metropolis m

Rossella Biscotti
Een voorkeur voor sleutelmomenten

Bij haar research schiet iedereen haar te hulp, van schoonmakers tot ooggetuigen. Waardoor de Italiaanse, in Nederland woonachtige kunstenaar Rossella Biscotti er als een ware detective in slaagt onopgemerkte details uit soms zeer beladen geschiedenissen naar boven te halen. Ze vertaalt haar bevindingen in imponerende en tegelijk geserreerde kunst.

De Italiaanse Rossella Biscotti is, om maar meteen ter zake te komen, een verbazingwekkend consciëntieus kunstenaar. Haar projecten, in de vorm van films, fotografie, posters, geluidsfragmenten en performances, gaan uit van complexe onderzoeken naar vaak beslissende, maar soms ook volkomen vergeten of onbekende (historische) gebeurtenissen, of naar de mensen die een rol hebben gespeeld bij omslagmomenten, zowel op politiek als sociaal vlak.

Op dOCUMENTA (13) was van haar Il processo (The Trial, 2010-2012) te zien, dat ze voor het eerst presenteerde op de Rijksakademie. Zij geeft daarin door middel van gesproken verslagen van rechtszittingen en getuigenverklaringen, sculpturen en een performance een beeld van de beruchte ‘7 april-processen’ uit 1983 en 1984, waar Italiaanse intellectuelen (onder wie Paolo Virno en Antonio Negri, leden van de linkse beweging Autonomia Operaia) terecht stonden op beschuldiging van actieve betrokkenheid bij terreuracties van de Rode Brigades.

Belangrijk element van dit werk is dat het zich richt op de plaats van de processen, het gebouw van de schermacademie (Accademia della Scherma) in Rome. Het is onderdeel van een sportcomplex uit de jaren dertig en een voorbeeld van fascistische architectuur. In 1981 werd het omgebouwd tot een zwaarbeveiligde rechtbank. Biscotti geeft het gebouw een aanwezigheid in haar werk in de vorm van afgietsels, die ze heeft gemaakt van betonnen elementen in het gebouw zelf. De essentie van plaats is te vinden in de plaatsing van het werk: Biscotti neemt historisch materiaal dat ze heeft opgedoken als uitgangspunt, maar werkt die feiten om tot nieuw materiaal.

Maxine Kopsa

Hoe wordt jouw belangstelling voor een bepaald onderwerp gewekt? Je lijkt op zoek te zijn naar sleutelmomenten of -personen, of naar vernieuwingen. Moet er een verband te leggen zijn met het hier en nu, met de tijd waarin wij leven?

Rossella Biscotti

‘Ik ben zeker gefascineerd door mensen die een aanzet hebben gegeven tot of een rol hebben gespeeld bij wat jij “sleutelmomenten” noemt, maar alleen als zij ook vandaag de dag nog relevantie hebben. Over het algemeen dompel ik mezelf helemaal onder in zo’n geschiedenis: die verhalen zijn niet alleen onderdeel van een collectief bewustzijn, maar raken mij ook persoonlijk.’

Maxine Kopsa

Het is verbazingwekkend hoe je het voor elkaar krijgt om aan dat vertrouwelijke materiaal te komen. Dat lukte je al toen je toegang wist te krijgen tot originele overheidsdocumenten met betrekking tot de Tsjernobyl-ramp tijdens je onderzoek naar de Russische filmmaker Vladimir Sjevtsjenko (The Sun Shines in Kiev, 2006). Voor je werk La cinematografia e’ l’arma piu’ forte (2004-2007) wist je Italiaanse bioscopen ertoe te bewegen dat je Mussolini’s uitspraak ‘De cinema is het machtigste wapen’ voorafgaand aan het hoofdprogramma op het doek mocht vertonen (een duidelijke verbinding tussen het bewind van Mussolini en dat van Berlusconi). Je bent erin geslaagd de echte Donnie Brasco (Joseph Pistone) te spreken te krijgen voor The Undercover Man (2008) en je hebt de grote bronzen hoofden van Mussolini en koning Victor Emanuel III kunnen vinden en tentoonstellen. Ze zijn ooit gemaakt voor de Wereldtentoonstelling van 1942 maar nooit te zien geweest (Le teste in oggetto – The Heads in Question, 2009).

