metropolis m

Katerina Sidorova, foto Django van Ardenne

POST Nijmegen wijdt een tentoonstelling aan het toenemende geweld in de samenleving, met name door staatsterreur. En het gevoel dat elke controle daarop ontbreekt, alles met het jaar alleen maar erger wordt.

De tentoonstelling lijkt je niet echt van harte welkom te heten. Als je binnenloopt bij States of Violence is er niks te zien, anders dan een houten ruimte middenin de zaal. Rechts geeft een zwart doek aan waar je een hokje binnenkomt. Of het zo bedoeld is weet ik niet, maar de opzichtige ontkenning van jouw aanwezigheid als bezoeker – die scherp contrasteert met het welkom dat je bij de meeste andere tentoonstellingen ten deel valt – past wel bij het onderwerp van de tentoonstelling: de vijandigheid in de wereld tegenover het individu en het vele, vaak vanuit de staat aangestuurde geweld in alle mogelijke vormen.

States of Violence wijdt zich aan de toename van het geweld in de samenleving, en dan vooral het staatsgeweld, meer specifiek dat van Rusland. In het speciaal gebouwde hok middenin de zaal wordt de video Terror Element van Anna Engelhart en Mark Cinkevic vertoond. De levensechte animatie – gemaakt ism oa Lawrence Lek – vertelt het verhaal van een forensisch laborant die vertwijfeld een familielid belt nadat ze ziet hoe het door het lab verzamelde en geanalyseerde sporen rondom de beruchte aanslagen op woontorens in Moskou, door de regering onjuist geframed wordt als bomaanslagen van Tsjetsjeense rebellen, terwijl het lab daar geen enkel bewijs voor had gevonden, zoals ook aan de regering was medegedeeld. De ostentatieve ontkenning van de waarheid door de regeringsofficials in hun poging er een politiek gemotiveerd wenselijk narratief overheen te leggen, brengt de laborant tot wanhoop over haar rol en toekomst in dit systeem. Ze moet er totaal vertwijfeld van overgeven.

Interessant daarbij is hoe het spel van feit en fictie, dat de basis van het narratief vormt, op allerlei manieren in de installatie wordt doorgetrokken. Dat zit allereerst in de video zelf, waarin het verhaal van de laborant een computeranimatie is, totale fictie dus, en de leugenachtige tekst van de Russische FSB verteld wordt aan de hand van echte scènes uit Russische televisiejournaals. De video wordt afgespeeld in een steriel vormgegeven natuurgetrouwe reconstructie van een forensisch lab, met enkele passende attributen, maar die zich, gezien de houten buitenkant, tegelijkertijd laat kennen als theaterdecor.

Het is de taal van het theater waar ook Jonas Staal op teruggrijpt in zijn video Propaganda Theater, dat laat zien hoe zowel Trump als Poetin zich jarenlang hebben laten adviseren door experts in fictie: Trump is bijgestaan door Steve Bannon die, voordat hij zich profileerde als woordvoerder van Amerikaans extreemrechts, carrière maakte als filmproducent. Poetin is lang gesouffleerd door Surkov, een theatermaker, die onder Poetin speciaal adviseur van alle regeringscommunicatie werd. Jarenlang waren ze van grote invloed op het beleid en verhaal van deze regeringsleiders die zich, zoals bekend, weinig aantrekken van de waarheid, en meesters zijn in de manipulatie van de publieke opinie.

De video is een pakkende, snel gemonteerde vertelling, over de band tussen het Pentagon en Hollywood, de FSB en het Russische theater, waarin geen foto onaangeraakt blijft en mensen verschijnen en verdwijnen, precies zoals staatspropaganda altijd al een loopje met de werkelijkheid nam. Opnames van ogenschijnlijke echte war rooms en andere regeringssettings, worden versneden met allerlei beelden van de innige relatie tussen de regeringsleiders en hun theatrale scriptschrijvers die van de wereldpolitiek een schijnvertoning maakten, in een poging de blik af te leiden van het ware verhaal. Totdat de adviseurs opeens zelf uit de foto’s weg worden geretoucheerd; zowel Bannon en Surkov zijn inmiddels uit beeld verdwenen. Als vervolgens een grote hand in beeld verschijnt, blijken ook de zo echt lijkende war rooms slechts theaterdecors op schaal, en de wereld een kijkdoos.

