metropolis m

Hans Eijkelboom, uit de serie De ideale man (detail), 1977–1982. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

In het publieke debat lijkt er geen einde te komen aan gesprekken over de manosphere. Ook bij het Stedelijk Museum Amsterdam is er geen ontkomen aan. Melanie Bühler maakt daar haar curatoriële debuut met een tentoonstelling over mannelijkheid. Merthe Voorhoeve bezoekt de tentoonstelling, die een tegenwicht wil bieden aan de spectaculaire beelden van mannelijkheid die zich via sociale media verspreiden.

Er lijkt geen dag voorbij te gaan zonder dat het gaat over het maatschappelijke probleemkindje van onze tijd: de man. Daarbij gaat het meestal over de jonge man, die onder invloed van een uitgebreid online netwerk van mannelijke influencers, podcasters en streamers (de manosphere), allerlei giftige en vaak misogyne ideeën over mannelijkheid en genderverhoudingen toegediend krijgt.

Inmiddels is de manosphere ook een hot topic in de kunstwereld. In januari opende Het Noordbrabants Museum de tentoonstelling Ben Ik Mannelijk? waarin mannelijkheid als constructie onder de loep wordt genomen via mode, fotografie, muziek, video en geluid. De 159e editie van e-flux Journal draagt de naam ‘Masculinities’, en onderzoekt hoe de zogenaamde ‘crisis van mannelijkheid’ van verschillende kanten geframed wordt. De laatste editie van Texte zur Kunst zoomt in op misschien wel het grootste pijnpunt van de manosphere: de heropleving van vrouwenhaat. Ook Metropolis M wijdde er een nummer aan: ‘mannenbeelden’.

In eerste instantie was ik dan ook sceptisch toen het Stedelijk Museum Amsterdam hun Beyond the Manosphere tentoonstelling aankondigde: ik vroeg me af of er nog wel iets nieuws of interessants te zeggen viel over het onderwerp, en of het überhaupt wel mogelijk is om in een museale context een licht te werpen op een fenomeen dat zich vooral online afspeelt. Daarnaast vroeg ik me af of een tentoonstelling die zo’n breed onderwerp aankaart, de structuren die de manosphere mogelijk maken kan blootleggen. Anders had de verwijzing ernaar beter weggelaten kunnen worden.

Bühlers insteek gaat echter juist om het agenderen van mannelijkheid als een cultureel en psychologisch fenomeen dat voorbij gaat aan de tegelijkertijd spectaculaire en oppervlakkige verschijningsvormen ervan binnen de manosphere. Tijdens de conferentie On Men, Love, and the Patriarchy, die onderdeel uitmaakte van de Stedelijk x Rietveld Studium Generale, legde Bühler uit dat Beyond the Manosphere in wezen niet een tentoonstelling is die gaat over de manosphere als online fenomeen. De opkomst van de manosphere ziet ze als onderdeel van een langere geschiedenis: het patriarchaat is immers een van de oudste systemen. Met de tentoonstelling wil ze het huidige moment, waarin het vooral gaat over mannelijke figuren zoals Andrew Tate en Trump, aangrijpen om de vraag te stellen wat het betekent om vandaag de dag man te zijn. Zonder daarbij in de clichés te vervallen van de manosphere. Met dit doel voor ogen verzamelde Bühler werken van 36 kunstenaars, die met name afkomstig zijn uit de collectie van het Stedelijk Museum en het Kunstmuseum St. Gallen, waar de tentoonstelling ook naartoe zal reizen.

Bühlers insteek gaat echter juist om het agenderen van mannelijkheid als een cultureel en psychologisch fenomeen dat voorbij gaat aan de tegelijkertijd spectaculaire en oppervlakkige verschijningsvormen ervan binnen de manosphere.

Reba Maybury, Used Man 1974, 2021. Foto: Graysc

In de eerste zaal valt de lichtgrijze kleur van de muren me als eerste op. Hierdoor ogen de zalen alledaags of zelfs een beetje saai. Een aantal sculpturale werken trekt de aandacht, zoals John Millers Mourning for a World of Rubbish (2020): een kitscherige goudgekleurde ruïne in de vorm van een verzameling monumenten en objecten. Terwijl deze klassieke monumentale vormen traditioneel gezien worden gekoppeld aan beschaving en autoriteit, veranderen ze door de gouden verf en het plastic uiterlijk in nietszeggende tierelantijnen. Op deze manier lijkt dit werk het einde van het eens glorieuze zelfbeeld van de westerse wereld aan te kondigen. Even verderop wordt een iconisch impressionistisch schilderij uit de collectie van het Stedelijk, Leo Gestel’s Liggend Naakt (1910), samengebracht met een kopie die kunstenaar en dominatrix Reba Maybury heeft laten vervaardigen door een van ‘haar’ onderdanige mannen. Deze kopie, die schuin tegenover het origineel hangt, wordt daarbij vergezeld door Maybury’s Used Men (2026) sculpturen: twee hoopjes mannen kleding, achtergelaten door mannen die zich op haar bevel hebben uitgekleed.

De werken in deze ruimte ondermijnen dominante hegemoniale mannelijkheid op spelender wijze. Zo ook in de monumentale muurschildering If It Moves, Kiss It (2001) van Lucy McKenzie, waar een voorstelling van een groep bijna naakte gespierde mannen, oorspronkelijk een nazi-kunstwerk van Fritz Erler, is gevandaliseerd. Over de lendendoeken van de mannen heen zijn grote fallussen getekend, een ingreep die volgens Bühler de fallus als machtssymbool onschadelijk maakt, omdat de fallus enkel macht uitoefent als deze verhuld is.

