Meeting Points 6:
Meeting Points 6: Locus Agonistes – Practices and Logics of the Civic
Argos, Brussel
Op de begane grond van het voormalige pakhuis waarin Argos is gevestigd loopt een jonge vrouw door de tentoonstellingsruimte en zingt voortdurend ‘This is propaganda’ – een werk van Tino Sehgal uit 2002. Al dan niet opzettelijk verschaft dit een kader om Locus Agonistes – Practices and Logics of the Civic te bekijken. Locus Agonistes is de zesde editie van het project Meeting Points, een multidisciplinair festival van hedendaagse kunst uit de Arabische wereld. Gastcurator Okwui Enwezor bedacht deze tentoonstelling en de nevenprogramma’s al voordat de Arabische Lente uitbrak, als ‘een reactie op de kloof tussen elkaar bestrijdende politieke kampen enerzijds en kritische burgerculturen anderzijds’.
Doordat Sehgals werk door de hele tentoonstelling weerklinkt, kun je je afvragen of er wel echt sprake is van een strijd, als de ene stem zoveel luider klinkt dan de andere (de kunstenaar/activist versus de hegemonie) of, anders nog, die stem aan kracht inboet omdat ze clichés verkondigt. Dit laatste zie je ook bij de video Mixology (2010) van de Marokkaanse kunstenaar Mounir Fatmi. Door het afspelen van lp’s waarop fragmenten van de hadith (uitspraken van de profeet Mohammed) zijn gekalligrafeerd, wordt de verf van de islamitische verzen weggekrast en raakt het geluid vervormd. Het is een ietwat gemakzuchtige weergave van de botsing der beschavingen.
Eerdere edities van Meeting Points stonden sterk in het teken van performance. Ook deze keer zit dat performatieve aspect door de hele tentoonstelling. Wanneer die zich in allerlei bochten wringt om ‘kunst op te voeren’, zoals helaas het geval is bij het mixed-mediawerk van Jalal Toufic en de bewegingsstudie-video’s van Doa Aly, komt dat gekunsteld en pretentieus over. Waar het echter lukt om vorm en inhoud op te roepen, zoals bij Stop, Repair, Prepare: Variations on Ode to Joy for a Prepared Piano (2008) van Allora & Calzadilla, werkt het zeer goed. Het duo, dat bekend staat om hun uitdagende en speelse performance-installaties, maakte een gat middenin een vleugel. Staand in dat gat, dus aan de verkeerde kant van de toetsen, speelt een pianist ‘Ode an die Freude’ uit Beethovens Negende Symfonie, ook wel bekend als het Europese volkslied. Al spelend wandelt hij met de piano door de tentoonstellingsruimte. Door het gat ontbreken er een paar octaven, dus wordt het stuk altijd uitgevoerd met stukken ritmisch gebonk in plaats van pianoklanken. De geluidloze tussendelen vormen een ironisch hedendaags commentaar op de betekenis van menselijke waarden en nationale trots in een geglobaliseerde wereld.
Ook de Algerijnse kunstenaar Adel Abdessemed schuwt de controverse niet. In Also Sprach Allah (2008) brengt Abdessemed op slimme wijze Nietzsches uitspraak ‘God is dood’ samen met het islamitisch gedachtegoed. In een video zie je hoe de kunstenaar door een stel mannen met een deken gejonast wordt in een poging om een tapijt te bereiken dat aan het plafond bevestigd is. Iedere keer als hij omhoog komt, voegt hij een krabbeltje toe aan het tapijt en uiteindelijk komt er te staan: ‘Also sprach Allah’. Abdessemed verwijst naar geloofsuitoefening en naar de rol die collectieve druk speelt bij het feit dat het individu gedreven wordt te handelen in naam van God.
Al met al lijkt de zinsnede van Tino Sehgal de meest prangende vraag te leveren die deze tentoonstelling oproept, namelijk hoe propaganda functioneert binnen een kunstcontext. Blijkt het kader van het tentoonstellingconcept op papier ambitieuzer te zijn dan het kan waarmaken? Wordt de moeilijkheid van het naar voren brengen van hedendaagse artistieke autonomie in bepaalde regio’s gekaapt door de eigen geopolitieke geschiedenis? Is het geïnstitutionaliseerde podium van een festival of de white cube zelf door eigen toedoen een propagandamachine geworden? Of is de kunst in tijden van mondiale onrust en onzekerheid verworden tot hetgeen zij juist kritisch probeert te benaderen en overstemt haar eigen geluid dat van anderen?
Nat Muller, criticus en curator, Rotterdam
Nat Muller





