metropolis m

Ode De Kort Print © Joeri Thiry STUK

Afgelopen weekend liep in Leuven de achttiende editie van Playground. Het programma bracht werk samen op het raakvlak van performance en beeldende kunst, en toonde hoe beide velden elkaar in steeds muterende vormen blijven opzoeken. Ive Stevenheydens liep zaterdag de performancemarathon van het Live Arts Festival en keerde huiswaarts met een vol en opgeladen gevoel.

Playground staat voor experiment: het kunstenfestival dat in 2007 werd opgericht, biedt ruimte aan werk op het raakvlak van podium- en beeldende kunst, en alles daartussenin. Dit jaar vielen drie lijnen in het programma op, dat zoals vanouds plaatsvond in museum M Leuven en kunstencentrum STUK. Curatoren Eva Wittocx, Steven Vandervelden en Lore Boon stelden een programma samen dat mijns inziens focuste op: (1) de collectie van het museum, (2) het idee van zorg (al dan niet als vorm van verzet) en (3) het spel an sich, zoals de titel van het festival al suggereert.

Op zaterdag 15 november zat het museum voor het programma bomvol, vooral met studenten. Ook in STUK leken alle avondvoorstellingen uitverkocht. Maar bij het M-forum, waar ik begin bij de videoinstallatie van Karel van Laere, ben ik aanvankelijk alleen. In 2013 trok de Nederlandse kunstenaar/performer/videomaker naar Taiwan, waar hij de performance Slow uitvoerde en opnam. De korte registratie toont verschillende sequenties waarin het lichaam van een man over de grond wordt gesleept met behulp van een touw. Op zijn rug of op zijn zij trekt hij bijna levenloos door het landschap en de stad, vaak langs nietsvermoedende voorbijgangers. Dat resulteert in een soort candid camera waar kinderen, ouderen, bouwvakkers en tai-chi-beoefenaars enthousiast, lachend, verbaasd of geschokt het voortgetrokken lijf bekijken. Slow is een poëtisch en droogkomisch werk waarin het contrast tussen het weerloze, kwetsbare lichaam, de anonimiteit en het hectische ritme van de stad wordt uitgespeeld. Hoewel dit werk een beetje losstaat van de inhoudelijke lijnen van het programma, raakt het aan de speelse opzet van het festival en werkt het als een geslaagde opmaat.

COM Foto Playground The Society Michael Portnoy (c) Clara Wildberger

Aanraking en zorg
Grace Schwindt toont de performance A Vocabulary of Care, gelinkt aan haar tentoonstelling A History of Touch bij museum M. Daarin onderzoekt ze hoe we omgaan met fragiele, beschadigde objecten en benadert ze ‘geschiedenis’ via aanraking, zorg en aandacht. Vanuit haar tweejarige residency in het museumdepot creëerde Schwindt nieuwe sculpturale en schilderkundige werken waarin fragmentatie, kwetsbaarheid en tederheid centraal staan. De expo nodigt bezoekers uit om te vertragen en anders te kijken: naar wat ontbreekt, naar sporen van tijd en naar zorg als vorm van betekenisgeving. Haar performance van een half uur gaat echter redelijk snel, maar de inhoud is bijzonder rijk. Volgens de zaaltekst vertrekt het werk vanuit de vraag: ‘Hoe kan zorg als strategie ingezet worden om weerstand te bieden aan dominante machtsstructuren?’ In een ruime zaal, te betreden door een kleurrijk gordijn van linten (dezelfde linten bedekken de muren) staan twee vrouwen. Ze zijn met deze linten boven aan de muren verbonden, vastgemaakt aan de rug en mouwen van hun truien: als vleugels die tot het plafond reiken. Ze voeren zorgzame gebaren uit die Schwindt noteerde bij depotbeheerders: voorzichtig uit- en inpakken, verzetten, tillen, verplaatsen, omdraaien. Achter hen toont een videoprojectie een vrouw die soortgelijke gebaren uitvoert. Een voice-over verhaalt over aanraking in al haar vormen: in het museum en de dagelijksheid. De performance balanceert tussen erotisch en esoterisch, versterkt door hoge vrouwenstemmen, ritmisch klikken en donkere klanklagen. A Vocabulary of Care opent een breed filosofisch register over aanraking: ‘Touch is causing me to change, to crack, to break, to dent, to bruise and to shine.’ De inhoud wordt verder verruimd door de videoprojecties van sculpturale details, van materie, van wuivende bomen in de wind en regen.

