metropolis m

De opening van de groepstentoonstelling flour, water, soil bij W139 is een bruisende viering. Met een geïmproviseerde mantra performance van Galalalive, curieuze zakjes met bonensnacks van Maria Khatchadourian en Common Ground, en een custom soil cocktail wordt de tentoonstelling geïnaugureerd. De projectmatige tentoonstelling, geïnitieerd door deelnemend kunstenaar Maria Khatchadourian, zal gedurende haar loop blijven evolueren door middel van maaltijden en workshops.

Een paar dagen later keer ik terug en lijkt de ruimte tot mijn verwondering getransformeerd; de bodem van W139 heeft lucht gekregen, waardoor het landschap binnen de tentoonstelling opnieuw voor mijn ogen ontvouwt. Flour, water, soil gaat over de letterlijke materialiteit die de titel verraadt. Representaties van agrarische processen, waterinfrastructuren, fermentatie en verwoesting tonen de verstrengeling van materialiteit met zorg en geweld. De werken functioneren als begaanbare ‘ruimtes’, waarbinnen ogenschijnlijk rauwe materie een drager is van uiteenlopende verhalen over reparatie, onteigening en continuïteit.

Met een cartografische illustratie helpt de tentoonstellingsgids mij in het wat leeg aandoende landschap om de autonomie van de natuurlijke materialen te herkennen. Materie die op het eerste oog als achtergrond lijkt te fungeren, treedt zo naar voren.

In de video gaan oud-medewerkers Nazife Kaya en Kamile Kahmaran en Kahmarans familie met elkaar in gesprek. Ondersteund door oude foto’s en televisie-interviews blikken ze terug op hun kilo based job; lonen werden berekend op basis van de kilo’s gepelde uien in plaats van per uur. De fabriek stond vol met uien gevulde tafels, de eigenaren hielden het geen minuut uit zonder te tranen. Ze boden de vrouwen weinig zekerheid; de dagen waren lang en van ziekteverlof, vakantiedagen of reiskostenvergoeding was geen sprake. Uit angst voor berisping werden de overtollige afsnijdsels van de uien door de vrouwen weggemoffeld. De installatie toont ook momenten van vreugde; de zonzijde van het precaire bestaan. Vrouwen lachen om de jongere versies van zichzelf op gearchiveerde televisiemomenten, en grappen over trage medewerkers. Het wandtapijt dat grenst aan de video verbeeldt in een bonte samenstelling momenten van vreugde en standvastigheid; demonstraties, bijeenkomsten en de viering van hun overwinning in 1979 in de rechtszaak die ze met vakbondsleidster Leyla İleri aanspanden ten behoeve van verbeterde arbeidsomstandigheden.

De non-lineaire vertelling biedt een intieme kijk op de gemeenschap: een retrospectief dat gedeeld voelt, omdat ook zij deze periode opnieuw beleven via het archiefmateriaal.

In de zaal die volgt op de entreehal lijkt de sfeer om te slaan; in plaats van levendige kleuren en verhalen nemen grondstoffen de overhand. Een netwerk van verschillende vormen van bloem, water en aarde strekken zich over de ruimte uit. Niet geheel toevallig valt mijn oog op de huilende fermentatiepotten van Ai Ozaki. Het pekelvocht dat uit de oogopeningen sijpelt, vormt zoute tranen sporen op de potten. Het resoneert met de huilende bazen van de uienpelsters die het maar enkele minuten uithielden in de fabrieksruimten.

Ozaki bouwt voort op de Japanse traditie van ingemaakte groenten. De vazen die Ozaki gebruikt, waren oorspronkelijk echter bedoeld om botten in te bewaren. Door het fermentatieproces worden de urnen actieve leefplekken voor micro-organismen. Deze ‘levende’ dragers van Japanse huiselijkheid en rituelen, spiegelen lichamelijke processen en vormen een bijzondere samenstelling waarmee Ozaki de levenscyclus verbeeldt. De materie leeft in beide werken, en zelfs de ui heeft een mate van agency.

