Out of the Shadows
Out of the Shadows
De kwestie Cyprus
In de openbare musea is de schade te bezichtigen die in de loop van de tijd door nationalistische ideologie is aangericht. Hier worden de lege plekken uit de geschiedenis zichtbaar en de verdraaiingen waarmee men ze probeert te verbloemen.
Aan beide zijden van de grens zijn het de musea en schoolboeken die zich bezighouden met de constructie van retrospectieve mythologieën. Ze beconcurreren elkaar in het bezit van de historische waarheid, waarbij ze telkens volk en staat aan elkaar gelijkschakelen.
De aaneenrijging en glorificatie van de eigen helden en offers volgt de logica van propaganda, die alles wegpoetst wat de eigen vertelling zou kunnen veranderen.
Out of the shadows heet een aan Cyprus gewijd project dat beeldend kunstenaar Peter Friedl op verzoek van Catherine David voorbereid voor Witte de With in Rotterdam. In deze voorbeschouwing schetst hij de complexe kwesties van dit eiland, verdeeld in een Grieks-Cypriotisch en een Turks-Cypriotisch deel.
‘Partnerschap voor de toekomst’ luidt de slogan op het reclamebord. Tegenover de Omeriye-moskee, in het Grieks-Cyprische deel van de oude stad van Nicosia (Lefkosia), zijn onlangs de Ottomaanse baden gerestaureerd. Een ander zwaartepunt van het door beide bevolkingen gesteunde masterplan is de revitalisering van het Phaneromeni-gebied. Daar, waar de Lidras straat sinds dertig jaar abrupt eindigt bij een van de talrijke militaire posten langs de demarcatielijn, zouden winkels, koffiebarretjes en restaurants moeten komen. Het stadsvernieuwingsprogramma (de urbane opwaardering) behoudt enerzijds het historische karakter en investeert anderzijds in een toekomst die ooit zal aanvangen, zelfs moet aanvangen, bijvoorbeeld als Turkije tot de EU wordt toegelaten.
Op het andere, Turkse deel van Nicosia, ‘de laatste gedeelde stad in Europa’ (Lefkoşa) is niet zo lang geleden de restauratie van het Samanbahce-gebied afgesloten, een interessant architectonisch voorbeeld van sociale woningbouw. Direct naast dat gebied was er nog plaats voor een gloednieuwe kinderspeelplaats. Het initiatief ‘Rehabilitatie van Oud Nicosia’ is geïnitieerd door de EU, ontwikkeld door United Nations Development Programme (UNDP) en verzorgd door United Nations Office for Project Service (UNOPS). De programma’s zijn in de jaren tachtig samen met Grieks- en Turks-Cypriotische partners ontwikkeld als bijdrage aan het vredesproces. Er is ook een informatiefolder bij uitgegeven met de tekst: Voor wie dit programma? Voor alle burgers van Nicosia. Naast dit gebied liggen de Britse, militaire posten, de koloniale nalatenschap in het zuiden van het land. Op Cyprus hadden de wapeninspecteurs in Irak hun basiskamp. Tevens diende de militaire basis van Akrotiri van de Britse marine en luchtmacht als logistiek steunpunt voor de ‘coalitie van gewilligen’ bij hun veroveringsoorlog tegen Irak. Hoe de toekomst van het eiland er ook uit zal zien, de Britse regering laat er geen twijfel over bestaan dat de in hun onafhankelijkheidsverdrag van 1960 toegestane Sovereign Base Areas (bij elkaar zo’n 158 vierkante kilometer) verder ook exclusief Brits zullen blijven. Zo blijft ook de top van de Olympus, de hoogste berg in het Troodos gebergte, met zijn radarstation van de Royal Air Force een no-go-area.
Bij het referendum over het plan van Kofi Annan dit voorjaar, waarmee beoogd werd de deling van het eiland nog voor de toelating tot de EU op te heffen, stemde 65 procent van de Turks-Cyprioten ‘ja’ en 76 procent van de Grieks-Cyprioten ‘nee’. Sinds de afzonderlijke toetreding tot de EU van het rijke Zuiden (dat het hoogste nationale inkomen heeft van alle tien nieuwe lidstaten) lijkt de wereld het arme Noorden uit de, door het embargo en statelijke ontkenning opgedrongen Doornroosjeslaap te willen kussen. De nieuwe situatie roept een reeks ongewone vragen op die een gevolg zijn van het voortduren van de toestand zoals die was. Volkenrechtelijk gezien blijft Noord-Cyprus een door de Turkse troepen bezet landsdeel. Tussen de Republiek Cyprus en Turkije bestaan geen diplomatieke relaties. Formeel bevinden beide landen zich zelfs nog in de oorlogstoestand van 1974. De in 1983 door Rauf Denktas uitgeroepen Turkse republiek Noord-Cyprus is tot nog toe door geen ander land erkend. Toch vormt de door VN-vredestroepen bewaakte wapenstilstandlinie sinds 1 mei 2004 de buitengrens van de EU.
