metropolis m

Voor: werk van Yassine Ben Abdallah, foto Nick Bookelaar

Alleen al het tentoonstellingsontwerp van Paskamer maakt de tentoonstelling een bezoek waard. Bij Onomatopee in Eindhoven wordt materie niet gezien als passief en inert, maar als actief in relationele verbanden, waar het ook sturing aan geeft. De deelnemende kunstenaars vragen zich af ‘How matter comes to matter’. Lieke Mangindaan bezoekt de uitdagende tentoonstelling.

In Onomatopee is een suggestief Nederlands landschap opgebouwd: hooimijten staan voor gordijnen die in een golvend patroon gedrapeerd zijn, waardoor het lijkt alsof het hooi boven de grond zweeft. Voor How matter comes to matter ontwikkelde het ontwerpbureau Paskamer een scenografie die een fata morgana representeert: een luchtspiegeling waarbij bepaalde omstandigheden van verschuivende luchtlagen ervoor zorgen dat materie in de verte lijkt te ‘zweven’. Zogezegd zweeft het hooi op de drempel van transformatie en wording, op de rand van materialisatie: het moment waar omstandigheden elkaar wederzijds beïnvloeden waardoor ‘materie tot materie komt’.

De principes van een fata morgana verwijzen naar het centrale idee waarop de tentoonstelling leunt. De curatoriële tekst schetst hoe de artistieke praktijken van de kunstenaars gebaseerd zijn op ‘material kinship’, ook wel ‘materieel verwantschap’: relaties die tot stand komen door gedeelde processen en afhankelijkheden, en wat filosoof Karen Barad ‘intra-actions’ noemt.

Barad stelt dat het begrip interaction veronderstelt dat afzonderlijke entiteiten al bestaan voordat ze elkaar ontmoeten. Intra-action daarentegen gaat ervan uit dat wezens niet voorafgaan aan hun relaties; ze ontstaan door die relaties. Net als de fata morgana bevinden mensen, objecten, omgevingen, geschiedenissen en betekenissen zich continu in een staat van transformatie, en worden ze voortdurend gezamenlijk gevormd.

Dit idee komt duidelijk naar voren in de keramische objecten uit de serie From Text-to-Clay van Vera van der Burg. Voor deze serie voedde Van der Burg een AI-model met datasets van haar eerdere keramische werken, en prompts met zinnen als ‘keramisch verdriet’, ‘keramische vrouwelijke pijn’ en ‘keramische jaloezie’. Op basis van deze prompts genereerde het AI-model nieuwe sculpturen: digitale vormen die de esthetiek van klei begrepen, maar niet zozeer de fysica ervan. Deze digitale voorstellen worden op schermen getoond naast een keramische kopie die Van der Burg hier achteraf van maakte. De band die Van der Burg met haar AI-model opbouwt, bevraagt hoe betekenis niet enkel door mensen wordt gevormd, maar ook door materie en de vele niet-menselijke wezens waarmee we de wereld delen.

Katarzyna Perlak, fotograaf Nick Bookelaar

‘Materie’ wordt in de tentoonstelling dan ook beschouwd als actief, relationeel en voortdurend in wording, in plaats van passief of vaststaand. Dat is ook te zien in de sculpturen van Katarzyna Perlak. Kunstbloemen zijn verweven met oude filmstroken, kralen en hooi. De kroonluchter-achtige sculpturen zijn samengesteld uit gevonden en gerecyclede materialen uit Bytom en Londen. Perlaks’ praktijk is geworteld in het verzamelen en opnieuw samenstellen; ze put uit rommelmarkten en informele archieven om constellaties van alledaagse materialen op te bouwen. De kroonluchters vertegenwoordigen geen theorieën over materialiteit. De materialen zelf worden juist actieve spelers die herinneringen, identiteit, kennis en relaties vormgeven en voortbrengen.

Dat idee wordt nog concreter in Congregation of Mysteries (Amulet #2) (2024) van Ginevra Petrozzi. Op een digitaal scherm zijn twee ogen te zien die op mij neerkijken, terwijl het beeld zich in het plasma en de OLED-pixels van het scherm inbrandt. Het beeld van de ogen laat vanwege een gebrek aan beweging en verandering een permanente afdruk achter, als een spoor van bestaan en actieve deelname.

