metropolis m

documenta 14
Kassel
10.06.2017 t/m 17.09.2017

63 dagen na de vernissage van de fel bekritiseerde documenta 14 in Athene, opent in Kassel het tweede deel van de dubbeltentoonstelling. Het merendeel van de 180 kunstenaars toont in beide steden. Deze verdubbeling is het eerste formele scharnierpunt tussen beide ‘aktes’, zoals de organisatie de twee delen noemt. Met deze opzet en de titel Learning from Athens mag je dus verwachten dat de kunst in Kassel op uiteenlopende manieren verwijst naar Athene en naar de sociale, politieke, economische en democratische crises die er tot de dagelijkse realiteit behoren.

De meest in het oog springende referentie naar Kassels wederhelft staat in het hart van de stad: The Parthenon of Books van Marta Minujín op de Friedrichsplatz. De metershoge stalen constructie in de vorm van het Parthenon is behangen met boeken die in bepaalde landen zijn verboden. De verwijzing naar de iconische tempel wordt direct gespiegeld in de neoclassicistische façade van het Fridericianum, dat op zijn beurt weer verwijst naar de interesse van achttiende-eeuwse Duitse kunsthistorici als Johann Joachim Winckelmann in de beschaving van de oude Grieken. (In de Neue Galerie en de catalogus wordt de fascinatie van onder andere Winckelmann voor de Griekse Oudheid aangemerkt als historisch beginpunt van de Duits-Griekse relaties.) De verboden boeken verwijzen op hun beurt naar Arnold Bode die in 1955 het initiatief nam voor de eerste documenta, met als doel het publiek de moderne Europese kunst te tonen die door de Nazi’s als entarted in de ban was gedaan.

Dit over elkaar tuimelen van referenties en connotaties dwars door historische en geografische contexten heen, is een strategie die op verschillende plekken in documenta 14 terugkomt. Zo nemen sommige kunstenaars de geografische relatie tussen de twee steden als uitgangspunt, zoals Ross Birrell met zijn performance The Athens-Kassel Ride: The Transit of Hermes waarin vier ruiters en vijf paarden gedurende een tocht van honderd dagen via de Balkan de afstand tussen de twee steden overbruggen, en Nikhil Chopra, die tijdens zijn drie weken durende autorit van Athene naar Kassel op verschillende locaties zijn tent met atelier opsloeg om samen met mensen ter plekke het landschap vast te leggen op doek. In een verlaten ondergronds treinstation in Kassel toont hij zowel de tent als het resultaat van zijn project Drawing a Line through Landscape.

Andere kunstenaars grijpen het tijdsinterval tussen de twee delen aan om een work in progress te ontwikkelen, zoals Aboubakar Fofana die in Athene startte met zijn experiment om op traditionele wijze de kleurstof indigo aan specifieke planten te onttrekken en er vervolgens verschillende tinten blauw mee te creëren. In Kassel staat een kleine plantage met drie soorten indigoplanten en hangen geverfde lappen stof in verschillende blauwtinten aan het plafond. Fofana’s project handelt over thema’s als identiteit en migratie, maar ook over de betekenis van natuurlijk materiaal en grondstoffen die vaak in eeuwenoude culturele tradities staan en daarmee zijn verknoopt met lokale kennis en gebruiken; kennis die wij vandaag de dag (in het Westen) kwijt zijn geraakt.

De hernieuwde aandacht voor lokale, niet-westerse kennistradities en -systemen is één van de grote thema’s tijdens deze documenta. Een die zich al snel verknoopt met de onderdrukking en uitbuiting van gemarginaliseerde bevolkingsgroepen, zoals in Britta Marakatt-Labba’s beeldschone geborduurde taferelen en mythes uit de Samicultuur, waarbij een belangrijke rol is toebedeeld aan de eland. De Sami hebben het exclusieve jachtrecht op de dieren, maar dit alleenrecht staat nu juridisch onder druk vanwege het opkomende jachttoerisme in Scandinavië. In de Neue Galerie laat de kunstenaar de uitgebreide jurisprudentie zien van dit gevecht tegen de staat. In Athene presenteerde Marakatt-Labba samen met andere Samikunstenaars onder andere het Sámi Flag Project, een andere uiting van de roep om erkenning en zelfbeschikking van dit inheemse volk.