Rossella Biscotti

‘Elk werk, wat voor vorm het ook in de uiteindelijke presentatie krijgt, ontstaat via een documentaire benadering. Het verzamelen van vertrouwelijk materiaal, films en documenten en het voeren van gesprekken komt voort uit mijn werkwijze bij documentairefilms. Die dwingt mij tot grondig archiefonderzoek en ook tot een actieve opstelling die je vaker onder journalisten dan onder historici ziet, waarbij ik probeer zoveel mogelijk de bureaucratie te omzeilen en direct met mensen in contact te komen. Zo bouw ik een netwerk op van mensen die interesse hebben in het onderwerp en later de verkregen informatie ook zelf kunnen gebruiken, wat overigens wel de nodige risico’s inhoudt.
Ik moet zeggen dat ik alleen in het begin van mijn onderzoekswerk het officiële overheidspad volg, en dat altijd met een zekere ironie. Ik heb er bijvoorbeeld plezier in om te leren hoe je bij de FBI papieren kunt opvragen en vervolgens een overzicht te maken van alles wat er dan tussen ons over en weer wordt gestuurd, compleet met zegels, formaliteiten en enorme vertragingen. Maar tegelijkertijd kan het gebeuren dat ik diezelfde informatie via het informele circuit betrek. Toen ik aan het project The Undercover Man werkte, kon ik dezelfde documenten naast elkaar leggen: die van de FBI, die gecensureerd waren, en de exemplaren die ik van een advocaat had gekregen, waar alle informatie nog gewoon in stond.
Zo zitten er aan elk project veel leuke verhalen vast. Neem mijn eerste ontmoeting met “Donnie Brasco” in een herentoilet, of het feit dat ik een kunstenaar die ik in Moskou kende met geld naar het Rode Plein stuurde om daar van een “distributeur” een cassette met een film van Sjevtsjenko te kopen. Of dat ik wekenlang afgietsels heb staan maken van alle betonnen beelden in de zwaarbeveiligde rechtbank in Rome zonder dat ik toestemming had van het tribunaal. Later heb ik voormalige aangeklaagden en andere mensen bij elkaar weten te krijgen voor een performance dankzij een schoonmaakster die vertrouwen in me had en die me ’s ochtends de sleutels van het gebouw gaf en me met ze in contact bracht. Dat draagt natuurlijk een zeker risico met zich mee, zoals het mislukken van het project of zelfs gerechtelijke vervolging, maar er zijn altijd mensen die me helpen of in bescherming nemen. Kunst opent allerlei deuren. Mensen associëren een kunstenaar nog altijd met een bepaalde vrijheid en ze reageren anders op je dan op iemand van de krant of de tv. Als ik luister of mijn informatie selecteer, doe ik dat zonder een oordeel te vellen, en dat is van groot belang als je persoonlijke verhalen wilt horen.’

Maxine Kopsa

Al die ‘onthullingen’ zijn erg bijzonder, niet alleen omdat ze aantrekkelijk zijn, maar er zit ook een altruïstische kant aan. Je zou kunnen zeggen dat je een goede daad verricht door ze in de openbaarheid te brengen. Ervaar jij dat ook zo, dat je het doet om goed te doen?

Rossella Biscotti

‘Ik heb niet het idee dat ik een goede daad verricht als ik iets aan het licht breng dat eerst verborgen was. Veel informatie is trouwens al aanwezig. Dingen worden bekend of toegankelijk gemaakt via openbare kanalen zoals internet of omdat mensen ervan op de hoogte zijn. Ik probeer informatie te verzamelen, te vergelijken, af te tasten, te laten rondgaan binnen een bepaalde kring van mensen die ik er dan specifieke vragen over stel, verbindingen te leggen met de wereld van nu, en uiteindelijk maak ik er een nieuw verhaal van, dat na al die stappen dus heel precies tot stand komt. Al wil dat niet zeggen dat die vertelling de waarheid is.’

Maxine Kopsa

Wat bedoel je daar precies mee? Je praat met echte mensen, verzamelt echte informatie… Waarom zou dat uiteindelijke verhaal niet waar zijn?

