metropolis m

Ingeborg Meulendijks, Het Geheime Huis, Werkkamer achterzijde.

Al sinds 1997 onderzoekt Ingeborg Meulendijks onder de titel Het geheime huis het beleven en ervaren van ruimte middels schaalmodellen, handgemaakte miniaturen, fotografie, tekst en tekeningen. Isabel Ferreira de Sousa gaat met haar in gesprek.

Isabel Ferreira de Sousa

Je hebt voor deze tentoonstelling acht schaalmodellen geselecteerd. Hoe kwam je erbij om schaalmodellen te gebruiken om ruimte te onderzoeken?

Ingeborg Meulendijks

‘Vroeger maakte ik schaalmodellen wanneer ik een tentoonstelling inrichtte. Daar merkte ik dat op kleine schaal het essentiële gebeurde. Voor mij is het schaalmodel een soort tussenzone, de drempel tussen denkbeeld en realiteit. En juist die tussenzone die niet helemaal te definiëren valt, heeft mijn interesse.

Dat ging gepaard met een bezoek aan het Rijksmuseum waar ik de zeventiende-eeuwse kabinet poppenhuizen van Petronella Oortman ontdekte. Die poppenhuizen waren een soort Gesamtkunstwerk – een registratie van het binnenhuis met een heel duidelijke narratief van die periode. Oortmans werk was een inspiratie en een vertrekpunt voor mijn schaalmodellen, om met een aantal objecten een miniatuurkamer leven in te blazen. Zodat de ruimte een verhaal krijgt. Het fotografisch vastleggen van de modellen is direct daarna gekomen, om de verschillende binnenruimten met elkaar te kunnen vergelijken.’

IFdS

De titel van de tentoonstelling, Het Geheime Huis, roept gevoelens op van intimiteit. Hoe kwam je bij de titel?

IM

‘Toen de schaalmodellen klaar waren, heb ik met licht erop de binnenruimte fotografisch vastgelegd. Het is een registratie van een realiteit, maar het heeft tegelijkertijd een symbolische dimensie. Het is een wereld tussen wat binnen en buiten mijn hoofd afspeelt. Wat verbeelding én realiteit is. De interieurs zijn intieme ruimtes. Het is een vermenging van referenties naar verschillende tijden als verschillende culturen. Alsook gewone gebruiksvoorwerpen die je kunt traceren in mijn atelier. Autobiografische elementen die zich vermengen in een eigen realiteit. Voor mij heeft dat iets mysterieus. Het is niet verborgen maar ongrijpbaar, het is geheim. Dus vandaar de titel Het Geheime Huis.’

IFdS

Je hebt een boekje met notities en tekeningen gemaakt per schaalmodel. Ik ben benieuwd hoe die zich verhouden tot de leegte van de ruimtes.

IM

‘In het begin was er veel accent op intuïtie en materialiteit. Door mijn werk aan de architectuuracademie, ging ik mezelf bevragen wat ruimte eigenlijk is. Wat betekent het om in een ruimte te zijn? Wat betekent het kaderen van ruimtes? In die vraagstellingen kwam ik erachter dat er ook een abstracte laag in zit. Dat proces is genoteerd in gedachtenschriften die in de tentoonstelling voor het eerst te zien zijn.

Er is een sensitieve of sensuele laag – de atmosfeer van tastbare dingen door materialiteit, licht, objecten, en schaalproportie. Maar er is ook een abstractere laag. Daarin kwam steeds meer ruimte voor de leegte als het ware, ook beïnvloed door mijn fascinatie voor Oosterse filosofie en de betekenis van leegte die daar een positieve lading kent. De afstand tussen twee objecten of tussen twee muren creëert een leegte die betekenis krijgt. Die betekenisvolle leegte is steeds meer een onderwerp en instrument geworden.’

IFdS

De leegte en de Oosterse, met name Japanse invloed, zijn zichtbaar. Kun je vertellen over deze invloeden ten opzichte van het architectuurperspectief?

IM

‘Ik heb vanaf mijn jeugd al een fascinatie voor het Oosten en Japan in het bijzonder, terwijl ik daar geen familie of fysieke connecties heb. Door de filosofie kwam ik onherroepelijk uit bij de architectuur. Vooral de klassiek Japanse architectuur. En ook de theekamers, een plek die ik bijzonder vind, met name door het feit dat daar ruimtes geschapen worden die zich bewust onttrekken aan het politieke, sociale en huiselijke domein.

De spirituele waarde van die architectonische tussenruimten – dat er ruimte tussen idee en werkelijkheid in zit – resoneerde met mij. Het is niet zo dat ik met tatami-afmetingen werk. Eigenlijk probeer ik de Japanse architectuur een beetje te vergeten, maar het komt op een natuurlijke wijze naar voren.’

IFdS

In je werk is er veel aandacht voor schaduw en licht, die ook aanwezig zijn in de textuur. Er is ook een bepaalde zachtheid die ik als vrouwelijk ervaar.

