metropolis m

Claire Harvey bij Galerie Fons Welters, 2010

Elke tijd kent zijn eigen galeries die gezicht geven aan de kunst van die periode. Galerie Fons Welters was zo’n galerie, die met een eigenzinnig tentoonstellingsbeleid richting gaf aan de kunst van zijn tijd. Hoewel Welters altijd met de tijd mee is blijven bewegen en tot op het eind veel jonge kunstenaars ruimte bood, blijft zijn naam sterk verbonden aan de late jaren tachtig en vroege jaren negentig, toen hij als jonge galerist begon te werken met de aanstormende kunstenaars van dat moment: Job Koelewijn, Joep van Lieshout, Aernout Mik, Maria Roosen en Berend Strik. Als een klein eerbetoon aan de galerie die deze zomer na veertig jaar de deuren sloot, plaatsen we haar in een tijdslijn van andere smaakbepalende Nederlandse galeries van na 1960.

Kunstenaars in de ruimte van Orez in Den Haag, met links Peter Struycken

Galerie Orez, Den Haag

Orez (een omkering van ZERO) was actief in Den Haag van 1960 tot eind jaren zeventig, onder de artistieke leiding van Hans Sonnenberg (tot 1964, later oprichter van galerie Delta in Rotterdam) en Leo Verboon. Met exposanten als Jaap Nanninga, diverse leden van de Nul Groep, onder wie Jan Schoonhoven en Armando, speelde de galerie een belangrijke rol in de ontwikkeling van de moderne en experimentele kunst in Nederland. Wereldwijde faam kreeg Orez ironisch genoeg met een project dat niet doorging: het grootschalige Zero op Zee, een kunst, muziek, literatuur en theater festival met vijftig kunstenaars, bedoeld als een Gesamtkunstwerk, dat echter werd afgelast omdat de ijle bouwsels van de Zero-kunstenaars niet bestand waren tegen de zeewind. De werken werden vervolgens in de galerie tentoongesteld.

Riekje Swart gefotografeerd door Vincent Mentzel voor NRC

Galerie Riekje Swart, Amsterdam

Net als Fons Welters was Riekje Swart een laatbloeier als galeriehouder: pas op 41-jarige leeftijd begon ze een galerie, die uitgroeide tot een van de meest baanbrekende galeries van Nederland in de jaren zestig en zeventig. Ze vestigde haar naam met abstract-geometrische kunst van Ad Dekkers, Bob Bonies, Hans Koetsier en Peter Struycken, gecombineerd met de toen als onverkoopbaar beschouwde kunst van Ger van Elk en Jan Dibbets. Swart hoefde niet zo nodig te verdienen, ze zag haar galerie vooral als een ontmoetingsplek om te praten over kunst. In de loop van de jaren zeventig veranderde ze meermaals radicaal van koers. Ze bracht de ‘wilde’ Duitsers, Italianen en Fransen naar Nederland, maar ging toen die voor de markt hier te duur werden, weer verder met jonge Nederlanders wier werken balanceerden op de grens van reclame en fotografie, van design en beeldende kunst, zoals Bert Boogaard, Cécile van der Heijden en Joost van den Toorn. In 2000 sloot Riekje Swart haar galerie na 36 jaar en bijna driehonderd exposities.

Lawrence Weiner, PERHAPS AFTER BEING REDONE, 1970, photo: Cary Markerink taal + vinyl / language + vinyl, variabele afmetingen / variable dimensions, aankoop 1993, voorheen collectie Visser / purchase 1993, formerly in the Visser Collection

Art & Project, Amsterdam

Art & Project is ongetwijfeld Nederlands internationaal meest gewaardeerde galerie en had cruciale invloed op de ontwikkeling van de conceptuele kunst. Opgericht in 1968 zochten Geert van Beijeren en Adriaan van Ravesteijn naar nieuwe wegen voor het presenteren van conceptuele kunst. Wereldberoemd werden de Art & Project Bulletins (1968–1989), die regelmatig het karakter hadden van op zichzelf staande kunstwerken. De galerie opereerde zeer internationaal, met toonaangevende kunstenaars als Jan Dibbets, Bas Jan Ader, Douglas Huebler, Sol LeWitt, Lawrence Weiner, Carl Andre en Daniel Buren. In 1989 verhuisde Art & Project naar het Noord-Hollandse Slootdorp, waar het meer een archief en privéplek werd dan een galerie met reguliere tentoonstellingen.

