metropolis m

Fatma Abo Doma, pomegranate dreams, 2024, tentoonstelling met Agnes Michalzcyk bij Access Gallery Caïro, 2024

Een oriëntatiereis naar Caïro voor haar werkgever Dutch Culture gaf Minke van Schaik de gelegenheid nader onderzoek te doen naar de alternatieve kunstscene, die door de politieke repressie van de laatste jaren vooral steunt op financiële hulp uit het buitenland. Wat drijft de mensen achter deze initiatieven? En hoe houden ze zich staande onder druk?

Er heerst een soort nostalgie voor het verleden van de alternatieve kunstscene in Caïro. De stad kent een rijke geschiedenis van culturele ruimtes in de laatste twintig jaar, maar het is vaak lastig te traceren waar deze zich bevinden, en veel ervan zijn inmiddels verdwenen. Dat gebeurt overal in de wereld bij kleine onafhankelijke plekken, maar in Caïro van de afgelopen jaren was ook het repressieve politiek klimaat daar debet aan. Ik ga langs bij enkele organisaties die nog steeds actief zijn en ben onder de indruk van de manier waarop zij zich staande houden met beperkte middelen in een lastig cultureel klimaat. 

Aan het begin van het vorige decennium, in de korte periode tussen de protesten van de Arabische lente en de machtsovername van het huidige regime, was er sprake van een opleving. In die tijd kwamen er in Caïro, op de golven van de herwonnen vrijheid, veel culturele productie- en gemeenschapsinitiatieven tot bloei. Kunstenaar Amado Alfadni vertelt hoe hij destijds vertoningen van kunstfilms organiseerde op het terras van een café, en hoe zijn eigen artistieke praktijk werd beïnvloed door dit culturele moment, met name door een workshop over het werken met archiefbeelden die hij volgde bij Contemporary Image Collective (CIC). CIC bestaat nog steeds. Het maakte recent een doorstart, nadat ze hun plek in Downtown Cairo waren kwijtgeraakt. Ik vind het collectief in hun nieuwe ruimte in de wijk Garden City en krijg er een rondleiding door hun bibliotheek. We lopen langs verschillende publicaties van voorgaande projecten zoals The Light of Distant Stars – On Cairo and Pan-Africanism. Het boek staat in een bibliotheek vol kunsttheoretische publicaties, en is een document van een programma van leesgroepen en workshops dat inging op de geschiedenis van Caïro als ontmoetingsplaats voor pan-Afrikaanse bevrijdingsbewegingen. Naast de bibliotheek kent CIC een workshopruimte en verschillende soorten printfaciliteiten om mee te experimenteren. 

Alfadni vertelt me dat CIC nog steeds en vooral een plek voor theoretische ontwikkeling en discussie voor beeldmakers is, een plek die essentieel is gebleken om de stap te zetten van een meer traditionele kunstpraktijk naar een die in dialoog met de internationale kunstwereld opereert. Ik ontmoet een staf die vastberaden is om deze positie in de nieuwe locatie nieuw leven in te blazen, ondanks de aanhoudende druk van de autoriteiten.

Tijdens mijn rondgang door de alternatieve kunstscene in Caïro hoor ik veel mensen spreken over de behoefte aan een platform voor discussies en theoretische ontwikkeling. Je kunt het ook terugzien aan het huidige succes van de Cairo Art Book Fair. Tijdens de presentatie van What Shapes our Pages, een publicatie over uitgeven die in co-productie met een boekenbeurs uit Valencia is gemaakt, leggen initiatiefnemers Nour El Safoury en Marwa Benhalim uit dat de fair is ontstaan als platform voor kennisuitwisseling en inmiddels tientallen uitgevers naar Caïro haalt. In een eerder interview gaven zij aan dat hoewel censuur vergaande gevolgen heeft voor culturele productie, gedrukte boeken die niet gecontroleerd kunnen worden voor publicatie, maar pas achteraf en soms vervolgens worden verboden.1 Het geeft de culturele scene wat ruimte, die dankbaar wordt benut.

