
Niet alles laat zich vinden – Publiek Park in Meise en Brussel – Zomerwandeling #2
Deze zomer publiceren we een aantal teksten over wandelingen, naar aanleiding van de mini-special over de populariteit van wandelen in Nummer 3. Hoe kunnen we lopend, struinend, sloffend en flanerend naar kunst kijken? Voor de tweede zomerwandeling lopen we met Ive Stevenheydens mee door de Plantentuin van Meise.
De Plantentuin vormt het decor voor een ontmoeting tussen kunst, landschap en geschiedenis binnen het kader van Publiek Park: een nomadisch tentoonstellingsproject dat stedelijk groen benadert als publieke denkruimte. Een tweede hoofdstuk opent in september in Brussel, op de plek waar het park ooit begon: Le Botanique.
Publiek Park verkent openbare parken en tuinen als plekken voor trage reflectie, collectieve verbeelding en tijdelijke kunstinterventies. Het initiatief werd opgericht door Jef Declercq, Anna Laganovska, Koi Persyn en Adriënne van der Werf, en kiest voor een site-sensitieve aanpak: kunstenaars ontwikkelen en/of tonen werk dat in interactie gaat met de geschiedenis, ecologie en sociale gelaagdheid van een plek. Na eerdere edities in Gent (2021) en Antwerpen (2023) strijkt Publiek Park dit jaar neer in de Plantentuin van Meise, met een vervolg in de Brusselse Botanique.
De tentoonstelling ontvouwt zich in Meise als een wandelroute. Daar tonen elf kunstenaars(groepen) vaak nieuwe of recente werken. Het is al weer even geleden dat ik de Plantentuin bezocht. Het is een van de grootste botanische tuinen ter wereld, een ware parel van 92 hectare. Het domein omvat de landerijen van het kasteel van Meise en het kasteel van Bouchout. Door het landschap slingert de Amelvonnebeek en bevinden zich verschillende vijvers. In de bibliotheek van de Plantentuin huist ook die van de Koninklijke Belgische Botanische Vereniging. De geschiedenis van de tuin gaat terug tot de Franse tijd: in 1797 doopte de eerste directeur het domein tot Le Jardin Botanique de Bruxelles.
Als ik bij de ingang de plattegrond bestudeer weet ik het meteen: dit belooft een stevige wandeling te worden. Ondanks dat hulpmiddel en de bewegwijzering mis ik (natuurlijk!) meteen de eerste locatie (een geluidsinstallatie van Office for Joint Administrative Intelligence die ik later bezocht). De laan richting het kasteel van Bouchout, dat centraal in het park ligt, eist immers mijn aandacht op. Maar flaneren en dwalen is in een park voor mij toch de boodschap (en ik heb sowieso niet zo veel zin om alles strikt volgens de plattegrond te gaan aflopen).
Het eerste werk dat ik zie hangt aan de gevels van het fenomenale serrecomplex Plantenpaleis uit 1958. Eden is exhausted too (2025) van Līga Spunde siert beide zijden van de ingang van het paleis. Twee banners tonen fictieve werelden bevolkt door mysterieuze wezens. Spunde refereert met deze digitale, zeer kleurige tekeningen naar De tuin der lusten van Jheronimus Bosch. Net als in dat meesterwerk worden ook hier links en rechts de ‘geredden’ en de ‘verdoemden’ getoond.
De wezens uit Spundes tekeningen – verwrongen elfjes, monstertjes, vreemde trollen – zal ik later opnieuw tegenkomen, als lijken ze ontsnapt en getransformeerd naar sculpturen die zich verschuilen in de enorme Plantentuin. De sculpturen hebben de flair van creaturen in een sprookjesbos. Dat vind ik in deze context best passend en prettig – en sinds mijn kindertijd ben ik een grote fan van de Efteling (ook dat is alweer lang geleden dat ik daar nog was, maar de herinnering zalft).
