
‘Dat je de neiging krijgt om naar achter te stappen’- in gesprek met Jacobien de Rooij
De overzichtstentoonstelling Rest and Remember van Jacobien de Rooij (1947) in het Verwey Museum in Haarlem toont werk uit haar begintijd in de jaren zeventig, toen ze begon met kleinformaat olieverfschilderijen, tot recente grote monumentale tekeningen in pastel. Indrukwekkende landschappen, vitrines met opgezette vogels, aquaria met vissen en gereconstrueerde educatieve natuuropstellingen. Een groot paard staat aanwezig in het landschap. Lotte van Geijn bezoekt de tentoonstelling en gaat in gesprek met De Rooij.
Een paar weken na mijn bezoek sta ik voor de deur van De Rooijs huis met aangrenzend atelier. ‘Ha Lotte!’ We kennen elkaar van de tijd dat ik beeldende kunst studeerde aan de AKV/St. Joost en zij daar lesgaf. Meer dan vijftien jaar hebben we elkaar niet gezien, maar haar werk ben ik blijven volgen en het voelt meteen vertrouwd als ze de deur opendoet. Ik krijg een warm welkom, ook van haar kat en poes die me meteen nieuwsgierig in de hal begroeten. Ze neemt me mee naar haar atelier, dat in 1907 als zodanig is gebouwd. Door de dakramen valt het licht van boven naar binnen. Aan de muren hangen een aantal grote tekeningen met voorstellingen van opgezette vogels. Een hele vitrine vol met meeuwen kijkt me aan met hun glazen kraaloogjes. De tekening maakt ze levendig, bijna echt, alsof ze zo van hun houten sokkeltje het atelier in zullen vliegen. ‘Ik heb nu even tijd, daarom werk ik opnieuw aan deze tekeningen, ik ben er toch niet helemaal tevreden mee. Ik wacht nu tot ik kan beginnen aan een grote opdracht van de Rijksbouwmeester.’ De poes en de kat lopen met ons mee het atelier in.
Je zei net dat je benieuwd bent naar wie die meeuwen zijn.
Wie die meeuwen zijn? Ik ben daar heel benieuwd naar. Meeuwen hebben een slechte reputatie. Dat ze vuilniszakken open krijgen en te veel herrie maken. Ik vind het fantastisch om te zien hoe vogels in de stad zich kunnen handhaven. Hoe ze zich tussen de mensen door bewegen, ze je snel doorhebben en wat ze durven. Het gedrag van meeuwen, dat vind ik heel spannend.
De vogels die ik hier in je tekeningen zie, teken je die uit het hoofd?
‘Ik heb ze allemaal zelf gezien, wel vaak opgezet. Als ze opgezet zijn dan zie ik daar nog steeds een persoonlijkheid in. En ze zitten stil zodat ik ze goed kan bekijken. Als ik vogels zelf heb gefotografeerd, kom ik vaak net niet dichtbij genoeg. Dus opgezet is prima. Vaak besteed ik meer tijd aan het tekenen van de achtergrond dan aan de vogels.’
En breng je dan verschillende lagen pastel over elkaar heen om die achtergrond zo te krijgen?
‘Dat hangt ervan af. Ik veeg heel veel in de pastel. Meestal veeg ik de hele eerste laag helemaal in het papier. Dan krijgt het de meeste gloeikracht. Als je alleen een streep zet, dan… Kijk, ik zal het even voordoen.
Ik zet iedere tekening altijd eerst op met houtskool. Ik werk gelijk op met de voorstelling en de achtergrond. Bij groot werk is de achtergrond heel belangrijk. Hier zie je bijvoorbeeld een spiegelend effect. [Wijst in de tekening de reflectie van tl-lampen aan] Je weet niet waar die opgezette vogels precies in staan en waar je doorheen kijkt. Door de achtergrond kan ik de vogels ook beter moduleren. Heel vaak wrijf ik ook over de randen, daar waar de vogel eindigt en de achtergrond begint, om het helemaal in elkaar over te laten lopen.’
