
Vliegende vissen: Laure Prouvost in De Pont
Laure Prouvosts werk voelt alsof je binnenstapt in een droom. Er is een constante afwisseling van vervreemding en herkenning, en het is lastig de grens te trekken tussen realiteit en fictie. Stella Kummer bezoekt haar tentoonstelling in Tilburg.
Bij binnenkomst in de grote solotentoonstelling van Laure Prouvost bij De Pont stuit ik op een grote metalen pijp die uit de museumvloer komt en er daarna weer in verdwijnt. Om de pijp heen is een soort tweekoppige worm gewikkeld, die een vlezig contrast biedt met het industriële karakter van de pijp. Op de grond ligt aarde en afval in een olieachtige vloeistof. De sculptuur doet me denken aan een apocalyptisch landschap. Vooral door de zwarte olie, die als een teken van onheil vanuit de aarde omhoog lijkt te zijn gekomen. Prouvosts droomwereld heeft vaak iets liefs en grappigs, maar met dit eerste werk toont ze aan dat ook de nachtmerrie onderdeel is van ons droomlandschap.
Het werk links naast de metalen pijp geeft ook een inkijkje in de onderwereld. De museumvloer lijkt een stukje omhoog getild, waardoor we zien wat er zich afspeelt in de kelder van het museum. Pas als ik wat langer naar het werk kijk, zie ik dat er helemaal geen gat in de vloer zit. Het blijkt een spiegel, die de onderkant van het stuk vloer weerspiegelt. Ik voel me betrapt en in de val gelokt door Prouvost. Eventjes had zij de controle over mijn oordeelsvermogen.
In 2019 zag ik een grote solotentoonstelling van Prouvost in MUHKA in Antwerpen en werd geraakt door haar vermogen om kinderlijke nieuwsgierigheid te verbinden met grootse thema’s. Ook in de tentoonstelling IN THE MIST OF IT ALL, ABOVE FRONT TEARS in De Pont weet Prouvost een dromerige realiteit vol déjà vu’s te schetsen, zonder de realiteit uit het oog te verliezen. Waar Prouvost het sterkste is in de werken waar contradicties, mysterie en humor leidend zijn.
Neem bijvoorbeeld het werk Every Sunday, Grand Ma (2022). Het karakter Grandma komt in verschillende werken van Prouvost terug, vaag herinner ik me een tekening die ik in MUHKA zag, waarop Grandma aan het vliegen was. In dit videowerk brengt Prouvost dit beeld tot leven, als een droom die realiteit wordt (of is het een droom in een droom?). Op een enorm scherm is te zien hoe Grandma twee bebladerde takken uitspreidt als vleugels en vanaf een boom haar vlucht begint. Voor het scherm ligt dezelfde olieachtige vloeistof op de grond, die ik eerder tegenkwam. De video wordt erin weerspiegeld en ook hier groeien er mysterieuze pijpen uit de grond. Op het scherm worden de escapades van Grandma afgewisseld met beelden van octopussen, water, bossen en eerdere werken van Prouvost.
Vanuit dit industriële olielandschap loop ik een tent binnen, gemaakt van tapijten die door Prouvost zelf zijn ontworpen. Aan het einde van de langwerpige tent is een video te zien. Een kinderkoor zingt de woorden ‘we migrate together’, langzaam verandert deze zin in ‘we migrate to get her’. De vogelvlucht van Grandma wordt hier vertaald naar een politieke vlucht. Hoe vogels van plek naar plek vliegen is misschien hoe wij ook naar migratie moeten kijken. De realiteit is echter niet zo simpel en het vergelijken van politieke bewegingen met natuurlijke verschijnselen kan ook vervallen in een te zoetsappig dromerig verhaal. Door humor en woordspelingen (together; to get her) te gebruiken, neemt Prouvost dit geromantiseerde beeld van migratie niet al te serieus. Het is eerder een oefening in het uitdagen van onze conceptualisering van migratie, dan dat ze een nieuw concept wil creëren. De video zit verder vol met zelfreferentie en humor. Te zien is hoe Prouvost zelf de tent inloopt en vertelt over het werk, objecten op de tapijten worden uitgelicht en worden karakters in het verhaal. Het is alsof Prouvost zelf een vogelperspectief inneemt en vanuit een andere meta-wereld naar haar werk kijkt. Ze wordt een soort alwetend wezen die dingen weet en kan waar wij niks van begrijpen. In de video gaat Prouvost met blote billen op een stekker zitten en broedt ze een ei uit tot een plastic omelet. Deze vrij absurde handelingen worden begeleid door Prouvosts fluisterende stem die erover vertelt alsof het allemaal heel normaal is.
