metropolis m

Bij jonge Mexicaanse kunstenaars kun je beter niet aankomen met het begrip magisch realisme. Ze gebruiken de term nooit voor hun werk, omdat ze het zien als een vorm van exotisering. Chris Sharp gaat op zoek naar een meer down to earth verklaring voor werk dat wij geneigd zouden zijn magisch realistisch noemen, maar beter anders leren te betitelen.

 

Ik zou dit stuk moeten beginnen door te zeggen dat op dit moment de term magisch realisme net zo vaak voorkomt in het Latijns-Amerikaanse kunstdiscours als de term oriëntalisme in het Midden-Oosten. Met andere woorden, helemaal niet. Het is bekritiseerd en verworpen door Latijns-Amerikaanse kunstwetenschappers, net als in de literatuur, vanwege de koloniale exotisering van de Latijns-Amerikaanse ander. De term is uit de mode geraakt door Mari Carmen Ramírez’ afwijzing van het begrip ‘fantastische ander’ in de Latijns-Amerikaanse kunst, vanwege zijn programmatische reductionisme, en door de paradigma-verschuivende romans van Roberto Bolaño Ávalos, die staan voor een vermoeid, postrevolutionair realisme. En toch, hoewel de term verouderd is geraakt, heb ik het gevoel dat iets, zij het slechts oppervlakkig, kan worden overgenomen uit zijn nalatenschap.

Tijdens het onderzoek voor dit stuk werd ik getroffen door bepaalde parallellen in het denken van de Cubaanse auteur Alejo Carpentier (ook een beruchte beoefenaar van het zogenaamde magisch realisme) en dat vande Braziliaanse antropoloog Eduardo Viveiros de Castro. In het bijzonder hun gedeelde interesse in vermenging of mestizaje. In Carpentiers bekende lezing uit 1975, The Baroque and the Marvellous Real, staat de schrijver uitgebreid stil bij de tijdloosheid en het specifiek Latijns-Amerikaanse karakter van de barok. ‘Waarom is Latijns-Amerika het uitverkoren gebied van de barok?’, vraagt hij retorisch. ‘Omdat alle symbiose, alle mestizaje, de barok opwekken.’ (Symbiose en mestizaje, oftewel vermenging van Europese en Indiaanse achtergronden, zijn naar zijn mening kenmerken van de barok). In het pamflet ‘The Inconstancy of the Indian Soul’ van Viveiros de Castro uit 2010 wordt een vergelijkbare positie verwoord met een wetenschappelijkere basis. Op basis van de zestiende-eeuwse dagboeken van jezuïtische missionarissen wijt hij het fundamentele misverstand dat bestond tussen de priesters en de Tupi-sprekende stammen aan het onvermogen van laatstgenoemden om identiteit als een vaststaande, stabiele zaak te beschouwen. Dat ze niet definitief tot het christendom konden worden bekeerd, lag aan het feit dat het enige dat vaststaand was aan deze mensen de incorporatie van de ander en dus constante transformatie was. Hij schrijft over hen: ‘Relationele affiniteit, geen substantiële identiteit, was de waarde die moest worden bevestigd.’ Dit idee wordt door Viveiros de Castro verduidelijkt wanneer hij schrijft: ‘Ons huidige idee van “cultuur” staat voor een antropologisch landschap bevolkt door marmeren beelden, geen beelden gemaakt van mirte: een klassiek museum in plaats van een barokke tuin.’ Dat laatste wil zeggen, constante transformatie. Bondig gezegd schrijft hij later over de Tupi-sprekende volken dat ‘de ander geen spiegel was, maar een bestemming’. Het bijproduct hiervan is een letterlijke en constante culturele mestizaje. En hoewel deze dagboeken meer dan vierhonderd jaar oud zijn en gaan over de ontmoeting tussen Europeanen en een kannibalistische samenleving lijken de interpretaties van Viveiros de Castro vooral waar voor de productie van cultuur in heel Latijns-Amerika, die vrijwel overal wordt gekenmerkt door mestizaje (hoewel je ook kunt stellen dat elke cultuur altijd al een cultuur van mestizaje is, waardoor zowel het woord zelf als het vermeende misdrijf van ‘culturele toe-eigening’ overbodig worden gemaakt).

