metropolis m

Neue Slowenische Kunst & IRWIN, NSK Territory Prishtina, Prishtina, Kosovo, 2022

De kunstenaar Andrea Knezović, die is opgegroeid in Kroatië, schrikt niet zo snel van de ruks naar rechts die zich momenteel in de Europese politiek voordoen. Zij heeft al heel wat ideologische verschuivingen doorstaan en geleerd dat verandering de enige constante is, hoezeer iedereen ook naar de (schijn)veiligheid van de onveranderlijke identiteit verlangt. 

Toen de extreemrechtse Partij Voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders in november 2023 de Nederlandse verkiezingen won, verkeerden delen van de EU in shock. De ruk naar rechts was niet alleen een klap voor de zelfverzekerde eerstewereldlanden met hun Europese idealen, maar maakte ook korte metten met het algemene idee dat democratische verkiezingen een veilig en inclusief systeem zijn waarop we allemaal kunnen vertrouwen. In plaats daarvan werden we geconfronteerd met een vorm van onverschilligheid, of beter een Debordiaans gekleurd spectacle engagement dat radicalisme en uitsluitingspolitiek goedkeurt en mogelijk maakt.1 Niets en niemand is veilig, zeker de cultuursector niet met haar kwetsbare en precaire creatieve sector. 

Deze wankele situatie veroorzaakte een ongekende angst in het zogenaamde psycho-culturele welzijn. Met ‘psycho-cultureel’ bedoel ik de combinatie van psychologische en culturele factoren die onze overtuigingen, waarden en gedragingen vormgeven. Het omvat de invloed van interne psychologische processen, zoals cognitie, emotie en persoonlijkheid, maar ook externe culturele normen, politieke agenda’s en sociaaleconomische omstandigheden. 

Voor iemand die is opgegroeid tussen twee sociale en economische realiteiten – socialisme en kapitalisme – en die getuige is geweest van constitutionele verschuivingen, culturele uitwissing en nationale ontbinding, klinkt het idee gehecht te zijn aan een of ander permanent systematisch kader haast avant-gardistisch. Het idee van een vaste natiestaat of culturele exclusiviteit komt over als een bevoorrechte mentaliteit die zich niet bewust is van de realiteit waarin verandering onvermijdelijk is. Verandering is de enige constante, terwijl zekerheid en veiligheid de cruciale troeven zijn van identiteitspolitiek. Die zekerheid is weliswaar nuttig in het contact met elkaar, maar dient er bovenal voor om het gevoel van onzekerheid te onderdrukken dat wanorde, onthechting en terugtrekking met zich meebrengen. 

Toen na de dood van Josip Broz Tito in 1980 het Joegoslavische ontbindingsproces begon, wat culmineerde in de oorlogen van 1991-1995, raakten veel Joegoslavische burgers onthecht van de gedeelde identiteit die hen ooit kracht had gegeven onder het motto van ‘broederschap en eenheid’.2 Net als de meeste natiestaten leunde ook de bestuurlijke infrastructuur van Joegoslavië op ideologische mechanismen. Met de recente politieke ontwikkelingen, raken ook de burgers van de Europese Unie in verwarring over waar, hoe en voor wie ze staan – zij het in een geheel ander tijdsbestek dan in Joegoslavië toentertijd. 

Een belangrijke vraag die we onszelf allemaal zouden moeten stellen, is of onze behoefte aan onderlinge politieke afstemming ons vermogen om nieuwe politieke en sociaal-culturele realiteiten voor te stellen ondermijnt. Terwijl dat juist is wat nodig is voor de verbeelding van de toekomst. 

Hoe nu verder? Terwijl de Nederlandse cultuursector beeft onder de aangekondigde bezuinigingen, is het belangrijk op te merken dat deze situatie niet enkel voortkomt uit de huidige politieke dynamiek. Wat meespeelt is een afnemend gevoel van kritisch agentschap. We geven de voorkeur aan institutioneel conformisme gericht op een gemiddeld niveau van productiviteit, in plaats van ons nieuwe vormen van structurele zorg voor te stellen.

Opgroeiend in de crisistoestand van de Balkan in de jaren negentig, heb ik geleerd dat een systeem alleen succesvol is in zijn aanpassingsvermogen voor zover de gemeenschappelijke structuren flexibel zijn in hun vermogen om door de tijden van onzekerheid te manoeuvreren, inclusief het ontwijken van cultureel en politiek determinisme. Dit betekent dat zolang mensen zich snel en consequent kunnen aanpassen aan plotselinge structurele veranderingen, de sociale en infrastructurele drager die we ‘het systeem’ noemen, verondersteld wordt functioneel te zijn. 

In tijden waarin technopolitiek en mediagiganten dominant zijn in het bepalen van wereldwijde sociale interacties, wordt het culturele en educatieve beleid doorgaans bepaald door politieke schommelingen van laatkapitalistische trends. In een beweging tegen deze gecentraliseerde autoriteiten en hun monolithische kapitaalabsorptie, wordt het vinden van mazen in ‘het systeem’ de stille modus operandi van culturele instituten. We zouden dit een hybride overlevingsstrategie kunnen noemen, al is het eigenlijk een hybride institutionele praktijk, die de meeste culturele instellingen in Midden-, Oost- en Zuid-Europa al lang geleden hebben aangenomen. Maar ook in Noordwest-Europa, zo ook in Nederland, worden deze overlevingstactieken steeds normaler.

