metropolis m

Mercedes Azpilicueta bij Kunstverein Göttingen

Lang was het een taboe en kon openlijk ouderschap je carrière in de kunst zelfs schaden, maar de tijden zijn veranderd. Er is een groeiende aandacht voor het onderwerp, die zich manifesteert in een vloed aan tentoonstellingen, podcasts, conferenties, boeken en platforms. Richtje Reinsma, die eerder in Metropolis M een pleidooi schreef voor het Moedernisme,1 richt zich op het ouderschap bezien vanuit drie vrouwelijke kunstenaars en één curator.2 Hoe ervaren zij het? Is de omgang met het ouderschap in de kunst daadwerkelijk aan het veranderen?

Hoewel er in Nederland nog geen onderzoek is gedaan naar de positie van moeders in de kunst heb ik op grond van gegevens over de arbeidsmarkt in het algemeen en over vrouwen werkzaam als kunstenaar wel een vermoeden.3 Vrouwen, die in de kunst toch al de helft minder verdienen dan mannen, gaan er na de geboorte van hun kind nog eens zoveel percentueel op achteruit, terwijl het inkomen van mannen volgens de gegevens gelijk blijft.4 Volgens het CPB, dat deze gegevens meet, komt dat ‘doordat het aantal gewerkte uren van moeders afneemt’. Deze formulering tekent de alom heersende misvatting dat de onbetaalde verzorging en opvoeding van kinderen geen arbeid zou zijn. Geen wonder dat een keuze voor het moederschap voor vrouwelijke kunstenaars een enorm waagstuk kan inhouden.

In dit artikel ga ik in gesprek met drie vrouwelijke kunstenaars en een curator die in hun werk of de (sociale) media open zijn over hun moederschap: Mercedes Azpilicueta (1981), Natasja Kensmil (1973), Sarah van Sonsbeeck (1976) en Heske ten Cate (1986), om uit te vinden hoe het moederschap hun werk beïnvloedt.

Voedende conflicten

‘Mij maakte het strijdlustig’, vertelt Natasja Kensmil, moeder van twee schoolgaande zoons, als ik vraag hoe zij de keuze voor het moederschap ervoer. ‘Het beeld was: als je zwanger bent is het afgelopen met je kunstenaarschap. Op de academie zag je meiden die als ze zwanger werden helemaal verdwenen. Dit is wel twintig jaar geleden, hè? Je had geen voorbeelden, alleen van grote vrouwelijke kunstenaars die er juist níet voor hadden gekozen.’

Tegen Kensmils verwachting in bracht haar zwangerschap veel positiefs. Zo ging ze gezonder leven: goed eten, niet drinken, langere nachten slaap. ‘Ik voelde me opeens veel sterker, was in de studio veel alerter.’ In een aflevering van de documentaireserie Hollandse Meesters vertelt ze openhartig over de periode waarin haar pasgeboren kind een riskante operatie moest ondergaan. Voor Kensmil was het simpelweg geen optie daarover te zwijgen. Ze werkte destijds aan haar Sleeping Beauty-serie: schilderijen van gestorven kinderen gebaseerd op foto’s die nabestaanden ter nagedachtenis laten maken. ‘Ik was al zwanger toen ik obsessief post-mortem beelden begon te verzamelen. Ik werkte eigenlijk aan een portret van Queen Elisabeth; mijn werk gaat over macht, machtsmisbruik, geschiedschrijving. Post-mortem beelden vormen een heel andere wereld. Daarin gaat het over hechting, angsten, verdriet, verlies. Ik moest daar iets mee, alleen lukte het niet. Pas toen ik zelf ondervond hoe het kan zijn als iemand vraagt “Zou je een post-mortem foto van je kind willen?” wist ik hoe ik dat onderwerp moest behandelen in mijn werk. Het vraagt een andere staat van zijn dan wanneer ik het over een historisch figuur heb.’ Kensmils zoon doorstond de cruciale ingreep gelukkig goed. ‘Het was een heftige tijd: thuis in de weer als een verpleegkundige met de vele medicijnen, in de studio hard aan het schilderen.’

Nu haar kinderen in hun tienerjaren zijn aangeland blijft het moederschap van grote betekenis voor haar kunstenaarschap. ‘Ik voel constant een spanning bij het zoeken van balans tussen het geven van zorg aan mijn kinderen, en het maken van werk van goede kwaliteit. Je hebt veel innerlijke conflicten, en voor je het weet word je bestempeld als een slechte moeder. Toch geeft juist die spanning een gezonde prestatiedruk, het is een voedend soort van verantwoordelijkheid. Het geeft kracht.’