Net als de fata morgana bevinden mensen, objecten, omgevingen, geschiedenissen en betekenissen zich continu in een staat van transformatie, en worden ze voortdurend gezamenlijk gevormd.

Wanneer materies elkaar wederzijds vormgeven, kunnen we concluderen dat het materiële bestaan waarin we leven relationeel is, in plaats van individueel. Yassine Ben Abdallah onderzoekt dit gegeven in Tools for the Post-Plantation (2023). Abdallah geeft afgedankte machetes die ooit instrumenten van koloniaal geweld op plantages waren, een nieuwe bestemming als alledaagse gereedschappen. Een machete is omgebouwd tot een lepel om een gemeenschap mee te voeden, een andere tot een waaier. Ze liggen plat op een zandoppervlak, en worden gepresenteerd als uitnodigingen om een toekomstige ‘post-plantage’ op te bouwen. Het project stelt dat handelingsvermogen, veiligheid en overleving niet zozeer behoren tot een individueel object en diens geïsoleerde betekenis, maar tot het netwerk of proces waarin materie betekenis krijgt. Abdallah toont hoe de koloniale gereedschappen krachten bezitten die verder kunnen reiken dan hun gebruik als instrumenten voor overheersing.

Wanneer materie via relaties tot stand komt, in plaats van in geïsoleerde categorieën, vereisen ntra-actions het opheffen van vaststaande dichotomieën of categorieën, zoals menselijk en meer-dan-menselijk, levend en niet-levend, herinnering en materie, en verleden-heden-toekomst. In de tentoonstelling worden deze begrippen dan ook onstabiel gepresenteerd. Zo zijn de gereedschappen van Abdallah aan de ene kant een archief van een gewelddadig verleden, en tegelijk een uitnodiging naar een mogelijke toekomst. Verleden, heden en toekomst worden in hetzelfde object gedragen.

De serie vazen Pokémon Precolombinos (2025-2025) van Tin Ayala is ook sterk gebaseerd op dit principe van ‘entanglement’. De vazen hebben de vorm van Pokémons, terwijl de techniek voortkomt uit precolumbiaans keramiek. Daardoor maken de vazen een ontmoeting mogelijk tussen verschillende tijden (archeologisch en popcultuur), culturen en rituele toepassingen. De vazen moeten echter niet enkel beschouwd worden als materiële objecten: de materie verweeft werelden aan elkaar en weigert zich te laten herleiden tot een eenduidig verhaal, betekenis of categorie.

Tin Ayala, fotograaf Nick Bookelaar

Een zin uit de curatoriële tekst bleef mij bij tijdens het bezoek: ‘knowing becomes a form of becoming kin: to know something is to be entangled with it.’ Mijn bewegingen door de tentoonstelling, zintuiglijke ervaring, herinneringen, emoties en ontmoetingen met materialen maken deel uit van de voortdurende betekenisvorming van de tentoonstelling. In navolging van het idee van material kinship en intra-action, kan de tentoonstelling worden gelezen als een materiële opstelling waar relaties, grenzen en betekenissen tijdelijk worden geproduceerd, in plaats van passief tentoongesteld. Dit suggereert een actieve rol voor de bezoeker: ik draag verantwoordelijkheid voor de gezamenlijke vorming van materie en betekenis – niet alleen omdat ik deze recensie schrijf.

Terwijl ik bij het verlaten van de tentoonstellingsruimte opnieuw langs Congregation of Mysteries (Amulet #2) van Petrozzi loop, zie ik hoe de ogen dit mij al probeerden te vertellen. Wanneer we naar materie kijken, moeten we altijd rekening houden met iets of iemand die terugkijkt, waarbij de waarnemer en het waargenomene wederzijds gevormd worden. Deze lezing van materie is niet alleen uniek en toepasbaar op How matter comes to matter. Het kan worden gezien als een methode om de materiële relationele fundamenten van elke andere tentoonstelling – en voor wie de stap wil zetten, eigenlijk ook die van het leven zelf – onder de loep te nemen. Ook buiten de muren van Onomatopee creëren materie en betekenis elkaar, en nodigen ze ons uit om opnieuw na te denken over hoe we onze gedeelde materiële toestand van zijn, leven en relateren willen begrijpen: ‘how matter comes to matter’.

How matter comes to matter is tot 30 augustus te zien bij Onomatopee

Lieke Mangindaan

is een kunsteducator en kunstenaar. 

Gerelateerd

Recente artikelen