Terwijl bij Schwindt collectie en zorg samenkomen, staat bij het indrukwekkende Falling Reversely van Isaac Chong Wai – voor mij de meest memorabele performance van deze editie – vooral dat laatste centraal. Zorg als verzet dan. ‘The central theme of Falling Reversely revolves around reversing movements of falling as a powerful response to institutional violence and assaults against individuals of Asian descent,’ lees ik op de website van de in Hongkong wonende kunstenaar. De performance, eerder te zien op de Biënnale van Venetië, beleeft in Leuven zijn Belgische première. In een hyperdrukke zaal, gevuld met vooral noterende studenten, staan vier performers in het midden (later vervoegt een vijfde de groep). Uit speakers in de hoeken klinken beats als schoten. Op elke beat ‘vallen’ de naar buiten gekeerde lichamen, schokkerig. De performance, eerder verwant aan hedendaagse dans, heeft ook een hoog acrobatisch gehalte: de vijf spartelen, vallen, dragen, vangen op en trekken elkaar opnieuw recht. Falling Reversely schommelt voortdurend tussen afstoten, verzorgen, beschermen. De soundtrack is industrieel: tikken, hameren, schuren, glas dat breekt. Chong Wai zet sterke beelden neer die als metafoor staan voor verbindende bewegingen die geweld en zorg kunnen transformeren tot krachtig protest.

Grace Schwindt bij Playground. Foto: Sid Dankers

Heiligen uit de collectie
The Martyrdom van de Braziliaanse kunstenaar Ana Mazzei werkt dan weer volledig met de collectie van M. Ze vertrekt vanuit de Legende en marteling van de heilige Kwinten, een 16de-eeuws schilderij dat een gruwelijke martelscène toont. Haar vier houten beeldengroepen staan in de gelijknamige performance voor vier bewegingen: The Call, Persecution, Resistance en Memory. Vrouwelijke performers, gehuld in kleurige kostuums stampvoeten en vingerknippen. Ze manen het publiek aan dat gretig meedoet. De vrouwen kronkelen door de zaal en rond de sculpturen. Ze voeren handelingen uit die te zien zijn op het schilderij, zoals grimassen die pijn moeten echoën. Ook dragen ze objecten en bordjes aan die verwijzen naar de iconografie van het werk. De fysieke strijd van Sint-Kwinten, die in het schilderij met extatische overgave geweld trotseert, komt hier wat te letterlijk tot uiting.

Ana Mazzei bij Playground. Foto: Sid Dankers
Ana Mazzei bij Playground. Foto: Sid Dankers

Charlotte Bouckaert neemt een beetje een aparte plaats in het parcours in, eveneens met een bijzonder werk. The Photographer Left, They Told The Truth I BOX is een installatie bestaande uit een witte kubus van zo een twee bij twee meter. Ik loop er in mijn haast aanvankelijk voorbij, want het werk staat in de vaste collectie-opstelling. Pas later besef ik dat de kubus niet tot de scenografie van de zalen behoort. Er zit immers een uit de kluiten gewassen camera aan vast. De tekst ernaast maant de toeschouwer aan op de gele knop van die camera te drukken. Wie dat doet, ziet één seconde lang een fragment van een lijf op het scherm ernaast. Ik druk nog eens, en nog eens. De fragmenten volgen elkaar op. Dit lichaam beweegt! Zit er iemand in deze white cube, of is het een illusie? Zoals altijd vertrekt Bouckaert vanuit het spanningsveld tussen fotografie en beeldvorming. Het is meer dan een amusante gimmick want er zit effectief iemand in de doos. Aldus de brochure: ‘BOX is een dialoog tussen de toeschouwer en een onzichtbare performer. Hierdoor ontstaan steeds nieuwe verdwijnende beelden die in dialoog treden met de museumcollectie.’ Die dialoog ontgaat me wat, al staat het werk dan wel tussen de vaste collectie opgesteld.

Mazzei’s werk functioneert op zich als sculptuur, die ook ‘geperformd’ kan worden, een praktijk die elders in M nog te zien is. Zo is er Alicja Kwade’s Hubwagen: een pompwagen waarvan de vorken krom staan. In beweging gebracht – zoals hier door een kale man met baard in roze trui – maakt hij een perfecte cirkelboog. Zo draait het toestel eindeloos rondjes. De installatie en performance maken deel uit van Kwades indrukwekkende tentoonstelling Dusty Die en passen volledig in haar denken. Kwade bevraagt in haar werk de fundamenten van onze werkelijkheid via installaties die spelen met tijd, toeval, perceptie en materie. Ze laat bezoekers twijfelen aan wat vanzelfsprekend lijkt door objecten en natuurmaterialen zo te ensceneren dat de grens tussen echt en geconstrueerd vervaagt. Ik had eerder met haar, nog voor de opening van Dusty Die, al een boeiend gesprek.

Ferenc Balcaen

Melancholie en monsters
Elders in M, in een kleine ruimte aan een venster, zit choreograaf en kunstenaar Ferenc Balcaen face-à-face te keuvelen met een bezoeker. Ze drinken thee en spreken over melancholie, een intiem gebeuren dat je als passant toch kan volgen. Met iets wat lijkt op gele plasticine, parels, knoopjes, enzovoort maken ze beiden geconcentreerd een poppetje. Onderwijl loopt het gesprek. Het werk heet Alledaags Afscheid, een voorstudie voor een nieuwe theaterproductie die volgend jaar in NTGent in première gaat. De gesprekken maken deel uit van zijn eerste voorstudie naar melancholie en naar hoe we stilstaan bij afscheid en omgaan met alledaags verlies.

