metropolis m

Eva Waterbolk praat met artistiek-directeur Roos Gortzak, over het door haar flink onder handen genomen Groninger Museum, dat enkele weken terug een nieuw hoofdstuk uit zijn roemruchte geschiedenis inluidde met de opening van vier tentoonstellingen en de herinrichting van het gehele gebouw. Zij belooft om, anders dan haar directe voorgangers, het experiment terug te brengen naar het museum, in de geest van de oervaders van dit museum: Frans Haks en Alessandro Mendini. Hoe wil ze dat doen?

Een week na het groots opgezette openingsweekend in het Groninger Museum van het nieuwe artistieke hoofdstuk met onder meer vier nieuwe tentoonstellingen, een nieuwe grafische identiteit en nieuw geverfde muren in het museum, spreek ik met Roos Gortzak. Gortzak, sinds vorig jaar artistiek directeur van het museum, oogt daadkrachtig wanneer ik vraag hoe het met haar gaat. ‘Ik ben erg blij. Als je als team heel hard werkt en dan wordt beloond met zoveel positieve pers, is dat voor het hele museum een enorme opkikker.’

We kennen Gortzak van haar tien jaar als directeur van de Vleeshal in Middelburg. Ze zat daar goed; ze had net een groot budget binnengehaald waarmee ze haar plannen voor 2025-2028 kon uitvoeren. ‘Toen werd ik gebeld. Ik begreep eerst niet helemaal waarom het Groninger Museum mij benaderde, omdat ik al sinds 2000 met hedendaagse kunst bezig ben,’ zegt Gortzak. Toch wilde ze met een frisse blik kijken. Na een bezoek aan de tentoonstelling Groninger Museum 150 jaar – Behind the Scenes in 2024 besefte ze dat het museum niet alleen onder de gedurfde directeur Frans Haks (1978-1995), maar ook al eerder onder Jos de Gruyter (1955-1963), bezig was met de hedendaagse kunst en design van toen. Gortzak legt uit: “De Gruyter kocht werken van de avant-gardistische kunstenaarsgroep De Ploeg aan toen zij aan het begin van de kunstgeschiedenis stonden. Het wordt nu als moderne kunst gezien en binnenkort als oude kunst (ze lacht), maar het Groninger Museum programmeerde al sinds het begin van de twintigste eeuw dicht op de actualiteit.’ Dat sprak haar aan.

Iconisch gebouw

Daarnaast zag Gortzak veel potentie in het iconische postmodernistische gebouw uit 1994. Het museumeiland is in opdracht van Frans Haks ontworpen door Alessandro Mendini, in samenwerking met Philippe Starck, Michele de Lucci en Coop Himmelb(l)au. Via een brug is het museum verbonden met de stad, waarmee het zowel symbolisch als fysiek een brug slaat tussen Groningen en de wereld. Dat het gebouw collectief is vormgegeven door verschillende architectuurstemmen, inspireerde Gortzak. Ze zag grote mogelijkheden om het gebouw, de collectie en de geschiedenis van het museum te koppelen aan kunst van nu op lokaal en internationaal niveau, en deze te verbinden aan bredere maatschappelijke vragen van deze tijd.

Groninger Museum, Totempaal, foto Jenne Hoekstra
Groninger Museum, Foto Henry Verhorst

Gortzaks visie is vertaald naar een nieuw artistiek beleid dat rust op de hoofdthema’s collectiviteit, experiment en interdisciplinariteit, samengevat in het motto ‘Go Back to the Future’. Hiermee voert Gortzak een grote koerswijziging door. Het museum stapt af van het model van dure, extern ingekochte blockbusters van haar voorganger. Ze is ervan overtuigd dat het museum in een tijd waarin de relevantie van een museum niet langer een gegeven is een ‘instituut in beweging’ moet zijn. ‘Er bestaan geen universele toverformules meer om bezoekers te trekken. Hoe eigener je bent en dichter bij je collectie en het gebouw staat, hoe duidelijker je je kunt positioneren als museum en hoe meer je een divers en terugkerend publiek krijgt,’ aldus Gortzak.