Hoe het ook zij, deze radicale vermenging van cultuur en culturele referenties speelt een opvallende rol in de productie van hedendaagse kunst in heel Latijns-Amerika. Talloze kunstenaars komen voor de geest, vooral Erika Verzutti en Pedro Wirz uit Brazilië, José Antonio Suárez Londoño uit Colombia, Lorena Ancona uit Mexico en de Franse, in Mexico-Stad gevestigde kunstenaar Yann Gerstberger (wiens productie nogal is veranderd door zijn verhuizing en wordt gekenmerkt door culturele vermenging). Stellen dat wat zij maken magisch realisme is, zou de plank volledig misslaan, maar om vol overtuiging te beweren dat wat zij maken geen magie bezit, zou even zo onwaar zijn. Hun magie ligt in de wrijving die voortkomt uit de ontmoeting der culturen. Het werk van de in São Paulo gevestigde Erika Verzutti is diepgeworteld in het Europese modernisme (een modernisme dat zelf diep genesteld is in een zogenaamd niet-Europees primitivisme) en een systeem van directe organische culturele referentie. Denk bijvoorbeeld aan haar Brancusi-achtige totems van fruit en de wisselwerking tussen de organische en culturele constructie. De veelsoortige eieren van de in Zürich wonende kunstenaar Pedro Wirz vermengen de Braziliaanse, precolumbiaanse mythe, natuurlijke en onnatuurlijke materialen en hedendaagse ideeën over technologie, waardoor zijn werk de belichaming is van de ideologie van mestizaje.

De teken- en etspraktijk van José Antonio Suárez Londoño uit Medellín is een perfect voorbeeld van een veelsoortige ontmoeting van werelden. Zijn werk put uit de erfenis van het Europese modernisme, te beginnen met Paul Klee, om nog maar te zwijgen over oudere Europese figuren, zoals Jeroen Bosch, en combineert dit referentiesysteem met eigengemaakte, precolumbiaanse iconografie. Het resultaat is een hybride beeldtaal die onmiskenbaar de zijne is. De beeldhouwer Lorena Ancona genereert onwaarschijnlijke organische vormen uit klei en keramiek die verre verwanten zouden kunnen zijn van de enkelvoudige mutaties van Verzutti en Wirz. De tapijten en sculpturen van Yann Gerstberger zijn explosieve botsingen van een hele reeks aan referenties, variërend van Afrikaanse textielontwerpen en Oaxaca-tapijtpatronen tot stedelijke graffiti, om nog maar te zwijgen over modernistische, zogenaamde primitivistische schilderkunst. En hoewel de kunstenaar technisch gezien niet uit Latijns-Amerika komt, is hij tot bloei gekomen in deze zuidelijke streken, zoals bijvoorbeeld bepaalde bacterieculturen gedijen in vergelijkbare omstandigheden.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de vele kunstenaars die vandaag in Latijns-Amerika in deze mestizajemodus werken. Op welke manier het werk te maken heeft met magisch realisme is discutabel en moeilijk te zeggen. Of de kunst ‘nieuw’ of innovatief is, lijkt minder discutabel. Ik zou geneigd zijn in te stemmen met Carpentier en zijn overtuiging dat deze artistieke neiging inherent is aan Latijns-Amerika. En hoewel de tendens steeds hetzelfde blijft, zijn het de kunstenaars die veranderen.

Chris Sharp

is schrijver en curator, Mexico-Stad

Uit het Engels vertaald door Loes van Beuningen

Chris Sharp

Recente artikelen