Dat reflecterende effect, dat zag ik ook in een tekening in de tentoonstelling.
‘Je bedoelt die twee tekeningen in zaal drie? Links een tropisch regenwoud, en in de tekening daarnaast zit ook zo’n reflectie. Dat is Artisklas in Haarlem, de kleinste dierentuin van Nederland. In een van de punthuisjes op het erf is een natuur-educatief diorama te zien met acht biotopen met bijbehorende opgezette dieren, gemaakt in de jaren tachtig. Het roept vragen op over hoe je de natuur representeert, Die diorama’s zijn op zichzelf al representaties van de natuur. Ik heb ervoor gekozen om de weerspiegeling van het glas weer te geven, om duidelijk te maken dat je naar iets kijkt dat totaal gecomponeerd is, niet echt is. Het bestaat niet, het is een idee. En misschien is dat ook, als we zo doorgaan, nog de enige manier waarop we iets van natuur kunnen ervaren in de toekomst.’
Hoe belangrijk is voor jou die directe ervaring met de natuur? Ik denk dan aan de series Rockpool en Tidepool, zijn dat ook geconstrueerde realiteiten?
‘Als je met andere mensen langs de kust in Ierland loopt, dan kijken ze in de verte tussen de rotsen, maar ik loop zo: [Staat op en buigt voorover met haar handen als oogkleppen richting de grond en roept:] Kijk dan! Dat vind ik fascinerend: een heel nieuw universum in zo’n poeltje. En als je een half uur later komt ziet het er weer totaal anders uit. Aan die rockpools heb ik niet zoveel veranderd. Ik heb het alleen veel groter gemaakt, omdat ik dat ook zo ervaar. Als je in zo’n poel kijkt dan verdwijn je in een wereld en word je zelf heel klein. Ook gebeurt er iets heel raars met je gevoel voor tijd. Je verliest je tijdsbesef. Een mooi citaat hierover las ik in het logboek The Log from the Sea of Cortez (1951) van John Steinbeck: ‘All things are one thing and that one thing is all things — plankton, a shimmering phosphorescence on the sea and the shining planets and expanding universe, all bound together by the elastic string of time.’’
Is dat verlies van tijdsbesef ook iets dat je ervaart als je een tekening maakt?
‘Als ik een werk maak dan bestaat er niets anders dan het werk. Er bestaat ook geen kunst. Daar ben ik helemaal niet mee bezig.’
Dat klinkt bijna meditatief.
Je hebt wel een soort hyperfocus nodig. Ik heb ook geen muziek aan in mijn atelier. Ik ben helemaal op het werk gefixeerd. Ik werk in de vroege ochtend tot het middaguur. Ik werk vier uur keihard. Meer kan ook niet. Je bent zo hard aan het nadenken. Daarna mis je de echte scherpte en kan je niet meer de juiste beslissingen nemen. Ik wil nog steeds verder komen, wat dat ook mag betekenen. Ik wil wel elke keer iets maken dat toch anders is dan wat ik daarvoor heb gemaakt.’
En de kleuren?
‘Aan de kleuren heb ik eigenlijk bijna niks overdreven. Ik heb het uitgelicht, eruit getild. Dat is wat je bijna altijd doet in de kunst: je licht iets uit, je richt je blik erop en je organiseert het. Ik bedoel, een tekening heeft natuurlijk bepaalde wetten hè? Je moet je wel ook aan de wetten van de tekening houden.’
Is de tekening dan ook een soort sparringpartner?
‘Dat is wel heel erg nodig! De tekening moet wel meewerken en die moet mij vertellen wat ik moet doen. Je zet hem op, maar toch wordt die tekening de baas. Als ik merk dat ik de baas ben en ga trekken, dan wordt het een waardeloze tekening.’
Is dat ook het verrassingselement?