Meer vrouwen

Ook wordt het concept van ‘degrowth’ gehanteerd, waarbij de focus verschuift van constant verzamelen en groeien naar vaker ‘ontzamelen’ en het zorgvuldig beheren van de bestaande collectie. Deze aanpak is gericht op zowel financiële duurzaamheid als het verminderen van de klimaatimpact van het collectiebeheer. Focus ligt daarnaast op het corrigeren van historische onderrepresentatie; slecht 2 procent van de werken in de collectie zijn van van mensen die zich als vrouw identificeren en gender non-conforme mensen. Dat percentage moet omhoog via nieuwe samenwerkingen en doelgerichte aankopen van hedendaagse kunstenaars. Door het museum te positioneren in het actuele maatschappelijke, sociaaleconomische en museale veld, steunt het museum meer op zijn eigen authentieke kracht, is het idee.

De vraag die Gortzak sinds haar aantreden vaak is gesteld, is of het Groninger Museum nu niet meer een museum voor hedendaagse kunst wordt. Ze is resoluut: ‘Nee. De eigenheid van het Groninger Museum schuilt in de collectie die we hebben en het gebouw dat we hebben. Dat is de basis.’ Op de vraag hoe dat concreet zichtbaar wordt, antwoordt ze: ‘We hebben het gebouw teruggebracht naar zijn oorspronkelijke identiteit. Een oude Mendini-balie is teruggeplaatst in de entreehal die een metamorfose heeft ondergaan, alle muren zijn weer in de originele Mendini-kleuren geschilderd en de totempaal op de brug is hersteld.’

Ook het weghalen van het glaskunstwerk Grand Stairwell Installation van Dale Chihuly uit de trapzaal is onderdeel van haar visie: ‘Alles in het ontwerp van het gebouw had een oorspronkelijke functie. De plek waar Chihuly hing was nooit bedoeld als plek voor een blijvend kunstwerk, maar als wisselende tentoonstellingsruimte waar kunstenaars kunnen experimenteren met de hoge ruimte en de meerdere perspectieven vanaf de trap.’ Hoewel het een moeilijke beslissing was, vindt Gortzak dat het gebouw zelf weer als kunstwerk moet fungeren en dat de dynamiek en oorspronkelijke functie van de ruimte belangrijker zijn dan het op deze plek behouden van het glaskunstwerk. Het wordt in langdurig bruikleen gegeven aan de Universiteitsbibliotheek, waar het in de trapzaal wordt geïnstalleerd, op 12 minuten loopafstand van het museum.

Moeder en dochter

In de trapzaal van het Groninger Museum hangen nu grote canvasschilderijen van Vivian Suter en kleine collages van haar moeder Elisabeth Wild. Zij woonden en werkten lange tijd naast elkaar in Panajachel, Guatemala, waarbij hun relatie verschoof: soms waren ze moeder en dochter, soms bijna als zussen, en soms leken de rollen omgedraaid. De werken gaan In Groningen een relatie aan met het gebouw en twee aansluitende tentoonstellingen: The Architect & The Housewife: Cleaning the House, Building the Future en Playing House.

De tentoonstelling toont zich ontvankelijk voor nieuwe perspectieven op machtsverhoudingen in zowel de kunstwereld als het dagelijks leven, maar kan ook gezien worden als een knipoog naar dat de noodzaak eens met de bezem door de collectie te gaan

Linden. Some Cleaning Contract
Adam Linder, Cleaning Performance, openingsdagen Groninger Museum,. 2026
Nicole Wermers, Reclining Female #2, 2022

The Architect & The Housewife, gecureerd door Gortzak en curator hedendaagse kunst Clare Molloy, reflecteert op de spanning tussen creatieve macht, arbeid en zorgtaken. Geïnspireerd door de gelijknamige publicatie van Frances Stark uit 1999, onderzoeken twintig internationale kunstenaars de vraag: wie krijgt de mogelijkheid om ‘het huis’ te ontwerpen en wie moet het verzorgen? Hun werk, waaronder enkele werken speciaal voor de gelegenheid gemaakt, wordt geëxposeerd in combinatie met kunst- en designobjecten uit de collectie. De tentoonstelling toont zich ontvankelijk voor nieuwe perspectieven op machtsverhoudingen in zowel de kunstwereld als het dagelijks leven, maar kan ook gezien worden als een knipoog naar dat de noodzaak eens met de bezem door de collectie te gaan.