In STUK staat zijn installatie Enclosed Garden, de tweede voorstudie voor 2026. Ik kom terecht in een ruimte waar op een verhoog twee rechthoeken uitgespaard zijn. De ene is gevuld met water, de andere met aarde. Boven die tweede rechthoek hangt een grote sculptuur aan een katrol. Ze lijkt gemaakt van veren, wol en onbestemd materiaal. Maar het is – bewust! – te donker om het echt goed te zien. De setting is deels ommuurd. Sommige plekken bieden inkijk, andere vormen doorgangen naast de muren van de ruimte. Er klinkt krakend geluid, alsof de sculptuur bungelt aan het touw. Later klinkt muziek die me afwisselend aan horrorsoundtracks en het vocale werk van Ligeti doet denken (chapeau voor het indringende muziekontwerp van Rint Mennes en Mees Vervuurt). De sfeer is tegelijk griezelig en sereen, ambigu. Ik zie een gedrocht, een beest, iets angstaanjagends terwijl de setting naar een intieme tuin verwijst, iets kloosterlijks, iets uit vervlogen tijden van abten of begijnen.

Spelen in STUK
In STUK ligt de nadruk vooral op het spel zelf. Ode de Kort presenteert samen met performer Urtė Groblytė BBBB IT(E)S OF OOTS. ‘I ate the B and all I was left with was the OOT,’ klinkt een stem bij aanvang. Wat volgt is een woordenbrij: variaties op ‘boot’ (babelalaloot, proot, pssttoot…. Schwitters is duidelijk een invloed) en gefröbel met rubberlaarzen. Het is lo-fi, op het randje van (bewust?) irritant, en de performers overtuigen me niet. Het publiek reageert lauw tot verveeld. Veel enthousiaster is dat publiek bij The Society of Societies van de Amerikaan Michael Portnoy. Opnieuw mag er voluit worden gespeeld, en ditmaal nog wel in interactie! Bij binnenkomst krijg ik twee enveloppes met instructies.  Na mijn spullen opgeborgen te hebben is het wachten tot de zaal opengaat. Binnen hangt veel rook. Er staan her en der resems in hoogte variërende pratikabels, wat stoelen en vooral heel veel kussens. Een stem kondigt aan dat we ons in een ander universum bevinden waar andere regels gelden. We mogen onze naam en identiteit veranderen. Dan openen we de enveloppes. Ik blijk ‘director of terms’ te zijn: bij interactie moet ik zoveel mogelijk uitgevonden termen en zinnen gebruiken. En dan mogen/moeten we aan de slag. Ik aarzel, maar om me heen ontstaat al snel beweging. Mensen vormen paren en gedragen zich steeds absurder: een koppel zit in kleermakerszit met kussens op het hoofd, anderen kruipen als schildpadden, weer anderen duwen elkaar speels. Ook mijn instructies leiden tot eigenaardige rituelen. Leuk doch best vermoeiend. Maar dat ligt waarschijnlijk aan de tijdsduur van mijn Playground-dag. Ik heb nu al zowat elf uur performances en kunst kijken achter de rug.

Later op de avond sluit Playground af met de kunstenaar bij wie mijn dag begon: Karel van Laere. Voor Reach werkte hij samen met een chirurg en een tandspecialist. De drie staan op het podium van STUKs grote theaterzaal, waar het – bewust in aantal begrensde – publiek mag plaatsnemen of rondlopen. Rond hen hangen drie plasma’s. Van Laere liet zich voor dit werk uit 2022 inspireren door de wereld van de chirurgie. Zogeheten laparoscopische instrumenten hanteren de drie hier om audiokabeltjes te verbinden. Dat gaat enkel met de hoogste concentratie. Bij elke connectie van kabels klinkt een geluid dat Van Laere verzamelde in Ghana, Tokio, Istanbul en zijn thuisland Nederland. De drie moeten improviseren, goed kijken en vooral op elkaar inspelen. Net zoals bij een echte operatie. Op de schermen zie ik de instrumenten bewegen als dansers: tangen die strekken, draaien. De kabeltjes naderen elkaar met een bijna sierlijke precisie als in een nauwgezette choreografie.

Na een lange dag vol uiteenlopende formats, stijlen en intensiteiten verlaat ik Leuven met een hoofd vol beelden en een lichaam dat voelt dat het echt gekeken, geluisterd en bewogen heeft. Misschien is dat wel het beste compliment voor een festival dat zo nadrukkelijk op live aanwezigheid inzet.

Playground Festival was van 13 t/m 16 november te bezoeken

Ive Stevenheydens

is schrijver, curator, deejay en dramaturg

Gerelateerd

Recente artikelen