Rossella Biscotti

‘Ik kan je verzekeren dat het op zich waar is, ik ben er tenslotte getuige van. Maar er zit een veranderlijkheid in die afhangt van onze actuele interpretatie van het kunstwerk. Wat ik bedoel is dat het geen vast gegeven is. Er zijn werken die pas na bepaalde gebeurtenissen een zekere betekenis krijgen, of een zekere betekenis voor een bepaalde groep mensen met een gezamenlijke cultureel-politieke identiteit. Daarom verander ik soms dingen aan mijn installaties of verander ik ze helemaal, al naar gelang de ruimte waarin ze komen te staan of het publiek dat erop af zal komen.’

Maxine Kopsa

Paolo Virno zei over de kunst van de twintigste eeuw, en in het bijzonder over avant-gardepoëzie, omdat hij daar het meeste van weet: ‘Zij toont de ontoereikendheid van de oude maatstaven en suggereert op vormelijk vlak en via het vormelijke werk van de poëzie nieuwe beoordelingscriteria voor onze cognitieve en affectieve ervaring. Dit is een punt dat de artistieke avant-garde dicht bij de radicale sociale beweging heeft gebracht en in die zin bestaat er tussen de twee een soort broederschap: ze willen duidelijk maken dat de oude meetstandaarden niet meer gelden en zoeken naar wat nieuwe criteria kunnen zijn.’1 Ervaar jij ook een gevoel van broederschap met een bepaalde politieke of sociale beweging?

Rossella Biscotti

‘Ik geloof absoluut in de volledige onafhankelijkheid van kunst ten opzichte van politieke of sociale bewegingen, al denk ik wel dat er uitwisselingen kunnen bestaan van kennis of krachtige momenten van creativiteit en actie. Ikzelf ben opgegroeid in anarchistische kringen. Dit waren losse groeperingen die ontstonden na het uiteenvallen van de Italiaanse Anarchistische Federatie, die in de jaren negentig maatschappelijke kwesties op lokaal niveau probeerden aan te pakken door zich hard te maken voor gratis onderwijs en arbeidsrechten, aandacht te vragen voor de problematiek in de buitenwijken en, met name in het zuiden van Italië, oplossingen te zoeken voor de toenemende immigratie.
Op het moment kijk ik met veel belangstelling naar nieuwe bewegingen die in Italië in opkomst zijn, vooral in de film- en theaterwereld, onder kunstenaars en intellectuelen, in reactie op het armoedige cultuurbeleid van de huidige regering. Zij zetten nu geheel zelfstandig projecten op en hebben de leiding overgenomen van belangrijke theaters in Rome (Teatro Valle), Venetië (Teatro Marinoni) en Palermo (Teatro Garibaldi) en van tentoonstellingsruimtes in Milaan (MACAO) en Venetië (SALE DOCKS). Ook experimenteren ze met nieuwe organisatievormen in het culturele domein.’

Maxine Kopsa

Beschouw je jezelf als onderdeel daarvan?

Rossella Biscotti

‘Ik verkeer in de bevoorrechte situatie dat ik als kunstenaar werk. Het is iets waarvoor ik kies en waarvoor ik wil vechten. Ik hoop dat het kunstenaarschap nooit een reguliere baan zal worden, voor niemand. Ik zou willen dat iedereen zelf kan beslissen wat hij wil doen of hoe hij wil leven. Maar zolang mensen geen keuze en geen rechten hebben, is het een heel ander verhaal. Ik ben geen lid van een beweging als zodanig. Ik vind dat bewegingen en de politiek zich meer op lokaal niveau moeten manifesteren en zich op specifieke kwesties moeten richten.’

Maxine Kopsa

Er is al het een en ander gezegd over het verband tussen je sculpturen en je onderzoeksthema’s. Het klinkt misschien wat ouderwets, maar ik wil toch kort ingaan op de eigenlijke ‘vorm der dingen en hun betekenis’. Laat ik even advocaat van de duivel spelen: als ik kijk naar de mate van abstractie van jouw objecten en sculpturen, is het domein van de scheppende kunsten dan wel effectief voor je verhalen? Ik bedoel, twijfel je er weleens aan of die ‘dingen’ het gewicht van het te vertellen verhaal wel kunnen dragen?

