metropolis m

Raring Padi

‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’ De befaamde zin uit George Orwells roman Animal Farm wijst op politieke spelletjes, corruptie en ongelijkheid. Dit jaar vormt het citaat en het boek een belangrijk motief in de Papier Biënnale van Museum Rijswijk, waarin het dierlijke een manier is om naar de mens te kijken. Joris van den Einden bezoekt de Biënnale samen met curator Julia Geerlings, die sinds eind 2023 curator hedendaagse kunst bij Museum Rijswijk is.

De Papier Biënnale in Museum Rijswijk bestaat inmiddels al bijna dertig jaar, net als de Textiel Biënnale, die daar elk ander jaar wordt georganiseerd. Voorheen lag de focus op kunstenaars uit de eigen omgeving die met papier werkten. ‘Niet kunst op papier, maar kunst van papier’, zoals Julia Geerlings het omschrijft. De afgelopen jaren is deze benadering gewijzigd en richt de Papier Biënnale zich steeds meer op de inhoud van de kunstwerken en legt een verbinding met maatschappelijke thema’s. Na de Textiel Biënnale van 2023, die eenzelfde wijziging doormaakte en de editie wijdde aan het thema Images of Power, verkent de Papier Biënnale nu via George Orwells Animal Farm de relatie tussen het dierlijke en het menselijke.

In Orwells befaamde satirische allegorie uit 1945 rebelleert een groep boerderij dierentegen hun boer in de hoop op een eerlijkere en vrijere samenleving. De revolutie slaagt, maar al snel nemen de varkens de macht over. Onder de biggendictatuur hebben de dieren het vervolgens nog zwaarder dan onder de boeren. De fabel zinspeelt op het ontstaan van de Sovjet-Unie, waarbij de dieren symbool staan voor menselijk gedrag. De zin ‘All animals are equal, but some animals are more equal than others’ is een van de bekendste uit Orwells roman. Hij wijst op systematische ongelijkheid die via politieke systemen geïnstitutionaliseerd wordt. In de Papier Biënnale komen machtsverhoudingen keer op keer terug in allerlei eco- en socio-politieke overwegingen die via dierlijke symboliek zijn uitgelicht. Zo bevraagt Puck Verkade in de video-installatie Unborn (2021) in de gedaante van een antropomorfe duif grote maatschappelijke kwesties als gendergelijkheid, voortplanting en klimaatverandering. In de video is te zien hoe Verkade een nest bouwt, zichzelf afvragend of ze dat eigenlijk wel wil. Die takjes verzamelen, dat ei leggen, ervoor zorgen; er komen allerlei kwesties aan bod die niet veel verschillen van hedendaagse socio-politieke vragen over vrouwenrechten en zelfbeschikking. Sterk is vooral de vertegenwoordiging van gevoelens als twijfel en schaamte, die ondanks de visuele luchtigheid van het werk scherp en aanwezig blijft.

(On)gelijkheid staat ook centraal in de wandvullende collage die Sadik Kwaish Alfraji speciaal voor de Papier Biënnale maakte. Te zien zijn zestig dierenportretten van inkt en houtskool, met in het midden het werk A Selfie with G. Orwells Donkey (2023). Ieder dier is hier aan elkaar gelijk, inclusief de mens, hoewel deze nog steeds (letterlijk) in het midden van alles en iedereen staat. Alfraji verwijst naar de ezel uit Animal Farm, die doorgaans enige afstand houdt tot de onrust op de boerderij, maar tegelijkertijd een actieve en kritische getuige is van de wereld waarin hij zich bevindt. Geerlings vertelt dat Alfraji de rol als kunstenaar op een soortgelijke manier ziet: ‘Wat voor Alfraji de kunstenaar en de ezel verbindt, is hun beschouwende rol. Ze houden zich afzijdig, maar zien en reflecteren op alles.’

Zoals gezegd ging de Papier Biënnale voorheen vooral over het medium. Geerlings vertelt dat de huidige thematische benadering het resultaat is van een proces dat al jaren geleden binnen het museum is ingezet. De aandacht voor het medium is naar de achtergrond geschoven om ruimte te maken voor een meer conceptuele, kritische of activistische invalshoek. Geerlings, die pas sinds december in het museum werkt, ervaart hierin veel vrijheid als curator: ‘We blijven werken met de kaders van papier, textiel en de lokale focus op de gemeente Rijswijk, maar er is veel ruimte voor nieuwe impulsen om vanuit die kaders verbreding op te zoeken.’

