
Hysterisch, grotesk of waarheidsgetrouw?
Voor een blog is er niets zo leuk als een rel. En er is er weer een: Marc Chavannes, columnist van de NRC, ging vol in de aanval tegen de Raad voor Cultuur vanwege diens in januari uitgebrachte advies over de musea. De Raad was niet blij en reageerde enkele dagen geleden met een brief, die nog steeds te lezen valt op zijn website.
Het is misschien wat laat deze blog, want het speelde vorige week, maar het is toch wel zinvol er even op te wijzen. Het gaat nu eenmaal over de toekomst van de musea in Nederland.
De Raad voor Cultuur heeft een advies geschreven over waar het heen moet met de musea, op verzoek van oud-staatsecretaris Zijlstra – een verzoek dat is overgenomen door de huidige minister van cultuur Bussemaker. Dat advies gaat niet over de Rijksmusea, die uit de BIS, waar de raad gewend is zich over uit te laten, maar over alle musea, dus ook de provinciale en de stedelijke musea. De Raad telde er meer dan 400 in totaal. Die, zo stelt de Raad, als gevolg van de bezuinigingen sterk onder druk staan. Het advies gaat in de ogen van de Raad over hoogstnoodzakelijke hervormingen nu de musea er rekening mee moeten houden dat er structureel minder geld naar een de instellingen gaat.
Het advies is een paar weken geleden verschenen maar heeft niet heel erg veel weerklank gehad. Er waren wat samenvattingen te lezen in de kranten, een enkele directeur gaf commentaar. Dat was het wel zo ongeveer. Het hele advies blijkt publicitair gezien een non-issue, en in de kunstwereld vooralsnog ook.
Maar niet voor Marc Chavannes. Die las het advies en ontplofte van woede. In de NRC van 2 maart was de lezer getuige van de knal, die snoeihard was, met gevolg dat er van de Raad voor Cultuur na lezing van de column niet veel meer overbleef dan wat snippers en een smeulende krater.
Chavannes vindt het museumadvies niet alleen een verschrikkelijk stuk, vol ‘platitudes’, waar hij ‘verschrikkelijke jeuk’ van krijgt, de boosheid gaat vooral over het pleidooi van de Raad om musea te gaan dwingen samen te werken: ‘wie braaf vergadert krijgt extra centjes.’ Meest verschrikkelijk is voor Chavannes de structuur waarbinnen die samenwerking tot stand moet komen, met ‘ketens van musea’ die onder leiding van een ‘kerninstelling’ gaan opereren. Nederland Museumland wordt een ‘brave new world’ met veel ‘regie en toezicht’. Chavannes huivert ervan. Hij verdenkt de Raad van machtsfantasieën.
De Raad reageerde in een ingezonden brief dd. 8 maart bij monde van voorzitter van de adviescommissie Lejo Schenk en adviseur Edwin Jacobs. Ze vinden de column een ‘hysterische beschouwing’ en stellen dat ze gewoon hun werk hebben gedaan, na uitgebreide consultatie. Alle musea willen beter samenwerken, ze missen alleen de structuren en kaders daarvoor. Die de Raad ze nu levert.
Waarmee ze Chavannes in feite gelijk geven, ware het niet dat ze stellig ontkennen dat er sprake is van een aanstaand centraal gezag. De aansturing komt vooral vanuit de sector zelf en is ondersteunend. Elk museum mag zijn eigen afwegingen maken, stellen Schenk en Jacobs in de brief.
Het feit dat het hele plan gebaseerd is op de gedachte dat ‘samenwerking afgedwongen moet kunnen worden’, zoals ook staat in de aanbiedingsbrief van 31 januari, blijft onvermeld. En juist dat is de reden van Chavannes’ gruwel.
Ik ben het advies maar eens helemaal gaan lezen en daar word je niet zo vrolijk van. De premissen over wat een museum principieel is of zou moeten zijn vliegen je om de oren, terwijl de aardigheid van een groot en gevarieerd museumland als Nederland nu juist is dat er geen eensluidend standpunt over bestaat. Je hebt musea in alle soorten en maten, wel en niet vooral collectie, wel en niet educatief ingesteld. Over de volle breedte zijn er hele goede en hele slechte te vinden.
Spijtig is alleen dat er ondanks die variëteit zo weinig discussie over het functioneren van musea is. Het verschil van opinie zou een rijke voedingsbodem voor debat kunnen zijn, zoals het dat even was tijdens de discussies rondom het Nationaal Historisch Museum. Maar nadien is het weer stil geworden, te veel business as usual. Wat niet goed is. Het publiek laat het museale beleid gelaten over zich heen komen. En de musea vinden dat wel zo prettig. Die houden niet zo van onrust in de gelederen.
Het goede van het advies van de Raad is dat het wat stof tot discussie aandraagt, het spijtige alleen dat het voorgestelde model zelf zo contraproductief is op de punten waarin Nederland als museumland zoveel potentieel heeft: het representeren van de maatschappij in volle breedte.
Nu maar hopen dat er toch eens wat meer discussie over de musea op gang komt. Misschien moet de Raad zelf eens iets gaan organiseren, gezellig met Marc Chavannes.
Domeniek Ruyters
is hoofdredacteur van Metropolis M