‘Meestal zoekt het onderwerp mij uit en dan denk ik: ja maar, dat kan ik helemaal niet! Daar begin ik meestal, dat is de drive. Ik kan ook niet twee keer dezelfde tekening maken. Het moet een uitdaging zijn en ik moet er nog iets van opsteken. Maar ik gooi er ook steeds meer weg.’
Archiveer je ook?
‘Ja, hierboven [Wijst aan waar tekeningen opgerold liggen] maar ook in en door het hele huis op allemaal geheime plekken! Verder zit mijn werk in vele collecties van musea en bedrijven. Ik heb ook te denken aan een nalatenschap en ik wil mijn kinderen er niet mee opzadelen. Zij moeten weten wat ik de belangrijkste tekeningen vond en wat ze er verder mee doen. Ik heb niks met eeuwigheid, maar ik wil in ieder geval een ordening aanbrengen. En weggooien wat echt gewoon niet goed is.’
Ben je opgegroeid met kunst, waren je ouders geïnteresseerd in kunst?
‘Ja heel erg, en dat was wel bijzonder, want ze kwamen gedurende de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam wonen. Mijn ene opa was boer en de andere opa was timmerman. Mijn ouders hebben een enorme stap gezet door naar Rotterdam te gaan, ze moesten vluchten in de oorlog. Want mijn vader was te makkelijk te traceren. Hij zat in het verzet en in Brabant zou hij zo gevonden zijn. Waarschijnlijk heeft hij in het verzet heel veel Rotterdamse kunstenaars ontmoet. Ik werd ook meegenomen op atelierbezoek bij die kunstenaars.’
Lijkt me bijzonder om als kind mee te mogen.
‘Ik vond het helemaal geweldig. Ik vond dat kunstenaarsbestaan een aantrekkelijk leven. Mijn vader was pedagoog en hij wist wat ik nodig had, dus dat heeft hij gestimuleerd. Hij is helaas jong overleden, maar hij heeft mij wel de aanzet en het vertrouwen gegeven. Later werd ik aangenomen op de Rietveld Academie. Het nieuwste van het nieuwste vond ik interessant. Wim T. Schippers die een flesje limonade leeggooide in de zee.’
Vond je daarin meteen herkenning?
‘Nee dat niet. De stillevens die ik maakte sloten daar op geen enkele manier bij aan. Dat heeft me erg veel tijd gekost.’
Die zoektocht?
‘Je maakt zelf iets en je ziet eigenlijk helemaal niet welke plaats in de kunstwereld dat in zou kunnen nemen. Die kleine schilderijtjes werden toen weggezet als landschapjes. Dat werd niet gewaardeerd. Die tijd was heel erg moralistisch. De opvattingen over kunst waren heel streng. Ook over kunstenaarschap. Je was geen echte kunstenaar als je ook lesgaf bijvoorbeeld. Als vrouw lag je al helemaal heel moeilijk en als je kinderen had dan was het helemaal gedaan met je.’
Wat vond je daarvan?
‘Dat was heel normaal toen, maar ik verzette mij daartegen. Ik vond dat zo’n onzin. Ook ik was op een zoektocht. Ik dacht op een gegeven moment, ik moet groter gaan schilderen. Maar dan moet je wel eerst schetsen maken met houtskool. En toen zag ik dat die schetsen op zichzelf zouden kunnen gaan staan.’
Wist je toen ook al meteen dat je iets te pakken had? Of kwam dat pas later?
‘Ja, ik was ervan overtuigd dat ik iets te pakken had, maar het heeft me veel tijd gekost om de kunstwereld weer in te komen. Niemand hield zich toen met landschap bezig en al helemaal niet op zo’n groot formaat. Maar ik dacht, het kan me niet schelen, ik vind het onderwerp te belangrijk, onze omgeving is te belangrijk. Het gaat om dat gevoel als je het werk bekijkt, dat je helemaal in de tekening opgaat. En dat je dan wel een mening moet vormen. Dat je de neiging krijgt om naar achter te stappen.’
Inmiddels is er meer erkenning voor je werk én het onderwerp. Je hebt ook een nieuwe opdracht van de Rijksbouwmeester.
‘Heel veel erkenning. Bij deze nieuwe opdracht is het formaat weer zo’n waanzinnige uitdaging. Een plafondschildering van 17 bij 10 meter. Ik moet het in delen gaan maken om er grip op te houden. Ik ga op mijn leeftijd niet meer op mijn rug liggen om een plafond te schilderen. Dus ik zal vrij systematisch gaan werken. Maar binnen die kaders probeer ik wel mijn vrijheid te houden zodat ik kan improviseren. Het is wel de kers op de taart van m’n carrière. Zo voel ik het wel. Verder kan ik er nog niet zoveel over zeggen!’
Andere vraag dan, de titel van de tentoonstelling in het Verwey Museum is Rest and Remember. Ik las dat de titel verwijst naar hoe je de herinneringen aan het landschap meeneemt naar het atelier. Kun je iets zeggen over wat een herinnering voor jou is?
‘Toen ik voor het eerst het Schotse landschap zag, was dat totaal anders dan ik dacht. Het was herfst, maar alles stond in vuur en vlam. De varens leken wel oranje en de zee was azuurblauw. Toen ik daar op een bankje zat stond daar op de leuning: rest and remember. Kijk en neem het mee als herinnering. Want wat je buiten beleeft, dat beleef je nog sterker als je het je thuis herinnert. Heel lang heb ik me daar vreselijk schuldig over gevoeld.’
Schuldig?
‘Ik hou helemaal niet van plein-air tekenen. Het interesseert me niet of een boom daar staat of daar. Het is de totaalindruk die ik al tekenend wil uitzoeken. Het is een reconstructie. Het gevoel dat je buiten hebt, kan je nog niet plaatsen, maar als je eenmaal binnen bent, dan kan je dat gevoel veel duidelijker ervaren. Ik reconstrueer in feite alle landschappen die ik heb gezien hier in mijn atelier.’
Reconstrueer je dan ook een bepaald gevoel?
‘Ja dat ook. Het ongrijpbare. Er wordt veel te weinig aandacht besteed aan onze omgeving. Wij zijn heel dominant als mens. Met het landschap wordt van alles gedaan zonder dat men eigenlijk echt weet wat het kan veroorzaken. Er wordt ook vooral vanuit een economisch oogpunt naar gekeken. Wij willen alles beheersen.’
Uiteindelijk zijn ook wij mensen afhankelijk en onderdeel van het ecosysteem.
‘Ik lees op dit moment Een haas in huis van Cloe Dalton, waarin een jonge vrouw met een drukke baan een verlaten pasgeboren haasje vindt en besluit het haasje mee naar huis te nemen. De onwaarschijnlijke band die ontstaat tussen mens en dier verandert haar kijk op de wereld. Ook de Amerikaanse psycholoog Oliver Sacks schrijft in de jaren tachtig al over confrontatie met een dier dat zijn leven veranderde. Tijdens het hiken in Noorwegen kwam hij boven op een berg oog in oog te staan met een enorme witte stier. Dit was voor mij ook de doorslag om beesten te gaan tekenen, beesten horen bij het landschap. Daar kon ik niet meer omheen. [De kat springt bij Jacobien op schoot] Nou Bo, wat vind jij ervan? [Ze aait hem rustig, terwijl de kat mij aankijkt.]
METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN
Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.
BIJ VOORBAAT DANK!
Rest and Remember van Jacobien de Rooij is tot en met 25 mei 2026 te zien bij het Verwey Museum in Haarlem
Vanaf 3 mei zijn Jacobien de Rooij’s tekeningen te zien in de vaste opstelling van het Rijksmuseum in Amsterdam
Lotte van Geijn
is beeldend kunstenaar en schrijver




