beleving volledig onderuit kan halen. Hoe langer je door de ruimte dwaalt, des te meer wordt de ervaring overgenomen door een lichte duizeling. De ruimte lijkt eindeloos geworden; de kleuren weerspiegelen in de vaalwitte wanden. In de ronde turbinehal aan het ene uiteinde van de verdieping ontstaat zelfs een mild vertigo door het louter ontbreken van oriëntatiepunten.
Tijdens de voorbezichtiging van het werk werd veel nadruk gelegd op het feit dat de bezoeker over het werk loopt en er dus letterlijk op neerkijkt. Daardoor zouden vragen worden opgeroepen over onze omgang met hedendaagse kunst. Toch lijkt mij dit niet de juiste manier om met dit werk om te gaan. Het werk is, ondanks zijn indrukwekkende ruimtelijkheid, minimalistisch, en tegelijk overweldigt het als environment. Die uitgekiende manipulatie van ruimtelijke beleving heeft dan ook de grootste impact. Meta-vragen rond onze omgang met kunst zijn daarbij weinig relevant. Een syntaxis van afhankelijkheid: is door en door esthetisch en speelt met de grens tussen mooi en lelijk, aangenaam en onaangenaam. Het activeert de bezoeker in eerste instantie door van hem of haar een eerlijke lichamelijke respons te vragen op wat niets minder dan een subtiele maar efficiënte aanval is op zijn of haar ruimtelijk welbevinden.
De vraag blijft echter waarin nu precies de meerwaarde van de samenwerking ligt in dit project. Een syntaxis van afhankelijkheid: had als interventie (of als ‘concept’) door elk van beide kunstenaars afzonderlijk kunnen worden opgezet. Moet men met twee prominente kunstenaars zijn om dit te realiseren? Die vraag kan men altijd stellen ten aanzien van samenwerkingen tussen kunstenaars. Maar omdat dit specifieke werk weinig handmatige ingrepen bevat en de inbreng van de kunstenaars vooral conceptueel kan worden genoemd, doet de vraag er wel toe. Misschien is het feit dat het werk zou kunnen doorgaan voor een individueel werk van elk van beide kunstenaars juist een teken van de geslaagde samenwerking: de communicatie/symbiose is dan totaal. In die zin is het inderdaad het beste om, zoals Weiner tijdens de openingsintroductie suggereerde, te vergeten wie het werk heeft gemaakt en je vooral te richten op wat het werk in de praktijk realiseert. Daar begint de dialoog en daar wordt Een syntaxis van afhankelijkheid: ook echt relevant.
Christophe Van Eecke is filosoof en auteur van Only Connect (2011), Antwerpen
M HKA, Antwerpen
3 februari t/m 22 mei
Christophe Van Eecke