A.R. Penck, Uitnodigingskaart, Helen van der Meij Gallery, 1981

Galerie Helen van der Meij, Amsterdam

Voordat Helen van der Meij zich in Londen vestigde als agent van Sigmar Polke, runde ze jarenlang een galerie aan de Prinsengracht in Amsterdam. In een tijd waarin conceptuele kunst de toon aangaf, introduceerde zij de agressieve schilderkunst van Duitsers als Markus Lüpertz, Georg Baselitz en Anselm Kiefer, en Italiaanse arte povera van onder meer Giuseppe Penone en Giovanni Anselmo. Ze ontdekte ook jonge Nederlandse kunstenaars, zoals René Daniëls en Pieter Laurens Mol. In 1982 droeg ze haar galerie over aan haar assistent Paul Andriesse en vertrok naar Londen, waar ze ging samenwerken met de belangrijkste Engelse galeriehouder, Anthony D’Offay, om vervolgens agent te worden. Paul Andriesse zette de koers van de galerie door, maar haalde er ook nieuwe kunstenaars bij, onder wie de toen nog onbekende Marlene Dumas.

Galerie Bébert, Rotterdam

Galerie Bébert is een buitenbeentje op deze lijst, omdat zij van oorsprong een uitgeverij van exclusieve literaire edities was. Pas later kwamen daar kunstedities bij en uiteindelijk een galerie, in een door Erick van Eegeraat verbouwd pand aan de Westersingel in Rotterdam. Pablo en Pandora van Dijk, de oprichters, werkten uitsluitend met gerenommeerde kunstenaars, onder wie Armando, Jan Hendriksen, Henk Peeters, Jan Schoonhoven, Robert Mapplethorpe en Robert Longo. De edities stonden bekend om hun wat ze noemden ‘superieure’ uitvoering, vanwege de vormgeving, typografie en afwerking. De eerste tentoonstelling was van Christian Boltanski; Jan Hoet verrichtte de opening. Galerie Bébert, genoemd naar de poes van Céline, paste met haar intellectuele profiel goed in een tijd waarin kunst zeer beschouwelijk en literair van aard was. De galerie bloeide op samen met de stad, die er eind jaren tachtig, begin jaren negentig alles aan deed een positie te verwerven op de internationale kunstkaart. Voor Van Dijk was het uiteindelijk niet genoeg. Hij verdween in stilte nadat hij zijn uitgeefactiviteiten naar New York had verplaatst. Zijn overlijden werd vorig jaar gemeld in NRC.

Paul Klemann was een kunstenaar met wie Cokkie Snoei lang heeft samengewerkt

Galerie Cokkie Snoei, Rotterdam

Toen ik dit artikel schreef voor Metropolis M Nummer 3, bleek ik wel zes pagina’s te kunnen vullen. Ik moest selecteren en koos bij het Rotterdam van de jaren tachtig voor galerie Bébert. Nog voordat het blad gedrukt was realiseerde ik me dat ik Cokkie Snoei was vergeten (sorry Cokkie). Cokkie begon in 1989 de Galerie Snoei en groeide al snel uit tot een toonaangevende galerie, waar je de kunst kon vinden die je nergens anders in Nederland tegenkwam. Toen ze in 2023 afscheid nam in de Kunsthal Rotterdam met een groot overzicht van de kunstenaars te zien was met wie ze had gewerkt, bleek hoe dicht ze op de internationale ontwikkelingen heeft geopereerd, gedurende meerder decennia. Er waren een aantal duidelijke rode draden in haar stal: veel vrouwen, veel fotografie, niet intellectueel en abstract. De kunst was eerder op gevoel gekozen, spannend, controversieel soms, dwars, vrolijk en energiek, zij het wel binnen conventies. Schilderkunst was figuratief, soms dicht op bad painting; fotografie rauw en sexy. Met als grootste ster van stal een jonge Nan Goldin die toen al internationaal een naam had opgebouwd, maar in de Nederlandse musea nog geen ingang gevonden had. Cokkie wist wat er speelde internationaal, ze gold als een scout, een trendsetter, een brug van internationale ontwikkelingen naar Nederland. Bij die tentoonstelling in Rotterdam viel op hoeveel goede kunstenaars ze een podium had gegeven en hoe goed alles bij elkaar hoorde: een galerie met smoel. Rotterdams ook, zonder kapsones.

