metropolis m

Zaaloverzicht Becoming Acnestors, Argos, Foto: Michiel Devijver

Ooit lagen er in het gebouw waar argos gevestigd is groene bananen in warmtekamers na te rijpen. Nu tonen daar tien kunstenaars en collectieven, verspreid over twee verdiepingen van argos, bijna uitsluitend recent filmwerk, waarin ze vragen stellen over voorouderlijke erfenissen. De tentoonstelling heeft geen chronologie of thematische hoofdstukken. Het zijn de werken zelf die elkaar bevragen. Becoming Ancestors is geen zelfstandig naamwoord maar een werkwoord: niet iets wat er was, maar iets wat nog moet komen.

Ancestraliteit is een veel bereisd terrein. De Biënnale van Venetië 2024 zette de toon met een ongekende aanwezigheid van inheemse kunstenaars die het thema op verschillende manieren benaderden; de Gouden Leeuw ging naar het Māori Mataaho Collective. Dichter bij huis putte Magisch Realisme in WIELS uit vergelijkbaar terrein. Waar de Biënnale die aanwezigheid vierde, stelt Becoming Ancestors de verhouding zelf ter discussie. De tentoonstelling onderzoekt of zowel westerse als inheemse ervaringen toekomsten kunnen verbeelden voorbij overgeërfde patronen. Als curator met Latijns-Amerikaanse wortels plaatst Silva Fry zeven inheemse en diasporische kunstenaars naast drie westerse. Die keuze is niet neutraal, maar poogt dat ook niet te zijn: met geschiedenis, met ongelijkheid, met de vraag wie het recht heeft om wat naast wat te zetten

Laura Huertas Millán werkt al jaren met archieven die spreken in de stem van de vervolger. Voor Curanderxs (2024) dook ze in de inquisitiearchieven van het zeventiende-eeuwse Peru en Colombia. Daarin vond ze vrouwen die verboden cocabladeren doorgaven aan tot slaaf gemaakte arbeiders. Voor inheemse gemeenschappen zijn de bladeren een bron van genezing, spiritualiteit en overleven. Het archief heeft hun stemmen dichtgenaaid, gecriminaliseerd. Millán antwoordt daarop met een stomme film, gebaad in arsenicumgroen: handen bewegen, cocabladen worden doorgegeven, blikken worden uitgewisseld. Wat de vervolger wilde uitwissen (gebaren, kennis, zorg) keert terug in het lichaam.

Elders, in We Would Be Freer (2023), volgt de camera een plant. Rana Nazzal Hamadeh kiest de sumak, bloeiend op twee bezette landen, als verbinding tussen vrouwen van de Mohawk-gemeenschap van Kahnawá:ke in Canada en Palestijnse vluchtelingen in Ramallah. Je ziet de bloeicyclus, van geel naar groen naar rood, terwijl twee stemmen vertellen over land, voedsel en wat je doorgeeft aan wie na je komt. De plant is geen symbool maar een deelnemer. Voorouderlijke kennis bewaart zich hier niet in archieven of taal maar in aanwezigheid, in de geur van een blad, in de herinnering aan hoe je iets vasthoudt.

Laura Huertas Millán, Argos, Foto: Michiel Devijver

De westerse kunstenaars bewegen in een ander affectief register: waar bij Huertas Millán en Nazzal Hamadeh verzet, overdracht en hoop doorklinken in hun werk, domineert hier rouw, verlies en onbehagen om dat wat voorbij is.

Op de eerste verdieping roept een man in Els Dietvorsts The Rabbit and the Teasel (2014) zijn plattelandsjeugd op. Het ritme van het boerenleven toont hoe kennis wordt doorgegeven via dagelijkse arbeid en mondelinge overlevering, in beelden waarin droomtijd en werkelijkheid door elkaar lopen. Je ziet hoe hij zoekt naar iets wat er niet meer is. De erfenis is weggeëbd, opgeslokt door industrialisering en rationalisering, en wat overblijft is geen woede maar een stille, onoplosbare rouw.

Wat bij Dietvorst stil wegebt, dringt bij Chloë Delanghe & Mattijs Driesen ongenood binnen. Hexham Heads (2024) vertrekt van een Engels volksverhaal uit 1971, waarin twee opgegraven stenen hoofdjes een arbeidersgezin in Hexham confronteren met paranormale verschijnselen. Delanghe en Driesen reconstrueren het verhaal in een claustrofobisch interieur: ouderwets behang, schemerig licht, een ruimte die te klein aanvoelt. De spoken willen niets doorgeven. Ze verschijnen ongewenst en onbegrepen, en verdwijnen weer zonder iets te hebben opgelost. Ancestraliteit is hier geen bron van kracht maar van onbehagen.

