
Grondgebonden schilderkunst, ecologisch geëngageerd – Marcos Siqueira bij Mendes Wood DM
Elk schilderij van de Braziliaanse kunstenaar en autodidact Marcos Siqueira (1989) ademt een innige, respectvolle en bijna enigmatische verbondenheid met de natuur. In Caminhos, zijn eerste Europese solotentoonstelling in de Brusselse kunstgalerie Mendes Wood DM, zien we beelden, gevormd door zintuiglijke sensaties, ecologisch betrokken en vertraagd in verf.
Het zijn er veel. In de statige ruimtes van de kunstgalerie zijn wel zesentwintig schilderijen van verschillende formaten te zien. Elk schilderij krijgt de nodige ruimte. Het tentoonstellen staat zo op gelijke voet met de nauwgezette focus van de geschilderde beelden. De verf is subtiel en textuurrijk aangebracht, waarbij het coloriet en de schilderwijze opvallen. Het kleurgebruik is warm en het bestaat uit rode, gele en bruine okers, grijs en zwart. Oranje en gele vormen alsook sterke contrasten trekken de aandacht. De beeldtaal is eenvoudig en bestaat uit kleurvlakken en lijnvlekken die landschappen, rivieren, bomen, paden, menselijke figuren en dieren vormen. De eenvoud verraadt een verlangen naar beelden die de aandacht vasthouden, met een voorkeur voor verhalen die zich bewegen tussen het vertrouwde en het mysterieuze.
Misschien valt deze beweging te rijmen met de plek, het nationaal park Serra do Cipó in de staat Minas Gerais, waar Marcos Siqueira woont en werkt, en met name met zijn verhouding tot haar natuur die bijna symbiotisch is: diep geworteld in ervaring, zintuiglijkheid, aandacht en respect. De natuur is er tegelijk gekend en raadselachtig. Siqueira vertelt hoe je bij het zien van een rivier niet de bron ziet; je beeldt je in waar de rivier ontspringt, waar ze overal is geweest.[1] De schilderijen lijken dan ook fragmenten te laten zien; enigmatische scenes waarin de mens onderweg is, samenleeft – in verbeelding of reëel – met dier, plant, boom, rivier, hemel en aarde.
De wegen, de caminhos, zijn veelvuldig aanwezig: Een figuur beweegt en zoekt tegelijk het evenwicht op een koord; een donkere weg loopt naar de einder terwijl een figuur in een boot – ze lijken wel te bestaan uit sterrenstof – in de lucht vaart. Wegen vervormen zich circulair. Een figuur loopt in een rivier en een witte schim bevindt zich in een landschap waar pad en landstrook niet langer te onderscheiden zijn. Het enigmatische karakter, in sommige gevallen neigend naar surreële beelden, lijkt ook een voedingsbodem te hebben in de vele verhalen, gebruiken en tradities afkomstig van Afrikaanse, Europese en inheemse culturen en hun aanwezigheid en assimilatie in en tot de Braziliaanse cultuur. De kunstenaar refereert in dit verband onder andere ook naar festivals zoals het kleurrijke Festa Junina, een oogst- en volksfeest of het Folia de Reis, het driekoningenfeest.[2]
De eenvoud verraadt een verlangen naar beelden die de aandacht vasthouden, met een voorkeur voor verhalen die zich bewegen tussen het vertrouwde en het mysterieuze.
Hoe kunnen we deze keuze voor meer surreële, bevreemdende beelden begrijpen? En dit in onze door data, extractie, technologie en kapitaal gevormde werkelijkheid? Doet de surreële verbeelding hier opnieuw haar intrede om bestaande categorieën te ontregelen en te verbinden: natuur/cultuur, mens/natuur, dier/mens … Meer nog lijkt ze aangewend te worden om het antropocentrische perspectief te relativeren: de mens wordt een kwetsbare schim, klein in verhouding tot het landschap, klein in verhouding tot het pad. Een keer wordt de mens omgeven door curve-lineaire lijnen en vormen die hem als het ware vervlechten met de natuur. De figuren hebben daarnaast geen gelaat en lijken geen handen te hebben. Is het loslaten van individualiteit een middel of noodzaak om de antropos te relativeren?
In interviews spreekt de kunstenaar vaak over zijn wandeltochten door de Serra do Cipó en hoe hij er pigmenten verzamelt uit de aarde, het materiaal droogt, zeeft, om dan met bindmiddel verf te maken die aangewend wordt op paneel.[3] Hier is geen sprake van industriële extractie van mineralen, maar wel van een voorliefde voor de ambachtelijke vervaardiging van verf, met respect gewonnen uit de natuur. Deze letterlijke verbondenheid met de natuur laat zich voelen in de perceptie. Door de korrelige verflaag lijkt het wel of de werken blijven deel uitmaken van de Serra do Cipó. Ze ademen en incarneren een stukje Braziliaanse natuur. Zo suggereren ze dat de intense betrokkenheid van de kunstenaar bij de natuur een bijna sympoëtische dimensie aanneemt, met name door de voortdurende, wederkerige relatie met de plek, haar cultuur en ecologie en haar zintuiglijke veelheid. Sympoësis wordt hier gebruikt in de betekenis die Donna J. Haraway eraan geeft: Het is een ‘becoming-with’, een ‘maken-met’ of ‘worden-met’ dat aangeeft dat alles altijd relationeel ontstaat en ontwikkelt. [4] Marcos Siqueira maakt niet alleen werk over de natuur en het leven in de Serra do Cipó, hij maakt het in relationele verbondenheid met die plek. Zijn materiaalgebruik en de subtiel kleiige textuur van zijn schilderkunst laat ons dat ook letterlijk voelen.
