metropolis m

Zaalzicht ‘Antennae’, Valérie Mannaerts, M Leuven, 2026, © de kunstenaar, foto : Filip Dujardin voor M Leuven

In M Leuven presenteert Valérie Mannaerts met Antennae haar eerste grote tentoonstelling in België, waarin werk uit dertig jaar samenkomt. Samen met Ive Stevenheydens loopt ze door de ruimtes van het parcours: een prelude, een passage en vijf grote zalen waarin nieuw en ouder werk naast elkaar worden geplaatst, niet chronologisch, maar in ensembles die zich gaandeweg tot elkaar verhouden en samen een groter geheel vormen.

Antennae vloeit voort uit een atelierbezoek van curator Valerie Verhack dat ongeveer twee jaar geleden plaatsvond. Het was het begin van een langdurig gesprek, maar ook van een terugblik op dertig jaar werk, iets wat Mannaerts zelden doet ‘Ik ga niet vaak in mijn eigen archieven. Dat is geen actieve reflex,’ vertelt ze. ‘Toch wordt dat hier onvermijdelijk, al is Antennae niet een retrospectieve in de klassieke zin. Ik wilde dat niet. Geen overzicht, geen chronologische reconstructie. Ik wilde tonen welke kunstenaar ik vandaag ben, vanuit het werk zelf en niet vanuit een lineair verhaal.’

Dat uitgangspunt bepaalt de hele opbouw van de tentoonstelling. Het verleden verschijnt er enkel in relatie tot het heden. Werken uit verschillende periodes worden niet geordend volgens tijd, maar volgens samenhang, spanning en onderlinge resonantie. De selectie ordent zich per ruimte en is eerder intuïtief en associatief dan analytisch. Mannaerts: ‘Valerie Verhack en ik hebben gekeken welke werken met elkaar in dialoog konden gaan. Niet volgens een schema, maar kijken naar wat werkt in de ruimte en in relatie met elkaar. Het resultaat zijn clusters van werken die samen functioneren omdat ze een bepaalde spanning delen, een materiaal, of een manier van kijken.’

De titel Antennae sluit daar rechtstreeks bij aan. Ze verwijst naar voelsprieten, naar instrumenten die registreren en reageren, maar ook naar een persoonlijke verhouding tot taal en naar hoe betekenis zich verplaatst tussen talen. ‘Ik ben tweetalig opgegroeid,’ zegt Mannaerts, ‘in het Nederlands en het Frans. Ik vind het moeilijk om voor één taal te kiezen, omdat het anders voelt alsof een deel van de betekenis verloren gaat. De tentoonstelling werkt als een soort antenne: iets dat signalen opvangt zonder ze vast te zetten of volledig te verklaren.’

Het parcours opent met Volubly Troublously (2025), een werk dat de toon zet voor de hele tentoonstelling omdat het de grens tussen sculptuur en schilderkunst opzoekt zonder dat het zich tot één van beide beperkt. Mannaerts: ‘Ik wilde beginnen met een sculptuur, maar wel één die ook als schilderkunst functioneert. Het werk presenteren we frontaal, maar kan ook rondom worden benaderd, wat de directe werking ervan versterkt en tegelijk de spanning tussen vlak en volume zichtbaar maakt. Het is voor mij belangrijk dat er in een werk niet een eenduidige lezing zit. Dat details verschuiven wanneer je ernaar blijft kijken.’

Die openheid wordt ook ruimtelijk vertaald. Een wit kamerscherm structureert de eerste zaal zonder haar vast te leggen. Het functioneert als een flexibel systeem dat de ruimte telkens opnieuw kan configureren. Mannaerts: ‘Ze komen vaak terug in mijn werk. Je kan met paravents snel een andere ruimte maken zonder muren te bouwen. Dat heb ik in de hele tentoonstelling bewust proberen te vermijden, op een paar minimale ingrepen na dan.’

'Het is voor mij belangrijk dat er in een werk niet een eenduidige lezing zit. Dat details verschuiven wanneer je ernaar blijft kijken.’

Zaalzicht ‘Antennae’, Valérie Mannaerts, M Leuven, 2026, © de kunstenaar, foto : Filip Dujardin voor M Leuven

In de passage verschuift het register en het ritme. Werken op papier uit 2000 en 2001, Rare Organ genaamd, hangen op een paravent. Ze tonen foto’s uitgewerkt op barietpapier die nadien bewerkt zijn met kleine ingrepen. Mannaerts: ‘Ik ontwikkelde die beelden in mijn keuken. De ingrepen zijn klein, maar ze veranderen het beeld fundamenteel: een stip, een kleur, een toevoeging.’ Aan de paravent hangen zwart-witbeelden van onder meer een stel voeten, waartussen twee kleine puntjes zijn aangebracht, wat van de uitsparing tussen de voeten een soort van spookje maakt, een soort van Rorschach oefening. Daarnaast zie ik beelden van harige kiwi’s, die een donkere, bijna erotiserende lading krijgen. ‘Het antropomorfe is belangrijk,’ vervolgt ze. ‘De verschuiving tussen herkenning en vervreemding: je denkt iets te zien, maar het blijkt iets anders te zijn.’

In de eerste grote zaal wordt die spanning verder ruimtelijk uitgewerkt in Point de Capiton (2026), een reeks sculpturen die vertrekt vanuit capitonnering: een stoffeertechniek waarbij knopen spanning en ritme in een oppervlak brengen. ‘Die punten waar alles samenkomt interesseerden mij. De sculpturen ontstaan op eenzelfde manier vanuit ankerpunten, maar groeien in een open proces zonder vast eindpunt. Schildersdoek wordt geplooid, verknipt, gevuld en beschilderd, en krijgt zo volume. Het werk ontwikkelt zich stap voor stap. Het blijft in beweging. De sculpturen balanceren tussen hard en zacht, tussen spanning en ontspanning. Ze roepen bij bezoekers associaties op met cocons of chrysaliden, wat ik wel heel boeiend vind. Toch wil ik niet dat die lezing wordt vastgezet. Je kan er bijvoorbeeld ook een navel in zien, die een soort centrum is, denk maar aan de navel van Delphi, de stenen sculptuur van de oude Grieken, die het middelpunt van de wereld symboliseert. Maar het blijft voor mij draaien om ambiguïteit: het moment net voor iets verandert, dat fascineert mij.’

Zaalzicht ‘Antennae’, Valérie Mannaerts, M Leuven, 2026, © de kunstenaar, foto : Filip Dujardin voor M Leuven

In de volgende ruimte verschuift de focus naar het lichaam, of beter: naar hoe het lichaam wordt voorgesteld, afwezig wordt gemaakt of via andere lagen verschijnt. Hier bevindt zich onder meer Porque te Vas (1996), Mannaerts vroegste ensemble van werken in de tentoonstelling. ‘Ik stelde me destijds als twintiger behoorlijk wat vragen rond perceptie. Hoe voelt een jonge vrouw zich bekeken? Hoe verhoudt ze zich tot haar lichaam en haar eigen zichtbaarheid? Door tekeningen van lichamen om te zetten naar fotografische beelden ontstaat afstand en verschuift de aandacht van het medium naar wat wordt voorgesteld: kwetsbaarheid.’

In de zaal zijn er verschillende connecties met de persoonlijke leefwereld van de kunstenaar te vinden. Een sculptuur in canvas van een monumentaal hemd verwijst bijvoorbeeld naar haar grootvader, Robert Mannaerts, die zich in Brussel specialiseerde in verfijnde herenmode op maat. In dezelfde zaal toont de kunstenaar een reeks foto’s van de garderobe van haar vader. ‘Mijn vader legde elke dag op het bed heel precies zijn outfit klaar,’ vertelt ze. ‘Volledig. Met sokken, schoenen, accessoires. Dat ritueel was een manier om zichzelf te ordenen, een dagelijkse handeling die ook een vorm van beeldvorming wordt. Dat heeft mede mijn blik gevormd.’

In dezelfde ruimte staat Tender Vessel (2024), met stip het meest intieme werk in de tentoonstelling. Het werk reageert op een traditioneel gebruik: het afgieten van kinderschoenen in brons. ‘Ik heb dat procedé omgekeerd. Niet de schoen, maar wat erin gebeurt, is in brons gegoten. De binnenkant krijgt gewicht en duurzaamheid, de buitenkant van zeer dun linnen blijft zacht en fragiel. Dit werk is samen met mijn dochter tot stand gekomen: we hebben elk een sculptuur voor de binnenholtes van de schoenen gemaakt.’

Zaalzicht 'Antennae', Valérie Mannaerts, M Leuven, 2026, foto: Filip Dujardin voor M Leuven

In de derde zaal stelt de tentoonstelling zich letterlijk en figuurlijk meer open. Het reusachtige gordijn Private Architecture (tuin) (2023) vormt een enorme cirkel van textiel, een soort omhullende ruimte. Het hangt in een zaal die, in contrast tot de vorige nogal donkere zaal, in het stralende daglicht baadt. De kleuren groen en beige overheersen op het tapijt. Ik zie afbeeldingen van lieve wezens: konijnen en slakken. Mannaerts maakte de installatie voor de polyvalente ruimte van de Leuvense hoofdzetel van Pleegzorg Vlaams-Brabant en Brussel in opdracht van URA Architecten, en het textiel werd in het Textiellab in Tilburg geweven. Mannaerts: ‘Toekomen in een centrum voor pleegzorg is een bijzonder kwetsbaar moment. Het werk moest dus bescherming bieden, maar ook openheid laten. Zelfs wanneer het gesloten is, blijft er een verwijzing naar buiten. De afbeeldingen van planten, dieren en fantasiefiguren zijn opgebouwd uit tekeningen en refereren naar kinderboeken, vaak uit Oost-Europa, en persoonlijke herinneringen. Maar er is ook voluit verbeelding.’

Mannaerts werkt vaak in de publieke ruimte. Zo creëerde ze in 2024 Private Architecture (joyfully wet), een bronzen sculptuur voor het Bouckenborghpark bij Antwerpen. Het is een werk dat het midden houdt tussen een reusachtige paddenstoel en een parasol. Opgericht in een voormalig waterbassin, vormt het samen met de omringende beplanting een harmonieuze verbinding tussen architectuur en natuur. ‘Je werkt in de publieke ruimte voor mensen die niet noodzakelijk naar kunst komen kijken. Dat verandert alles. De vraag verschuift: niet wat een werk betekent binnen een kunstcontext, maar hoe het functioneert in een dagelijks gebruik.’

De vierde zaal keert terug naar beelden die zich minder expliciet positioneren. Tekeningen uit 2007 tot 2010, vaak zwart op zwart: ze tonen subtiele verschillen en minimale contrasten. Een monumentale kimono domineert de ruimte. Mannaerts: ‘Het gaat hier vooral om gelaagdheid. Om wat zich met mondjesmaat prijsgeeft: het innerlijke wordt vaak pas langzaam zichtbaar. De beelden die op de kimono hangen stammen uit mijn persoonlijk archief: foto’s, knipsels, beelden die zich in de loop der jaren hebben verzameld. Ik verzamel constant. Wat bruikbaar is, weet ik niet altijd op voorhand. Mijn selectie gebeurt intuïtief en associatief. Ik kies een beeld uit omdat het iets oproept, zonder dat dat onmiddellijk benoemd kan worden, en later kan het misschien van pas komen. Daarnaast verwerkte ik ook glazen vliegen in de kimono. Ze hebben iets vies, maar zijn tegelijkertijd fragiele wezens die morfologisch gezien ongelofelijk knap in elkaar zitten.”

‘Je werkt in de publieke ruimte voor mensen die niet noodzakelijk naar kunst komen kijken. Dat verandert alles. De vraag verschuift: niet wat een werk betekent binnen een kunstcontext, maar hoe het functioneert in een dagelijks gebruik.’

Zaalzicht ‘Antennae’, Valérie Mannaerts, M Leuven, 2026, © de kunstenaar, foto : Filip Dujardin voor M Leuven

De laatste zaal brengt – het is ondertussen al geen verrassing meer – andermaal een verschuiving. Mannaerts werk is ontzettend divers, en toch herken ik in Attached Ever So Lightly (2026) direct de signatuur van de kunstenaar. De ruimte van negen meter opent zich in de hoogte. Een hangende figuur raakt net de grond. ‘Ik wilde die spanning, tussen boven en beneden. Het werk is licht, maar niet gewichtloos. Aanwezig, maar nauwelijks verankerd. Een reusachtige lepel uitgevoerd in leer vormt een essentieel onderdeel van de installatie, samen met uitvergrote schoenen in porselein die net de grond raken. Beide functioneren als verlengstukken van het lichaam. Als antennes, een heldere verwijzing naar de titel. Lepels en schoenen nemen ook zaken op: ze absorberen materie en betekenis. Hoewel lepels en schoenen objecten met een duidelijke functie zijn, worden ze hier sensoren, instrumenten van waarneming.’

'Lepels en schoenen nemen ook zaken op: ze absorberen materie en betekenis.'

Zaalzicht ‘Antennae’, Valérie Mannaerts, M Leuven, 2026, © de kunstenaar, foto : Filip Dujardin voor M Leuven

De titel van de tentoonstelling krijgt hier een extra lezing, hetgeen een duidelijke conclusie tussen al deze werken nog meer problematiseert. ‘Ik wil geen rechtlijnig verhaal naar voren duwen. Dat interesseert mij niet. In plaats daarvan richt ik me op een veld van mogelijkheden. Al mijn werken streven ernaar associatief te functioneren en de verbeelding te prikkelen. Voor de bezoeker betekent dat een andere, actievere houding. Antennae vormt dus geen zoektocht naar een eenduidige betekenis, maar vraagt naar een openheid voor wat zich aandient.’

Antennae loopt nog tot 30 augustus 2026 in M Leuven; een publicatie verschijnt bij Walther König Verlag. Nadien reist de tentoonstelling naar Le Crédac in Frankrijk.

Ive Stevenheydens

is schrijver, curator, deejay en dramaturg

Gerelateerd

Recente artikelen