metropolis m

Bassem Saad, Congress of Idling Persons, 2021, videostill, 36 min., courtesy de kunstenaar en Netwerk, Aalst

Hoe verbeeld je het einde van een wereldorde? In haar werk van kunstenaar Bassem Saad staan herinnering, rechtvaardigheid en verbeelding centraal. Met een multidisciplinaire aanpak en een scherp oog voor machtsstructuren nodigt ze het publiek uit om afscheid te nemen van de oude wereldorde en ruimte te maken voor nieuwe verhalen.

Hoe nemen we afscheid van een tijdperk? Deze intrigerende vraag vormt de rode draad in de artistieke praktijk van Bassem Saad, wiens werk recent werd geëxposeerd bij Netwerk in Aalst (t/m 12.1.2025 en later dit jaar te zien in New York). Saad reflecteert op de American Century, een term geïntroduceerd door Henry R. Luce in zijn essay voor Life Magazine in 1941. Waar Luce de Verenigde Staten presenteerde als een missionaire kracht die democratie, moraliteit en mensenrechten wereldwijd verspreidde, biedt Saad een kritisch tegengeluid. 

Opgegroeid in Beiroet, in een periode van instortende politieke systemen, klimaatverandering, migratie en de erfenis van kolonialisme, vormt Saads persoonlijke achtergrond de basis van haar multidisciplinaire praktijk. Films, essays, performances en poëzie ontleden de complexe machtsstructuren van de twintigste en eenentwintigste eeuw. Ik verlang er hevig naar dat de American Century eindelijk ten einde komt.’ Maar hoe herstellen we gerechtigheid na decennia van onrecht? Welke verhalen worden gecanoniseerd als geschiedenis, en wat voor alternatieve wereldbeelden kunnen we ons voorstellen? 

Bassem Saad, Permanent Trespass, 2024, still uit 2-kanaals filminstallatie gemaakt met Sonja Grozdanic, detail, courtesy de kunstenaar en Netwerk, Aalst

Saads beeldtaal is onmiskenbaar rauw, compromisloos en transformerend. Ze omschrijft haar werk als ‘anti-historische punk’ en verklaart: ‘Leef in het moment om jezelf voortdurend te overtuigen dat je slimmer bent dan degenen die je voorgingen.’ Dit komt tot uiting in de film Permanent Trespass (2024) waarin twee reizende rouwsprekers, gespeeld door Saad zelf en schrijfster Sanja Grozdanić afscheid nemen. Oorspronkelijk een performance, brengt de film een poëtische eulogie tegen de achtergrond van iconische Brusselse locaties: Villa Empain en het Horta Museum. Hoewel deze gebouwen, met hun Art Deco- en Jugendstil-architectuur, op het eerste gezicht niets gemeen lijken te hebben, delen ze een beladen connectie met het Belgische koloniale verleden. Verder belichaamt de film wat Saad een vorm van wensdenken noemt: ‘Een reflectie op het einde van de American Century, dat zich in golven aankondigt maar nooit volledig wordt gerealiseerd. In Permanent Trespass krijgt dit afscheid echter een tastbare vorm.’

Het thema van afscheid wordt subtiel verbeeld in de scenografie van de film. Meubels, bedekt met witte doeken, suggereren een naderende verhuizing, terwijl de woorden ‘Het is uitverkoop, we nemen afscheid’ het onomkeerbare karakter van de situatie benadrukken. In een andere scène voeren Saad en Grozdanić een gesprek, geprojecteerd tegen een achtergrond van geschilderde, pastelkleurige wilde paarden en naakte, gespierde mannelijke figuren die associaties oproepen met verovering. Tussen deze beelden door verschijnen vluchtige opnamen van verlaten interieurs in de machtscentra van besluitvormers zoals de Verenigde Naties.

Als een absurd en fragmentarisch gesprek ontvouwt zich een dialoog tussen de twee protagonisten: een stroom van herinneringen, locaties en gebeurtenissen die elkaar voortdurend kruisen en weer loslaten. Grote politieke en historische thema’s, zoals het uiteenvallen van Joegoslavië en de crises in Libanon, de thuisregio’s van de makers, vormen de rode draad. Het bewust verhaspelde script versterkt de onwerkelijkheid van de film: hier noch daar, toen noch nu. De verwarring weerspiegelt niet alleen de complexiteit van de thema’s, maar ook de poging om nieuwe verhalen te construeren uit de scherven van een gedeelde geopolitieke erfenis.

‘De keuze voor de taal van de rouw is een reactie op de onpersoonlijke juridische beslissingen van internationale tribunalen, maar is tegelijkertijd doordrenkt met humor. Humor fungeert hier als een copingmechanisme, een manier om de absurditeit van de situatie te verwerken. Een revolutie biedt weliswaar hoop, maar is inherent gruwelijk. Dit is geen vermaak voor buitenstaanders.’ Maar Saads werk Permanent Trespass overstijgt een eenvoudig afscheid. Zoals Hannah Arendt schreef, kan het vastleggen van herinneringen – een eulogie – het sterfelijke leven symbolische onsterfelijkheid geven in de publieke sfeer.1 Saad presenteert rouw niet enkel als een stap richting vooruitgang, maar als een tijdelijke ruimte die fungeert om zowel het verleden als de toekomst te verbeelden.