de mens wordt een kwetsbare schim, klein in verhouding tot het landschap, klein in verhouding tot het pad
Waar veel hedendaagse kunst net historische en actuele vormen van extractie onderzoekt en de sociale en politieke geschiedenissen blootlegt van de manier waarop natuur en natuurlijke materialen zijn geëxploiteerd, onder meer binnen een koloniale geschiedenis, richt Siqueira zich op een andere vorm van verbondenheid met de natuurlijke wereld. Zijn schilderkunst vertrekt vanuit affectie en aandacht voor het alledaagse leven, de natuur en hun sensibele indrukken. Door het gebruik van de voor zijn werk zo kenmerkende verstilling maakt hij het waardevolle karakter voelbaar van een omgeving die mensen draagt en waar ze hoe dan ook mee verbonden zijn. Het gaat hier in feite ook over het hebben van en het zorgen voor een plek, ook wel een thuis. Dat laatste is van belang. We leven immers in een mondiale ecologische storm, ook in Minas Gerais, dat een belangrijkste mondiale speler is in de mijnbouw naar metallische mineralen. De ecologische reflex in het oeuvre, vinden we ook terug in Siqueiras betrokkenheid bij milieuprojecten zoals het door hem in 2015 mede opgerichte collectief Caminho Limpo dat zich laat vertalen als schoon pad, en dat tot doel heeft het milieubewustzijn te vergroten door allerhande activiteiten zoals lezingen, schoolactiviteiten en theatervoorstellingen. De kunstenaar geeft aan dat dit, maar ook zijn betrokkenheid bij de Cipó Brigade die natuurbranden bestrijdt, van grote invloed is op zijn oeuvre.[5] Zijn maatschappelijke betrokkenheid bij natuurbehoud en de prominente plaats van de natuur in zowel het maken als verbeelden in zijn schilderkunst kunnen worden gezien als twee uitingen van zijn grote respect en bezorgdheid voor de natuurlijke omgeving.
De schilderkunst van Marcos Siqueira kan vanuit dit perspectief; grondgebonden, ecologisch bewust en gefocust zoals ze is, dus niet als een mijmering of verlangen naar een verloren staat of toestand of een ongerept geïndustrialiseerd bestaan gezien worden zoals we dat zagen bij bijvoorbeeld sommige Europese laatnegentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse kunstenaars. Ook al zien we in het werk van Siqueira hier en daar juichende figuren, vlagjes, vliegers, een schommel… Het zijn beelden die verwijzen naar feest, spel en alledaagse momenten, naar vormen van samenzijn en plezier die ook deel uitmaken van het leven van alledag. Tegelijkertijd treffen we in het werk ook beelden die somber, misschien zelfs dreigend aandoen; zoals daar waar we een figuur zonder hoofd zien, onduidelijk of deze in of naast een rivier die naar een steile waterval leidt, loopt. Of daar waar een oranje weg verdwijnt in een gitzwarte ruimte. Ook de verstilling wordt bijzonder kwetsbaar daar waar een witte, tengere schimmige figuur een kronkelend zwart pad bewandelt. Voetloos. Geen ‘Matissiaanse’ joie de vivre dus. Daarvoor is de huidige tijd ongetwijfeld te veel ontwricht en zijn de natuur en dus het leven in de breedste zin al te veel belaagd. Wel kijken we naar een gegronde en warme materialiteit, een soort – om het met Donna Haraway te zeggen – ‘thick present’,[6] een verdicht en gelaagd bestaan, vol relaties en betekenissen, dat wordt beleefd met wijd open ogen, gefocust op het nu. Een hedendaagsheid, waarin de mens observerend en voelend een weg – caminho – zoekt, in verwantschap met en nieuwsgierigheid naar de omringende natuur en het aanwezige leven.
Caminhos loopt nog tot 24 oktober bij Mendes Wood DM, Brussel.
[1] Mendes Wood DM Gallery. “Marcos Siqueira: Inside the Studio.” Video, 2025. https://mendeswooddm.com/video/41-marcos-siqueira-inside-the-studio-2025/.
[2] Bradford, Phoebe. “Marcos Siqueira Connects Earth and Environment.” Ocula Magazine, 8 Augustus 2024. https://ocula.com/magazine/spotlight/marcos-siqueira-connects-earth-and-environment/
[3] Bradford, Phoebe. “Marcos Siqueira Connects Earth and Environment.” Ocula Magazine, 8 Augustus 2024. https://ocula.com/magazine/spotlight/marcos-siqueira-connects-earth-and-environment/
[4] Donna J. Haraway, Staying with the Trouble: Making Kin in the Chthulucene (Durham, NC: Duke University Press, 2016), 125.
[5] Bradford, Phoebe. “Marcos Siqueira Connects Earth and Environment.” Ocula Magazine, 8 Augustus 2024. https://ocula.com/magazine/spotlight/marcos-siqueira-connects-earth-and-environment/
[6] Donna J. Haraway, Staying with the Trouble: Making Kin in the Chthulucene (Durham, NC: Duke University Press, 2016), 133.
Patrick van Rossem
is universitair docent hedendaagse kunst op de Universiteit Utrecht




