metropolis m

Paul Kooiker

Het moet een schok geweest zijn voor fotografen. Vorig jaar kondigde het Stedelijk Museum Amsterdam aan geen interesse meer te stellen in het medium fotografie. Het gaf aan zich alleen nog bezig te willen houden met kritische beeldcultuur in bredere zin. Het Nederlands Fotomuseum lijkt in Quickcsan 3 tegen de door het Stedelijk verstoten fotografen te zeggen: kom maar hier, bij ons blijf je welkom! Die uitnodiging komt echter niet zonder voorwaarden.

Quickscan leek uit het programma van het Nederlands Fotomuseum verdwenen maar is nu terug, na tien jaar. Of die terugkeer te maken heeft met het vertrek van Birgit Donker, die na haar aanstelling in 2018 verzuimde de zesjaarlijkse presentatie te continueren, is ongewis, maar ik ben er wel blij mee. Tien jaar na de eerste twee edities is er nu aflevering 3, samengesteld door twee stafleden van het museum: Guinevere Ras en Ruben Lundgren.

Ik herinner me Quickscan als een even avontuurlijk als accuraat overzicht van de ontwikkelingen in de fotografie, waarin het medium, anders dan doorgaans in fotomusea gebeurt, het vuur flink aan de schenen werd gelegd.

In deze eerste edities manifesteerden de fotografen zich als kunstenaars die zich de vraag stelden wat dit medium nog te betekenen heeft in een alsmaar complexer geworden medialandschap. Nu iedereen elkaar elke dag trakteert op enorme hoeveelheden digitaal beeld, weet de fotograaf niet meer zo goed waar het te zoeken. En de fotomusea ook niet. Want wat is hun functie nog als de fotografische beeldcultuur opgaat in de bredere beeldcultuur? Wat valt er nog te verzamelen als alle beeldproductie digitaal is, niet eens meer camera-afhankelijk, en de analoge foto steeds meer overkomt als een anachronistisch relikwie uit de oertijd van de fotografie?

In Quickscan 1 en 2 in 2010 en 2016 zocht het Nederlands Fotomuseum de kritische zelfconfrontatie, door radicaal te breken met de in jaren gecultiveerde definities van fotografie, om ruim baan te maken voor beeldend experiment in alle denkbare vormen. Fotografie bleek ruim tien jaar geleden een medium geworden dat heel goed kon bestaan zonder het apparaat waarmee het altijd is geïdentificeerd: de camera, in een kritische beeldproductie die het accent legde op andere factoren binnen de productie, de presentatie en, niet in het minst, interpretatie van het beeld in al zijn denkbare facetten.

Fotografie bleek een conceptuele aangelegenheid geworden, waarin het fijnzinnige camera-oog (en de altijd al lachwekkende cultus van het juiste moment) van relatief belang was. Ik zag in Rotterdam het ontstaan van iets dat ik het beste kan omschrijven als The Medium Formerly Known As Photography, het was fotografie die niet uitsluitend nog fotografie wilde zijn maar bezig was iets anders te worden.

Retour à l’orde

Ik ging dus met de nodige verwachtingen naar de huidige editie van Quickscan op de nieuwe locatie van het museum, het voormalige pakhuis Santos. Maar van de sprankelende zelfdestructie die ik me van de vorige edities herinnerde, is in Rotterdam niet zo heel veel meer over. Er lijkt, als ik deze tentoonstelling goed interpreteer, binnen de fotografie een tegengestelde beweging gaande, een retour à l’ordre. Opvallend is vooral hoezeer in deze editie de camera zijn glorieuze terugkeer viert.

Deze beweging wordt al direct bij de ingang aangekondigd in een op zichzelf opmerkelijke stand-up comedy act van voormalig Fotograaf de Vaderlands Dirk Jan van der Burg. In een gedurfde meer dan grappige persiflage van het fotografiediscours van de afgelopen, steekt hij de draak met de trendy thema’s zoals daar zijn storytelling en expanded photography, en stelt dat de ‘echte fotograaf’ daar niets van moest hebben. Oeverloos gepraat over de betekenis van het fotografische beeld is in de plaats gekomen van de snelle beeldconsumptie. Wie zit daar nu op te wachten, zo zijn suggestie.

Sarah van Rij
Eva Roefs

Ik vermoed dat deze orthodoxe fotografieliefhebbers, die Van der Burg expliciet aanspreekt, bij het zien van de huidige editie van Quickscan opgelucht zullen ademhalen. Het moet voor hen een feest van herkenning zijn.

Met de camera keren in Quickscan ook de genres terug die de fotografie de afgelopen honderdvijftig jaar hebben gedomineerd. Naast het landschap zijn daar de straatfotografie, het portret, de fotoreportage, de modefotografie en afgeleide distributiekanalen als het fotoboek en het archief. In muurteksten wordt het gepromoot als een nieuwe ontwikkeling, maar ik zie vooral een terugkeer van de foto naar de moederschoot. Dat er aan de uiteinden van de expositie ook nog grensoverschrijdende fotografie te zien is, van onder meer Nazif Lopulissa, Xiaoxiao Xu en en Jaya Pelupessy, die gebruik maken van circulerend beeldmateriaal (zonder eigen camera gemaakt) in werk met sterk autonome kwaliteit, evenals AI-gegenereerde producties van Jan Hoek, neemt die algemene indruk niet weg.

