
Het wantrouwen tegen vrouwelijk leiderschap
Er zijn steeds meer vrouwelijke museumdirecteuren, maar ze worden ook opvallend vaak hard aangevallen, zo niet alweer snel vervangen. (eerder verschenen als redactioneel in Metropolis M Nummer 2)
Ze raakte een open zenuw. Margriet Schavemaker, sinds een jaar directeur van het Kunstmuseum Den Haag, nodigde Hadassah Emmerich uit om een van de trappenhuizen van het museum van een muurschildering te voorzien. Op zich niets bijzonders, want overal in Nederland worden trappenhuizen van musea door kunstenaars onder handen genomen, maar in dit geval opmerkelijk omdat er al een schildering zat. Het werk dat Günther Förg er enkele decennia terug had aangebracht moest eraan geloven, net zoals de muurschilderingen van Niele Toroni en Günter Tuzina in twee andere trappenhuizen van het museum die op de nominatie staan te verdwijnen onder nieuwe muurschilderingen van een jongere generatie van vrouwelijke kunstenaars.
NRC belde wat oud-medewerkers van het Kunstmuseum, onder wie oud-directeur Wim van Krimpen die de schilderingen in het begin van deze eeuw had laten aanbrengen, en vroeg ze om hun mening. Die was niet mals, Van Krimpen overwoog zelfs juridische stappen tegen wat hij noemde ‘het wegvegen van cultureel erfgoed’. Ook voormalig hoofd moderne kunst Flip Bool reageerde erop: ‘Als nieuwe directeur moet je het werk van je voorgangers respecteren.’
Het dedain voor de acties van de nieuwe vrouwelijke directeur droop van de krantenpagina. Tot Joyce Roodnat een week later in haar vaste column in de NRC van leer trok tegen de oude heren die ze weerzinwekkend patriarchaal gedrag toebeet, vanwege de manier waarop ze Schavemakers beleid in diskrediet probeerden te brengen. Het voorval werd door Roodnat niet ten onrechte geframed als een trend. Ze zag op meer plekken hoe nieuwe vrouwelijke leiders in hun beleid worden gedwarsboomd door rancuneuze oudere mannen die moeite hebben te leven met hun tanende gezag. Roodnat noemde Jacqueline Grandjean, directeur van Het Noordbrabants Museum, wier stijl van leiderschap in de media ter discussie werd gesteld nadat een mannelijke oud-werknemer een campagne tegen haar was gestart. Ook Birgit Donker van het Nederlands Fotomuseum kan daarover meepraten. Ze werd opzij gezet nadat de RvT gevoelig bleek voor wederom door oudere mannelijke medewerkers aangestuurde interne campagne tegen haar beleid en stijl van leidinggeven.
Overal in de westerse wereld heeft het vrouwelijk leiderschap het zwaar en ziet zich binnen de organisaties onvoldoende gesteund in haar streven naar verandering. In The Financial Times verscheen in maart een verslag onder de treffende kop ‘Men retire, women get fired’. In het stuk werd gewag gemaakt van de indrukwekkend lange stroom aan ontslagen onder vrouwelijke directeuren van culturele instellingen: Kim Sajet (National Portrait Gallery), Sasha Suda (Philadelphia Art Museum) Elvira Dyangani Ose (MACBA), Devyani Saltzman (Barbican), Laurence des Cars (Louvre), om er slechts enkelen te noemen. De reden voor hun vertrek mag wisselen, maar bijna overal werden ze vervangen door mannen.
Wat voor ‘backlash’ is hier gaande? Waarom zoveel wantrouwen tegen het nog zo nieuwe vrouwelijk leiderschap? Tijdens de Amerikaanse conferentie was men het er snel met elkaar over eens. Anne Pasternak, directeur van het Brooklyn Museum en een van Amerika’s meest prominente museale stemmen, zag het als een symptoom van een veel bredere conservatieve tendens in de samenleving: ‘We are watching the erosion of women’s rights.’
Gelukkig laat Venetië van dit jaar een ander beeld zien, onder aanvoering van artistiek leider Koyo Kouoh. Zowel in de centrale tentoonstelling als in de belangrijkste paviljoens zijn het vrouwelijke curatoren en kunstenaars die de lijnen uitzetten. Niet voor het eerst.
DEZE TEKST IS GEPUBLICEERD ALS REDACTIONEEL IN METROPOLIS M NUMMER 2-2026 april/mei
Domeniek Ruyters
is hoofdredacteur van Metropolis M