Ook de kijker wordt uitgedaagd om de eigen geschiedenis vorm te geven met het werk Century Bingo (2024). Vijfentwintig collages, die keurig zijn opgehangen aan dunne metalen draden, vormen een raster dat doet denken aan een bingokaart. Knipsels van uiteenlopende revoluties en tegenbewegingen – zoals de bevrijding van Auschwitz, de Palestijnse Nakba, de moord op Patrice Lumumba en de Amerikaanse invasies in Vietnam – worden vermengd met de iconische Bingo-cijfers en op het canvas samengebracht. Terwijl je door dit raster dwaalt, rijst een sluipend gevoel dat de verhalen die ons zijn verteld en die we onszelf hebben verteld niet toereikend zijn.

Saad legt uit: ‘De geschiedenis van Libanon is een product van verschillende perspectieven. Enerzijds is deze geschreven vanuit het oogpunt van het Franse mandaat, door de overwinnaar, en anderzijds wordt ze gekarakteriseerd door de huidige politieke complexiteit. Iedere partij heeft haar eigen versie van het verleden, waardoor een collectieve geschiedenis na 1940 onbereikbaar blijft. Hiermee wil ik aantonen dat geschiedenis een menselijke constructie is, die gemakkelijk herschreven kan worden.’

Hoewel de collage-elementen enige historische kennis vereisen voor een volledige interpretatie, functioneert haar artistieke praktijk als een geheel dat meer is dan de som van haar delen. Ze versterken vooral de centrale boodschap: keer op keer ontmaskert Saad de Amerikaanse retoriek van de ‘Goede Samaritaan’. Ze onthult het als een eeuwenoude façade en stelt dat democratie en moraliteit geen universele waarden zijn, maar exclusieve privileges binnen de invloedssfeer van de Verenigde Staten. Ook de speelse titel Century Bingo fungeert als een sleutel tot het begrijpen van Saads werk: het benadrukt hoe toeval en willekeur het MENA-gebied (het Midden-Oosten en Noord-Afrika) tot een speelbal maken van de Amerikaanse hegemonie.

Bassem Saad, Congress of Idling Persons, 2021, videostill, 36 min., courtesy de kunstenaar en Netwerk, Aalst

Om echt afscheid te nemen, wil Saad dat de kijker zich ongemakkelijk voelt, zodat er ruimte ontstaat voor ‘complexere emoties, zelfreflectie en het stellen van vragen bij het eigen bestaan’. In Congress of Idling Persons (2021) volgen we vijf jonge gesprekspartners – dj’s, vertalers en schrijvers – en Bassem zelf, terwijl zij reflecteren op ingrijpende gebeurtenissen. De film hanteert een documentaire-esthetiek en beweegt fragmentarisch door dramatische episodes, zoals de Arabische Lente, de Black Lives Matter-protesten van 2020 en de explosie in de haven van Beiroet. Westerse perspectieven en misrepresentatie worden vermeden; Saad biedt het podium uitsluitend aan lokale protagonisten die hun verhalen delen. Poëtische en rauwe dialogen worden verweven met internetbeelden van gewelddadige protesten van Syrische opstanden, versterkt door psychedelische filters. 

Voor een antidote grijpt Saad naar de Palestijnse intellectueel Bassel al-Araj (1984-2017). Al-Araj beschouwde romantiek als een leidend principe in de revolutionaire strijd. In Saads vloerwerk Who Said Fate? (2024) prijken de woorden Romance en Clandestinity in grote letters op wit vinyl. ‘Romantiek is een cruciaal principe in mijn werk – het overstijgt het rationele en het intellectuele,’ legt ze uit. Net als Al-Araj roept Saad op om revolutie te zien als een daad van hartstochtelijke rechtvaardigheid, waarbij artistieke creatie dient om betekenis te geven aan wat anders verloren zou gaan.

Saads eulogie voert bezoekers langs verlaten VN-gebouwen, gebroken sociale contracten en pijnlijke protestdialogen, terwijl ze met een bijna gelukzalige ironie afscheid neemt van de American Century. Er heerst een gevoel van afronding, het einde van een tijdperk, een regime. Met een punk-attitude en een DIY-aanpak van filmessays, montagetechnieken, collages, ideeën en tekst, verschuift ze de focus van formele kunstproductie naar inhoudelijke urgentie. Is haar artistieke beeldtaal een wederwoord, een volledige afwijzing van het etablissement, als een voortdurende vorm van revolutie, verbeelding en vreugde? Net als Al-Araj opent ze de mogelijkheid om revolutie in nieuwe, humane vormen van samenleven te verbeelden. Maar de vraag blijft: kun je echt begrijpen wat er verloren is gegaan?

  1. Hannah Arendt behandelt het thema van herinneringen en het vastleggen daarvan in haar boek The Human Condition (1958). In dit werk reflecteert ze op de aard van menselijk handelen, spreken en herinneren, en hoe deze activiteiten kunnen bijdragen aan het creëren van een ‘onsterfelijkheid’ in de publieke sfeer.

Isabel Van Bos

is een freelance curator gevestigd in Brussel en geeft samen met Laura Herman vorm aan de Curatorial Studies KASK en Conservatorium in Gent

Recente artikelen