
De straat op!
Actievoeren is niet alleen een recht, het is ook onmisbaar in een gezonde samenleving. Silvia Rottenberg doet een pleidooi voor activisme, maar waarschuwt dat het wel moet gebeuren op basis van argumentatie om polarisatie niet in de hand te werken.
Onlangs heb ik deelgenomen aan het programma Unsettling Care, een wekelijkse serie bijeenkomsten op het Sandberg Instituut over zorg en hoe dit te verenigen of te combineren met het kunstenaarschap of andersoortig werk binnen de kunsten. Enkele dagen voorafgaand aan de laatste bijeenkomst, georganiseerd door een zich als activist introducerende kunstenaar, wordt voorgesteld niet alleen over activisme te spreken, maar ook daadwerkelijk actie tegen Israël en diens producten te voeren.
Nu ben ik niet vies van activisme. Integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat we als mens niet enkel zorg dragen voor kinderen, ouders, of onszelf, maar evengoed voor de planeet en de maatschappij. De afgelopen twaalf jaar heb ik in Argentinië gewoond, waar ik me heb ontpopt tot fervent feministe. Ik stond met tienduizenden, nee, honderdduizenden voor het congres voor het recht op abortus, liet de façade van ons huis beschilderen met leuzen, tags en tekeningen, en deed mee aan artivistische performances in de publieke ruimte. Het doel was helder, de acties waren overdacht en ze waren nodig.
Maar het voorstel van de kunstenaar doet me twijfelen. Waarom zou ik in het kader van een workshop meedoen aan een actie waarvan helemaal niet vanzelfsprekend is dat ik er achter sta? Ik schrijf de organisatoren over mijn twijfel, waar met alle begrip op gereageerd wordt. Ze zouden het niettemin waarderen als ik toch zou komen en mijn stem zou laten horen.
Ik vraag advies aan een bevriende kunstenaar aan wiens project ik eerder deelnam, en waarin de ellende in het Midden Oosten ook centraal staat. Dat project wil echter niets verkondigen, maar betrokkenheid tonen en verschillende visies en gevoelens hoorbaar maken door vragen te stellen als: ‘hoe gaat het met jou?’ en ‘wat voor effect hebben de verschrikkingen op jou?’. In dit project wordt getoond hoe leed, pijn, woede en angst hier naar toe getransfereerd wordt. Dat dit tot polarisatie kan leiden, maar ook overeenkomsten in verdriet, machteloosheid en de gedeelde wens dat het geweld stopt.
Toen ik Nederland jaren geleden verliet, was het nog het land van het poldermodel. In Argentinië trof ik een meer gepolariseerde samenleving aan, waar verschillen bevochten werden op straat. Dit sprak me aan. Samen strijden voor ideologische standpunten, vol vuur en passie. Zelfs binnen de familie, de basis van de Argentijnse maatschappij, bestaan tegengestelde opinies, die tijdens familiebijeenkomsten ‘gewoon’ even geparkeerd worden. Je neef is uiteindelijk ook gewoon een mens met zorgen.
Ik ga naar de workshop. Ik neem me voor dat ook ik een meningsverschil opzij kan zetten om de ander te horen, en hopelijk hoort die mij dan ook. De activist vertelt dat het heel makkelijk is om activisme deel uit te laten maken van je leven. Zo zou je op het terras van een willekeurige Starbucks kunnen roepen dat de mensen die daar hun koffie drinken bijdragen aan de genocide in Gaza. ‘Maar wat heeft Starbucks precies gedaan dan?’, vraag ik. De activist blijft me het antwoord schuldig en verwijst me door naar een website met de verklaring: ‘Je hoeft geen expert te zijn om activist te kunnen zijn.’ Ik ben met stomheid geslagen. Raadt de activist nou aan om een rustig koffiemoment van onbekenden te verstoren zonder eigenlijk te weten waarom? Het is natuurlijk ieders recht om te demonstreren, maar wel graag op basis van argumenten.
In het macholand Argentinië voerden we actie voor de rechten van de vrouw. We creëerden een visueel festijn op straat. We kwamen samen: dames met parelkettingen en vrouwen uit de villas (de sloppenwijken), allemaal met één en hetzelfde doel. En ik denk dat we dat nu ook kunnen hebben. We willen uiteindelijk toch allemaal in vrede en harmonie met elkaar leven? Laten we dan die overeenstemming opzoeken. Daar samen vóór zijn. Met passie en vuur.
De workshop is afgelopen. Het moment is aangekomen dat een deel van de groep zich klaarmaakt voor vertrek om dan ook daadwerkelijk actie te gaan voeren. Ik ga niet mee. Ik zeg tegen de activistische kunstenaar: ‘Weet je, ik wilde eigenlijk niet komen vandaag, maar ik ben er. Dat is ook actie. Ik heb naar jou geluisterd en jij naar mij.’ De kunstenaar knikt instemmend. Zo had die het nog niet bekeken.
Silvia Rottenberg
is kunsthistoricus