Cairo Urban Initiatives Platform (CUIP) werd in 2013 met steun van de Ford Foundation en de British Council opgericht door CLUSTER als reactie op de opleving van culturele initiatieven na de revolutie. Het wil een overzicht bieden van het culturele leven op het gebied van kunst, cultuur, architectuur, belangenbehartiging, stedelijke ontwikkeling en interdisciplinaire projecten.. Momenteel fungeert het, misschien onbedoeld, vooral als een archief. Omar Nagati ontvangt me in een ruimte vol met culturele en historische publicaties, waar hun tienkoppige team druk bezig is met een breed scala aan opdrachten en eigen projecten. De boeken zijn gecatalogiseerd, vertelt Nagati, en publiek toegankelijk via CURL Library, een platform dat zij met andere instellingen hebben ontwikkeld. Hij somt nog een indrukwekkende lijst aan projecten op, die waaruit telkens eenzelfde manier van werken blijkt: het werken aan grootstedelijke vraagstukken en het delen van middelen en kennis met de gemeenschap die hun praktijk informeert. 

Als we een uurtje later in zijn auto wegrijden van een bezoek aan hun Maker Space in de informele buurt Ard El Liwa, geeft Nagati toe dat dit misschien ook een beetje hun valkuil is: als interdisciplinaire denkers, kunstenaars en designers, is het aan hen om bepaalde sociale of culturele vraagstukken te lijf gaan en hier creatieve oplossingen voor te vinden. Maar de moeilijkheid zit hem erin om te werken aan duurzame oplossingen, aangezien de infrastructuur vaak simpelweg ontbreekt. Bovendien zijn ze geen publieke instelling: geen bibliotheek, museum, of galerie. Toch worden ze gedwongen om die rol, zij het op kleine schaal, op zich te nemen. CLUSTER houdt zich ondertussen met tal van andere stedelijke en maatschappelijke vraagstukken bezig, en geeft CIUP een update telkens als er een financierder interesse toont.

Zaaloverzicht van de tentoonstelling Lis-a-ma hel sitch / Yet not finished / لسّه متحلش van Georgina Sleap bij ARD Art Institution, Cairo, 2024, foto Omar Kafrawy.

Financiering van de kunsten

Bij de meeste initiatieven die ik bezoek, is er geen publieke financiering. Een uitzondering is Art d’Egypte, dat met enige regelmaat internationale kunstmanifestaties organiseert waaraan in 2023 ook de Nederlandse ontwerper Sabine Marcelis deelnam. Art d’Egypte organiseert deze tentoonstellingen op erfgoedlocaties vanuit publiek-private samenwerking. Het soort tentoonstellingen dat hieruit voortkomt bestaat vooral uit formele reacties op bijvoorbeeld de piramides van Gizeh, en niet zozeer een kritische dialoog met de realiteit van de stad. Manifestaties, festivals en residencies worden soms ondersteund door private geldschieters, banken en lokale bedrijven, voornamelijk uit de vastgoedsector, die een commercieel belang hebben in de regeneratie van het stedelijk landschap. Maar de pot is eindig, en de concurrentie is enorm. 

Kleinere instellingen kunnen meer verwachten van de lokale afdeling van buitenlandse cultuurhuizen, zoals het Goethe Institut, Institut Français en British Council. Waar deze instanties in Nederland vooral bekendstaan om hun talencursussen, spelen ze in de global south over het algemeen een grote rol in de ondersteuning van kunst en cultuur. Ze hebben soms hun eigen culturele podium en bieden financiële ondersteuning in de vorm van projectsubsidies, residencyprogramma’s en festivals.

Een groot gedeelte van het kunstaanbod bevindt zich in galeries die draaien op verkoop. Eén hiervan, de Access Gallery, bevindt zich op een bijzondere locatie. Het is gevestigd op de eerste etage van het voormalige pand van de Townhouse Gallery. Na conflicten met de instanties moest het internationaal gerenommeerde Townhouse de deuren sluiten, maar een onderdeel van het complex heeft een doorstart gemaakt. Zo hebben ook fotografie collectief Safena 7 en kunstenaar Fatma Abo Doma hun studio’s in het pand van de Access, terwijl de gebouwen eromheen steeds vaker gevuld zijn met hippe design- en cadeauwinkels.

