metropolis m

Vanuit de verte blinkt de zilveren kubus aan de Rijn in Arnhem die de 500 werken uit de collectie van DE.GROEN huisvest. Het fonkelnieuwe Showdepot DE.GROEN, dat op 17 september zijn deuren voor het publiek opende, toont werk uit de privécollectie van kunstenaars-verzamelaars Marjolein de Groen en Peter Jordaan. De bouw van de nieuwe plek startte na het overlijden van Jordaan, maar in het plan voor dit kijkdepot toont zich de gedeelde visie van de (levens)partners en laat het zien hoe het ‘wij’ nog sterk doorleeft.

Eind mei 2025 sloten de deuren van het pand van de collectie DE.GROEN aan de Weverstraat, waar de collectie huisvestte in een voormalig bankgebouw in een winkelstraat in het centrum van Arnhem (Tegenwoordig locatie van Platform Post). DE.GROEN toonde er werk uit hun collectie, naast tijdelijke tentoonstellingen, artist talks en dreef er ook een gastronomisch restaurant en Bar De.Groen, die populair was onder ArtEZ studenten. De nieuwe façade van het industrieel aandoend pand, dat zich bevindt in de haven, contrasteert scherp met dit jugendstil gebouw, maar is minstens zo in het oog springend. Het schittert je van verre tegemoet. Bij het loodsachtige gebouw, van de hand van het Amsterdamse architectenbureau Space Encounters, ligt de nadruk op ‘kijken’. Op het dak spellen rode letters de tekst ‘lets zien’. Het werk, van Jordaan zelf, is het motto van de collectie.

Bij mijn ontvangst in de ‘woonkamer’ van het depot treedt direct de persoonlijke mentaliteit van De Groen naar voren. In de ongedwongen ruimte krijgen bezoekers een kop koffie of thee en wordt er incidenteel soep gemaakt. Je kunt hier na het bezoek terecht voor een gesprek. Via deze entree stroom ik door naar de collectiepresentatie die momenteel bestaat uit twee tentoonstellingen die door elkaar zijn verweven.The Sky Still Stands toont een selectie uit de collectie. In Maidentrip wordt werk van pas afgestudeerden van de afgelopen drie jaar gepresenteerd; de titel wijst op de term waarmee de eerste reis van een schip wordt aangeduid en slaat hier zowel op de studenten, als op de opening van het gebouw zelf. In de non-hiërarchische opstelling is elk werk volgens De Groen van gelijke waarde. Het moet zonder bijbehorende zaaltekst, voor zichzelf spreken.

Als een ware architectonische kameleon neemt het aluminium aan de buitenkant de kleuren van zijn omgeving op.

De collectie bouwden De Groen en Jordaan in vele jaren op op door persoonlijke ontmoetingen met kunstenaars en talloze studiobezoeken, waarbij ze zich niet aan een visueel noch conceptueel register vasthielden. Het geselecteerde werk, veelal van Nederlandse kunstenaars bestrijkt een grote veelheid aan vormen van kunst, van schilderijen tot kinetische kunst, van ruimtevullende installaties tot videowerken.

Er is internationaal erkend werk, als het druppelvormig glaswerk van Maria Roosen, naast werk van nieuwe opkomende namen. Het geheel zorgt voor een grote levendigheid op de begane grond, waar een ‘kranensculptuur’ van Niels Albers water laat kletteren in een geometrische tegelfontein, in een verwijzing naar excessief watergebruik in de vleesindustrie, naast een dromerige plafondinstallatie van de recent afgestudeerde Æon Teunissen die flinters ‘sneeuw’ laat fladderen op een zich geleidelijk vormende schijnbaar gewichtloze stapel middenin de zaal. Hoewel de energie van de begane grond al moeiteloos mijn aandacht opeist, geeft de ruimte met bewust gekozen laag plafond een subtiliteit en gronding aan de werken.

#1 (Pig), Niels Albers, 2025-2026. Fotografie Koen Kievits.
ShowDepot. Fotografie Koen Kievits.

Via de enige trap van het pand bereik ik de hogere verdiepingen, waar de wanden hoger zijn en de architectuur openbreekt. Binnen de eerste ruimte ontstaat om de 20 minuten een synthetische wolk: Berndnaut Smilde’s 10 sec. ether (2024), die vervolgens door de luchtcirculatie van het gebouw ‘wordt opgeruimd’. Op de verdere verdiepingen zweven nog sporen van de verwonderingswaardige wolk.

In totaal telt het kubusvormige gebouw maar vier ramen: aan elke zijde van het pand één, die uitgestrekte uitzichten bieden op het stedelijke landschap van Arnhem. De asymmetrische vormen van de ramen, vangen de beweging van de stad: het omliggende water, de creatieve werkplaatsen, de snelweg en de bedrijvigheid van het modernistische industrieterrein, waardoor binnen en buiten in elkaar overlopen.

Het functionele ‘depotontwerp’ leende zich ten zeerste voor de economische keuzes die gemaakt moesten worden om de bouw te bekostigen. In het ‘monolithische’ pand, van 18 bij 18 bij 18 lopen de toonzalen en werkplaatsen door elkaar. Ook de strategisch geplaatste ramen geven niet alleen licht, maar ook een speels karakter aan de ruimtes. Juist de eenvoud van het exterieur contrasteert scherp met de veelvormigheid die je binnen aantreft bijzonder.