Voor het ‘ja’ in het Noorden wordt als dank eenmalig 259 miljoen euro economische steun geboden. Daarnaast is er besloten tot de aanleg van een haven en een vliegveld ter stimulering van de export. Het ministerie van buitenlandse zaken in de VS volgde dit voorbeeld en kondigde een steun van 30,5 miljoen dollar aan, ter opheffing van het economische isolement. De verbetering van het binnenlandse Cypriotische grensverkeer, was al op 22 april 2003 in gang gezet, met de eenzijdig afgekondigde opening van de grenzen door Rauf Denktas, de eeuwige voorvechter voor een twee-staten oplossing, die tamelijk onverwacht en verrassend besloot dat de Grieks-Cyprioten het Noorden en Turks-Cyprioten het Zuiden mochten bezoeken. Tot dan was de demarcatielijn zo goed als gesloten geweest, met als gevolg een verharding van de standpunten van de zuidelijke Wirtschaftswunder-generatie tegenover het Noorden. Een gemeenschappelijke toetreding tot de EU zou voor de Turks-Cyprioten hebben betekend dat hun langdurige isolatie zou worden opgeheven.
In het niemandsland van de Green line (de Atilla linie) heeft men langer dan een generatie geprobeerd de tijd stil te laten staan. Alles zou daar, van alle kanten streng bewaakt, precies in de toestand verkeren, waarin het voor de wapenstilstand van meer dan dertig jaar geleden ook al verkeerde. Nergens mag gefotografeerd worden. Dit negatieve sprookje is even absurd als effectief. Het gebied is zo dood dat het alleen zwijgende beelden voortbrengt. Wellicht wordt daarom het verval, op alle andere plekken waar het maar kan, bestreden met restauraties. Nieuw gebouwd wordt er alleen aan de stadsranden en de kuststroken. De uitzonderingstoestand, die zoals Giorgio Agamben in zijn boek Homo Sacer bespreekt momenteel wereldwijd lijkt te worden uitgeroepen, is de sociaal-historische identiteit van Cyprus. Het zijn dit soort momenten uit het verleden die een slagschaduw werpen op de toekomst.
In de openbare musea is de schade te bezichtigen die in de loop van de tijd door nationalistische ideologie is aangericht. Hier worden de lege plekken uit de geschiedenis zichtbaar en de verdraaiingen waarmee men ze probeert te verbloemen. Aan beide zijden van de grens zijn het de musea en schoolboeken die zich bezighouden met de constructie van retrospectieve mythologieën. Ze beconcurreren elkaars historische waarheid, waarbij ze telkens volk en staat aan elkaar gelijkschakelen. Zo bezien lijkt het problematische Cyprus een generale repetitie voor het latere conflict in Bosnië te zijn. Het aan het begin van de jaren zestig ontstane nationale museum van de strijd, documenteert de antikoloniale strijd van de Grieks-Cyprioten tegen de Britten (1955-59), die tegen het oorspronkelijke doel in, namelijk de enosis, ofwel de vereniging met Griekenland, eindigde met de onafhankelijkheidsverklaring. Een andere kant van het verhaal is te vinden in het museum van de barbarij, waar sinds 1978 volgens Turks-Cypriotisch perspectief herinnerd wordt aan het interne geweld dat op de onafhankelijkheidsverklaring volgde. In de elkaar zowel uitsluitende als op elkaar aansluitende haat- en treurnisexposés gaat het om geschiedenis die van bovenaf is opgelegd. De aaneenrijging en glorificatie van de eigen helden en offers volgt de logica van propaganda, die alles wegpoetst, dat de eigen vertelling zou kunnen veranderen. Ook de iconenverzameling in het Byzantijnse museum vertrouwt niet op de ongehuwde Maria of haar opstanding uit deze schilderijen uit de twaalfde en dertiende eeuw, maar op de macht van de blinde vlek. In een hoek zijn er twee computerprints opgehangen, zwart en wit, naast een aantal foto’s van de plek van het misdrijf. Op een van de bladen staat: ‘De eerste Turkse bezetting (1570-1978): de Turken hebben een groot aantal kerken in moskeeën veranderd’. Op een tweede papier staat er: ‘De Turkse invasie van 1974: De Turken plunderen en ontheiligen honderden kerken, die worden veranderd in moskeeën’.
Na het mislukte referendum in april heeft de Verenigde Naties aangekondigd in Nicosia hun bureau voor de oplossing van het conflict te sluiten. In plaats daarvan zal er in 2006 de zesde editie van de Manifesta plaatsvinden.
Out of the ShadowsWitte de With, Rotterdam
6 november 2004 tot en met 9 januari 2005
Peter Friedl