Het opereren binnen de mazen van ‘het systeem’ wordt daarmee weliswaar een steeds populairder navigatiemiddel binnen precaire culturele kaders, wat niet onderschat kan worden is het gevoel van angst en onzekerheid die zo’n dagelijkse realiteit teweegbrengt. Politicoloog Will Davies omschrijft deze realiteit als een nervous state: een realiteit die beheerst wordt door angstige gevoelens van onzekerheid.3 Het lijkt erop dat het vasthouden aan deze onzekerheid een voorwaarde is geworden voor het voortbestaan van de culturele sector. 

Hoe kunnen we losbreken uit deze psycho-culturele realiteit en de daarbijhorende productie-gedreven cultuur? In plaats van zoeken naar de snelle oplossing, ligt het antwoord op deze vraag juist in vertragen het weefsel van het culturele institutionele systeem tegen het licht houden. Het gaat om het identificeren van authentieke zorg en concrete oplossingen voor lokale omstandigheden, in de veronderstelling dat er niet één universele oplossing is voor elk probleem. Zoals post-socialistische culturele overlevingsstrategieën niet kunnen worden vertaald naar Nederlands cultuurbeleid, kan de Nederlandse institutionele orde ook niet worden toegepast op de culturele mentaliteit van de Balkan. We zijn verschillend in het accepteren, toepassen en relateren van systemisch bestuur – en dat is prima. Een constructieve kruisbestuiving van politieke, economische en sociaal-culturele gewoonten is immers alleen mogelijk als beide partijen kunnen uitgaan van wederzijds vertrouwen en afhankelijkheid. 

De vraag is alleen hoe we kunnen werken met een veelheid aan stemmen binnen één identitaire representatievorm. Hier komt identiteitspolitiek weer om de hoek kijken, nu als sociale lijm die de kloven tussen verschillende mensen kan overbruggen. Een van de uitdagingen van de debatten van vandaag is hoe we verdere polarisatie kunnen vermijden tussen systemen die verschillen in hun activiteiten, normen en waarden – of hoe we dit op z’n minst kunnen beperken. Enkele veelgehoorde opties zijn het zoeken naar een gemeenschappelijke basis, het bevorderen van onderwijs en bewustzijn, het aanpakken van structurele ongelijkheden, het beoefenen van conflictoplossing en het stimuleren van burgerbetrokkenheid en kritisch denken. Een andere, meer onorthodoxe optie is het spel. 

Het spel leert ons niet alleen over regels, systemen en besluitvorming, maar biedt ook creatieve ruimte voor rollenspel, traumaverwerking, omgaan met onzekerheden, herbevestiging van identiteit en het creëren van ruimte voor ritualisering en experiment. Het spel voedt die intersectionele troeven in de sociale, nationale, institutionele en culturele mentaliteit. 

Toen Joegoslavië in de jaren negentig uit elkaar viel, veranderden de regels van het spel dat gespeeld werd door de culturele sector van de voorheen verenigde identiteit. Door het verdwijnen van een verenigde cultuur en infrastructuur ging de culturele sector experimenteren met systemische en ideologische herstructurering. Het in 1984 opgerichte kunstcollectief Neue Slowenische Kunst (NSK), bijvoorbeeld, speelde in op de voortdurende staat van verandering met postmodernistische interventies.4 Zo richtte het collectief de NSK State in Time op, een quasi-natiestaat compleet met denkbeeldige cultuur, infrastructuur en nationale identiteit, die zelfs NSK Paspoorten verschafte aan haar burgers.5

De toekomst van onze institutionele kaders hangt af van de manier waarop we hedendaagse ideeën over toegankelijkheid opnieuw kunnen uitvinden en ons daartoe kunnen verhouden. Het aanpassingsvermogen van culturele initiatieven/institutionele acties laat zien hoe de speelse mentaliteit in een sociaal-politieke crisis de sleutel is tot radicale veerkracht. Het vermogen om de inconsistenties en nuances van onze infrastructuur opnieuw kritisch in beeld te brengen is de enige manier om vooruit te komen. 

Deze tekst is uit het Engels vertaald door de redactie

1 Refererend naar: Guy Debord, Society of the Spectacle and Other Films, 1992, Rebel Press

2 John B. Allcock, Explaining Yugoslavia, 2000, Columbia University Press, 240–242

3 Will Davies, How Feeling Took Over the World, 2019, Penguin

4 Andrea Knezović, ‘Reimagining Future, Excavating Past: NSK’s State in Time and Liminality as a form of Political Resistance’, 2022, MIT Press, Thresholds, (50): 125–140, p.128.

5 Miško Šuvaković, ‘Neue Slowenische Kunst – umetnost u doba postsocijalizma’, 2003, DIWAN Journal 09, no. 10: 221–235.

 

Andrea Knezović

is beeldend kunstenaar, onderzoeker en schrijver

Recente artikelen