Tegelijkertijd zorgen deze keuzes ervoor dat het depot ongeforceerd voelt in zijn omgeving. In dit typische voorbeeld van form follows function zijn de ruimtes ook daadwerkelijk ingericht om de collectie te bergen en ermee te werken. In tegenstelling tot het Rotterdamse Boijmans Depot, waar de werken achter hermetisch glas verscholen zijn en enkel toegankelijk op afspraak, is hier minder afstand tussen werk en kijker. Bij de restauratiewerkplaatsen zou je zo naar binnen kunnen stappen.

Museale sfeer

Hoewel het depot zich geen museum noemt, hangt er een museale sfeer. De opkomst van dergelijke particuliere musea, die je steeds vaker ziet in Nederland en Europa, wordt doorgaans met de nodige scepsis ontvangen. De Groen oogt daarentegen opvallend oprecht, en stelt zich, zo lijkt, volledig in dienst van de (Nederlandse) kunst die hier alle krediet krijgt. De kunst staat centraal, zeker niet De Groen.

Er is in het Depot een goede balans gevonden tussen het tonen en bewaren van werk, zonder te distantiëren van het eigen verhaal. Zo hangt er tussen de donkere werken, in de zaal, ook wel ‘The Night Room’ genoemd, een nachthemel van Jordaan. In naastliggende ruimte zweeft over een glazen plaat Annegret Kellners Anesthesia Mammouth #3 (2026); een gigantisch wit blad waarin de tijd even stil lijkt te hangen. Het motorisch aangedreven papier van Johannes Langkamp kruipt gestaag over de grond.

De aandacht voor de tentoonstellingsvorm van de werken legitimeert dat het een ‘show’ depot betreft. Een narratief ontvouwt zich tussen deze contrasterende ruimten: de in wit gehulde ruimte lijkt stilletjes te refereren naar een lichtheid die komen kan, na donkere zwaarte.

Dat jonge kunstenaars meevaren met meer gevestigde namen stoort niet, maar brengt op sommige momenten wel een welkome schuring. Op metalen rekken hangt het abstracte lijnwerk van Jaap Kroneman, waar de grove sculpturen van beton, traagschuim en rekwisieten van ArtEZ-alumnus Yiyang Zhou, en het grovere schilderwerk van Rowan de Beauforts Jagershut (2026), prettig tegen afsteken. Naast de materiële wrijving ligt het ongepolijste experiment in deze werken nog meer op de voorgrond.

Jaap Kroneman, 2020. Fotografie Koen Kievits.
DAWG, Inne Feenstra, 2023. Fotografie Koen Kievits.

Dat er binnen de collectie van het Showdepot plaats is voor meer dan één soort kunst, is overduidelijk. De nadruk lijkt te liggen op het samenbrengen van kunstenaars en het bieden van kansen. De Groen vertelt: ‘Ik werk het makkelijkst met kunstenaars. Ons kleine team bestaat uit allemaal mensen die een kunstopleiding als achtergrond hebben. Zij begrijpen mijn manier van denken en werken.’

DE.GROEN werkt ook veel samen met Arnhemse instellingen, kunstinitiatieven als presentatieruimte Omstand, met wie het zich verwant voelt. Met POST, Platform voor hedendaagse kunst Arnhem, werd contact opgenomen toen het voormalige pand in de verkoop ging, waar zij sinds 2025 gevestigd zijn.

Bovenverdieping Showdepot. Fotografie Koen Kievits.
Jagershut, Rowan de Beaufort, 2026 en Secta / Gang, Yiyang Zhou, 2026. Fotografie Koen Kievits.

‘De zolder’ van het depot is ingericht met een blauw geschilderd balkenplafond en een bespeelbare voetbaltafel. Door de lichtheid van de werken op de bovenste verdieping en de aanwezige speelsheid ontstaat een samenhangend landschap. Tussen de dakenmaquettes van Joost Hutjes loopt een denkbeeldige lijn naar het uitzicht over de kappen van het industrieterrein.

Het schilderij Always The Cowboy, Never The Cow (2026) van Julia van Dijck kijkt uit over de herkenbare, absurde interventie van Willem de Haan en Table II (2014) van Bram Kuypers: een schaalmodel dat de krijtrotsen van Dover nabootst. In het schuinstaande filmzaaltje heeft DAWG (2023) van Inne Feenstra een haast meditatieve werking. Het ritmische geluid dat de vertraagde beelden van de witte en zwarte ‘dawg’ ondersteunt, klinkt uit een reeks trommels die onder het doek staan. Met een voldaan gevoel daal ik de industriële trap af door de sluierende mist van de wolk, waardoor ik alle lagen van het depot nog een keer van bovenaf langs mag gaan.

De presentatie slaagt erin om de werken oprecht en allesbehalve eentonig aan te laten voelen. Er is zowel samenhang, als verwonderende verassingen. Er zijn gegronde keuzes gemaakt, waarbij duidelijk wordt dat de exclusiviteit of ‘toe-eigening’ van kunst niet vooropstaat, maar publiekelijk tonen van ongezien talent, experiment en al geliefde werken in een nieuw te licht zetten. Daarbij dwingen de werken autonoom waarnemen af: ‘iets zien’. DE.GROEN is met de collectie meegegroeid en heeft deze daadwerkelijk doen ontluiken: een onderkomen waarin de gelukkige vinder hartelijk wordt ontvangen.

Meer info HIER

Fieke Lamers

is masterstudent kunstgeschiedenis en werkt bij de redactie van Simulacrum.

Gerelateerd

Recente artikelen