IM

‘Klopt. Ik maak ook werk in opdracht en dat is in de schaal een-op-een-architectuur. Hierin zie ik dat ik de architectuur verzacht, bijvoorbeeld door wanden te bekleden met jacquard geweven wollen stof, zelf ontworpen en uitgevoerd in samenwerking met TextielLab Tilburg. Ik denk dat zachtheid een belangrijke component is, vooral als je verblijft in een ruimte, dat het een beschermende laag heeft – een constructief stevige laag, maar ook een zachtere, flexibelere laag die kan absorberen, luisteren en teruggeven.

Ook in het Geheime Huis heb ik textiel gebruikt. Dit komt voort uit mijn huidige onderzoek over kleding, en het feit dat je daar met bovenlagen en onderlagen werkt. Ik heb zachtere, transparantere stoffen gebruikt die een doorzichtigheid naar binnen toelaten, maar ook massieve materialen die een beeld naar buiten geven. In de schaalmodellen ben ik dat verder gaan onderzoeken: Wanneer plaats je juist bewust het zachte naar buiten en het beschermende naar binnen of andersom?’

IFdS

In deze zoektocht gebruik je natuurlijke materialen: vuurhout, berkenmultiplex en linnen. Hoe gaat dat gepaard met het gevoel van intimiteit?

IM

‘Het gebruik van natuurlijke materialen is een constante factor in mijn werk, het verwijst naar eenvoud en verbondenheid met het vergankelijke aspect van de natuur. Ik werk in schaal een-op-zeven. Zeven is een heilig getal in vele culturen, maar het refereert ook naar de schaalverhouding van barbiepoppen waar ik vroeger mee speelde. In een eerdere serie onderzocht ik hoe één ruimte met vaste afmetingen door verschillende openingen en lichtval een heel verschillend karakter en intimiteit kan krijgen. De variaties kregen titels met nummers, Kamer nr. 1 t/m 8.

De laatste serie heeft verwijzende namen zoals Waskamer, Kleedkamer, en Tuinkamer. En dat heeft vaak te maken met de handeling die erin plaatsvindt. Dat die handeling ook een symbolische waarde kan hebben, komt voort uit mijn fascinatie voor het interieur als binnenwereld, intimiteit in de ruimte. In Kleedkamer zie je een matras, het omkleden is de handeling die daar plaats vindt, verbonden met seizoenen. Naamgeving en vormgeving gaan hand in hand.  Ik heb nog nooit een vergaderkamer of kantoorruimte gemaakt.’

IFdS

Waarom spelen alledaagse handelingen zo’n belangrijke rol in je werk?

IM

‘Handelingen maken dat een ruimte gaat leven. Ik zoek de handelingen in het alledaagse. Gewoon gaan zitten aan een tafel, schrijven, liggen op een bed. Het zijn niet heel uitzonderlijke handelingen. Maar als ritueel gaat het alledaagse een betekenis krijgen. En ook een schoonheid. Dat is wat ik met mijn werk probeer. Dat je in het alledaagse het wonderlijke opvangt. De essentie van eenvoudig momenten.’

IFdS

Hoe zie je dit ten opzichte van hoe mensen in de Westerse maatschappij tegenwoordig interieur ervaren?

IM

‘Ik denk dat iedereen een thuis zoekt in een interieur. Thuis is iets wat je beleeft. Ik denk dat door handelingen er een betekenisgeving in de ruimte ontstaat. En dat maakt thuis. Dus voor mij is thuis een rituele ruimte. Dat mis ik soms in moderne interieurs. Ik heb het gevoel dat het thuisgevoel heel snel bereikt of gekocht moet worden. Terwijl het tijd nodig heeft om te ontstaan. Je moet een lange tijd met de dingen omgaan om het wezen te voelen.’

IFdS

Door marketingmechanismen is ook het idee ontstaan dat bepaalde objecten passen bij wat een thuisgevoel hoort te zijn. Iemands eigen inbreng en zijn in de ruimte komen er amper aan bod.

IM

‘Precies. Het woord zijn is voor mij heel belangrijk. Het zoeken van het zijn in een ruimte. Het aanwezig zijn, het verblijven. Thuis is een persoonlijk spirituele plek.’

IFdS

Deze tentoonstelling laat jouw invulling van de ruimte zien. Rust en harmonie overheersen. Zoek je bewust naar evenwicht?

IM

‘Ja, ik zoek naar die balans, maar dat is niet vooraf gepland, ik improviseer. Ik heb een kast waar ik mijn zelfgemaakte miniatuurobjecten bewaar. Door het maken van de miniaturen ontstaat er ruimte om te denken en te associëren. Het is vervolgens een spel om te kijken welke objecten bij elkaar passen. De scenografie van deze tentoonstelling is een goed voorbeeld daarvan. Er waren veel momenten dat ik dacht: dit is de gegeven architectonische ruimte. Wat kan ik hier doen om het gevoel, dat specifiek in mijn vocabulaire zit, naar voren te halen? Om deze openbare ruimte tot een verstilde plek te maken? Ik heb de structuur van het gebouw en de rust van de natuurlijke omgeving benut. Er is weinig kunstlicht toegepast zodat het daglicht uit de dakramen de foto’s te belichten. Je ziet ook boombladeren die gevallen zijn op deze dakvensters, in harmonie met het feit dat we hier, in de herfst, in een bos zijn.
De opzet zorgt dat je hierdoor nog opener staat voor wat er is, en de potentie die erin zit. Het komt voort uit dertig jaar fascinatie voor interieurarchitectuur. En het beleven van ruimte, leegte en schaduw, om een verstilde atmosfeer te creëren.’