Doma leidt me rond door een tentoonstelling over moederschap. Ze vertelt hoe haar werk vertakt is met haar leven. In een eerder werk nam ze de weg van haar huis naar haar studio in Downtown Cairo als uitgangspunt. Zij en haar echtgenoot grappen dat ze nooit echt buiten Downtown komen, en dat hun leven zich volledig afspeelt in die chaotische, extreme combinatie van koloniale architectuur, Arabische lichtreclame en decennialang aan luchtvervuiling.

Een andere instelling die het gat opvult dat Townhouse achterliet, is ARD – Art Institution, een residency en tentoonstellingsruimte in de wijk Garden City. Ik ontmoet oprichter Hana El Beblawy die vertelt hoe de residency, waar plek is voor drie kunstenaars tegelijk, vaak uitmondt in tentoonstellingen en publieke programma’s. ARD is in 2022 opgericht als een alternatief voor productie voor de markt, legt El Beblawy uit. ARD biedt idealiter onderdak aan één kunstenaar uit de global south, één uit Egypte (buiten Caïro of Alexandrië), en één uit de rest van de wereld. In de programmering zie ik veel aandacht voor het maakproces, zoals te verwachten valt van een residency – een plek waar de ontmoetingen tussen kunstenaars uit Caïro en kunstenaars van buitenaf centraal staan. Zowel de lat als het productietempo liggen er hoog: de presentaties wisselen soms na enkele dagen.  

Het tempo waarmee men hier produceert lijkt te passen bij het ritme van de stad. Een tegenhanger hiervan biedt de tentoonstelling van Georgina Sleap bij ARD. Het pronkstuk van de tentoonstelling van de sinds vijf jaar in Caïro wonende Britse is een textiele sculptuur, een combinatie van een zelf gefabriceerd weefgetouw en het driedimensionale tapijt dat het produceert. Door een klimgordel bevestigde Sleap het getouw om haar lichaam, om met een flink aantal knopen en bewerkingen tot de ruimtelijke sculptuur te komen. Het werk hangt beweeglijk in de ruimte, en in de video daar tegenover zien we een opname van het maakproces en de context, de historische wijk Faggala.

Politiek

Over politiek wordt niet gepraat, althans niet in het openbaar, en dus ook niet in een tentoonstelling. Voordat een tentoonstelling open gaat of een film in productie mag, gaat die eerst langs de censuurcommissie. Van de projecten die hierdoor niet doorgaan of de zelfcensuur die makers toepassen merk je als buitenstaander natuurlijk weinig. Maar je ziet wel hoe er een toenemende interesse in het werken met archieven is op het moment dat het niet mogelijk is om iets over het heden te zeggen. Ik spreek met Tamer el Said, filmmaker en oprichter en artistiek directeur van Cimatheque, het alternatieve analoge filmcentrum in de wijk Downtown. Cimatheque richt zich op restauratie en conservering van films en documentatie. Hij geeft een rondleiding door de ruimte boven Cinematheque, die zij momenteel renoveren. In de loop van 2025 opent hier een bibliotheek en leeszaal, en ook hun archief en filmcollectie zullen voor het publiek toegankelijk zijn. 

Bij mijn bezoek aan instellingen krijg ik het gevoel alsof initiatieven liever niet te succesvol worden, om niet in het oog van de autoriteiten te springen en daarmee constant de balans houden tussen succes en de onzichtbaarheid van de marge. Opvallend is ook hoeveel kunstenaars en curatoren zich (deels) in het buitenland hebben gevestigd, om in een nauwere aansluiting met het internationale kunstveld, buiten de censuurcommissie om, te kunnen opereren. Maar mensen komen ook terug. Zij produceren werk in het buitenland maar spenderen enkele maanden per jaar in Egypte, nog steeds als actief onderdeel van het culturele leven. Zo voelt deze braindrain als tijdelijk, en gaat de ontwikkeling van een kritische kunstsector door, zij het alleen discursief of op podia buiten Egypte. 

Meer info over de diverse kunstinitiatieven in Caïro: https://www.cuipcairo.org/

  1. Zie het interview van Nour El Safoury met Alaa Elbannan:  https://rowayat.org/a-new-heartbeat-in-cairos-art-scene/ 

Minke van Schaik

is adviseur Egypte en Zuid-Afrika bij DutchCulture

Recente artikelen