Mama Art
‘Ik denk dat de kunstpraktijk en het persoonlijk leven altijd met elkaar verweven zijn’, zegt Mercedes Azpilicueta terwijl ze zachtjes op en neer hopt om haar baby in de draagdoek op haar buik in slaap te laten vallen. ‘En het is belangrijk om dat ook met anderen te delen. Als kind was ik al een feminist. Ik heb al vroeg ervaren hoe het is om als vrouw op te groeien in een patriarchaal systeem, waarin je lichaam steeds geobjectiveerd wordt. Ik ben in mijn werk altijd bezig met proto-feministische figuren. Argentijnse schrijvers uit de achttiende eeuw, de Amsterdamse arbeidersvrouwen van het Aardappeloproer in 1917. Toen ik me met mijn zwangere lichaam rondsleepte en mijn kind baarde realiseerde ik me: wow! Ik voelde in mijn lijf de connectie met die vrouwen van eerdere eeuwen, hun obstakels en moeilijkheden. Het is vreemd hoe iedereen de voortplanting voor lief neemt. De banden tussen wie zorg geeft en wie zorg ontvangt worden zo geminimaliseerd, terwijl het gaat om zulke fundamentele, oeroude relaties en gebeurtenissen. Ik was vergeten dat we dieren zijn, in mijn overmatig denkerige, brainy leven.’

Als ik vraag of ze een nieuwe houding ten opzichte van het moederschap om haar heen ontwaart, zegt ze: ‘Er is in het algemeen meer ruimte voor het lichamelijke, meer onderkenning van het wezenlijke ervan. Toch verandert de beeldvorming maar langzaam.’ Ze vertelt over een bijeenkomst met een Latijns-Amerikaanse kunstverzamelaar en enkele collega’s. ‘Ik vertelde van mijn zwangerschap. Een vrouwelijke collega, van mijn generatie, zei in mijn gezicht waar iedereen bij was: ‘Als je nu maar geen Mama Art gaat maken!’ Zo ouderwets. Ik lachte en antwoordde: ‘Natuurlijk wel!’ en schreef er een gedicht over, Modo Hater [Hate Mode], dat ik afgelopen juli heb voorgedragen in een performance in het Van Abbemuseum.’
Een ander voorbeeld van het taboe op moederschap, dateert van na de geboorte. ‘Ik gaf een lezing in het Stedelijk Museum in Amsterdam, over mijn werk in de Prix de Rome-tentoonstelling. Mijn partner wachtte buiten met de baby, zodat ik onze zoon daarna de borst kon geven. Toen ik dat deed – naast het werk van Barbara Kruger, er was bijna niemand – kwam een vrouwelijke suppoost op me afgestevend en zei dat ik dat elders moest doen. Ze gooide me eruit, werkte me met mijn baby aan de borst de lift in. Terwijl ik net in het auditorium had gesproken over mijn installatie over het Aardappeloproer, de moeders en voedsters in opstand begin vorige eeuw, waarna iedereen geapplaudisseerd had.’
Azpilicueta vertelt dat twee zaken van cruciaal belang waren bij haar afwegingen voorafgaand aan haar zwangerschap: grip op haar kunstenaarsbestaan en corona. ‘Ik was al bijna vijftien jaar kunstenaar. Ik voelde dat mijn praktijk stabiel was geworden, ik kon op eigen benen staan.’ En toen brak de pandemie uit. ‘Ik had het privilege dat ik een fijn huis had, met een balkon, planten. Ik tuinierde veel, kwam meer in contact met mijn lichaam, las veel theorie over zorg, new materialism. Voor de pandemie vloog ik van hot naar her, ging een middag op en neer naar Wenen voor overleg. Ik dreef mijn lichaam overal naartoe, werkte keihard. Ik voelde allang dat er iets mis was met die levensstijl. Ik begon na te denken over hoe ik duurzamer kon leven en werken. In die tijd, tijdens de lockdown, ontstond ruimte voor verlangen naar een kind. Voor mij was de zorg die het moederschap inhield gekoppeld aan de zorg voor de planeet. Het besef dat lichamen niet enkelvoudig, maar meervoudig zijn. In de vroege levensjaren is dat zo indringend waarneembaar. Soms lacht mijn zoon in mijn plaats, of huil ik in de zijne.’

Sociale innovatie
Als ik contact met Sarah van Sonsbeeck opneem is haar bevallingsverlof net voorbij. Sinds een maand is ze weer aan het werk. Ze doet een residency in Genk, België. Terwijl haar zoon kraait in zijn wipstoeltje vertelt Van Sonsbeeck over het informele maatwerk dat dit voor haar als kersverse moeder mogelijk maakt. Zo leende ze een kinderbedje van een vorige resident en mocht ze logeren in het huis van directeur Orlando Maaike Gouwenberg, omdat het nachtleven van een baby de rust in een gemeenschappelijk kunstenaarsverblijf niet ten goede komt.
Ze werkt aan beelden geïnspireerd door molshopen, waardoor ze tijdens haar zwangerschap gefascineerd raakte. ‘Molshopen zijn onbeheersbare manifestaties van een als destructief ervaren benedenwereld, die door een dunne, illusoire laag van bedwang heen breken.’ Ze raken aan ontwrichting van controle zoals ook het moederschap die teweegbrengt, of het nu gaat om het afbakenen van tijd of het smetvrij houden van oppervlakken.

Wat Van Sonsbeeck betreft vraagt de inclusie-agenda inzake moederschap om innovatie. ‘We moeten als vrouwen, moeders en mensen met zorgtaken onze informele netwerken versterken. Het draait niet meer om het streven gelijk aan de mannen te zijn, zoals in de tijd van Emin en Abramovic. Vrouwen zijn soms elkaars heftigste critici, vroeger en nu. Maar de vraag is: wat gaan we toevoegen? Er is niet alleen een andere houding ten opzichte van moederschap nodig, maar ook ten aanzien van vrouwelijkheid in meer algemene zin, en meer begrip en aandacht voor fluïditeit van gender.’

Van Sonsbeeck heeft lang gewikt en gewogen over het moederschap. Ze maakt zich geen illusies over de heersende opvatting dat jonge vrouwelijke kunstenaars als slechte investeringen gelden omdat ze als moeder meer kans hebben een gat in hun carrière op te lopen en minder productief te worden. ‘Ik heb lang gedacht: mijn leven als kunstenaar is te moeilijk, ik kan een kind geen veilige basis bieden,’ vertelt ze. ‘De doorslag gaf dat ik meer ging verdienen toen ik ging samenwerken met galerist Annet Gelink en mijn partner ontmoette, met wie ik me kon voorstellen dat we de zorg zouden delen.’

Ook is haar idealisme aangewakkerd. ‘Nu ik moeder ben geworden denk ik meer over wat ik zelf doorgeef. Ik ben een denktank begonnen, over de onderrepresentatie van vrouwen in de openbare ruimte. In coronatijd wandelde ik veel en ben ik me daarvoor gaan interesseren. En in elke lezing die ik houd heb ik het over de positie van vrouwen in de kunst. Ik bel musea op om naar hun cijfers, visie, toekomstplannen en quota te vragen. Ik houd van cijfers en probeer het flatterende gegoochel dat ermee wordt uitgehaald te doorzien.’

Rauwe representatie

Als ik Heske ten Cate (artistiek directeur Nest, mede-oprichter en host podcast Naakt op een Kleedje met Yuki Kho) spreek is ze samen met curator Laurie Cluitmans bezig met oriënterend onderzoek voor een tentoonstelling over (onvervulde) kinderwensen en ouderschappen, die over twee jaar zal openen in het Centraal Museum Utrecht. Een verstrekkend onderwerp, waarbij Ten Cate en Cluitmans zowel aandacht schenken aan positieve aspecten, als aan rouw om uitblijvende conceptie, een miskraam of een overleden kind. Het vergde Ten Cate de nodige tijd om deze thematiek aan te durven. ‘Je moet als vrouw uitkijken met werk dat een therapeutische indruk maakt, en ik kan er niet omheen dat het onderzoeken van een dergelijk thema dichtbij huis voelt.’

