metropolis m

Laure Prouvost, Landed Here To Sea You With All Our Very Breasts, 2023, brons en mixed media, 288 x 825 x 1121 cm, courtesy Lisson Gallery Londen.

Een comeback kun je het niet noemen, maar toch is de opmars van de octopus in de hedendaagse kunst opmerkelijk. Het vreemde wezen, met zijn vele tentakels, was al eeuwen een geliefd motief in de kunst, maar het duikt de laatste jaren wel heel erg vaak op. Meest opvallend is misschien wel de imagoverandering die het heeft ondergaan. Diende de octopus lang de verbeelding van gevoelens van angst, recentelijk verschijnt hij als een bijzonder intelligente en sensitieve boodschapper van liefde, die de mens iets kan vertellen over diens omgang met de natuur. Aan de hand van onder anderen Emma Talbot, Laure Prouvost en Ellen Gallagher probeert Myrthe Meester te begrijpen wat de octopus tot zo’n aantrekkelijk wezen maakt.

De octopus is een vreemd, slijmerig oerwezen dat al op aarde leefde vóór de dinosauriërs. Hoe lang je ook naar hem kijkt, je krijgt maar geen grip op zijn hyperflexibele, botloze lichaam, dat continu van vorm verandert en van kleur verschiet. Maar het meest mysterieus is zijn gedecentraliseerde brein, dat voor tweederde in zijn tentakels zit. Het dier denkt mede met zijn armen, die relatief zelfstandig kunnen handelen, als slangachtige wezentjes die alle kanten op bewegen.

Al eeuwen prikkelt deze vreemde, haast buitenaardse anatomie de verbeelding van kunstenaars. Lange tijd was de octopus vooral een projectiescherm voor diepe angsten en duistere fantasieën. Zo verschijnt hij in achttiende- en negentiende-eeuwse prenten vaak als gevaarlijke kraak, een mythisch monster dat schepen belaagt, en in de tekening La pieuvre (1900) van Félicien Rops als seksueel roofdier met fallusachtige tentakels.

Maar sinds biologen hebben ontdekt dat de octopus toch meer op ons lijkt dan we dachten, verandert ons perspectief op het dier. Net als mensen en andere hoogontwikkelde zoogdiersoorten blijkt de octopus in staat tot leren, improviseren, spelen, dromen en gereedschappen hanteren. Populaire documentaires zoals My Octopus Teacher (2020) en Secrets of the Octopus (2024) laten zien dat het mogelijk is om als mens een band met een octopus op te bouwen, beginnend met een voorzichtige betasting van tentakel en hand, en uitmondend in een gezamenlijk stukje zwemmen of jagen. In sommige gevallen lijkt er zelfs sprake van ware liefde, wederzijds.

Deze nieuwe, genuanceerde visie op de octopus, waarin verwondering en verwantschap hand in hand gaan, heeft ook zijn weg gevonden naar de hedendaagse kunst. Kunstenaars als Emma Talbot, Laure Prouvost en Ellen Gallagher omarmen het weekdier om verborgen dimensies in onszelf te onderzoeken, zoals onze ecologische verstrengeling met andere levensvormen, onze lichamelijke wijsheid en onze evolutionaire oorsprong in de oceaan. In tegenstelling tot hun historische collega’s, die de octopus tot radicale Ander reduceerden, gebruiken zij hem juist als spiegel en voorbeeld voor de mens.

Tentaculair denken

Ook in het verleden was er al een kunstenaar die zijn liefde voor de octopus bezong: de Japanse Katsushika Hokusai, wiens iconische houtsnede De droom van de vissersvrouw (1814) in onze tijd wordt gevierd als krachtige verbeelding van vrouwelijk genot. In de prent wordt een jonge oesterduikster uitzinnig verwend door een tweetal octopussen. Eén tentakel eindigt als een tongzoen in haar mond, een andere klemt zich om haar linkertepel, en weer een andere glijdt richting haar schaamstreek, waar de grootste octopus van het tweetal aan haar vulva zuigt. ‘Aaah! Ja… daar! Daaaaar!’, kreunt de vrouw volgens de gekalligrafeerde tekst op de achtergrond.

De invloed van deze erotische, vrouwvriendelijke octopusfantasie is duidelijk zichtbaar bij veel hedendaagse vrouwelijke makers, zoals Penny Siopis in haar schilderij Ambush (2008) en Manon Uphoff in haar verhalenbundel Ziel, kom terug (2024), waarin een hedendaagse kunsthistorica in de armen van een octopusminnaar belandt. Ook de Britse Emma Talbot borduurt met haar aquarel Dreams of the Future Involve Submerged Things (2019) losjes voort op Hokusai: een vrouw en een octopus bedrijven de liefde, waarbij een van zijn tentakels in haar vagina eindigt en een andere haar clitoris prikkelt. Maar Talbot gaat nog een stap verder, van seksuele intimiteit naar ecologische symbiose. In haar werk lijkt het namelijk wel alsof de vrouw, die in totaal zeven armen en benen heeft, zélf in een octopus verandert. Hun harten en tentakels zijn dwars door elkaar heen geschilderd, wat de indruk versterkt dat ze één en hetzelfde kronkelige wezen vormen, omringd door de golven van de oceaan.

