Lin May Saeed (1973-2023)
Curator Staci Bu Shea stelt op ons verzoek een online serie samen met kunstenaars en curatoren die schrijven over hoe rouw hen heeft gevormd. Ter introductie van deze reeks staat curator en schrijver Chus Martínez in dit nummer stil bij het recente overlijden van haar dierbare vriendin May Saeed, met wie ze via haar werk blijvend contact houdt. GO TO ENGLISH VERSION
Het was vroeg in de zomer, ik was in het openbare zwembad. Iemand die ik ken uit de kunstwereld kwam naar me toe en vertelde dat Lin May Saeed misschien ernstig ziek was. Of ik er misschien meer van wist. Ik zei van niet. Ik kreeg het plots koud ondanks dat het een warme dag was. Ik vroeg haar hoe ze aan dit nieuws kwam. Ze vertelde dat ze had meegeluisterd bij een telefoongesprek waarin Lin zei dat ze niet kon reizen zoals afgesproken, en dat de situatie ernstig leek. Lin en ik waren vrienden. Niet van het type dat elke week belt, maar dat elkaar regelmatig sms’t en er altijd voor elkaar is. Ik heb altijd heel duidelijk gemaakt dat het werk van Lin, naar mijn mening, buitengewoon is en bij elke kans die ik kreeg sprak ik mijn bewondering ervoor uit. Ik belde mijn man, Ingo Niermann, die ook goed bevriend was met Lin. Hij had het gerucht de dag ervoor uit dezelfde bron vernomen. Ik moet bekennen dat ik Lin op dat moment niet durfde te schrijven. Een paar dagen later zag ik een gemeenschappelijke vriendin die wel voortdurend persoonlijk en professioneel contact met Lin had, bevestigde dat ze ernstig ziek was.
Uit mijn reactie spreekt mijn onwil om de omvang van het probleem te accepteren, maar mijn energie vond een richting. Ik begon verwoed een tentoonstelling over Lins werk te organiseren terwijl mijn man tickets boekte om naar Berlijn te gaan. Ik was me ervan bewust hoe fundamenteel belangrijk Lins artistieke praktijk voor haar was. Kunst maken, dit soort kunst, ging over het voelen en ervaren van de wereld vanuit een bepaald perspectief, geïnformeerd door oude mythen en hoe de wijsheid daarin het heden informeert. Al werkende zag Lin het enorme potentieel van kunst in de creatie van een pedagogische taal over kwesties als liefde en geweldloosheid. Het volledig uitbannen van geweld was een fantastische horizon voor haar, een horizon die we allemaal zouden moeten delen, zouden moeten accepteren en zelfs als mandaat zouden moeten omarmen.
We begonnen bijna dagelijks te sms’en. Maar eenmaal in Berlijn kon ik mezelf niet zover brengen om haar te zien. Mijn man en ons kind gingen wel. Ik was een totale lafaard, bezeten door overweldigende emoties. Ik heb er veel over nagedacht: was het zelfmedelijden? Of zelfbescherming? We bleven elkaar schrijven en het was duidelijk dat Lin me mijn beslissing niet kwalijk nam. Ze was te vrijgevig, te aardig om ook maar een seconde te verliezen aan zulke gedachten. De zomer was intens in onze uitwisseling, en het gaf me nog een vormende kans om over haar werk na te denken. Ook zij was erg actief. Maar tegen het einde van de zomer kon ze niet meer schrijven. Ik herinner me dat ik de telefoon in mijn handen hield, ons gestaakte gesprek geopend op het scherm. Ik wist wat het betekende en huilde. Toen ze overleed, had ik al een rivier met tranen kunnen vullen.
Thema's
Ik weet heel goed wat mijn plaats is in de kunstwereld en ik weet hoe moeilijk het is om bepaalde paden te bewandelen, paden die ik duidelijk zie als vitaal, inspirerend en vruchtbaar voor anderen, maar de pragmatiek van het systeem is niet poreus genoeg om deze te absorberen. Als dat wel zo was, zou de urgentie van Lins leven een flexibele aanpak vereisen om tijdens haar leven op haar werk te reageren, zonder de institutionele tijdlijnen van planning en productie in acht te nemen. Ondertussen denk ik dagelijks aan haar en haar werk. Ik geloof dat ik de verantwoordelijkheid heb om toegang tot en begrip voor haar werk te vergroten. Waarom? Omdat zij een persoon was die zich op zoveel niveaus kon verbinden met de niet-menselijke dimensies van het leven dat wat zij wilde delen, gedeeld moet worden. Als iemand die alle soorten leven op intieme wijze waardeert, creëerde ze haar werk omdat ze zo lang mogelijk bij ons wil blijven. Dit is de boodschap die mij leidt. Actief op zoek gaan naar mensen die de grootsheid van haar werk erkennen is een belangrijk deel van mijn rouw. Ik moet zowel mijn bewondering als mijn vriendschap met Lin manifesteren.
Ik koester als een schat de herinnering aan het eerste studiobezoek waarbij we elkaar ontmoetten. We waren allebei zo verlegen dat we het eerste kwartier bijna stil waren. Toen begon ze verhalen over elk werk te vertellen, de oude mythen die het Midden-Oosten verbinden met de hedendaagse perceptie van vriendelijkheid, over de band met dieren, over voorkomen dat we iemand pijn doen. Een tijdje later kreeg ik van een fantastische wederzijdse vriend een prent van Lin. Ik heb verschillende werken van haar en schrijf mijn teksten altijd met een van haar kleine sculpturen naast me op mijn bureau. Ook nu staat het er. Ik praat tegen het beeldje als ik bepaalde problemen heb, of als ik erg bezorgd ben. Ik geloof in overdrachten. Niet omdat ik per se geloof dat Lin luistert, maar omdat ik geloof dat haar beeldje luistert. Ik denk dat de sculptuur een deel van haar is en door er actief mee te communiceren, geef ik ons drieën de kans om samen te zijn: Lin, haar werk en ik.
Mijn favoriete avond van het afgelopen jaar, ergens in januari, liet ik een glas water en wat eten achter voor het beeldje. Voor Chinees Nieuwjaar heb ik er een kleine kaars in de vorm van een draak naast gezet. Er volgen meer van deze momenten van verbinding. De Amerikaanse filosoof Stanley Cavell gebruikt treffend het woord nextness. Mijn rouw gaat over het creëren van deze nextness, kleine stappen naar een toekomst waarin Lin alomtegenwoordig is. Het is een prachtige oefening die mijn leven verrijkt en haar aanwezigheid eert.
Chus Martínez
is een curator, kunsthistoricus en schrijver / is a curator, art historian and writer





