Radicaliteit is mijn lievelingswoord
Radicaliteit is mijn lievelingswoord
Jonathan Meese
Jonathan Meese (1970) is een van de succesvolste kunstenaars uit Berlijn wiens carrière begon in de jaren negentig. Op de eerste berlin biënnale in 1998 toonde hij een installatie die iets weg had van de slaapkamer van een jonge filmfanaat. Sindsdien is hij vooral bekend vanwege zijn schilderijen, zoals blijkt uit zijn deelname aan de tentoonstelling deutschemalereizweitausenddrei in Frankfurt am Main (2003) en aan Saatchi’s The Triumph of Painting Part II (2005). De laatste jaren werkt hij ook regelmatig voor het theater. Meeses werk is omstreden. Critici werpen hem voor de symbolen van het nationaalsocialisme slechts omwille van de provocatie in te zetten. Voor De Hallen in Haarlem maakt Jonathan Meese een installatie die het karakter zal krijgen van een historisch doolhof vol herinneringen, mythes, angsten en fantasieën. Hij toont ook een werk dat hij voor de gelegenheid in samenwerking met Jörg Immendorff maakte.
Bij al je werk val je terug op een archief van gevonden beelden en citaten uit de politiek, de (cultuur)geschiedenis en de kunst. Wat verzamel je precies?
‘Ik verzamel alles wat om een wedergeboorte vraagt. Alles wat radicaal, hermetisch, ondoordringbaar, mysterieus, grappig, absoluut noodzakelijk of geheim is. En verder alles wat geen uitgang biedt, wat zichzelf overstijgt of aan de eigen wetten ontspringt. Kortom, alles wat zichzelf spiegelt, zoals in de monoliet uit 2001: A Space Odyssee van Stanley Kubrick. Het idee van radicaliteit komt altijd voort uit de neutraliteit van mensen ten opzichte van de kringloop van het leven. Omgeef je met al deze dingen en oefen je in deemoed, respect, neutraliteit. Alleen zo kan het een avontuur worden, anders blijft alles slechts huichelarij.’
En welke kennis jaag je na?
‘Ik probeer mijzelf en mijn eigen ervaringen niet centraal te stellen. Dingen mogen een eigen verloop krijgen, aangezien kunst haar eigen maatstaf en aanwezigheid veronderstelt. Ik onderdruk mijn wens naar kennis, omdat het in kunst gaat om de onmetelijke willekeur van de natuur. We willen altijd maar weer onze eigen wil opdringen. Maar dat is niet mijn ding, voor mij maakt dat alles kapot. Ik probeer mijn ogen op iets te richten en me erbuiten te houden, waardoor de reflecties richtingloos door mij heen stromen en zich vervolgens aan de wereld kunnen vertonen. Alles wordt volgens bepaalde verhoudingen gerangschikt. Jonathan Meese wil dat spel gadeslaan, maar niet ingrijpen.’
Tot je installaties behoren sculpturen en schilderijen, een beeldenboek, grote performances en toneelfoto’s. Wanneer kiest je voor welk genre?
‘Als er is sprake is van liefde, deemoed, respect en radicaliteit is alles mogelijk. Het genre dient zich vanzelf aan als de tijd rijp is. Het is als een raket waarvan onderdelen van tijd tot tijd afgestoten worden. Er gebeurt wat moet gebeuren. Dat zijn natuurwetten. Ik vind het vermoeiend op alles grip te willen hebben. Dat is ook niet charmant en het is saai. De wereld der dingen mag van mij best de regie overnemen.’
Je schilderijen zijn in één ogenblik te zien, je performance over Wagners Parsifal in de Berlijnse Staatsoper duurde echter zes uur. Welke rol speelt tijd in je werk?
‘Ik vind vaak dat alles veel te langzaam gaat. De noodzakelijkheid van iets vereist totale overgave. Ik heb altijd het gevoel, dat de tijd me gestolen kan worden. Alles heeft zijn eigen leefritme, ook Richard Wagner.’
Hoezo Richard Wagner?
‘Ik geloof dat Richard Wagner met zijn muziek een levensritme uitdraagt. Dat is als de maat in een muziekstuk, een maat van verlangen, een ritme van hoop of tragiek. Het is als het bloed dat door het lichaam vloeit. Dat werd me duidelijk op de bühne: alles heeft zijn muzikaliteit.’
Op de bühne schijnt je er bewust op uit te zijn het uiterste te geven. Hoe belangrijk is de lichamelijke ervaring voor jou?
‘Het is belangrijk dat je alles geeft wat mogelijk is. Zonder deze uiterste inspanning wordt de verstikkende onmacht al winnaar van het spel. De daaruit volgende uitputting staat voor overgave, liefde, inzet en eenzaamheid. Wat kan men anders doen? Cynisme, ironie en sarcasme zijn aan mij niet besteed. Huichelarij ligt niet in mijn aard. De mens heeft alles te geven en de kunst geeft niets, maar neemt ook niets. Dit is totale energie.’
Waarvoor staat deze toestand van uitputting?
‘Uitputting staat voor kwetsbaarheid. Voor elke vorm van ijdelheid en arrogantie is men te moe en het hart heeft vrij spel. Daar droomt iedereen van.’
In je zelfportretten op de bühne toon je je in telkens andere rollen. Waar ligt de grens tussen je persoon en de figuren die je speelt?
‘De zelfportretten zijn staatsieportretten, beeltenissen van hermetische figuren in hun hermetische landschappen en ruimtes te midden van hun hermetische wetten. Er bestaat een geheim verbond tussen de figuren die zichzelf spelen en het schepsel Jonathan Meese, een totale ondoordringbaarheid, een totaal respect. Er druppelt niks door, er is geen uitwisseling, geen geven en nemen. Er heerst een totale neutraliteit over het schouwspel. Ook al heb je het hier over het product van je eigen daad, dat zich al tijden terug bij jou had aangekondigd.’
Hoe bedoel je dat?
‘Het gaat erom dat er iets met de figuren gebeurt, wat we niet weten. Ze worden aan zichzelf overgelaten. Wij willen de figuren altijd iets afdwingen. Dat moet men misschien maar eens onderdrukken, opdat de figuren zichzelf neutraliseren.’
Tot je mannenfiguren behoren onder anderen de dictators Hitler, Stalin, Mussolini, toneelspelers als Sean Connery, Klaus Kinski, fictieve karakters als Toecutter, Conan de Barbaar en figuren uit sagen. Wat verbindt deze mannen?
‘Deze personages definiëren hun eigen wetten. Ze hebben noch een in- noch een uitgang. Het zijn prototypen, pretirannen, voorposten en ze zijn geschiedenisloos. Deze figuren zijn grafstenen, hermetische staatgeboortes.’
Hoe ga je straks in Nederland om met beelden, citaten en namen die aan het nationaalsocialisme herinneren?
‘Kunst heeft haar eigen wil, is haar eigen citaat, eigen beeld, eigen ideologie, eigen politiek, eigen strijd. Ik houd me daar volledig buiten. Wat gebeuren zal, zal gebeuren. Kunst maken gaat voor mij over verlegenheid, naïviteit, schaamte en totale hulpeloosheid. Kunst is een ontbindingsproduct van onze verlangens, zonder die te vervullen. De kunstenaar is nooit vrij, de kunst is vrij, dat volstaat.’
Wat ga je in De Hallen tonen?
‘In Haarlem begint een avontuur. Het zal een samenwerking zijn met Jörg Immendorff, waar ook iets gemeenschappelijks uit zal ontstaan. Ik ben zeer benieuwd en ook wel zenuwachtig. We zullen alles geven.’
Je hebt al eens eerder in dezelfde tentoonstelling als Immendorff gestaan, jullie hebben dezelfde galerie, je hebt met Jörg Immendorff en Daniel Richter een gesprek over kunst en maatschappij gevoerd dat in Duitsland als boek verschenen is. Wat zijn de raakvlakken?
‘Zonder aanmatigend te willen klinken: we geven allebei altijd alles. We houden allebei ons hoofd uit de rijdende trein – hij nog extremer dan ik. Ik heb totaal respect voor hem. Hij is iemand die niet zo nodig hoeft te nemen, als hij iets geeft. Bij hem is alles altijd geven. Dat vind ik fantastisch.’
Hoe is het samen te werken met iemand die je vader had kunnen zijn?
‘Ik vind het prachtig iets met oudere mensen te doen. Mijn moeder bijvoorbeeld is 75 jaar en open als een jong mens die de wereld wil veroveren. Ik ben haar oneindig dankbaar, als ik geschiedenis zie met rimpels maar waarvan de ogen fonkelen als diamanten. Daar gaat het nog om iets, daar is nog agressie en visie in het spel. Radicaliteit is mijn lievelingswoord. Ook bij Jörg Immendorff is er dit fonkelen in de strijd. Net zo goed als bij Albert Oehlen, Daniel Richter, Tim Berresheim, Erwin Kneishl, Rolf Windorf, Frank Castorf en Tal R, met wie ik ook heb samengewerkt. Dan kan men gerust het werk eens verdelen over meerdere schouders.’
Met Albert Oehlen heb je een serie van gemeenschapsbeelden gemaakt. Gaat dat ook in Haarlem gebeuren?
‘Het zullen vermoedelijk sculpturen zijn. Alles is open. Het kunnen ook teksten zijn, maar het gaat in ieder geval over revolutionair denken. Het is voor mij een grote eer iets samen met Immendorff te maken. Dat maakt mijn hoofd weer vrij.’
Jonathan Meese / Jörg ImmendorffDe Hallen, Haarlem
Jonathan Meese / Jörg ImmendorffDe Hallen, Haarlem
17 december 2005 tot en met 26 februari 2006
17 december 2005 tot en met 26 februari 2006
Claudia Wahjudi