Rossella Biscotti

‘We zijn in staat om die “dingen” tot ons te laten spreken. De zogeheten auteursfilms, zoals die van Michelangelo Antonioni, daar zag je vroeger de een na de ander van in de bioscoop. Waarom kon iemand in de jaren zeventig wel een film van Antonioni begrijpen en nu niet meer?’

Maxine Kopsa

Toch vraag ik me af of de materiële vertalingen in je werk misschien niet het onmogelijke proberen te doen. Ik denk hierbij aan je wandeling over de voormalige muur van het concentratiekamp in Bolzano (Everything is somehow related to everything else, yet the whole is terrifyingly unstable, 2008) en aan de sculpturen in After four rotations of A, B will make one revolution (2010), waarvoor je bestaande beelden van socialistische kopstukken hebt ‘omgezet’ in abstracte, minimalistische beelden van hetzelfde gewicht, alsof je ze hebt willen terugbrengen tot hun essentie maar toch hebt vastgehouden aan het materiaal en de titels. De objecten worden nooit simpele afbeeldingen, maar ze komen ook nooit los van hun bron.

Rossella Biscotti

‘Ik heb de laatste tijd aan een lezing gewerkt waarin ik probeer te analyseren hoe de toeschouwer Il processo ervaart, dat dit jaar te zien was op dOCUMENTA (13) en in mijn tentoonstelling in De Vleeshal in Middelburg. Hoe ontvouwt het verhaal zich door de plaatsing van de objecten in de tentoonstellingsruimte? En hoe brengen ruimte en werk samen een bepaalde ervaring tot stand? Ik heb in Kassel uren gekeken hoe mensen rondliepen door het werk en heb foto’s van hen genomen. Voor mij is er een groot onderscheid tussen het tonen van één enkel ding, bijvoorbeeld Yellow Movie (2010) in het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat een persoonlijke wisselwerking aangaat met elke individuele bezoeker, en installaties waarin het verhaal opgebouwd wordt vanuit de relatie tussen de verschillende onderdelen en de tentoonstellingsruimte.
Voor Il processo in Kassel heb ik me bijvoorbeeld beziggehouden met de bewegingen van de bezoekers door de ruimte (er waren vijf deuren) in relatie tot de presentatie van de sculpturen (betonnen afgietsels van beelden uit de zwaarbeveiligde rechtbank) en de mogelijkheid om een soort plein te creëren, een soort publieke ruimte. Dat was mijn voornaamste opzet: ik wilde me losmaken, weg van de beperkingen van de rechtbank (en soms ook van onze geïnstitutionaliseerde kunstomgevingen) op zoek naar de “vrijheid” die in de teksten van de aangeklaagden werd bepleit, woorden die via luidsprekers te horen waren en die in de performance vertaald werden. De performance met die simultane vertaling activeerde die functie van de ruimte, waardoor de bezoekersstroom tot stilstand kwam en men in een kring rond de aanwezige simultaanvertaler ging staan om te kunnen luisteren. Ook gingen mensen tussen de sculpturen op de grond zitten en werden zo actief onderdeel van het werk.’

Maxine Kopsa

Het gebeurt in het samenspel tussen de objecten en de toeschouwer?

Rossella Biscotti

‘Absoluut. Voor mij heeft het publiek een even grote invloed en functie als de sculpturen. In mijn installaties en films heeft het publiek een actieve functie.’

Maxine Kopsa is redacteur van Metropolis M

Maxine Kopsa is redacteur van Metropolis M

1. ‘De onmaat van de kunst. Interview met Paolo Virno’, in: Open nr. 17, NAi Uitgevers/SKOR, 2009. Zie ook: http://classic.skor.nl/article-4178-nl.html?lang=nl

1. ‘De onmaat van de kunst. Interview met Paolo Virno’, in: Open nr. 17, NAi Uitgevers/SKOR, 2009. Zie ook: http://classic.skor.nl/article-4178-nl.html?lang=nl

Maxine Kopsa

Recente artikelen