Galerie Fons Welters, Amsterdam

Lang ging het gerucht dat Fons Welters, die boer in Limburg was voordat hij zijn galerie begon, in een vlaag van waanzin zijn veestapel had doodgeschoten. Dat blijkt anders te zijn, vertelt het overzichtsboek dat nu verschijnt ter gelegenheid van zijn afscheid. Hij was weliswaar boer, maar landbouwer, die zijn boerderij verkocht omdat hij er depressief van werd. In Amsterdam moest hij zijn galerie van nul af aan ontwikkelen; hij wist nauwelijks iets van kunst. Maar na wat eerste vingeroefeningen volgde hij al snel zijn intuïtie door met een bij hem aandringende Berend Strik en vrienden in zee te gaan. Zijn bereidheid ver te gaan in de tentoonstellingsinrichting maakte hem direct tot een van de grote spelers voor de installatiekunst van die jaren.

Job Koelewijn sloopte de achterwand van de galerie in een gedenkwaardige expositie

Legendarisch is de tentoonstelling van Job Koelewijn, die de achterwand van de galerie sloop, zodat je bij binnenkomst naar een open verbinding met de achterburen keek. Hoewel de galerie haar naam vestigde in de jaren tachtig en vroege jaren negentig, en een deel van de kunstenaars van toen trouw is gebleven, staat Welters te boek als ware scout die je steevast op eindexamens tegenkwam. Hij is een vernieuwer, met een goed oog voor jonge kunst. In het boek vertelt hij hoezeer hij daarbij ook vertrouwde op zijn medewerkers, aan wie hij altijd veel ruimte gaf voor eigen initiatieven.

In Galerie Bloom, die Diana Stigter in 1992 begon met Annet Gelink (links), 1993. foto Barbara Visser

Galerie Bloom / Gelink, Stigter

Galerie Bloom werd in 1992 opgericht door Annet Gelink en Diana Stigter en groeide in no time uit tot de hipste galerie van de stad. Ze werkten met kunstenaars als Douglas Gordon, Daniëlle Kwaaitaal, Paul de Reus, David Shrigley, Micha Klein, Barbara Visser, Dirk Skreber en Kiki Lamers. De galerie was een zinderende pleke op een manier die je tegenwoordig zelden nog ziet (Madé van Krimpen heeft het nog het meest). Maar de grootste bekendheid kreeg het niet door eigen verdienste. Het was Maurizio Cattelan, die als jonge participant in een tentoonstelling van de toen net opgerichte De Appel CP de nog niet eens uitgepakte tentoonstelling van Paul de Reus, na een nachtelijke inbraak in zijn geheel naar De Appel verplaatste. Gelink en Stigter waren not amused, De Reus evenmin, maar de spectaculaire kunstroof, door Cattelan betiteld als kunstwerk, haalde overal de pers. Begin 2000 gingen Gelink en Stigter uit elkaar om elk met een eigen galerie een eigen richting op te gaan.

Nora Turato, this is not funny! it’s hysterical, Performance, 2017, Massive palissander, paint and plywood, Massive palissander, headphones and paint, 206cm x 60cm x 39cm, 49,5cm x 30cm x 30cm

Juliette Jongma, Amsterdam

Opgericht in 2004, toen er een hele golf aan nieuwe galeries opende in Amsterdam, begon Juliette Jongma, die tot dan assistent van Diana Stigter was, een eigen galerie in de Pijp. Het was direct al de galerie waar je als jonge kunstenaar bij wilde aansluiten, die gold als een garantie op artistiek succes. Memorabel zijn vooral de nevenactiviteiten, zoals de performances van Alexandra Bachzetsis in het kader van performancefestivals, die Jongma met haar nieuwe buur, Kunstverein Amsterdam, ontwikkelde. Toen ook De Appel zich tijdelijk in de buurt vestigde, leek de Pijp uit te groeien tot een nieuwe artistieke hotspot van Amsterdam, een belofte die niet volledig werd waargemaakt. Mede vanwege het gebrek aan bezoek, hield Jongma er in 2017 mee op. ‘Haar’ kunstenaars, onder wie Nora Turato, Pablo Pijnappel, Frederique Jonker, Arjan van Helmond en de gebroeders Quistrebert, vonden al snel onderdak bij andere galeries.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Metropolis M Nummer 3, als eerbetoon aan Fons Welters

Steun Metropolis M, neem een abonnement: mail je naam en adres naar [email protected]

De collectie van Fons Welters is momenteel te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam, onder de titel Things I’ve Never Seen Before t/m 2.10.2025

Bij zijn afscheid publiceerde NAI Uitgevers een uitgebreide catalogus, met daarin bijdragen van Marsha Bruinen, Laurie Cluitmans, Lia Gieling, Aggie Langedijk (ed.), Louise Schouwenberg, Hans den Hartog Jager, Sjeng Scheijen, Wilma Süto, Olav Velthuis Meer info HIER

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Gerelateerd

Recente artikelen