De kracht van propaganda wordt op subtiele wijze ondersteund door een geluidstape van Urok Shirhan, die vertelt hoe haar moeder als jong meisje elke ochtend op het schoolplein in Irak een Algerijns revolutionair bevrijdingslied zong tijdens een vlaggenceremonie. Terwijl het gedicht door de kinderen werd gezongen, ochtend aan ochtend, zonder dat daar verder iemand kennis van nam, vraagt Urok zich af wat een performance zonder publiek is: a speech act, a rehearsal, casting a spell, circulation? To bear witness?

Terwijl ik het lied beluister en meedein met het refrein, zie ik de situatie op het schoolplein in de ochtendzon voor me. Uroks weergave ervan, hier in Nijmegen, is overigens ook zonder publiek, kent alleen mij als toehoorder. Maar voor de kracht ervan maakt dat niet veel uit. Haar lied is een lied van hoop, dat zelfs als het zinloos lijkt bij gebrek aan aandacht, zich gehoord weet. ‘Soms komen gedichten en liederen uit’, zegt Urok. Je kunt er hoop uit putten.

Met gevoel voor ingehouden drama bouwt de tentoonstelling aan haar eigen narratief. Ze wil een gevoel van dreiging oproepen, van een wereld waarin de media steeds meer onder controle komen van ontspoorde regeringen die zich weinig gelegen laten liggen aan democratische waarden, de rechten van de bevolking openlijk met voeten treden, inwoners zelfs gewelddadig bedreigen. Het verhaal is belangrijk, zorgwekkend, maar niet nieuw. De kwestie speelt al jaren. Dat kun je zien aan de werken, die in de vorm van tijdrovende analyses teruggrijpen op de sfeer van kunst van zo’n tien jaar geleden als ze niet toen gemaakt zijn. Het was de tijd dat Rusland de oorlog in de Krim begon, zijn staatspropaganda steeds verder werd opgevoerd, en we onder Trumps eerste regeringstermijn moesten ontdekken dat ongecontroleerde staatsmanipulatie en machtsmisbruik ook in het Westen voet aan de grond kreeg.

Nieuw is wel het besef dat wat er aan de hand is niet van voorbijgaande aard is geweest – zoals we toen wellicht nog hoopten – maar meer structureel van aard. Overal in de samenleving staan rechten van burgers op het spel. Overal valt te zien hoe democratische waarden uit zicht raken. We hebben te maken met een systeemwisseling waarin machthebbers de macht overnemen in de tot voor kort nog onafhankelijk geachte controlerende instituten, zoals de media, niet alleen de publieksmedia als televisie, maar de hele digitale infrastructuur, die zo leerden we pas sinds kort te beseffen, niet onafhankelijk zijn, maar gecontroleerd door regeringen dan wel met regeringen samenspannende zakenlieden die alles in het werk stellen om hun macht te behouden. Ook hier, in het zogenaamde ‘vrije’ Westen.

Kenmerkend in dat opzicht is de film Topography of Terror van Diego Tonus en Elisa Caldana. Hij verknoopt het verhaal van het lege gebouw van architect Peter Zumthor in Berlijn, dat niet werd afgebouwd en uiteindelijk is afgebroken, aan dat van een journalist die als gevolg van overmatige blootstelling aan oorlogsbeelden te maken kreeg met posttraumatische stressstoornis en moest ophouden met werken.

Terwijl de camera traag door het lege gebouw schuift, hoor je de journalist vertellen over de dramatische gevolgen van de online blootstelling aan geweld. Je ziet hoe een economie, zoals we die kennen, failliet is gegaan en de nieuwe economie die daarvoor in de plaats komt onmiddellijk al nieuwe slachtoffers maakt. Tragisch daarbij is vooral de eenzaamheid die door het beeld galmt, van deze geïndividualiseerde digitale samenleving van thuiswerkers, die de oud-journalist volkomen aan zijn lot overlaten. Hij wordt verdrukt door een systeem dat zich niet op de menselijke maat wenst af te stemmen.

Een laatste zinnebeeld daarvan biedt de glazen wand die Katerina Sidorova optrok aan de kopse kant van de zaal. De wand is een duplicaat van het scherm waarmee ME zijn wagens beschermt, tijdens hun acties tegen demonstranten. In de tentoonstelling is het een voorbeeld van de macht van de staat en het geweld waarmee zij de eigen bevolking controleert. Sidorova geeft er onverwachte duiding aan, maakt het kwetsbaar, door het gewapende plastic te vervangen door gezellig gedecoreerd glas. Veel maakt het niet uit. Op dit scherm zie ik direct de bloedspatten van het individu dat aan het staatsapparaat ten onder is gegaan. De zoveelste, in deze tentoonstelling.

METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN

Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.

BIJ VOORBAAT DANK!

States of Violence, POST Nijmegen, tm 3.5.2026

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen