Vormstudies
Vormstudies
Raphaël Zarka
Hij is meer ontdekker dan uitvinder. Raphaël Zarka noemt zich ‘verzamelaar van vormen’. Tot zijn alsmaar uitbreidende collectie horen foto’s van sculpturen uit de openbare ruimte waarop te skateboarden valt, maar hij heeft ook al een aardig assortiment rhombicuboctaëders.
De in Parijs woonachtige en werkzame Raphaël Zarka (1977) is een beeldhouwer wiens relatie met het driedimensionale niet beperkt blijft tot objecten, maar zich ook uitstrekt tot foto’s, beeldcomposities, films en beschouwingen. Deze ‘verzamelaar van vormen’, zoals hij zichzelf wel noemt, is zowel een archeoloog van de meetkunde als een theoreticus van de stedelijkheid. Zarka richt zich in wezen op de voortdurende verplaatsing van vaststaande vormen, op hoe één en dezelfde vorm op verschillende punten in de tijd en in diverse contexten gezien kan worden, en allerlei betekenissen en effecten kan hebben. Zarka is dan ook veel meer een ontdekker dan een uitvinder. Hij werkt binnen een specifieke, zelf geconstrueerde omgeving van invloeden en verwijzingen zoals het minimalisme, land-art uit de jaren zeventig, constructivistische beeldende kunst, de onorthodoxe kunsthistorische theorieën van Aby Warburg, de sociale filosofie van Roger Caillois en bovenal een langdurige belangstelling voor het skateboarden, zowel voor de geschiedenis ervan als zijn invloed op de stadscultuur.
De doorlopende reeks Les formes du repos [rustende vormen], waarmee hij is begonnen in 2001, belichaamt veel van Zarka’s interesses. Het betreft een serie kleurenfoto’s van zomaar ergens aangetroffen, vaak aan hun lot overgelaten betonstructuren. Zo is er een foto van een overwoekerde betonnen halfpipe in een winters bos (2006), en een van in onbruik geraakte golfbrekers die hij zag op een weg bij Sète, uit 2001. De eerste foto heeft iets van een onwaarschijnlijk droombeeld (er is voor een skater niets afschuwelijker dan een plek waar je in theorie zou kunnen skaten, maar door de opmars van de natuur niet meer). De tweede foto toont een net zo onwaarschijnlijk, bijna toevallig soort minimal art. De reeks heeft tegelijkertijd iets natuurlijks en iets onnatuurlijks; de tweeledige, tegenstrijdige status ervan is een product van Zarka’s kunsthistorische (visuele) bewustzijn enerzijds, en van zijn ervaringen met de stad anderzijds. Wat skateboarden en minimalisme gemeen hebben, is dat ze beide de neiging hebben om de perceptie van doorgaans puur pragmatische objecten een praktische of esthetische draai te geven. Daarmee tonen beide aan hoe onze natuurlijke, automatische kijk op objecten geconditioneerd is door ervaringen en door het verloop van de tijd, en als gevolg daarvan in essentie nooit natuurlijk kan zijn.
De daarop volgende reeks Riding Modern Art (2007) lijkt iets van de spanning uit Les formes du repos weg te nemen en andere perspectieven uit de beleving van de kunstenaar centraal te stellen. In deze verzameling van elf foto’s, in eerste instantie gevonden in skateboardbladen en vervolgens aangevraagd bij de oorspronkelijke fotografen, zijn skaters in actie te zien bovenop kunstwerken in de openbare ruimte. Het zijn monumentale objecten variërend van anonieme sculpturen tot meer herkenbaar werk van Richard Serra (waar we een skater tegen een van de binnenwanden een backside zien uitvoeren).
Zarka’s belangstelling voor het documenteren komt ook tot uiting in de documentaireachtige film Topographie anecdotée du skateboard (Species of Spaces in Skateboarding, 2008), die materiaal put uit ruwweg veertig skateboardvideo’s uit de periode 1964 tot 2006. De film is onmiskenbaar schatplichtig aan de land-art-video’s van iemand als Nancy Holt. Door verfraaiingen van de openbare ruimte te presenteren in een rol waarvoor ze niet zijn bedoeld, gebruikt Zarka het skateboarden als middel om een hybride soort stedelijke beleving te presenteren. Tegelijk kan de film worden gezien als een allegorie op de herbestemming van vormen.1
Deze aandacht voor herbestemming gaat gepaard met een vergelijkbare aandacht voor de verplaatsing van met name meetkundige vormen, die waarschijnlijk het best tot uiting komt in Zarka’s fascinatie voor de 26-zijdige rhombicuboctaëder, een geometrische vorm die ook al te zien was in Les formes du repos. Bijna op het obsessieve af heeft de kunstenaar in kaart gebracht waar en wanneer die vorm in de loop van de tijd is opgedoken. Die geschiedenis heeft hij vervolgens verwerkt in een reeks werken, variërend van de film Rhombus Sectus (2009), die nogal droog maar effectief, als een soort niet-verhalende documentaire, een portret schetst van ’s werelds grootste rhombicuboctaëder, de Nationale Bibliotheek van Wit-Rusland in Minsk, tot aan zijn Catalogue raisonné des rhombicuboctaedres (2010), een poster op groot formaat waarop 52 verschijningsvormen/verbeeldingen van die vorm te zien zijn.
Zarka gebruikt een soortgelijke documentaire aanpak als die in Rhombus Sectus in zijn meest recente film Gibellina Vecchia (2010). Dit is een videoportret van een monumentaal land- art-project van de Italiaanse kunstenaar Alberto Burri, getiteld Grande Cretto (1985-1989), gefilmd in de buurt van Trapani op Sicilië. Burri situeerde zijn werk op de plek van het voormalige centrum van de stad Gibellina, die in 1968 vrijwel geheel verwoest werd bij een enorme aardbeving en spoedig daarna door de bewoners werd verlaten. De Italiaanse kunstenaar liet een stuk van de bergflank van grofweg 300 bij 400 meter overdekken met een immense stroom beton vol gangen en geulen. Zarka’s verfilming verleent dit ontzagwekkende monument, dat zowel leeg en verlaten als vol met plaatselijke tieners wordt getoond, een verdacht stedelijk karakter. In Zarka’s benadering wordt het een lofrede op de onwaarschijnlijke vervlechting van natuur en stad: het is tegelijk weemoedig (het beklaagt de verliezen uit het verleden en kondigt de ontvolkte toekomst aan) en ‘skatebaar’ (wat zoveel wil zeggen als dat het een esthetische aantrekkingskracht bezit op basis van de mogelijkheid, hoe theoretisch ook, dat erop geskatet kan worden). Deze bondige maar multi-interpretabele film getuigt van een ingetogen dynamiek die in toenemende mate het werk van de kunstenaar kenmerkt. Als zodanig vormt hij ook een metafoor voor Zarka’s praktijk in het algemeen.
Chris Sharp is schrijver en curator, Parijs, en redacteur van het tijdschrift Kaleidoscope
– Raphaël Zarka: GibellinaStroom, Den Haag
29 mei t/m 21 augustus
Vertaald uit het Engels door Wouter Groothuis
Chris Sharp