Wat niet wil zeggen dat er in Rotterdam slechte fotografie te zien is. De portretten van Rietveldstudenten van Paul Kooiker zijn fascinerend. Jaargang 2024 is gefotografeerd op een genadeloos confronterende wijze, zoals alleen Kooiker dat kan: hard en objectiverend, maar tegelijk eigenaardig betoverend. Vergelijkbaar bijzonder vind ik de reeks liggende modellen van Eva Roefs, in haar serie Horizontaal. Ze is in haar commerciële opdrachten en vrije werk een studie gaan maken van liggende personen, die uiteraard raakt aan het beroemde kunsthistorische motief van de liggende figuur, maar desondanks in de fotografie nog nooit zo consequent werd onderzocht.

Circulate

Het is lastig deze tentoonstelling niet te zien in relatie tot eerder genoemde Circulate in het Stedelijk Museum Amsterdam van een jaar geleden. In deze tentoonstelling werd, in lijn met de eerdere edities van Quickscan, de digitale circulatie tot uitgangspunt genomen voor selectie beelden die zich eerder tot de beeldende kunst verhouden dan tot de fotografie. In de catalogus wordt het met woorden onderstreept en verklaart het museum zich niet meer met fotografie en haar traditionele genres te willen bezighouden.

Het was fotografie die niet uitsluitend nog fotografie wilde zijn maar bezig was iets anders te worden

Zoals het Stedelijk zich in die tentoonstelling nadrukkelijk wilde onderscheiden van fotomusea als het Nederlands Fotomuseum, lijkt het fotomuseum nu voor de omgekeerde weg te kiezen en werpt het zich op als de hoeder van de fotografie die door het Stedelijk zo radicaal is buitengesloten. Maar die omarming volgt wel onder voorwaarden. Zo zijn de landschappen van Sakir Khader geen esthetische studies waar het genre groot mee werd, maar ingetekende schuldige landschappen, waarin veldslagen van de oorlog in Syrië worden gereconstrueerd. Evenzo is Helmut Smits geen klassieke stadsfotograaf, maar iemand die een scherp oog koppelt aan een groot gevoel voor humor. Hij weet de beperkingen van het fotografische beeld, zijn specifiek perspectivische verdichting, perfect te gebruiken om allerhande kolderieke situaties op straat in Rotterdam te duiden.

De obstinate ondergraving van de eigen beeldcultuur, die ik in de eerdere edities van Quickscan ervoer, mag zijn verdwenen, de kritische omgang met het medium is gebleven. Een zekere grensoverschrijding ook. Opvallend in deze editie is vooral hoezeer sommige van de aanwezige fotografen, naast Khader en Hoek ook Anton Shebetko en Peter Pflügler, zich ook als actievoerder manifesteren en het getoonde engagement uit hun werk opvolgen door acties op poten te zetten voor de gemeenschappen waar ze voor opkomen.

De obstinate ondergraving van de eigen beeldcultuur, die ik in de eerdere edities van Quickscan ervoer, mag zijn verdwenen, de kritische omgang met het medium is gebleven

Nazif Lopulissa

Enige tijd na mijn bezoek lees ik een persbericht van het museum, waarin Zippora Elders, de nieuwe directeur van het museum, het programma van 2027 introduceert, te beginnen met de AI-installatie Screen Melancholy van Li Yi-Fan, die furore maakte op de Biënnale van Venetië. Zijn werk wordt in het bericht omschreven als ‘een scherpe, artistieke beschouwing over de constructie van beelden zelf: van de oorsprong van begrippen als modellen, maskers, keyframes en ruis tot de machtsverhoudingen achter de AI-gegenereerde beeldcultuur van vandaag’. Iedereen die denkt dat het Fotomuseum met Quickscan 3 afstand neemt van de ingeslagen koers van vorige Quickscans en de weg terug verkiest, zal opgelucht ademhalen. Van een definitieve retour à l’ordre is geen sprake, misschien alleen van een subtiele koerswijziging.

Quickscan 3, Nederlands Fotomuseum, Rotterdam t/m 22.11.2026

MMV Khalid Amakran, Bebe Blanco Agterberg, Jan Dirk van der Burg, Tina Farifteh, Jan Hoek, Esther Hovers & Raphaël Dallaporta, Sakir Khader, Paul Kooiker, Nazif Lopulissa, Coco Olakunle, Jaya Pelupessy, Peter Pflügler, Eva Roefs, Sarah van Rij, Anton Shebetko, Helmut Smits, Gilleam Trapenberg, Prins de Vos en Xiaoxiao Xu.

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen