metropolis m

Albert Serra, scène uit de film Liberté, 2019, courtesy Eye Filmmuseum Amsterdam

Wie de tentoonstelling Liberté – Albert Serra bezoekt in Eye Filmmuseum Amsterdam, wordt met stevige schoenen en een gewaarschuwd hart een ruwe nacht ingestuurd in achttiende-eeuws Frankrijk, een plek waar het beschaafde oppervlak van de maatschappij wordt afgepeld tot de rauwe kern van menselijk gedrag. Terwijl je door een schemerig bos dwaalt van zand, takjes en kreupelhout, ontvouwen de expliciete scènes van Serra’s film zich op kolossale schermen. Naar betekenis en diepgang kun je enkel gissen.

‘Drie waarschuwingen vooraf,’ zegt de suppoost voor de tentoonstellingsruimte. Ze veert op van de barkruk en het opengeslagen vrouwentijdschrift op haar schoot glipt op de grond. Ze kijkt van de verfomfaaide bladzijden naar onze voeten. ‘Het eerste is al in orde,’ zegt ze opgewekt. ‘Jullie dragen stevige gympen, dat is nodig op de hobbelige ondergrond. Ten tweede: het zal zodadelijk aardedonker zijn. Gun je ogen even de tijd om te wennen.’ Ze vangt mijn blik, er trekt iets van ongemak over haar gezicht. ‘Ten derde… de beelden schijnen nogal… expliciet te zijn.’ Ik glimlach geruststellend. Ik weet precies waar ik naartoe ga.

In 2019 zag ik Liberté van de Catalaanse filmregisseur Albert Serra voor het eerst. Het was de 57e editie van het New York Film Festival en in de overvolle bioscoopzaal van Lincoln Center rook het naar stof en mensen. De speelfilm die in première ging bracht ons naar een plek die haast niet wezenlijker kon verschillen van waar wij ons bevonden: een zomers, nachtelijk bos in achttiende-eeuws Frankrijk. Vanuit protserige rijtuigjes kwamen figuren tevoorschijn, op elkaar afsluipend als roofdieren. Terwijl zij zich traag van hun zware hofkleren ontdeden, verloren zij ook de etiquette die hoorde bij het leven aan het hof. Hier mochten zij beesten zijn in wat niet anders omschreven kon worden dan een orgie. ‘I am so sorry,’ fluisterde mijn Amerikaanse vriendin in mijn oor, toen een blote vrouw een emmer opgespaard sperma over zich uitgestort kreeg. Met het voortkruipen van de 132 minuten, droop ook de zaal leeg.

Als ik de tentoonstelling binnenstap, zie ik inderdaad geen hand voor ogen, maar ik voel zand en takjes onder mijn voeten, en het stormt (dat wil zeggen: door de speakers klinkt het geluid van regen en donderslag). Boven het onweer stijgt het gejammer uit van vrouwen en het zware ademen van mannen. Een intuïtief soort angst overvalt me. Dit is het geluid dat ik altijd hoor in schemerige bossen, al heb ik het nog nooit gehoord.

Mijn date dartelt als een uitgelaten hondje voor me uit. Hij vindt het leuk om regen te horen, want dat luistert hij ook om beter in slaap te komen. Terwijl hij zich in een van de houten koetsjes verschanst die hier net als in de film staan opgesteld, blijf ik dralen aan het begin van de ruimte. Zo kan ik, zoals de suppoost verzocht, een beetje wennen aan de duisternis.

Mijn vriendin en ik hadden de film wel uitgezeten, brave cinefielen die we waren. Na afloop beklom Albert Serra het podium om zijn oeuvre te bespreken met de festivalprogrammeur. Ze hadden het over zijn voorkeur voor historische en literaire thema’s, zoals ook bleek uit de speelfilms Honor de Cavalleria (2006), een vrije bewerking van Don Quixote, en La Mort de Louis XIV (2016), over de laatste dagen van Lodewijk XIV. De programmeur benoemde Serra’s voorkeur voor trage, contemplatieve beelden, schilderachtige cinematografie en voor thema’s zoals macht en dood. Liberté was van origine een toneelstuk, vertelde Serra, dat hij maakte voor de Volksbühne in Berlijn. Hij sprak smalend over de acteurs zonder eerdere speelervaring die grenzeloos tot zijn dienst stonden.