Mercedes Azpilicueta, Groninger Museum, Playing House, Photo Siese Veenstra
Afra Eisma, Groninger Museum, Playing House, Photo Siese Veenstra

Playing House, gecureerd door curator hedendaagse kunst Judith Spijksma, is een kunstbiënnale die in nauwe samenwerking met kinderen en jongeren de kracht van verbeelding viert, en regels en patronen bevraagt. Gortzak: ‘Playing House gaat onder meer over welke rolmodellen je als kind krijgt voorgespiegeld, welke dromen je kunt hebben over wat je later kunt doen. Mede daarom hangen Suter en Wild in het trappenhuis en wordt er een verbinding gelegd tussen de twee tentoonstellingen, zowel Playing House op de begane grond, als The Architect & The Housewife op de twee daarboven liggende verdiepingen.’

Ani Schulze, The Convent of Pleasure - Episode 4: Harlequin’s Arrival, Video Still, 2026
Ani Schulze, The Convent of Pleasure - Episode 4: Harlequin’s Arrival, 2026, Groninger Museum. foto Siese Veenstra

Op meer plekken in het museum zie je deze verbindingswerken. Ook in het De Lucchi-paviljoen komt het gebouw, de collectie en hedendaagse kunst samen. Daar is de eerste editie te zien van de reeks Nieuw Licht, waarin hedendaagse kunstenaars worden uitgenodigd te regaeren op de collectie De Ploeg, zij het thematisch, materieel of stilistisch. Ani Schulze verbindt in deze editie haar doorlopende soapopera The Convent of Pleasure met het werk van Alida Pott, de eerste vrouw bij De Ploeg. Haar poppen en aquarellen benaderden identiteit als iets vloeibaars.

The Convent of Pleasure is gebaseerd op het toneelstuk van 1668 van Margaret Cavendish over een leefgemeenschap van vrouwen die niet willen trouwen en elkaar daarin vinden. In lijn met Pott stelt Schulze dat iemand niet alleen ‘vrouw’, ‘moeder’ of ‘kunstenaar’ is. Identiteit kan veranderen of uit verschillende rollen bestaan. In opdracht van het Groninger Museum filmde Schulze een nieuwe aflevering van haar soapopera in het museumgebouw waarbij ze de architectuur interpreteert als een ‘klooster van plezier’.

Matthew-Lutz-Kinoy en Natsuko Uchino, bord uit serie Keramikos, 2024
Groninger Museum, Keramikos, Photo Siese Veenstra

In het Starck-paviljoen is de tentoonstelling Keramikos Carrier Bag te zien, met de recente aankoop Keramikos 2 van Matthew Lutz-Kinoy en Natsuko Uchino. De meer dan 300 keramische serviesstukken en tafelkleden vanhet duo worden hier gecombineerd met keramiek en objecten uit de omvangrijke eigen keramiekcollectie van het museum, waar Japans exportporselein uit de VOC-periode deel van uitmaakt, maar ook een neolithisch figuurtje van gebakken klei. De titel van deze tentoonstelling die is samengesteld door Gortzak met gastcurator Nicolas Trembley verwijst naar The Carrier Bag Theory of Fiction (1988) van schrijver Ursula K. Le Guin, waarin zij stelt dat onze menselijke beschaving niet begon met een wapen, de speer, zoals de overlevering graag suggereert, maar het meer vrouwelijke model van de container, om voedsel in te verzamelen en bewaren.

Een laatste onderdeel van deze openingsmanifestatie is de breed uitgemeten grafische identiteit van het museum van Sabo Day, dat verwijst naar de iconische huisstijl van Swip Stolk, die werd geïntroduceerd bij het betrekken van het gebouw van Mendini op het museumeiland. Gortzak: ‘Je zet met je beleid een artistieke handtekening. We slaan een andere koers in, niet als breuk met het verleden, maar als continuering van ideeën uit de jaren twintig, vijftig en negentig.’ De nieuwe huisstijl is minimalistisch. Gortzak refereert hierbij aan Mendini, die zei: ‘Moge de kunst de toekomst regisseren.’

Door te denken vanuit het perspectief van het gebouw en de collectie die het huisvest, met oog, aandacht én een kritische blik op het verleden en de toekomst, slaat het Groninger Museum, met Gortzak en haar team aan het artistieke roer, een weg in die naar meer smaakt. De komende periode zal uitwijzen of dit pad ook aansluit bij een breed genoeg publiek.

Meer informatie over de tentoonstellingen, HIER

Eva Waterbolk

is docent en schrijver

Recente artikelen