De persoonlijke dimensie houdt verband met de mededeling aan Ten Cate, enige jaren terug, dat het krijgen van een kind vanwege een eerdere operatie gecompliceerd zou zijn. Ten Cate, die toch moeder werd, raakte geboeid door de onzichtbaarheid van dit pijnlijke onderwerp. ‘Ik kon er nauwelijks kunstwerken over vinden, de rouw om het niet-moederschap, of het nu een offer is of een bewuste keuze. Al zijn er wel vrouwelijke kunstenaars die vocaal geweest zijn over waarom ze een abortus ondergingen, zoals Emin en Abramovic. Toch speelt het vraagstuk voor elke vrouw op zeker moment. Bewust kinderloze vrouwen zijn dat doorgaans weloverwogen, het is nooit een lichtzinnig besluit.’

Ten Cate en Cluitmans onderscheiden twee hoofdlijnen in hun onderzoek. ‘Enerzijds heb je kunst waarin het ouderschap of niet-ouderschap het onderwerp is; anderzijds is er de kwestie van de positie van jonge ouders in de kunstwereld. Dat laatste gaat grotendeels over faciliteiten: de andere reis- en verblijfskosten als een resident een kind of gezin meebrengt, de noodzaak van verschoonplekken, kolfruimtes en dergelijke. Aangaande dat eerste punt: de rauwe kant van het ouderschap wordt kunsthistorisch gezien zelden openlijk belicht. Terwijl representatie zo belangrijk is voor het besef van keuzemogelijkheden of juist verzoening met het gebrek daaraan; voor het delen van smart of eenzaamheid. Ouderschap wordt kunsthistorisch doorgaans óf zoetelijk en sacraal verbeeld, óf zwartgallig en liederlijk. Terwijl er zoveel tussen zit. Kijk naar Marlene Dumas, Loie Hollewell, Hewald Jongenelis & Sylvie Zijlmans, Tala Madani. Dat zijn helden in die nuance.’
           
Wat het tweede punt betreft is Ten Cate als werkgever trouw aan haar adagium be the person you want to meet. ‘We hebben bijvoorbeeld bij Nest een zakelijk leider aangenomen tijdens haar zwangerschapsverlof’, vertelt ze. ‘Op haar eerste werkdag liet ze me weten dat mensen in haar omgeving dat uitzonderlijk vonden. Ik ben heus niet naïef als het gaat om wat er bij jong ouderschap allemaal komt kijken, maar ze is gewoon kneitergoed, en je moet in lange lijnen denken. Het gaat om wederzijdse betrokkenheid en sociale rechtvaardigheid. Er wordt vaak gezegd dat we werken in een progressieve sector, maar de praktijk ziet er minder mooi uit.’

Geëmancipeerde visie

Het is opvallend dat in elk gesprek de alom geciteerde oordelen van Abramovic en Emin over de onverenigbaarheid van moederschap en kunstenaarschap werden aangehaald, maar uitsluitend om die als gedateerd te bestempelen. In een interview over haar nieuwe boek Alle moeders werken al beschrijft Anja Meulenbelt het doel dat feministen in de jaren zeventig voor ogen stond: ‘We waren er vooral mee bezig dat we als vrouwen niet vastgezet wilden worden op het moederschap.’ Het ging erom volwaardig op de arbeidsmarkt te participeren en niet voor mannen onder te doen. Die ambitie hebben Abramovic en Emin met verve belichaamd. Terugkijkend constateert Meulenbelt nu: ‘En daarbij zijn we iets vergeten. We hebben niet bedacht wat een geëmancipeerde visie op moederschap is.’ De tijd is rijp om die geëmancipeerde visie op moeder- en ouderschap te ontwikkelen. Ook in de kunst, geen onbelangrijk terrein als het gaat om beeldvorming en representatie.

1 ‘Moedernisme’ is een vertaling van Mothernism, een begrip gemunt in 2013 door kunstenaar Lise Haller Baggesen, zie Metropolis M, Nr….
2 Onder ‘vrouw’ wordt in deze tekst ieder die zich als vrouw identificeert verstaan (of die nu al dan niet bij geboorte als zodanig is aangemerkt); met ‘moeder’ wordt gedoeld op een vrouw die een kind kreeg of verzorgt. Er zijn natuurlijk meer vormen van ouderschap die aandacht verdienen als het gaat om het openbreken van taboes en het agenderen van misstanden, zoals transgender- of non-binair ouderschap.
3 ‘Een nog onverteld verhaal’, rapport van WOMEN INC en ABN AMRO, 2021
4 ‘Inkomen moeders halveert bijna na komst kinderen’, rapport CPB, 2020

Richtje Reinsma

Recente artikelen