In Publiek Park wil niet alles persé gezien worden (wat misschien net de kracht van deze editie is: je moet het zoeken, missen, omwegen maken). Niet alles laat zich vinden
In het hart van het Plantenpaleis weerklinkt Hear her calendar system a year of thirteen months (2025), een geluidsinstallatie van Bianca Baldi. Het is een verlengstuk van haar gelijknamige film die momenteel in de tentoonstelling Magical Realism bij WIELS te zien is. Het werk vormt een ode aan de sycomoor vijgenboom die ook in deze serre groeit en verweeft een gezongen gedicht van Gabi Motuba met hedendaagse veldopnamen uit de natuurlijke leefomgeving van de boom. Die inheemse Afrikaanse boom vormt voor Baldi een metafoor voor een meer-dan-menselijke getuige van tijdcycli, verzet en regeneratie en refereert aan koloniale geschiedenissen van landexploitatie. Terwijl die gewelddadige geschienissen in de film bij WIELS in tekst en beeld duidelijk wordt, blijft hier enkel een mooi lied over, als ware het een soundtrack voor de serre.
De stemmen en klanken uit Baldi’s werk vervagen traag terwijl ik langzaam door de snikhete serre wandel. In Publiek Park wil niet alles persé gezien worden (wat misschien net de kracht van deze editie is: je moet het zoeken, missen, omwegen maken). Niet alles laat zich vinden.
Ik besef maar al te goed dat ik zelden nog echt langzaam kijk. Hier dwingt de omgeving mij echter daartoe: de combinatie van de enorme schaal van de tuin versus de subtiele positionering van de werken. Soms lijken die zich letterlijk in de schaduw van de flora te verstoppen. Zo valt een andere interventie in de serres me pas na een tijdje opp. Iris series (2024/2025) van Judith Kakon zijn 3-D geprinte keramische sculpturen die lijken op gestandaardiseerde plastic containers die worden gebruikt voor de verkoop en het transport van snijbloemen. Tussen de planten slingert zo’n ‘bak’, en ook verderop in de serres duiken ze opnieuw op, soms in formaties.
Kakon levert geen groot gebaar maar wel een subtiele anekdotische knipoog naar de economie. Volgens de tentoonstellingsbrochure verwijst de titel Iris naar de symbolische bloem van Brussel, die ooit groeide langs de moerassige oevers van de Zenne. Die link plaatst het werk in een lokale context, maar voelt voor mij geforceerd. Waar de sculpturen zich juist onttrekken aan eenduidige betekenis en betekenisgeving, maakt deze referentie het werk plots zwaar van symboliek. Dat staat haaks op de bescheiden, observerende houding die het elders zo sterk maakt.
Publiek Park toont verrassend veel videowerken. In het Jachtpaviljoen – een van de vele negentiende-eeuwse follies in de tuin – staat Sweet Blood in Stagnant Waters (2025) een tweekanaalsinstallatie van Gabi Dao. De deuren staan open, maar het blijft er bloedheet. Een halfuur uitzitten gaat me niet lukken. Wat ik zie is campy, lo-fi, en eigenzinnig chaotisch: poppenspel, geënsceneerde dialogen, een vervormde stem als in een glitch. Dao’s film voert drie cyborg-achtige figuren op. Aangeduid als ‘angels’ dwalen ze door droomachtige ruimtes: van laboratoria over slaapkamers tot archieven en een weelderige botanische wereld. Een hybride wezentje, half mug, half mens, volgt hen.
Geregeld duikt de Plantentuin zelf op, met herkenbare locaties zoals de achtvormige Victoriakas uit 1854 (waar overigens een olfactieve installatie van Myrthe van der Mark staat). In Sweet Blood in Stagnant Waters doet ze dienst als achtergrond voor wat lijkt op een vergeten sci-fi reeks. Het geheel is anekdotisch, grotesk en verontrustend tegelijk, en raakt aan queer intimiteit en koloniale erfenissen. Het is me echter allemaal wat te makkelijk en voorspelbaar, alsof de chaos te gemaakt is.
Er is een bostuin, een culinaire tuin, een cronquisttuin, een eilandtuin, een geuren- en kleurentuin, een dendrologische schatkamer, een kasteeltuin, een rododendronbos… het houdt niet op!
