metropolis m

Mike Cooter. Lapidarium

Bij het bezoeken van de tentoonstelling Lapidarium van de Britse kunstenaar Mike Cooter (1978) lijkt het alsof je in een minimal uitvoering van de Hornbach bent beland. Het klinkt misschien banaal, een link leggen met de Duitse doe-het-zelf-gigant, maar Cooter, die de afgelopen jaren tentoonstellingen had in onder meer The Showroom en het ICA in Londen, en vorig jaar in opdracht van de Serpentine Gallery een ‘artist audiotour’ door Hyde Park ontwikkelde, is niet vies van het leggen van verbanden tussen zaken die ogenschijnlijk niets met elkaar van doen hebben.

Zijn projecten komen vaak voort uit een persoonlijke interesse in historische anekdotes die door velen als onbelangrijk geclassificeerd zouden worden. Wellicht weet hij dat Hornbach als eerste firma ter wereld een filiaal opende waarin bouwmarkt en tuincentrum in elkaar opgingen. In de presentatie bij ZINGERpresents voert Cooter vier installaties op waarin hij zuilen koppelt aan planten. Zo toont hij een met grind bedekte betonnen paal waaraan met een ijzeren stang een aloë vera-plant is vastgeklonken en een houten pilaar die in verbinding staat met een tweestammige yucca. Daarbij is er een opvallende visuele match tussen zuil en plant: een gedrongen San Pedro-cactus heeft qua vorm wel wat weg van de kleine kalkstenen zuil en de manier waarop een viertal betonnen paaltjes in de ruimte zweeft, lijkt op het uitwaaieren van het blad van de kamerpalm.

In Lapidarium – een Latijnse benaming voor een ruimte waar stenen worden opgeslagen, variërend van standbeelden, archeologisch materiaal tot architectuurfragmenten – is een belangrijke rol weggelegd voor de zuil waaraan Jezus Christus zat vastgeklonken toen hij 39 zweepslagen kreeg, voorafgaand aan zijn kruisiging. Van deze granieten zuil, die in een basiliek te Rome bewaard wordt in een imposante twaalfde-eeuwse reliekhouder, liet Cooter een kalkstenen facsimile maken. Ook liet hij een houten kopie vervaardigen van een veel rankere geselzuil die onderdeel uitmaakt van een veertiende-eeuwse houten sculptuur. De zuilen verwijzen weliswaar naar hetzelfde, maar hebben een andere intrinsieke waarde. De ene zuil is ‘opgeladen’ dankzij een (veronderstelde) aanraking door Jezus, de andere zuil maakt onderdeel uit van een kunstwerk dat de geseling uitbeeldt.

In de twee andere installaties verwerkte Cooter alledaagse betonnen trottoirpaaltjes. Doordat de planten aan elkaar vastgeklonken zijn met ijzeren staven, hebben alle installaties iets weg van modernistische reliekhouders. De staven vallen ook te beschouwen als lijnen die suggereren dat er een relatie tussen zuil en plant bestaat. Maar Cooter zegt niets over de betekenis.

Centraal in de ruimte heeft Cooter vier foto’s opgehangen van bomen die hij fotografeerde op de Afrikaanse savanne. Ze ogen krachtig en al snel valt op dat hun vorm nogal lijkt op die van de zuilen. Je zou de bomen ook kunnen zien als de volgroeide, wilde zusters van de gedomesticeerde vetplantjes die de kunstenaar in de installaties heeft opgenomen. Wanneer je de foto’s goed bekijkt, valt op dat er opgedroogde modder op de bast zit. Deze blijkt er tegenaan te zijn gespoten te zijn door olifanten, die de bomen gebruiken als krabpaal. Zo worden de bomen plant annex sculptuur annex gebruiksvoorwerp.

Door het gebruik van levende planten en afbeeldingen die naar deze planten verwijzen, doet Cooters werk denken aan dat van Marcel Broodthaers, die veel met palmen werkte. De verwantschap gaat verder. Net als de Belg beweegt hij zich tussen tegenstellingenparen als perceptie-werkelijkheid, tijdelijkheid-eeuwigheid en functioneel–autonoom, en weet hij zijn gewichtige thematiek te voorzien van een flinke dosis humor. Met visueel intrigerende beelden die het midden houden tussen uitgebalanceerde sculptuur en nonchalante readymade laat hij in Lapidarium zien dat betekenisoverdracht een gecompliceerde zaak is.

Jaring Dürst Britt is bureaumanager bij Nieuwe Vide Artspace in Haarlem

ZINGERpresents, Amsterdam

8 januari t/m 19 februari

Jaring Dürst Britt

Recente artikelen