Installation view Beyond the Manosphere — Masculinities Today, 2026, Stedelijk Museum Amsterdam. Photo: Peter Tijhuis

Humor en spel vormen een leidende draad in de tentoonstelling, een geslaagde strategie aangezien het een antwoord biedt op de inherente absurditeit van hedendaagse vormen van mannelijkheid, zoals bijvoorbeeld de looksmaxxing trend. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om het seksistisch geweld en de uitsluiting die voortkomt uit dominante mannelijkheid aan te kaarten. Dit gebeurt in een andere hoek van de ruimte, bij SoiL Thorntons Husband Chair (2026). Een bruinkleurige opgepompte, vierkante sculptuur blokkeert hier een van de doorgangen naar de volgende zaal. Dit werk is op maat gemaakt voor de tentoonstelling en is precies even lang als curator Melanie Bühler. Dit zorgt ervoor dat Bühler onmogelijk om deze sculptuur heen kan: een commentaar op hoe mannelijkheid vaak vrouwen en anderen die niet passen binnen mannelijke hegemonie buitensluit.

In de tweede zaal, die net als de eerste in witte en lichtgrijze kleuren is omhuld, komt de grote diversiteit van de geselecteerde werken het duidelijkst naar voren. De ingang van de ruimte is versierd met een wat knullig ogende slinger, gemaakt van papieren plaatjes van deels ontblote, gespierde mannenlijven. Dit werk van Sven Gex doet me denken aan mannelijkheid zoals het wordt gepromoot op Instagram via fitness en mode influencers: oppervlakkig, opgepompt, en gecommodificeerd. De slinger contrasteert met de meer traditionele werken, maar verbeeldt een maatgevende online variant van hedendaagse mannelijkheid en vormt daardoor een waardevolle toevoeging aan de tentoonstelling.

Mijn oog valt op een klein schilderij dat aan een verder bijna geheel lege, witte muur hangt. Op de voorgrond zie ik een mannetje dat voorovergebogen en naakt op een stoel zit. Tussen zijn benen verschijnt een erectie en ook zijn hoofd heeft de vorm van een fallus. Achter het mannetje is een pad te zien dat leidt naar een weelderig bos, en daartussen ligt een gigantische, huidkleurige granaatappel die (net als in het bekende schilderij van Salvador Dali) in het midden openbreekt en haar pitten blootgeeft. Dit werk, Tuin met Granaatappel (1975) van de Amsterdamse schilder Melle (Oldeboerrigter) vormt voor mij de locus en tevens het hoogtepunt van de tentoonstelling. Er wordt hier namelijk daadwerkelijk iets essentieels naar de voorgrond gebracht: de mannelijke gevoelens van angst en minderwaardigheid tegenover de machtige seksualiteit en scheppingskracht van de vrouw. Dit raakt aan een dominante structuur binnen de manosphere: figuren zoals incels en anti-feministen ervaren de seksuele vrijheid van vrouwen namelijk als frustrerend en oneerlijk, wat hun seksistische overtuigingen voedt. Hier werkt Bühlers strategie misschien wel het beste, aangezien ze de manosphere in een bredere historische patriarchale tendens weet te plaatsen. Dat een werk uit 1975 iets kan toevoegen aan hedendaagse discussies over mannelijkheid, zegt iets over de onderliggende structuren van die mannelijkheid.

Een ander werk waar de rol van vrouwen in de vorming van mannelijkheid mooi naar voren komt is De Ideale Man (1978) van Hans Eijkelboom. De kunstenaar vroeg voor dit werk aan een verzameling vrouwen om hun ideale man te omschrijven, waarna hij een poging deed om deze mannen zo goed mogelijk voor hen uit te beelden door verschillende kledingstijlen en haardrachten te dragen. Het resultaat is een reeks foto’s van mannelijke archetypen, van een James Dean achtige figuur gehuld in een motorjack en strakke broek, tot een hippie met wijde jeans en baard. Mannelijkheid verwordt hier tot een kostuum, wat de inherente performativiteit van mannelijkheid naar voren brengt.

Dat een werk uit 1975 iets kan toevoegen aan hedendaagse discussies over mannelijkheid, zegt iets over de onderliggende structuren van die mannelijkheid.

Melle, Tuin met granaatappel, 1975. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam, legaat J.G. Oldeboerrigter-van Hilst
Hans Eijkelboom, uit de serie De ideale man (detail), 1977–1982. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam

Door de bonte verzameling van kunstvormen en materialen heeft Beyond the Manosphere soms iets weg van een psychoseksueel rariteitenkabinet van mannelijkheid, ook de klinisch-grijze muren dragen hieraan bij. Daarbij heeft Bühler ervoor gekozen om humor en lichtvoetigheid niet uit de weg gegaan, een keuze die ik kan waarderen in het zware moment waar we ons in bevinden, waar meestal pessimisme de boventoon voert in de discussies rondom mannelijkheid en de manosphere.

Toch blijft de rol van de online manosphere in de tentoonstelling vaag en ongedefinieerd. De vraag wat het betekent om vandaag man te zijn, die Bühler centraal stelt, kan niet volledig beantwoord worden zonder daar sociale media, datingapps, en influencers in te betrekken. De tentoonstelling doet weinig met dit feit, maar richt zich vooral op verschillende manieren waarop mannelijkheid wordt verbeeld in de kunst. De tentoonstelling laat zien dat mannelijkheid ook performatief, knullig, kwetsbaar en intiem kan zijn, en dat zijn vormen die we meer kunnen gebruiken.

Beyond the Manosphere: Masculinites Today is tot en met 2 augustus te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam

Merthe Voorhoeve

doet de RMA Cultural Analysis aan de Universiteit van Amsterdam en is eindredacteur van Simulacrum Magazine

Gerelateerd

Recente artikelen