In Water Collection Points (2026) van Ola Hassanain kabbelt een spoor van gevonden voorwerpen als een beek door de ruimte. De symbolische route begint bij een kraantje, en ‘stroomt’ via onder andere een gieter en een verwaarloosde industriële kast naar een grote watertank, rustend op Nubische zuilen: symbolen voor de levenscyclus. De waterverzamelpunten moeten plekken van gemeenschap verbeelden, maar de achtergelaten voorwerpen benadrukken ook de tekenen van ontheemding in de nasleep van milieurampen. De gedeelde ervaring die in het werk centraal staat, moet je er wel zelf uit destilleren. Met wat extra moeite is in deze sporen van een onzeker bestaan een waarschuwing voor ecologische degradatie te vinden. De blinkende toren waar onophoudelijk water uit druppelt lijkt, in contrast met de verlorenheid van de alledaagse objecten, op een minder impliciete wijze een hoopvol toekomstperspectief voor bieden. Deze tanks worden doorgaans geplaatst op plekken van waterschaarste, maar zijn traditionele fundering benadrukt de continuïteit van culturele gemeenschap binnen de onzekere leefomstandigheden.

Bijna verstopt onder een verhoogde kalk bepleistering in de vloer, die refereert aan Palestijnse begrafeniscultuur, speelt de video The Ground Keeps What It Holds (2026) van Areej Ashhab. Het grotachtige gat, volmaakt met stalactiet-achtige stelpingen, doet denken aan een opgravingsgebied vanwege zijn rommelige vervaardiging met hoopjes stenen en een kalken plaatplafond. Het werk verwijst daarnaast naar het boeddhistische ritueel dat in 1991 plaatsvond in W139, waarbij 25 mensen foto’s, gedichten en tekeningen begroeven voor het aanleggen van de nieuwe vloer.

De video volgt opgravingen in een Palestijns dorp, dat tijdens de Nakba van 1948 etnisch gezuiverd werd. De neolithische resten moesten aanvankelijk plaatsmaken voor een nieuwe weg, maar later werd strategisch besloten om de opgravingen in lijn met Bijbelse en Israëlische ideologie intact te houden. De architectonische aanpassing illustreert zo de vooropplaatsing van bepaalde geschiedenissen en materialen, terwijl in dit geval de Palestijnse geschiedenis letterlijk werd verwijderd; een verlies dat Ashhab tegengaat door een nabootsing van de setting te creëren. De archeologische thematiek leent zich mooi voor deze interventie; de historische gelaagdheid is bij een opgraving zowel letterlijk als metaforisch aanwezig.

Verderop engageren Maria Khatchadourian en Common Ground met eeuwenoude voedselfundamenten; de bloemzak en de bakkerij. Op een betreedbaar plakkaat van samengeperste aarde, Khatchadourian’s under each others shadow (2026), is de afdruk van een tonratun, ofwel bakkershuisje, te zien. De oude bloemzakken rondom de textielinstallatie van Common Ground zijn gevuld met zand. Beide werken creëren een terrein waar gezamenlijk, door diverse gedeelde zitplaatsen en fysieke aanraking met materie, kan worden gereflecteerd op traditie, infrastructuren en afhankelijkheid omtrent voedsel. Samen met de gefragmenteerde geluidscompositie van BJ Nilsen die door de ruimte galmt, lenen de werken zich voor zowel collectieve vertraging en een actieve reflectie.

De tentoonstelling vergt een actieve houding: een werk fysiek betreden en tijd nemen is een vereiste. De veranderlijke materie in de tentoonstelling krijgt daardoor de potentie van een levend archief. Als ik stil zit bij de uienzakken in belit sağ’s werk en er mieren over mijn notitieboek lopen, bekruipt mij letterlijk het gevoel dat het de ‘passieve’ grondstoffen zijn die hier de dienst uitmaken.

flour, water, soil is tot 12 juli te zien bij W139.

Fieke Lamers

is masterstudent kunstgeschiedenis en werkt bij de redactie van Simulacrum.

Gerelateerd

Recente artikelen