metropolis m

The Fortress, 2026, Dries Verhoeven. Performer Diane Mahin. Photo Willem Popelier.

De opdracht aan het Mondriaan Fonds van het ministerie is helder: organiseer de vertegenwoordiging van Nederland op een grote internationale statelijke biënnale. Hoe, wat, zelfs waar, mag het Mondriaan Fonds zelf beslissen, maar van oudsher wordt gekozen voor de Biënnale van Venetië. Onder de verantwoordelijkheid van vertrekkend Mondriaan-directeur Eelco van der Lingen is de deelname van Nederland in drie edities flink ter discussie gesteld, maar nooit volledig in twijfel getrokken.

De uitverkiezing van de kunstenaar die Nederland gaat vertegenwoordigen in Venetië verloopt zelden zonder discussie. Gitta Luiten lag als directeur van de Mondriaan Stichting in de jaren nul van deze eeuw een paar keer onder vuur omdat ze, volgens haar critici, te veel haar oren liet hangen naar de opinies van een handvol curatoren en directeuren uit haar eigen netwerk. Haar opvolger, Birgit Donker, deed haar best de procedure zo open en transparant mogelijk te maken door de introductie van een open call, en enkele semi-openbare selectierondes. Maar toen in 2019 bleek dat Benno Tempel, die in samenwerking met Iris Kensmil en Remy Jungerman  het paviljoen toegewezen had gekregen, na de sluitingstermijn gelegenheid had gehad zijn plannen bij te stellen, werd haar competitievervalsing verweten door boze afgewezen curatoren die die extra tijd niet hadden gehad.

Al dit gedoe deed Eelco van der Lingen kort na zijn aanstelling als directeur in 2019 beslissen om een nieuwe start te maken met zijn manier van selecteren. Als ik hem erover spreek zegt hij dat het selectieproces ‘te ingewikkeld’ geworden was met zo’n tachtig inzendingen en maar één winnaar. ‘Er hingen te veel negatieve vibes’ omheen. Hij besloot de open call op te schorten en vanuit de bestaande voorraad van voorstellen uit de voorgaande oproepen een shortlist op te stellen, waaruit een adviescommissie iemand kon voordragen. Van het semi-openbare selectieproces onder Donker maakte Van der Lingen een meer besloten work-in-progress, met het Mondriaan Fonds in een sturende rol. Van der Lingen: ‘In relatieve rust hebben we toen melanie bonajo voorbereid zonder dat iedereen zich ermee bemoeide en dat ging eigenlijk heel erg goed. Opeens ging de energie naar de presentatie zelf en niet langer naar de procedure. Dat gaf een enorme vrijheid.’ Vanwege het succes ervan, heeft hij besloten deze selectiemethode ook in de volgende edities te handhaven.

De procedurele vereenvoudiging bracht een zekere rust. Hoewel de selectie in menig opzicht controversiëler was dan in de jaren daarvoor (toen o.a. Mark Manders, herman de vries en Wendelien van Oldenborgh werden geselecteerd), bleef het opmerkelijk stil in de media. Alleen bij de eerste editie onder Van der Lingens verantwoordelijkheid was er wat rumoer, toen hij besloot het Nederlands paviljoen in de Giardini voor een keer te verlaten en beschikbaar te stellen aan Estland, bij wijze van heroriëntatie. Hoe kijkt hij daarop terug?

Van der Lingen: ‘Ik weet nog wel, de eerste keer dat ik tegen een vriendin zei dat ik dat wilde gaan doen, ze antwoordde: ben je je baan nu al zat? Ze was ervan overtuigd dat ik direct mijn ontslag kon gaan indienen, omdat ik tegen te veel heilige huisjes aan zou trappen. Maar dat viel wel mee. Het leverde uiteindelijk juist heel veel enthousiasme op.’ De gang naar de kerk gaf niet alleen veel extra publiciteit, veel publiek dat de lange wandeling ondernam was ook bereid de hele film van veertig minuten uit te zitten. ‘De film functioneerde daar veel beter dan in de Giardini ooit had gekund. Daar was iedereen vermoedelijk al snel weer doorgelopen.’