De tapijttent fungeert als een soort overgang tussen het industriële olielandschap en de volgende ruimte waar ik me waan in een wolkachtig landschap. In een grote hal van De Pont hangt een enorm wit doek vanaf het plafond, dat net de vloer raakt. Op het doek verschijnen schaduwen van langsvliegende vogels. Ik vind een kleine doorgang in het doek en buk om te kijken wat er zich binnen deze ‘wolk’ afspeelt. Er hangen meerdere mobilen die van afval gemaakt lijken. Op zichzelf zijn deze vogels niet bijzonder interessant, maar binnen Prouvosts ecosysteem worden ze radertjes in een groter systeem. Ik maak oogcontact met een bewaker en voel me betrapt in mijn poging de techniek achter de wolk te begrijpen. Die spanning tussen naïviteit en de drang tot begrip is door de hele tentoonstelling sterk voelbaar.
Aan twee kanten van de ruimte hangen manden vanaf het plafond naar beneden, waar gedroogde bloemen ingestoken zijn. Iemand trekt de mand naar beneden en zet hem op diens hoofd. Verwonderd draait de persoon rond met een brede grijns. Dan ben ik aan de beurt. Ik zet de mand op mijn hoofd en kijk door een VR-bril een tuin in waar naakte vrouwen versierd met bloemen uit verschillende hoeken op me af komen lopen. Als een soort nimfen dansen ze om me heen. Ik zet de mand af en kijk direct naar de vogel met zijn kop in het zand. Even was ik in het droomlandschap van Prouvost. Wat zou de vogel daar onder de grond zien?
Prouvost zoekt naar de marges van de wereld; onder de grond, in de lucht, in het water. Ze teleporteert ons van de wolken naar een schuimende zee vol octopussen. Te dicht bij de realiteit durft Prouvost nooit echt te komen, als ze al commentaar levert op de wereld is het altijd verhuld in een dromerige slaap, of een mistige wolk. In een aantal van haar nieuwe werken zoekt ze echter twijfelend contact met de actualiteit. Zoals het werk Shadow does, waarin de schaduw van een kind aan diens oma vertelt over de wereld waarin we leven. ‘Oma, did you know that we all have our own phones? That we order our clothes in China?’ Deze opsomming verbreekt de magie van Prouvosts werk eventjes. Grandma verliest haar mythische kwaliteit in dit werk, alsof ze uit de lucht keihard beneden in de realiteit valt. Deze wisselwerking tussen realiteit en fictie is hier niet helemaal goed afgesteld. Het werk durft niet volledig politiek te worden en blijft daardoor hangen in een opsomming van feiten en gebeurtenissen. Aan het einde wordt het pas interessanter als het kind opeens vertelt over dingen die nog niet zijn gebeurd: ‘Grandma, did you know that fish and birds can now be one?’. De mythe wordt gedeeltelijk hersteld.
Prouvosts tentoonstelling vormt één groot ecosysteem waarin haar oudere werk nieuwe betekenissen krijgt. Net zoals taal een middel voor Prouvost is waarmee ze speelt, raadsels maakt en contradicties laat bestaan, is haar werk ook een manier om te laten zien dat alles stroomt en haar werk nooit één waarheid heeft. Juist daarom zijn haar werken waar ze zich niet te hard vastbijt in de realiteit, maar de absurditeit verbeeldt het sterkst.
Laure Prouvost, IN THE MIST OF IT ALL, ABOVE FRONT TEARS,
24 februari 2024 – 18 augustus 2024
Stella Kummer
is schrijver en webredacteur bij Metropolis M






