metropolis m

Esmée Bruins en Max Lester. Foto door Esmée Bruins

De afstudeertentoonstelling van de Master of Fine Art (MFA) van het Piet Zwart Institute vindt dit jaar plaats in de nieuwe locatie van TENT Rotterdam aan de Coolhaven. Zowel het PZI als TENT staan aan het begin van een nieuw hoofdstuk op een nieuwe locatie. Piet Zwart moest met pijn in het hart de voormalige school het Karel Doormanhof verlaten en werd ondergebracht in het pand van de moederschool: de Willem de Kooning Academy aan de West-Blaak. TENT vertrok uit de Witte de Withstraat, om zich vanuit de wijk op andere manieren te verbinden met de stad. De verhuizing bracht ze bij elkaar, op een manier die hen past, met TENT als het productiehuis die hier ruimte geeft aan Rotterdamse makers. De kletsende afstuderende kunstenaars bij de ingang maken de garage-achtige entree direct wat vriendelijker.

Ik sta direct in de tentoonstellingsruimte, waar de afstudeershow zich ontvouwt als een landschap. Ik loop aan tegen een grote rechthoekige hoop modder. Het patroon doet denken aan het spoor dat een tractor achterlaat. Maar het gevlochten patroon lijkt hier niet in de modder gedrukt, het is juist opgehoopt, geboetseerd. Eromheen liggen een strohoed, een schop en tractorbumper en andere verwijzingen naar een boerderij. De kunstenaar Adrian Kiss plaatst materialen en objecten bij elkaar om hun performatieve potentie te laten spreken. De attributen samen vormen een personage, je eigen associaties voeren de performance op.

Curator Federica Bueti noemt in de titel van haar introducerende essay de kunstenaars van deze lichting ‘Builders of Tender Architecture’. Hoewel het best een uitdaging kan zijn een groep afstuderende kunstenaars te vatten onder een noemer, is de verbinding die Bueti maakt niet uit de lucht gegrepen. De kunstenaars delen met elkaar een bijzondere gevoeligheid voor hun fysieke omgeving. Ze geven ieder hun eigen versie daarvan.

Vanaf de moddervloer van Kiss beweegt de tentoonstelling zich letterlijk de hoogte in. Ik heb al zicht op het verste hoge hoekraam achterin de ruimte, waar Esmée Bruins een stapeling van huishoudelijke kommen heeft geplaatst. Bruins heeft haar werk verspreid over de ruimte geplaatst, soms opvallend, soms verstopt. Zoals de citroengele linkermuur, die geen onderdeel van het gebouw is, maar van haar installatie. Ze vertelt dat ze met haar werk herinneringen en geërfde ervaringen probeert te vangen in een andersoortig archief. Zoals herinneringen vaak uit brokjes en flarden bestaan, verspreidt zij ze in stukjes door de ruimte. Ik zie een doerian en bittermeloen van gips, een stapel van wasteil, mengkommen en een bakvorm die in het kozijn zijn geplaatst. De kleuren en objecten verwijzen naar de handelingen, smaken, geuren en gesprekken die ze zich herinnert van haar familie en die door hen aan haar zijn overgedragen, de herinneringen aan herinneringen.

Leonie Schneider
Leonie Schneider

Leonie Schneider maakt de zoektocht naar haar verhouding met haar omgeving heel expliciet met behulp van een tent die als onderdak en schilderdoek dient. De tent heeft in de omgeving gestaan waar ze, zoals ze dat noemt, ‘meer-dan-menselijke relaties’ is aangegaan. Ze helpt de bezoeker zich deze plek voor te stellen door de geschilderde landschappen en dieren en het afspelen van omgevingsgeluiden die haar hebben vergezeld tijdens het maakproces. Ze laat er ook fragmenten horen van gesprekken die ze voerde met onder meer de Ambassade van de Noordzee en een Griekse herder, om een meer optimistische blik te werpen op de toekomst van mens en natuur. Terwijl ik ernaar luister bekijk ik nog eens naar de schilderingen, die zich van twee kanten laten bewonderen. Ze tonen levensvormen die hun weg vinden op het snijvlak tussen kunstmatig en natuurlijk en daar weerbarstig stand houden.

Afstuderen lijkt in deze tentoonstelling meer gepresenteerd te worden als momentopname dan afsluiting. Het zijn geen uitkomsten die hier worden gepresenteerd, maar hoofdstukken van een boek dat geschreven wordt. Voor Lilian Beentjes is die tijdelijkheid een van de uitgangspunten van haar manier van werken, de materialen die we hier zien zouden binnenkort evengoed weer gedelfd worden voor een nieuwe vorm. De materialen leiden haar naar de uitkomst. ‘Ik benader mijn studio als een kledingkast’, vertelt ze. Ze kijkt daar rond en pakt elementen die op dat moment aanspreken om nieuwe combinaties mee te maken, of om bekende combinaties opnieuw uit te vinden. Daarbij stelt ze aan het materiaal de vraag: ‘Hoe ver kunnen we gaan?’ Een veelhoekig kader op de achtermuur vangt de losse onderdelen samen. Ook hiervoor greep ze naar een onverwacht materiaal, kleuraccenten zijn aangebracht met oogschaduw als pigment.

.

Nadat ik meerdere rondjes gemaakt heb langs de verschillende werken, vind ik mijzelf achterin de ruimte draaiend rond mijn as. Op mijn plek gehouden door vijf schermen in een onregelmatige cirkel om mij heen. Het zouden ramen kunnen zijn, die vanuit de hoeken van een heel klein gebouw het uitzicht onthullen. Wanneer je een paar seconden langer kijkt vervliegt deze indruk, de beelden veranderen, nieuwe uitzichten vagen langzaam de voorgaande uit. Door de koptelefoon klinken omgevingsgeluiden.

De kunstenaar Veigar Gunnarsson zoekt zijn omgeving af naar momenten van zowel introspectie als universele menselijke ervaringen. Langs de schermen wordt mijn blik gevangen door de andere werken in de ruimte. Stuk voor stuk kunstenaars die een intieme blik om zich heen werpen en ons meenemen in wat ze zien. Waar hun paden kruisen laten ze zien dat het samen tentoonstellen van een groep kunstenaars die twee jaar lang op elkaar zijn aangewezen juist een heel sterke curatoriële richting kan geven.

OOK DIT JAAR PRESENTEREN WE WEER EEN GRADUATION SPECIAL MET PORTRETTEN VAN 70 AFSTUDEERDERS BIJ METROPOLIS M NUMMER 4 – AUGUSTUS-SEPTEMBER. ALS JE JE VOOR AUGUSTUS ABONNEERT STUREN WE JE HEM GRATIS TOE. MAIL [email protected]

Piet Zwart Instituut Fine Art, TENT Rotterdam, was te zien t/m 5.7.2025

Birgit van Beek

is schrijver en educator

Gerelateerd

Recente artikelen