Het is slechts een voorbeeld van de vele kunstenaars op documenta 14 die zich, veelal vanuit persoonlijke betrokkenheid, hard maken voor gemarginaliseerde bevolkingsgroepen wier culturele tradities, kennis, identiteit en manier van leven door het koloniale imperialisme van westerse landen in de verdrukking is gekomen. Zowel in Athene als in Kassel komen de voorbeelden van sociale, politieke en economische misstanden als gevolg van het westerse imperialisme, toen en nu, als een vloedgolf over je heen. In sommige werken wordt ingezoomd op het persoonlijke leed, in andere juist op de strijd en het verzet. De teneur van de werken is veelal die van de gebalde vuist, activistisch en soms verwijtend. De curatoren hebben ervoor gekozen om de werken ongeacht hun geografische of culturele context naast elkaar in de tentoonstelling te plaatsten. Sommige locaties (documenta 14 telt in Kassel alleen al veertig grote en kleinere locaties) worden ingeleid met een thema, maar meer dan een gesuggereerd leitmotiv is het niet. Door deze ongedifferentieerde aaneenschakeling van statements en verhalen lijkt het alsof al het leed op één lijn te plaatsen is en dat specifieke historische of geografische contexten er niet zo toedoen. Hierdoor mist de tentoonstelling diepgang en positionering (de minimale informatievoorziening bij de werken helpt hier ook niet bij), terwijl de werken zelf alles behalve oppervlakkige thema’s aansnijden. Het is een van de vele contradicties van documenta 14.

De tentoonstelling in de Neue Galerie legt nog een ander probleem bloot. Terwijl de onderdrukte en gemarginaliseerde ‘ander’ (of het ‘zelf’, afhankelijk van het standpunt) in allerlei culturen, landen en tijdperken wordt belicht en een veelheid aan stemmen kent, is het beeld van de onderdrukker opvallend uniform: blank, westers, kapitalistisch en kolonialistisch. Op de bovenste verdieping van de Neue Galerie wordt aan de hand van historische en recente documenten, kunstwerken en ander bronmateriaal een geschiedenis uiteengezet van wereldwijde onderdrukking, uitbuiting en onteigening. In de tentoonstelling worden verschillende documents of empire en documents of decoloniality getoond. Zo is de controversiële Franse Code Noir uit 1685 te zien waarin gedragscodes voor de omgang met slaven zijn opgetekend en vinden we twee zalen verder het naoorlogse Marshallplan waarmee de wederopbouw van Europa werd gefinancierd en de import van Amerikaanse kunst en cultuur werd bedongen.

De tentoonstelling omspant in totaal bijna vier eeuwen aan historische ontwikkelingen en momenten waarin het Westen haar wil heeft opgelegd aan andere volken. Het leest als een grote getuigenis van historisch onrecht met duidelijke daders en slachtoffers. De tentoonstelling is samengesteld vanuit de hedendaagse behoefte om het koloniale, eurocentrische narratief te dekolonialiseren, om tot een omkering van de rollen of tenminste tot gelijkwaardige posities te komen. Het probleem is alleen, en dit geldt bijna voor documenta 14 in zijn geheel, dat de geëngageerde kunstwerken met verhalen van onderdrukking, onrecht en verzet als bewijsmateriaal worden gepresenteerd. Als feiten die je kunt observeren, zelfs bestuderen, zonder je er echt toe te hoeven verhouden. Als een geschiedenis of een intelligent academisch essay, voorzien van tot de verbeelding sprekende voorbeelden en anekdotes, maar zonder enige consequenties. Hierdoor lijdt de tentoonstelling (niet de afzonderlijke werken) aan een zekere vrijblijvendheid die haaks staat op de intenties van de curatoren om ‘in het hier en nu, in de werkelijke wereld te handelen’.

Eén van de bekendere kunstenaars die deelneemt aan documenta 14 is de Pakistaans-Britse kunstenaar Rasheed Araeen. Ook van hem is in beide steden werk te zien. Araeens carrière omspant meer dan een halve eeuw waarin hij van Pakistan naar Groot-Brittannië verhuisde en als Pakistanikunstenaar aan den lijve ondervond wat institutioneel racisme betekent en hoe diep de eurocentrische blik geworteld is in het westerse narratief over kunst. Araeen is ook één van de oprichters van het tijdschrift Third Text dat een belangrijke rol heeft gespeeld in de verspreiding van het postkoloniale discours. Maar Araeen is kritisch over de positie van Third Text en over de huidige dekolonialiseringsbeweging. In een interview zegt hij dat Third Text het product was van de westerse academische wereld en daar ook door werd gelegitimeerd: ‘It was somewhat a failure, because the entry of postcolonial discourse into art was opportunistic and thus failed to recognize the issue of continuing imperialism of Western art institutions and the art history they continued to legitimize and promote.’ Het postkoloniale discours werd volgens Areaan geannexeerd en geïnstitutionaliseerd door de academische wereld, waardoor het haar tanden verloor. De les die uit die geschiedenis kan worden getrokken is de vraag of het huidige ‘curatorialisme’ de dekolonialistische beweging ook met annexatie en institutionalisering bedreigt. Documenta 14 doet het ergste vrezen.

Christel Vesters

Recente artikelen