Heeft dit tijdelijke verblijf buiten de Giardini ook iets wezenlijks veranderd in het functioneren van het paviljoen sindsdien? Van der Lingen: ‘Dat moet jij eigenlijk beoordelen. Ik denk van wel. Ik denk dat er iets veranderd is in de omgang met het paviljoen, met Rietveld, het modernisme, dat hele verhaal en ook de omgang met het idee van de nationale vertegenwoordiging wordt kritischer aanschouwd.’

melanie bonajo, When The Body Says Yes, 2022, Nederlandse inzending voor de 59e Biënnale van Venetië, foto Peter Tijhuis, courtesy Mondriaan Fonds

Politieke posities

Nu Van der Lingen het Mondriaan Fonds verlaten heeft, en de biënnale van dit jaar zijn laatste is, ontstaat ruimte het beleid in samenhang te beoordelen. Dan valt op hoe bij de drie edities van de biënnale die onder zijn verantwoordelijkheid zijn gerealiseerd, steeds grenzen zijn opgezocht in projecten met een zekere politieke lading. Eerst werd Nederlands belangrijkste nationalistische symbool op deze biënnale, het modernistische Rietveldpaviljoen verlaten voor genoemd avontuur in een oude kerk, waar een non-binaire kunstenaar een naar katholieke maatstaven licht provocerende seksueel getinte feministische film vertoonde. Vervolgens werd, terug in de Giardini, Nederland vertegenwoordigd door een Congolees collectief dat zich nadrukkelijk kritisch toont over de exploitatieve westerse economieën en de kunst die daarmee (ook op deze biënnale) wordt gefinancierd. Dit jaar is ten slotte Dries Verhoeven uitgekozen, die vooral bekendstaat als politiek geëngageerde theatermaker die het publiek (en de samenleving) graag een spiegel voorhoudt.

Van der Lingen vertelt dat hij het belangrijk heeft gevonden om buiten het gangbare te denken en alle betrokkenen daar ook zo veel mogelijk toe heeft uitgenodigd. Ook bij Verhoeven, waar net als in de andere edities ‘opnieuw gangbare conventies opzij zijn gezet en hiërarchie en nationale representatie worden bevraagd’. Bij de presentatie van Verhoeven noteerde hij in het persbericht: ‘ Het gebouw, de tuin, de biënnale en de verhouding met de wereld daarbuiten verdienen het om bediscussieerd te worden.’

Hij benadrukt daarnaast het performatieve aspect: ‘Zolang als ik bij het Fonds rondliep, werd er gesproken over het organiseren van een performance in het Nederlands paviljoen. Maar je loopt heel snel tegen de onmogelijkheden daarvan aan. In zeven maanden een performance organiseren is lang en gruwelijk duur en het paviljoen is niet noodzakelijk een ruimte die zich daarvoor leent. Dus elke editie kwam het onderwerp wel weer voorbij, maar er was nooit iets waarvan we dachten dat het wél kon. Tot nu. Dries Verhoevens naam werd geopperd als een optie en toen ben ik met hem gaan praten. Hij wilde wel, waarna hij voorstelde om Rieke Vos te vragen als curator.’ 

Ik vraag of die kritische houding, die ongetwijfeld voortkomt uit het anachronistische karakter van deze biënnale met haar negentiende-eeuwse structuur van paviljoens met oude grootmachten de meest prominente posities innemen, niet als vechten tegen de bierkaai is. Moet je niet gewoon naar iets nieuws op zoek te gaan, een andere grote tentoonstelling. Is deze tentoonstelling nog wel artistiek relevant? Van der Lingen kent de kritiek die elke keer weer opduikt bij deze biënnale en overigens ook de documenta in Kassel. Maar, zegt hij: ‘als ik zie wat er na Venetië in de kunstwereld gebeurt, dan zie je zoveel lijntjes naar wat er in de biënnale voorbij is gekomen, dat volgens mij de relevantie nog enorm groot is. Het zou best goed kunnen zijn dat er zich een keer iets anders aandient in de wereld, een grote tentoonstelling met een meer vernieuwende impact, maar op dit moment gaat het toch nog steeds om Venetië en Documenta.’ 

DIT ARTIKEL IS EERDER GEPUBLICEERD IN METROPOLOIS M NUMMER 2 -2026 BIËNNALE VAN VENETIË GIDS

Dries Verhoeven, The Fortress, Nederlands Paviljoen, Giardini, 61e Biënnale van Venetië, 9.5 t/m 22.11.2026

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen