
Het onbenoembare vormgeven – In gesprek met Kevin Osepa en Yaïr Callender
Voor Kevin Osepa en Yaïr Callender vormt spiritualiteit een fundament van hun kunstenaarschap. Waar Osepa vertrekt vanuit collectieve rituelen en intuïtieve ervaringen, richt Callender zich op introspectie en de diepere bewustzijnslagen. Beiden benaderen spiritualiteit niet enkel als thema, maar ook als methode, een middel om iets over te brengen dat zich niet laat vangen in taal of logica, maar dat uitnodigt tot voelen. Leana Boven gaat met ze in gesprek over de rol van spiritualiteit en intuïtie in hun werk.
Leana Boven: Kevin, kan je me vertellen hoe jij de rol van spiritualiteit ziet in zowel het maken als het ervaren van kunst, en hoe je deze onbesproken, intuïtieve laag voelbaar probeert te maken voor je publiek?
Kevin Osepa: ‘Wat ik probeer over te brengen, gaat voorbij aan intuïtie of emotie. Het is een zintuiglijk besef zonder vocabulaire. Ik wil dit ook delen met anderen en bij hen aanwakkeren. Ik heb veel gesprekken met Lakisha Apostel, een vriendin van me die ook kunstenaar is, over wat het betekent kunst te begrijpen en voelbaar te maken. Ik ben voortdurend bezig met de vraag: hoe kan ik iemand op gevoel en intuïtief raken? Ik ben sterk beïnvloed door Édouard Glissant en zijn idee van “opacity”: het recht om niet volledig begrepen te worden. Als ik denk aan Afro-spiritualiteit en de ontstaansgeschiedenis, en hoe dit op de ABC-SSS-eilanden leeft en heeft kunnen overleven, zie ik dat veel daarvan heeft kunnen voortbestaan doordat het verborgen bleef. Dit onbenoembare zie ik niet alleen als een vorm van verzet, maar ook als een kracht: dat bepaalde dingen niet uitgelegd hoeven te worden aan degenen die het begrijpen vanuit hun geleefde ervaring. Mijn kunst stem ik daarop af: op dat onderliggende gevoel, het intuïtieve dat zich aan uitleg onttrekt.’
LB: Je had het over de Afro-spiritualiteit van de ABC-SSS eilanden. Hoe werkt dit door in je werk?
KO: ‘Op Curaçao werd er toen ik er opgroeide geen onderscheid gemaakt tussen dat wat normaal wordt gevonden en het paranormale. Het bestaat naast elkaar. Mij wordt vaak gevraagd of ik in bepaalde rituelen “geloof”, maar dat vind ik een lastige vraag die suggereert dat dit iets subjectiefs is, in plaats van een waarheid. Voor mij is het ritueel meer een samenkomst van urban legends die in bepaalde buurten leven, van de kleinschalige rituelen die ik ken van mijn oma, tot aan collectieve rituelen, zoals carnaval. Ik was laatst met kunstenaar Gilleam Trapenberg op Curaçao. Hij fotografeerde er jonge mannen die op scooters racen, met veel herrie en rook. Het was echt een spektakel. Iedereen stond daar, in de rook. Voor mij voelde dit ook als een ritueel. Niemand zei iets en was enkel toeschouwer. De energie is uitgelaten en het voelt haast als een reinigingsritueel. Zulke ervaringen neem ik ook mee in mijn praktijk van worldbuilding: ik bouw werelden waarin die energie, die gelaagdheid van betekenis, voortleeft.’
LB: Hoe zit dat bij jou, Yaïr?
Yaïr Callender: ‘Ik voel me meer aangetrokken tot metafysische spiritualiteit. Dat is hoe ik de wereld ervaar en ook de reden dat ik uiteindelijk bij theosofie terecht ben gekomen. In principe gaat spiritualiteit vaak over het één worden met het universum, middels handelingen zoals rituelen, maar mijn benadering is anders. Ik keer mezelf meer inwaarts. Ik bevraag constant mijn eigen waarneming, en zoek telkens de grenzen van deze waarneming op. Vanuit deze vraag kom ik in contact met een andere dimensie of bewustzijn.’
Thema's
LB: Waar Osepa werkt vanuit gemeenschap, erfgoed en ritueel, lijk jij een spirituele benadering te kiezen die geworteld is in reflectie, theosofie en geometrische principes. Kan je dit toelichten?
YC: ‘Binnen de theosofie wordt gesteld dat de mens niet simpelweg een eenheid is, maar is opgebouwd uit verschillende onderdelen, die ook constant worden bevraagd. De mens is een veelzijdig wezen, opgebouwd uit zeven beginselen, variërend van het fysieke tot het geestelijke. We kunnen als mensen rationaliseren, contempleren, analyseren, maar ook simpelweg aanvoelen, en dat laatste zie ik als een vorm van kennis op zich. Het is dat moment van aanvoelen, van plotseling inzicht, dat mij fascineert. Een soort eureka, maar dan zacht. Zo ervaar ik ook mijn eigen creatieproces. Mijn werken zijn opgebouwd uit verschillende bewustzijnslagen: aan de ene kant heb je het fysieke object, maar daaronder ligt een symboliek, een energie, iets dat ik langzaam in het materiaal probeer te “kneden”. Als een publiek mijn kunstwerken ervaart krijg ik vaak terug dat ze voelen dat het iets betekent, maar ze niet precies weten of begrijpen wat. Voor mij is het dan geslaagd. Waarom heeft een bepaald object betekenis en een ander object niet? Wat is het gevoel dat ze omschrijven als ze deze betekenis voelen?’
LB: Kevin, je bent bekend van werk waarin je het magische dat je om je heen waarneemt probeert te verbeelden, inclusief specifieke momenten en rituelen die anderen wellicht niet snel op dezelfde manier zouden interpreteren. Hoe heb je die beeldtaal ontwikkeld?
KO: ‘Die magische gevoeligheid is iets wat we op Curaçao al van jongs af meekrijgen. We zien die magische affiniteit overal om ons heen, binnen en buiten familiekring, en creëren er ook onze eigen hedendaagse rituelen omheen, vaak zonder dat we ons daar bewust van zijn. Als maker doe ik niet anders. Ik maak bijvoorbeeld vaak foto’s van mensen die op een liefdevolle manier vazen omhelzen. Ik heb nog niet de precieze woorden gevonden voor wat deze visuele beeldtaal precies betekent, of waarom het mij zo aantrekt. Maar ik volg mijn gevoel en waar dit mij uiteindelijk brengt. Een ander voorbeeld is mijn gebruik van blauwsel, de witmaker van textiel. Ik vind het iets magisch om mee te werken en het biedt talloze connotaties rondom reinigen, van jezelf, kleding, maar behelst ook de pijn van de koloniale geschiedenis die hieraan ten grondslag ligt en het letterlijk en figuurlijk reinigen en witwassen van je huid. Voor mij zit er een andere betekenislaag aan verbonden die ik visueel probeer om te keren, om op een nieuwe manier in te zetten. De magie en gelaagdheid die in zoiets kleins en alledaags kan zitten probeer ik over te brengen.’
LB: Hoe is het voor jou om de magie die je vindt op Curaçao te vertalen naar de Nederlandse context? Komt het wel over wat je bedoelt?
KO: ‘Daar zit een stuk integriteit in voor mij. Hoe blijf je trouw aan je werk, terwijl je ook rekening houdt met het publiek? Het gaat daarbij volgens mij vooral om de vraag hoe het werk te ontkoppelen van de geografische plek. En hoe het past binnen mijn kosmologie? Ik ben momenteel bezig met het maken van een nieuw werk waarbij ik terugdenk aan eerdere performances, hoe bepaalde karakters uit dat eerdere werk zich blijven verhouden tot de meer recentere werken. Tegelijkertijd vind ik tegenspraak ook belangrijk en zoek ik de frictie tussen toen en nu bewust op, net als de pijn die hier soms bij komt kijken.
Ik vind de belichaming van spiritualiteit vooral terug in mijn performances. Zij maken de ervaring daarvan mogelijk. De installatie fungeert daarbij als een huis, als de plek waarin iemand woont en aanwezig is, maar die wij met het menselijk oog niet kunnen waarnemen. Door een moment van activatie komen deze werelden dichter bij elkaar, en voelt het voor de bezoeker haast alsof op elk moment deze entiteit de hoek om komt kijken. Dit idee neem ik ook mee in het ontwerp van mijn installaties. Ik werk graag met objecten die als beladen aanvoelen. In deze omgevingen neem ik bestaande rituelen als uitgangspunt om tot een ander punt te komen, waar magie en creatie samenkomen, die het talige overstijgt.’
LB: Yaïr, jouw werk was te zien in de groepstentoonstelling Positions: Soft Intimacies bij Stroom Den Haag. Hier toonde je werken die onder andere het universum belichaamden, en die door hun opstelling in de ruimte ook in contact met elkaar stonden. Welk verhaal wil je hiermee vertellen?
YC: ‘Deze werken belichaamden niet alleen een universum, maar ook mijn veranderende blik daarop. Ik zag in deze tentoonstelling verschillende persoonlijke ervaringen terug: momenten die tonen hoe ik op dat moment nadacht over het universum. Zo was er een meer chaotisch werk, maar ook een heel geordend werk. Eerder was ik vooral bezig met verwondering, en op het moment dat ik deze staat ervaar, probeer ik dit vast te leggen. Tegenwoordig is dit wat breder getrokken; ik neem nu ook de kleinere wonderen mee in mijn praktijk.’
LB: Ik ben ook benieuwd naar de werken die je in de publieke ruimte hebt ontwikkeld. Hoe komt jouw spirituele werkwijze daarin tot uiting?
YC: ‘Geometrie speelt een grote rol in mijn werk, vooral in de compositie. Ik plaats sculpturen en accenten op kruispunten binnen geometrische structuren, omdat ik geloof dat daar een vorm van kracht en energie in verborgen ligt. Dat kun je vergelijken met muziek: daar zit geometrie in de sprongen van de tonen, verspreid over tijd. In mijn sculpturen gebeurt iets soortgelijks, maar dan verspreid over ruimte. Je zou kunnen zeggen dat mijn werk een soort ruimtelijk muziekstuk is.
Vroeger ging ik nooit naar musea, en ervoer ik kunst eigenlijk enkel in de buitenruimte. Daar voelde ik iets magisch, en die ervaring wil ik teruggeven. In mijn maakproces neem ik mezelf mee als toeschouwer, en ik denk aan mensen die ook buiten het museum met kunst in aanraking komen. In de openbare ruimte wil ik een vleugje magie achterlaten. Binnen, in een tentoonstellingsruimte, probeer ik juist een ruimte te creëren die beladen is met energie. Buiten werk ik met de natuur of juist de gebouwde omgeving; binnen bouw je aan een eigen wereld, buiten ga je juist de dialoog aan.’
Beloved Waters
Stroom Den Haag
23.5 t/m 17.8.2025
Kevin Osepa presenteert een nieuwe installatie in de vitrine van SCHUNCK, Heerlen
19.5 t/m 14.9.2025
Leana Boven
is a curator, cultural programmer and researcher with a background in gender and (post)colonial studies. She currently works voor Stroom Den Haag