De tuin met al haar diversiteit en natuurlijke pracht trekt me veel meer aan. Er zijn tal van levende collecties: in Meise is men terecht trots op hun uitzonderlijke verzamelingen van naaldbomen, sierheesters, eiken, hortensia’s, esdoorns, magnolia’s. Er is een bostuin, een culinaire tuin, een cronquisttuin, een eilandtuin, een geuren- en kleurentuin, een dendrologische schatkamer, een kasteeltuin, een rododendronbos… het houdt niet op! Publiek Park heeft het best wel moeilijk om op te boksen tegen zo veel natuurlijke rijkdom!
Ik besluit een stevig eind te wandelen van de westelijke zijde naar de locaties aan de oostkant. Het loont, want daar toont Jura Shust bijzonder sterk werk in en rond het WOODlab (een paviljoen dat het verhaal van hout vertelt). Shusts sculpturen, video en geluidswerk haken mooi in op de context en natuurgeschiedenis: ritueel en speculatieve verbeelding verstrengelen zich met elkaar. In zijn video Neophyte III: On the Eve of the Shortest Night (2023) heractiveert Shust het Slavische Kupala-ritueel waarin planten, dieren en elementen tijdelijk bezield raken.
De film – (andermaal) campy, (maar dit keer ook) mystiek en lichamelijk – evoceert een fluïde wereld waarin technologische, mythische en ecologische temporelen samenvallen. Shusts sculpturen in sparrenhout (Leaving an Annual Growth at the Top: Succession en Two or Three Girths Wide, beide uit 2024) benaderen bomen als dragers van geheugen, maar ook als fossiele lichamen. Ze verwijzen naar voorchristelijke begrafenisrituelen en het idee van het heilige woud als een archaïsche vorm van een natuurreservaat. Buiten weerklinkt naast een indrukwekkende duizendjarige sequoiadoorsnede Coniferous Succession (2023). Het is Shusts auditieve verbeelding van de Slavische bosgeest Leshy. Met deze werken stelt de kunstenaar een alternatieve, animistische lezing van het bos voor waarin het educatieve kader van WOODlab verschuift naar een speculatief ecospiritualisme.
Veel van deze werken lijken zich te verliezen in hun thematische intenties - koloniaal verleden, speculatieve ecologie, meer-dan-menselijke-verbanden - zonder dat ze echt sporen nalaten
Ik kijk weer naar het plannetje dat ik bij aankomst in mijn handen kreeg. Eigenlijk zou je deze tentoonstelling moeten kunnen ondergaan zonder dat schema. Alsof je zelf verdwaalt in een narratief dat zich geleidelijk ontvouwt. En bij mijn bezoek hier blijft er iets wringen. Veel van deze werken lijken zich te verliezen in hun thematische intenties – koloniaal verleden, speculatieve ecologie, meer-dan-menselijke-verbanden – zonder dat ze echt sporen nalaten. In een setting van een dermate rijke natuurlijke schoonheid, historiek en botanisch onderzoek, vallen nogal wat installaties licht uit. Soms voelt het alsof Publiek Parks site-sensitiviteit slechts een decoratieve geste is. Maar misschien is dat wel het risico van kunst in de open lucht: het landschap laat zich moeilijk overtroeven, en de wandelaar heeft altijd de optie zich gewoon van het pad af te keren. Desalniettemin zet Publiek Park iets in beweging. Het nodigt uit tot traagheid, verdwalen, vertraagd waarnemen. Daarin schuilt een waardevolle ervaring. Ik vermoed dat het tweede hoofdstuk, in de stedelijke context van de Brusselse Botanique, een ander register zal aanslaan. Daar, waar het verleden van de tuin en het stedelijke heden zich scherper kruisen, ligt een nog grotere kans om niet alleen de plek te spiegelen, maar ze ook werkelijk te bevragen.
IN NUMMER 3 VIND JE EEN MINI-SPECIAL OVER DE POPULARITEIT VAN WANDELEN IN CULTURELE KRINGEN. MAIL [email protected] OM HET NUMMER TE BESTELLEN.
Publiek Park: Plantentuin Meise tot 28 september. Botanique Brussel: 3 tot 14 september.
Ive Stevenheydens
is schrijver, curator, deejay en dramaturg




