metropolis m

Werker Collective, RADIUS, 2025. FOTO: GUNNAR MEIER, © RADIUS CCA.

In het jaarprogramma ‘De Politieke Grenzen Voorbij’ zoekt RADIUS de dialoog op buiten de ecologie. Werker Collective zoekt in archieven naar samenkomsten van klasse onderdrukking, gender, ecologie en neoliberalisme. Ischa Borger bezoekt de tentoonstelling en vraagt zich af hoe de bezoeker deze kruispunten kan onthullen. Theorie lijkt daar de weg vaker te versperren dan te verruimen.

Zachte strijkmuziek galmt langs de afbuigende betonnen muren van RADIUS. Het ritme van mijn hakken op de harde vloer wordt opgenomen door de cello’s en violen, terwijl de bijbehorende filmprojecties tegen de buitenbocht van de ruimte één voor één in mijn zicht verschijnen. In het middelpunt van de halve cirkel zie ik vijf video’s naast elkaar, afwisselend zwart-wit en zwart-rood gekleurd. Rechts, beelden van mannen in werkkleding die doelloos langs elkaar bewegen door een grote ruimte. Helemaal links zit een man in bad met zijn kind, dat druk in de weer is met een blok zeep. De vol-getatoeëerde vader zit er kalm bij, met zijn grote zilveren sieraden nog om.

De filminstallatie A Moving History of the Young Worker (2025 – doorlopend) van Werker Collective buigt door de ronde tentoonstellingsruimte om mij heen. Het voelt alsof ik ben beland in een opgeblazen versie van hoog opgestapelde analoge filmrollen in een beeldarchief. Dat is niet helemaal figuurlijk, want de installatie is een montage van fragmenten uit speelfilms en documentaires die zijn opgerakeld uit archieven van Warschau tot Hilversum. Het project is geïnspireerd op de cineclubs uit het Sovjettijdperk, waar arbeiders buiten het zicht van de staat hun eigen amateurfilms maakten rondom thema’s zoals consumentisme en werk, maar ook gender en seksualiteit. De filminstallatie zoekt de verbinding tussen arbeiders- en queerbewegingen subtiel op in het concept van queer-tijd, door de traditionele lineaire tijd van de status quo te doorbreken met experimentele montagetechnieken. De films hebben geen plot en de personages geen doel. Geknipt en gehusseld vormen de archiefbeelden alternatieve representaties van arbeiderslichamen, die nergens naar toe werken.

Langzaam kruipen de 75 filmfragmenten over de prachtige natuurlijke kalktekeningen op de betonnen muren van de tentoonstellingsruimte. RADIUS is gevestigd in een reinwaterkelder uit 1918-19 die werd aangelegd naast de oudere watertoren toen deze overging van duinwater op water uit de Maas. Niet alleen de film, maar ook de ruimte vraagt een andere tijdsbeleving van mij. Hier wil ik eindeloos blijven zitten. Tegelijkertijd maakt de ongebruikelijke architectuur van het bassin mij nieuwsgierig naar de volgende ruimtes. De curator speelt handig in op dat gevoel. In drie hoofdstukken wordt de bezoeker vakkundig door een desoriënterende draaikolk naar het oog van Werker Collective’s solotentoonstelling BECOMING UNCOMMON SUBJECTS gezogen.

Het Amsterdamse kunstenaarscollectief van Marc Roig Blesa en Rogier Delfos legt zich toe op intersectionaliteit. Werker Collective valt niet binnen de hokjes feministisch, queer of ecologisch, maar opereert op de punten waar zij elkaar kruisen. Om die drukke kruispunten aan te leggen hebben zij een indrukwekkend archief verzameld van meer dan 3000 historische documenten, zoals beelden, boeken en ander visueel materiaal, dat zij op verschillende manieren ‘activeren’.

Voor Textiles of Resistance (2021 – doorlopend) presenteert Werker Collective delen van hun archief bijvoorbeeld op stof. Zwierend tussen de rij metershoge doeken in de tweede ring van Radius komt de een na de andere sociale beweging voorbij. Ik blijf hangen bij een afbeelding van een Franse vakbondsposter, waarnaast een krantenknipsel met ingezonden oproepen is gezeefdrukt. Hitno traži bilo kakav posao is volgens mijn vertaalapp Kroatisch voor ‘dringend op zoek naar elke soort baan.’ In de daaropvolgende doeken wisselen gedichten over seksualiteit, grafieken van inkomensongelijkheid en pro-migratie leuzen elkaar af. Zonder achtergrondinformatie blijft de intersectionele onderlaag soms onoverzichtelijk. Hoe kan de bezoeker deze bronnen uit enorm verschillende historische, geografische en culturele contexten samenbrengen?

