metropolis m

The Unbearable Limit of the Exhibition Space
Lorenzo Benedetti’s programma in de Vleeshal (2008–2014)

Met de recente benoeming van Lorenzo Benedetti (Rome, 1972) tot artistiek leider van de Appel arts centre komt er een einde aan zijn zesjarige periode als curator en directeur van De Vleeshal in Middelburg. Zijn grootste verdienste is, althans voor het grote publiek, de tentoonstelling Room with Broken Sentence met Mark Manders tijdens de Biënnale van Venetië in 2013. De tentoonstelling werd buiten de muren van De Vleeshal gepresenteerd, maar verhield zich zowel qua vorm als inhoud duidelijk tot het programma in Middelburg.

Benedetti’s beleid in Middelburg stond in het teken van verstilling en reflectie, en in mindere mate van artistiek experiment. Visuele overstimulatie, drukte en geweld kwamen er afgelopen jaren niet voor; sculpturale installaties van een complexe eenvoud des te meer. Benedetti bood afgelopen jaren een klassieke auteursvisie, van de curator-als-auteur. Niet een van het dominante soort, dat zijn of haar kunstenaars overschaduwt, maar van het type dat gedegen kunsthistorische kaders biedt en de concepten laat balanceren tussen het visuele, het cerebrale en de positie van de beschouwer in relatie tot het werk.

Een eerste belangrijke pijler bij het beoordelen van Benedetti’s programma van afgelopen jaren is de specifieke aard van het gebouw. De Vleeshal, het voormalige stadhuis aan de markt van Middelburg, biedt al ruim drie decennia ruimte aan hedendaagse kunst, en wordt gekenmerkt door de gotische architectuur – een imposant ribgewelf, geblokte natuurstenen vloeren, glas-in-loodramen, nissen, en enkele resterende beelden van Zeeuwse graven en gravinnen. Begin 1999 werd daaraan op initiatief van de toenmalige directeur Lex ter Braak de nabijgelegen locatie De Kabinetten van De Vleeshal toegevoegd. Tussen de twee locaties bestaat een enorm sfeerverschil: de karaktervolle en imponerende Vleeshal tegenover de neutrale, generieke, white cube-achtige Kabinetten.

Waar lang geleden De Vleeshal nog wel eens van schotten werd voorzien om zo het oeuvre van een schilder te kunnen presenteren, is onder Benedetti spaarzaam geïntervenieerd in de ruimte. Tijdelijke wanden, staketsels en andere additionele ondersteuningsstructuren waren inherent onderdeel van het gepresenteerde werk, of afwezig. De door Benedetti gekozen kunstenaars maakten het karakter van de ruimte bepalend bij de totstandkoming van de presentaties.

Benedetti is een groot aantal samenwerkingen aangegaan met kunstenaars die contextspecifieke installaties ontwikkelden. De tentoonstelling The Sound of Distance van Katinka Bock uit 2009 verbond bijvoorbeeld de binnen- en buitenruimte met elkaar door de weersomstandigheden onderdeel te laten uitmaken van de presentatie, en sculpturen de omvang en schaal van de ruimte te laten bemeten. Zo probeerde de tentoonstelling het ‘landschap van De Vleeshal’ opnieuw te lezen.

Landschap was vanaf het begin een belangrijk zwaartepunt in Benedetti’s beleid. Het varieerde van een wandeling door het Zeeuwse landschap met kunstenaar Marinus van Dijke, Mandla Reuters’ geografische verplaatsing van een stuk grond uit Los Angeles, tot het medialandschap van Rob Johannesma. Opvallend is dat in Benedetti’s tentoonstellingen in geen geval is ingezet op een eenduidige of letterlijke lezing; het landschap werd nooit eendimensionaal. Eerder leek hij ons te wijzen op de potentie van de artistieke praktijk om gelaagdheid en extra dimensionaliteit te genereren aan de hand van metaforen, literaire en poëtische wendingen. Het landschap werd ingezet als vertrekpunt voor een verkenning of herontdekking van ervaringen, een middel om fictie en realiteit te vermengen, als sociaal assemblage, of om het weefsel van het dagelijks leven van een subjectieve invalshoek te voorzien.

Een tweede zwaartepunt in zijn beleid was geluid. Benedetti, tevens oprichter van The Sound Art Museum (2005) – in essentie een archief van geluidswerken, heeft in De Vleeshal meermaals gepoogd een vertaalslag te maken tussen het visuele en het auditieve. In de tentoonstellingen Innere Stimme van Olaf Nicolai uit 2010, Orbitor van Mark Bain uit 2010, of meer recentelijk (eidolon) 3 illustrations for voice van Dario D’Aronco (2013), zagen we dat in bijna iedere presentatie de ruimte overstegen werd. Het getoonde materiaal en de visuele handvatten die aan de bezoeker geboden werden, vormden slechts een opstapje of een klankbord voor een specifieke, toegewijde ruimte die zich maar weinig van de architectuur aantrok. In het geval van Olaf Nicolai verviel het visuele component zelfs vrijwel in zijn geheel, en bleven alleen het geluid en de partituur over.

Het grootste deel van Benedetti’s agenda bestond uit solotentoonstellingen, van Koenraad Dedobbeleer, Ida Ekblad, Benoit Maire, en anderen. Daarnaast sprongen twee overzichtstentoonstellingen in het oog: het tweeluik Autumn of Modernism (2012) en The Moon Has a Complicated Geography (2013). Beide presentaties toonden werk van Nederlandse kunstenaars als Falke Pisano, Bas van den Hurk, Remco Torenbosch en Gerlach en Koop, dat nog niet eerder bijeengebracht was. Deze bloemlezingen maakten de balans op van de ontwikkelingen binnen de Nederlandse kunst vanuit een specifiek neomodernistisch en maatschappijkritisch perspectief. Daarbij werd toegespitst op artistiek onderzoek naar historische bronnen en condities uit het verleden, om aan de hand daarvan iets over het heden te zeggen. Kenmerkend aan deze temporele ommetjes was dat ze in principe op vrij coherente wijze vorm gaven aan een scala van uiteenlopende posities.

Uiteindelijk is het de vraag in hoeverre deze lichte en vliedende vorm van programmeren heeft weten te beklijven bij de van oorsprong nuchtere Zeeuwen. Het lokale aspect lijkt irrelevant voor de functie die De Vleeshal vervulde onder Benedetti. Hij heeft zich vooral gericht op het behartigen van nationale en internationale artistieke praktijken en posities, in de wetenschap dat het Vlaamse, internationaal gelouterde cultuurland op minder dan een uur rijden ligt. Binnen dit kader heeft Benedetti een stijlvast en consistent programma afgeleverd, met veel oog voor artistieke metaforen, en meerdere niveaus van abstractie en reflectie. Men zou kunnen stellen dat het programma ietwat behoudend en niet bijzonder avontuurlijk is geweest, maar tegelijkertijd heeft Benedetti zich niet zichtbaar geconformeerd aan lokale politiek of ingespeeld op de huidige populistische tendens van interactie en vervlakking ter wille van de toegankelijkheid. Wat dat betreft valt zijn beleidsperiode te zien als rijk en inhoudelijk, en heeft zijn curatorschap De Vleeshal verder weten te positioneren als belangwekkend instituut. Het schept verwachtingen voor zijn beleid in De Appel.

Niekolaas Johannes Lekkerkerk

Recente artikelen