IFdS

De sobere opstelling van de tentoonstelling geeft mij een sterk spiritueel en meditatief gevoel. Wat wil je het publiek meegeven?

IM

‘De ruimte vraagt om rust en om met aandacht de dingen te beleven. Ja, dat is de opzet van de tentoonstelling. Maar ook wat ik zelf zoek als ik met mijn werk bezig ben. Ik denk dat elk mens een actieve kant heeft en een passieve, verstilde kant. En allebei zijn ze waardevol. In dit werk probeer ik vanuit die verstilling in actie te komen, de stilte te laten spreken.
Vaak wordt stilte overstemt, leegte snel ingevuld. Daarom heb ik een sobere tentoonstelling gemaakt die ruimte biedt voor eigen interpretatie. Met de hoop dat als je uit de tentoonstelling komt en door het bos loopt, alles nog intensiever gaat ervaren: de herfstkleuren, de wind, de geur van aarde. Doordat je even in een verstilling bent geweest. Alle details zijn daarop gericht.’

'Ik heb het gevoel dat het thuisgevoel heel snel bereikt of gekocht moet worden. Terwijl het tijd nodig heeft om te ontstaan.'

Ingeborg Meulendijks, Het Geheime Huis, Tuinkamer nr. 1.
IFdS

Hoe heb je deze werken geselecteerd? Heb je een aantal criteria gevolgd of een intuïtieve aanpak gehanteerd?

IM

‘Ik ben intuïtief te werk gegaan. Ik heb interieurs geselecteerd die een relatie hebben tot de natuur. Je ziet openingen in de schaalmodellen, die op de foto’s witte vlakken zijn. Ik definieer niet wat er in de buitenwereld is, om de focus binnen te houden. Maar je kan heel goed voorstellen dat daar een bos is of een boom staat, zoals hier in het Odapark.

Soms zijn er ook bladeren of fragmenten van flora aanwezig in de foto’s. Dit benadrukt het veranderlijke aspect van de natuur. Ik heb ook fotobeelden geselecteerd vanwege de twee ruimtelijke installaties – de Passage en de Kamer waar de film van Charlotte Lagro over mijn werkproces te zien is. Deze installaties zijn gebaseerd op de schaalmodellen en gemaakt samen met het team (Bas, Linda en Luc).’

IFdS

De serie van zwart-wit analoge foto’s, die je zelf ontwikkelde en in twee maten hebt laat uitprinten, heeft een prominente plek in de tentoonstelling. Wat is de rol van fotografie in jouw werk en hoe verhoudt het zich tot de schaalmodellen?

IM

‘Ik ben een tekenaar. Maar ik vind het gewoon heel fijn om ook dat wat ik niet goed kan te oefenen. Om een idee ruimtelijk te onderzoeken, maak ik een schaalmodel. Wanneer het licht opkomt in het schaalmodel en de miniatuurmeubels in een bepaalde opstelling staan, ga ik daar een foto van maken. Om het vast te leggen maar ook om het tot een plat vlak te reduceren.
Ook hier is een fascinatie waar in ons Westerse denken een dualiteit zit. Het is 2D of 3D. Het is plat of ruimtelijk. Mijn werk is plat én ruimtelijk. En dat geeft vrijheid. Om te spelen en te denken. De foto’s zijn voor mij een eindpunt. Ik maak alles om de foto te maken. Dat is voor mij het punt waar ik stop en denk, nu ben ik thuis in de tussenzone, de ruimte tussen ideeën en werkelijkheid.’

IFdS

Je leidt als het ware de bezoeker van buiten naar binnen, naar jouw geheime interieur in de hoop dat ze de connectie tussen die de foto’s en de schaalmodellen kunnen maken. Klopt het?

IM

‘Ik toon de interieurs als een verslaglegging van mijn gerichtheid naar contemplatie. Ik probeer dat zo open en eerlijk mogelijk te doen. Ik hoop dat bezoekers, doordat zij tijd nemen om de tentoonstelling te bekijken, een ander aspect van het zijn ervaren. Dat er ruimte ontstaat in een wereld vol stimuli. Even een bevrijding van tijdsdruk. Dat de stilte kan resoneren.’

De tentoonstelling van Ingeborg Meulendijks Het Geheime Huis is tot 4 januari 2026 te zien in Odapark, Venray.

Isabel Ferreira de Sousa

is schrijver en doceert aan Maastricht Institute of the Arts

Recente artikelen