Rond doek nummer twaalf is mijn verwarring, via frustratie, omgeslagen in verwondering. De methode van Werker Collective doet mij denken aan Walter Benjamins voddenraper, die verzamelt wat de vooruitgang achterlaat en opraapt wat er van de wagen van de geschiedenis valt. ‘Hij is geen revolutionair,’ schrijft Benjamin in zijn Arcadeproject, ‘maar een man die de restjes van de revolutie verzamelt […] en er iets nieuws van probeert te maken.’ Als echte voddenrapers weerstaat het Werker Collective de neiging om een objectieve buitenpositie in te nemen. Ook de collectieve opzet van de projecten versterkt deze subjectiviteit. A Moving History of the Young Worker begon in 2018 als een cine-club in Warschau en Textiles of Resistance is opgezet als kunst coöperatief om lokale textieldrukkers te steunen met de productie van nieuwe doeken. Zo vind ik de vakbondsposter terug in een foto van een workshop bij de Rijksakademie in 2021, waar de doeken werden gemaakt voor de Sonsbeek biënnale dat jaar. Niet alleen de twee kunstenaars, maar ook anderen delen zo mee in het maakproces.

Op 8 november zal ook in RADIUS een zeefdruk workshop plaatsvinden. Het is echter duidelijk dat Textiles of Resistance is begonnen met de buitenlucht van het Sonsbeekpark in gedachten. Gevangen tussen de betonnen muren lijken de eens zo luchtig wapperende doeken te verstenen. Het toont de gebreken van de uitgesproken architectuur, die het in RADIUS vaak wint van de kunstwerken. Waar de kalktekeningen de rood getinte videoprojecties als behang sieren in een sfeer van Won Kar-Wais dromerige In the Mood for Love, is de muur te star om de zachte stoffen tot hun recht te laten komen. Het kleurenpalet is prachtig, maar in plaats van organisch en open, oogt de ruimte stijf en gesloten.

Voor een kunstcentrum dat zich toelegt op hedendaagse kunst en ecologie, voelt de tentoonstellingsruimte juist vaak afgezonderd van de buitenwereld. Toch maken de beste tentoonstellingen van RADIUS juist verbinding met de reinwaterkelder. Aangrijpingspunten zijn er zowel inhoudelijk, zoals bij SCENES FROM THE POLDER WESTERN over Nederlands bijzondere relatie tot water, als esthetisch, zoals bij de dystopische projecties van Femke Herregravens solotentoonstelling, waarin het bassin werd overwoekerd door het omringende ecosysteem.

Om zich langer in ecologische complexe onderwerpen te verdiepen, werkt RADIUS met jaarprogramma’s. Vorig jaar bood ‘Grenzen Aan Groei’ een economische invalshoek. Ook het huidige programma, ‘De Politieke Grenzen Voorbij,’ schuwt niet weg van de soms lastige verwikkelingen van klimaat en sociale emancipatie. Hoewel Werker Collective goed past binnen het thema van politieke representatie, blijven ecologische vraagstukken in hun praktijk meer impliciet. Daarmee begeeft RADIUS zich op relatief nieuw terrein. In een wat ongemakkelijk vluchtige behandeling trekt de zaaltekst ‘abolitionisme’ aan de strijd tegen slavernij voorbij, naar een algemener begrip voor het ontmantelen van structuren die ongelijkheid in stand houden. Die invalshoek komt het duidelijkst naar voren in de laatste ruimte, waar de installatie Amator Archives: On Abolition (2025) een veelzijdige samenstelling archiefstukken presenteert, van posters voor boycots en landbouwvakbonden tot een fotoboek over Sumatra’s koloniale verleden. Van alle onderwerpen gaat het meeste aandacht uit naar krakersbewegingen in Amsterdam, een verlengde van Werkers project Right to the City uit 2023, met bijdragen van onder andere Mokum Kraakt, Niet te Koop en W139.

Als echte voddenrapers weerstaat het Werker Collective de neiging om een objectieve buitenpositie in te nemen.