Lou Le Forbans Tohu va Bohu (2022) trekt die lijn door. Geïnspireerd door de dansplaag van 1518 combineert Le Forban handgetekende animatie met volkse middeleeuwse beeldtaal. Mensen en dieren bewegen in ritmische patronen. De film roept herinneringen op aan collectieve trauma’s van besmettingen en epidemieën maar ook ecologische zorgen. Hier keert het verleden terug als trance.

Lou Le Forban, Argos, Foto: Michiel Devijver

Jacques Derrida en later Mark Fisher verwijsden hiernaar met de term hauntology: bespookt worden door tijden die nooit zijn aangekomen, door toekomsten die werden beloofd en niet ingelost. Dietvorsts plattelandsritme is weggeëbd door industrialisering en rationalisering; Delanghe & Driesens spoken verschijnen op het moment dat het naoorlogse sociaal-economische contract in elkaar zakt. Le Forbans dans herinnert aan wat de kerstening aan pre-christelijke waarden, gemeenschap en verbondenheid met de natuur heeft uitgewist. De boer, de spoken, de dansers, zijn niet van de moderniteit uitgesloten, zoals inheemse volkeren dat zijn, maar de moderniteit heeft zichzelf uitgeput. Toekomst verbeelden lukt deze werken niet: ze kunnen alleen het verlies affectief registreren.

Voor de inheemse kunstenaars is die toekomst vanzelfsprekend aanwezig in de werken geïnspireerd door Indigenous futurism. Hier is tijd niet afgesloten, maar iets dat muteert. Subash Thebe Limbu’s Ladhamba Tayem, Future Continuous (2023) brengt een gesprek in beeld tussen een achttiende-eeuwse Yakthung-krijger en een tijdreiziger uit de verre toekomst, beiden gelijktijdig aanwezig in de taal en de liederen van het Yakthung-volk. Je ziet twee figuren die elkaar verstaan over een afstand van eeuwen, zonder dat een van hen verbaasd kijkt. Tijd werkt hier anders: niet als lijn maar als verwantschap, als een ruimte waarin voorouders en nog-niet-geborenen gelijktijdig aanwezig zijn. Waar Delanghe & Driesens spoken terugkomen om te achtervolgen, komt Kangsore terug om te spreken .

De boer, de spoken, de dansers, zijn niet van de moderniteit uitgesloten, zoals inheemse volkeren dat zijn, maar de moderniteit heeft zichzelf uitgeput.

Subash Thebe Limbu, Argos, Foto: Michiel Devijver

Het MUXX collective denkt in Arquímera (2025) vanuit een verwante maar eigenwijze positie. Een agender, tijdloze avatar vermengt prechristelijke godheden met de lichamen van de vier collectiefleden. De figuur muteert onophoudelijk, komt nooit aan, wil ook niet aankomen. Geworteld in de muxe-identiteit van het Zapoteekse volk (een derde gender als prekoloniale erfenis) is het werk geen terugblik maar een voorstel. Niet dit is wie we waren, maar dit is wat we nog kunnen worden.

Geworteld in de muxe-identiteit van het Zapoteekse volk (een derde gender als prekoloniale erfenis) is het werk geen terugblik maar een voorstel.

MUXX collective, Argos, Foto: Michiel Devijver
MUXX collective, Argos, Foto: Michiel Devijver

Becoming Ancestors maakt haar belofte waar: ze biedt een breder begrip van ancestraliteit. Maar juist daarin legt de tentoonstelling iets bloot: de curatoriele intentie dat beide ervaringen toekomsten kunnen verbeelden voorbij overgeërfde patronen wringt. De inheemse werken spreken niet zozeer met de westerse als wel erlangs: zij kijken vooruit met hoop, vanuit een tijdsbeleving waarin voorouders en toekomst gelijktijdig aanwezig zijn, terwijl de westerse werken vastzitten in het verlies van wat de moderniteit zelf heeft uitgeput.

Becoming Ancestors is tot 28 juni te zijn bij argos

Isabel Van Bos

is een freelance curator gevestigd in Brussel en geeft samen met Laura Herman vorm aan de Curatorial Studies KASK en Conservatorium in Gent

Gerelateerd

Recente artikelen