Ik wandel richting de buik van de tentoonstelling en zie beter wat er zo kraakt onder mijn voeten: tussen het zand liggen strengen touw, condoomfolietjes, gruis van afgebrokkelde muren. Het is spannend om een buitenplek naar binnen te halen, op een toegankelijke, themaparkerige manier. Als ik zie dat sommige bezoekers zo vrij zijn geweest om hun tickets en frisdrankblikjes neer te gooien, denk ik aan de theorie die sommige critici aanhalen als ze Liberté bespreken, van het ritme van de nacht. Dit idee is oorspronkelijk afkomstig uit de sociologie en gaat ervan uit dat ‘s nachts andere regels gelden dan overdag, zoals wetten ook verloren gaan op volle zee. Zodra het nacht wordt, sluit immers een groot deel van de mensenwereld en stoppen we vaak met het bouwen aan onze loopbaan, aan ons lichaam, aan onze relaties. Dat maakt de nacht de ideale plek voor praktijken die niet thuishoren in ons dagelijks leven. In diezelfde gedachtegang is buiten misschien ook een wettelozere plek dan binnen.

Om de zoveel meter, verscholen tussen het kreupelhout, staat een rijtuigje uitnodigend open, maar ik ga veilig zitten op een moderne poef. In de verte is een uitzicht over een vallei te zien, in werkelijkheid een horizontaal scherm hoog aan de wand. Vier kolossale schermen tonen de film, maar dan zo versneden dat de gebeurtenissen tegelijkertijd te volgen zijn vanuit verschillende blikvelden. Ik staar nog eens naar melkwitte borsten die ingebonden worden met scheepstouw, naar mannen die elkaar slaag geven met een paardenzweep en erom huilen als baby’s, naar anussen die gelikt worden onder opgestroopte rokken.

Mijn date is inmiddels gevlucht, ik probeer zelfstandig tot een diepere betekenis te komen. Het zou kunnen dat dit libertijnse voyeurisme ons confronteert met hoe we elkaar vandaag de dag bespieden en erotiseren op het internet, maar niets wijst daar echt op. De film zou een kritiek kunnen zijn op de verpreutsing van de maatschappij enerzijds en de verplatting anderzijds, maar ook daar vind ik geen passende aanwijzingen voor. Ik denk aan MeToo en de groeiende groep mensen die de beweging inmiddels overtrokken vindt. Als ik vanuit die blik kijk, valt me op dat de mannen veelal op leeftijd zijn, met optrekkende haargrens, en de vrouwen jong, met glanzende oogschaduw. Er stoot een lach uit mijn mond als ik bedenk dat dat soort filmpjes gratis is op Pornhub.

De film toont een vorm van seksualiteit waar we ons juist aan probeerden te ontworstelen, een seksualiteit die inherent verbonden is aan macht, aan het heimelijke, aan bedachte rolverdelingen

Liberté is subversieve kunst omwille van subversieve kunst, en het is jammer dat dat genoeg is. De film toont een vorm van seksualiteit waar we ons juist aan probeerden te ontworstelen, een seksualiteit die inherent verbonden is aan macht, aan het heimelijke, aan bedachte rolverdelingen. Het is heel interessant en spannend om seksueel voyeurisme naar de tentoonstellingsruimte te halen, maar zonde om dat te doen vanuit een vastgeroeste blik binnen een alomvertegenwoordigd verhaal. Vooral gezien het feit dat de hedendaagse kunst- en filmwereld steeds rijker is aan makers die onze kijk op seks actief bevragen en bevrijden, ook binnen toverachtige omgevingen (denk bijvoorbeeld aan Melanie Bonajo).

In 2019 werkte ik voor het filmmuseum, eerst als stagiair, daarna op de persafdeling. Toen ik terugkwam uit New York, vertelde de curator – hij een man van rond de zestig, ik een meisje van begin twintig – dat hij Liberté graag zou omvormen tot een tentoonstelling. Ik schrok en reageerde fel en kritisch. Hij snoerde me de mond door te zeggen dat het niet mijn rol was om daarover na te denken.

Albert Serra – Liberté is te bezoeken in Eye Filmmuseum Amsterdam t/m 29 september 2024.

Annabel Essink

studeerde kunstgeschiedenis, werkt aan haar eerste roman

Recente artikelen