Gezien vanuit Werkers diepgewortelde interesse naar het spanningsveld tussen kunst, vastgoed, en neoliberaal woonbeleid, is RADIUS’ eigen positie ook relevant. Nadat Delft in 1996 overging op een nieuw waternet verviel de watertoren tot een leegstaand anachronisme, ingehaald door de grote blokgebouwen van de Biotech Campus. Behalve duizenden liter water, leek bovendien niets zich te kunnen vormen naar de betonnen bochten van het bassin. Vijfentwintig jaar later werd het hele terrein opgekocht door projectontwikkelaarsbedrijf Lekkerkerkgroep, dat een indrukwekkende vastgoedportefeuille in Delft beheert. In 2022 opende RADIUS haar deuren in het pomphuis, met een tentoonstellingsruimte in het bassin en een kantoor in de watertoren. De directeur van het nieuwe kunstcentrum werd Niekolaas Johannes Lekkerkerk, de zoon van de projectontwikkelaar, die in de kunstwereld naam had gemaakt als co-directeur van A Tale of A Tub in Rotterdam en in Delft gelegenheid kreeg om een kunstcentrum van de grond af op te bouwen. Als stichting huurt RADIUS het pomphuis en waterbassin van de Lekkerkerkgroep.

Ondanks de familieband tussen projectontwikkelaar en stichtingsdirecteur is er geen reden om de integriteit van RADIUS, dat opereert als een zelfstandige stichting met een onafhankelijk programma, in twijfel te trekken. Te midden van al het kapitalistisch opportunisme in de kunstwereld is het ook de vraag waarom enkel dit kunstcentrum verantwoording zou moeten afleggen over haar rol in particuliere rendementen. Met toegankelijke ticketprijzen, klimaatkritische tentoonstellingen en interessante samenwerkingen toont het zich bovendien maatschappelijk betrokken. Niet om het publiek te veranderen, maar, zegt Niekolaas Johannes Lekkerkerk tegen NRC, ‘om abstracties invoelbaar te maken.’ Toch laat de curator hier een kans liggen om abstracte machtsstructuren en hun gevolgen concreet te maken door het gesprek over de totstandkoming van RADIUS te voeren. Werker haakt er zijdelings op in door stukken te presenteren uit hun archief, dat uitpuilt van kritieken op de gespannen stedelijke verhoudingen tussen cultuur en huurprijzen. In een bijbehorende reader van de installatie benadrukt een hoofdstuk met materiaal van Artworkerrights dat kunstenaars en musea worden ingezet voor de gentrificatie van wijken met woningen voor lagere inkomens. Maar de gevolgen van de komst van RADIUS op deze plek in Delft blijven onbesproken, terwijl juist zijn rol in dit grijze gebied tussen culturele herbestemming en grondspeculatie zo’n interessante casus zou zijn. Een open gesprek had wellicht nieuwe inzichten kunnen bieden over hoe een idealistische kunstinstelling met deze gevolgen om kan gaan.

Toch neemt de tentoonstelling een vlucht naar voren, de theorie in. RADIUS grondt de tentoonstelling in McKenzie Warks begrip ‘uncommons’, dat de tentoonstellingsbrochure duidt als een uitbreiding van de commons, een plek van collectief eigenaarschap en gedeelde middelen. Warks theorie opent de mogelijkheid voor een herijking van arbeid, weg van onderdrukking en extractie, naar het vormen van deze solidaire ruimtes. Echter vertroebelt de geëngageerde lading van de kunstwerken meer door de theoretische begrippen dan dat het deze opheldert. Zo keert de meeslepende draaikolk van RADIUS zich ineens tegen de curator. Het is razendknap hoe hier alle ingewikkelde theorieën in elkaar overvloeien, maar wanneer komen de kolkende inzichten met elkaar in botsing? Wanneer, kortom, wordt het concreet en lastig? Waar tentoonstellingen over ecologie vaak wel tegen de stroming in gaan, blijven de abstracties nu nog een beetje ronddobberen.

Het maakt nieuwsgierig naar de archiefstukken die zullen worden gekozen voor de textielworkshop die komende maand in RADIUS plaats zal vinden. De praktijk van Werker Collective kenmerkt zich precies door het doorlopende karakter, waar de vragen die hun presentaties en bijeenkomsten oproepen steeds weer collectief worden verwerkt in nieuwe kunstwerken. Wellicht weet het kunstcentrum de objectieve buitenpositie daarmee verder van zich af te schudden. Want juist in vergelijking met de immanente artistieke praktijk van Werker Collective blijkt dat in deze opstellingen besloten ligt wat er ontstaat als verschillende thema’s aan elkaar worden verbonden: een kruispunt, of een rotonde. 

De tentoonstelling BECOMING UNCOMMON SUBJECTS is tot 23 november te zien bij RADIUS

Ischa Borger

is hoofdredacteur van Simulacrum

Gerelateerd

Recente artikelen