En dat blijkt: ondanks het brede scala aan onderwerpen, perspectieven en kunstpraktijken, komen de werken in de Biënnale dit jaar op een mooie manier samen, zonder dat het geforceerd aanvoelt. De grote zaal beneden is een goed voorbeeld. Hij staat vol met veel verschillend werk, dat op een interessante manier toch in balans is: de protestborden voor dierenwelzijn van Indonesisch kunstcollectief Taring Padi en de driedimensionale mythische collage van Sam Keogh schreeuwen om aandacht, terwijl het vogelmozaïek van Suat Ögüt en de koppen van Alfraji hun boodschap juist kalm overbrengen; stil, sereen, maar toch aanwezig.

De mieren ogen menselijk: er schuilt een soort werkdrang in de video, een neiging om ietwat obsessief en ogenschijnlijk gedachteloos productiviteit achterna te streven

Na de glazen overloop sta ik tussen de werken van Bea McMahon, Semâ Bekirović en Manjot Kaur. De verfijnde, kleurrijke illustraties van Kaurs Forest invoking Sapta Matrikas (2023-2024) zitten vol sierlijke details. Ze getuigen van grote virtuositeit, die ook terugkomt in de speelse passe-partouts. Afgebeeld zijn de moedergodinnen van het Hindoeïsme met menselijke lichamen en dierlijke hoofden, die een alternatieve relatie tussen mens en dier suggereren, maar zich vooral richten op ideeën als moederschap en vruchtbaarheid, en de kwetsbaarheid die daar vaak bij komt kijken. Door religie en mythe te verbinden met ecologie vormt Kaur beelden waarin natuur en cultuur niet van elkaar gescheiden zijn, maar juist innig met elkaar verbonden. Bekirović’ Untitled (ants) (2009-2010) is een videowerk waarin mieren vijf minuten lang uitgeknipte letters meeslepen en verplaatsen, en zo, met een zekere onwetendheid, tot woordkunstenaar worden verheven. Op het naamplaatje worden de mieren ook als medekunstenaar genoemd, naast Bekirović zelf. De mieren ogen menselijk: er schuilt een soort werkdrang in de video, een neiging om ietwat obsessief en ogenschijnlijk gedachteloos productiviteit achterna te streven. Vooral McMahons papieren ballonnen zijn innovatief en onbegrijpelijk – zo heb ik papier nog niet eerder zien bewegen. Aardse pigmenten kleuren het ooit witte papier, alsof ze jarenlang door hun omgeving zijn bevlekt.

Dat blijkt ook ongeveer zo te zijn wanneer ik naar de informatiebordjes aan de muur kijk; tot de bestanddelen horen geplastificeerd papier, een ventilator, maar ook rode biet, rode kool, en ui. Het is vooral de beweging ervan die de aandacht grijpt. De ballonnen ademen, bewegen, leven, tot actie bewogen door ventilatoren die de enorme ballonnen doen opblazen en leeglopen. Ik loop erlangs alsof ik tussen een kudde schapen sta, zonder een gevoel van gevaar, maar toch is er spanning, doordat je niet goed kunt inschatten wat de ‘wezens’ gaan doen. Pas als ik de wenteltrap richting de uitgang afdaal, verdwijnt het geluid van de zoemende ventilatoren.

Kevin van Braak

Onderaan de trap vind ik, op aanwijzing van de receptioniste, de Wajangpoppeninstallatie Too many shadows (2014-2024) van Kevin van Braak. Het werk gaat over de wrede geschiedenis van de aanleg van de Birmaspoorlijn tussen Thailand en Myanmar. Het is van papier, maar het thema wijkt af van de rest – het dierlijke, dat in de rest van de tentoonstelling zo leidend is, is hier niet direct te herkennen. Misschien dat het daarom ook wat apart is geplaatst op een plek die ik zonder hulp niet snel was tegengekomen. In de Papier Biënnale is de input van Geerlings, die tot voor kort directeur van A Tale of a Tub in Rotterdam was, duidelijk voelbaar: het is vergeleken met de biënnale die het was een gewaagde tentoonstelling geworden, met een verrassende selectie kunstenaars, die allerlei prikkelende kwesties opwerpen over de verhouding van mens en dier. De tentoonstelling maakt nieuwsgierig naar de plannen van Geerlings in het museum. Wanneer ik haar daar naar vraag, vertelt ze dat ze zich de komende tijd meer gaat richten op het erfgoed van het museum en de locatie. ‘Ik hoop daarin samen te werken met kunstenaars en andere collega’s die, net als ik, iets meer het experimentele op willen zoeken om het erfgoed levendig te houden, op een betekenisvolle manier die niet enkel illustratief is.’

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 5 EINDE VAN DE DIVERSITEIT

Papier Biënnale Animal Farm
Museum Rijswijk
23.6 t/m 17.11.2024

Joris van den Einden

is fotograaf, filmmaker en onderzoeker

Gerelateerd

Recente artikelen