De titel Dreams of the Future Involve Submerged Things roept een visioen op van een gedroomde toekomst waarin alle levensvormen innig met elkaar en hun omgeving verstrengeld zijn. Binnen de hedendaagse filosofie wordt deze visie krachtig verwoord door Donna Haraway, een feministische denker en bioloog die zich verzet tegen de antropocentrische opvatting dat mensen afgebakende individuen zijn, superieur aan planten en dieren. Als alternatief introduceert Haraway een ecologische, niet-hiërarchische filosofie die ze ‘tentaculair denken’ noemt, geïnspireerd door ‘tentakelwezens’ zoals octopussen, spinnen, planten en fungi. Omdat deze wezens met hun vele tentakels, webben, wortels en schimmeldraden permanent uitreiken naar hun omgeving, symboliseren ze voor Haraway de onderlinge verstrengeling van al het leven op aarde. Niemand kan zonder de Ander, stelt ze: we worden allemaal geboren uit een ander levend wezen, nemen zuurstof en voedingsstoffen in ons op, zoeken beschutting bij elkaar en helpen, beminnen en bestrijden elkaar. Leven is, kortom, een relationeel, symbiotisch wordingsproces, door Haraway ‘becoming-with’ genoemd. In tijden van klimaatverandering en uitputting van de aarde is het cruciaal om hierbij stil te staan. En dat is precies wat de vrouw in Talbots aquarel laat zien: ze geeft zich volledig aan haar tentaculaire bewustzijn over, bevrijdt zich van haar gevoel van menselijke superioriteit en begint daardoor steeds meer op een octopus te lijken, ontvankelijk reikend naar al het andere dat haar omringt.

Emma Talbot, Dreams of the Future Involve Submerged Things, 2019, waterverf op Khadi papier, 24 x 30 cm, courtesy galerie Onrust.

Lichamelijke wijsheid

In die lijn van denken laat Laure Prouvost zien hoe alle mensen als tastende tentakelwezens geboren worden. Elke baby en peuter onderzoekt de wereld met zijn graaiende vingertjes en zuigende mondjes alsof het tentakels en zuignappen zijn. ‘De octopus is in ieder van ons,’ aldus Prouvost in een interview over haar installatie in het Franse paviljoen op de Biënnale van Venetië in 2019. Maar als we volwassen worden, neemt ons centrale brein het over: we raken vervreemd van de spontane, intuïtieve wijsheid van ons lichaam, die – als een psychologische Ander – wordt verdrongen naar de diepten van ons onderbewuste. ‘De octopus representeert de dierlijke en fysieke connectie die we zijn kwijtgeraakt,’ betoogt ze.

Pas toen Prouvost moeder werd, herontdekte ze de octopus in zichzelf. Vooral in haar borsten, die net als octopustentakels begiftigd bleken met een eigen, zelfstandige intelligentie: zodra de baby huilde, wisten ze meteen wat te doen en schoten ze vol melk. Veel van haar werk speelt met deze verwantschap tussen vrouwenborsten en octopusarmen. Zo vormt haar glazen fontein This Means (2019) een hybride van vrouw en octopus met twee roze, water spuitende borsten als hoofd en daaronder een lichaam van blauwe tentakels. In al zijn absurditeit toont dit gezichtloze, lekkende wezen dat het moederschap soms heel vervreemdend kan zijn, omdat het lichaam en diens ‘tentakels’ plotseling de leiding overnemen.

Haar schilderijenreeks The Octopus Body (2022-23) ademt vooral intimiteit en tederheid. In zachte pasteltinten schildert Prouvost de symbiotische relatie tussen moeder en kind, die allebei afwisselend als octopus worden verbeeld. Zo lijken de lichtblauwe tentakels in Softly Yours (2023), die een roze vrouwenborst betasten, wel wat op kinderhandjes die bij hun moeder ‘aankloppen’ voor melk. Here My Arms Will Renew (2022) toont juist de moeder als weekdier: met haar tentakelarmen wiegt ze haar baby, die uit haar zuignapachtige tepels drinkt. We Will Dis Arm You (2023) combineert beide perspectieven: sommige tentakels kronkelen als gulzige babyhandjes rond vier roze borsten, terwijl aan andere tentakels moederlijke tepels groeien. Moeder en baby zijn samengevloeid tot één tastend, voedend en zuigend organisme.

Ook in haar video Four For See Beauties (2022) roept Prouvost zo’n primair, oerachtig gevoel van symbiose op. In het rode licht van een Finse sauna, de plek waar Finse vrouwen van oudsher bevielen, zit een groepje naakte vrouwen met een baby, die ze teder strelen en liefdevol toezingen. Prouvost noemt hun handen, die helemaal opgaan in het voelen, ‘dierlijk’: de vrouwen laten duidelijk hun innerlijke octopus aan de oppervlakte komen. Dwars door dit ‘tentaculaire’ tafereel projecteert ze beelden van zeeleven, zoals passerende vissen, deinende zeesterren en kronkelende octopussen, die herinneren aan onze eigen oorsprong in het water. Niet alleen het vruchtwater van de moederbuik, maar ook, heel diep in onze evolutionaire geschiedenis, het zoute water van de oceaan, waar zo’n 3,8 miljard jaar geleden het eerste leven ontstond. In de verte zijn wij mensen dus daadwerkelijk aan de octopus verwant, al hebben we kunst of lichamelijke oerervaringen als het moederschap nodig om die ‘biologische herinnering’ te doen herleven.

Ellen Gallagher, Watery Ecstatic, 2003, waterverf, potlood, lak en papier op papier, 77 x 100 cm © Ellen Gallagher, courtesy de kunstenaar en Hauser & Wirth, foto Mike Bruce.

Verloren onschuld

De octopuskunst van Ellen Gallagher herinnert echter niet aan deze prehistorische idylle, maar aan een historische hel: het slavernijverleden. De Afro-Amerikaanse kunstenaar laat zien dat de oceaan vanuit een kritisch, postkoloniaal perspectief een beladen plek is die haar onschuld heeft verloren: geen bron van leven, maar een massagraf. Toch geeft Gallagher in haar serie Watery Ecstatic (2001 – heden) ook een alternatieve, afrofuturische wending aan deze gruwelijke geschiedenis. De serie gaat over de fictieve afstammelingen van zwangere Afrikaanse vrouwen die tijdens de trans-Atlantische overtocht door slavenhandelaren overboord zijn gegooid. Wat, zo oppert ze, als hun ongeboren kinderen niet overleden zijn, maar tijdens de overgang van baarmoeder naar oceaan in waterwezens zijn veranderd en daar hebben weten voort te leven?

Haar aquarel Watery Ecstatic uit 2005 toont een kwalachtig fantasiedier met roze en groene tentakeltjes. Pas als je goed kijkt, zie je dat de tentakels bezaaid zijn met minuscule zwarte vrouwengezichtjes. Is deze kwal een soort adoptiemoeder, die de afstammelingen van slaafgemaakten beschermend opneemt in haar eigen lichaam? In drie Watery Ecstatic-aquarellen uit 2003 is de kwal vervangen door een zachtroze octopus, die moederlijk over de zwarte vrouwenhoofdjes waakt alsof het haar eieren zijn. Weer een andere aquarel, Watery Ecstatic uit 2007, toont acht gemuteerde onderzeese vrouwen met kronkelende, onderling vervlochten tentakelkapsels, waarin een echo van hun octopusadoptiemoeder (en van kwallen en zeewier) zichtbaar is.

Met zulke beelden schept Gallagher een hoopvolle afrofuturistische mythe waarin anders-zijn geen bron van haat en discriminatie vormt, maar juist wordt gevierd en tot verrassende nieuwe relaties en levensvormen leidt. Daarmee transformeert ze de oceaan, ‘diezelfde oceaan die de laatste rustplaats vormt van honderdduizenden slaafgemaakte Afrikanen, tot een plek met een enorm potentieel, waar voormalige slaafgemaakten, aangepast en gemuteerd, een andersoortig leven leiden’, schrijft religiewetenschapper Justine M. Bakker.

Ondanks de onuitwisbare, macabere geschiedenis omarmt dus ook Gallagher het levengevende potentieel van de oceaan, dat ze niet situeert in ons evolutionaire verleden, maar in een hoopvol, emancipatoir toekomstvisioen. Het is de grote rol van de octopus daarin die haar werk met Talbot en Prouvost verbindt. Bij alledrie fungeert het weekdier als gids die ons het tentakelwezen in onszelf laat herontdekken, en daarmee het tentaculaire karakter van de wereld als geheel. De octopus blijkt een krachtig symbool voor de oerverstrengeling van al het leven, die we moeten respecteren om historische gruwelen een nieuwe wending te geven en een leefbare toekomst op aarde mogelijk te maken.

1 Justine M. Bakker, ‘Blue Black Ecstasy: Ellen Gallagher’s Watery Ecstatic, Oceanic Feeling, and Mysticism in the Flesh’ in Journal of the American Academy of Religion, Volume 91, Issue 2, juni 2023, p. 311

Myrthe Meester

is filosoof en publicist

Recente artikelen