metropolis m

Zaaloverzicht Magali Reus – Tales and Reals, 2026. Foto: Studio Gerrit Schreurs.

Magali Reus, die al jaren in Londen woont, keerde voor de tentoonstelling Tales and Reals bij museum Beelden aan Zee terug naar de plek waar ze haar jeugd doorbracht: de Scheveningse kust. Elena van den Boogerd spreekt met Reus over de totstandkoming van deze tentoonstelling, haar jeugd aan zee, en haar uiteenlopende inspiratiebronnen.

Op een van de eerste zonnige dagen van dit jaar reis ik naar museum Beelden aan Zee, genesteld in de duinen van Scheveningen. In haar nieuwe tentoonstelling Tales and Reals toont Magali Reus hier drie series sculpturen: Merlin (2024), Rig (2025) en Streamers (2025). De werken cirkelen rond verlangen, gebruik en verval, over de korte levensduur van wat ooit betekenis had.

Zoals vaker in Reus’ tentoonstellingen is de ruimtelijke context van de locatie van belang. Zo bouwde ze in Our Volumes bij het Museum Kurhaus Kleve in Duitsland (2024) voort op de omringende parkomgeving van het museum. In Beelden aan Zee komen associaties met de toeristische boulevard van Scheveningen, het strand en de duinen, maar ook met de bedrijvige visindustrie waar de kustplaats om bekendstaat, samen. Ook speelt de bijzondere architectuur van het museum mee. In de open, halfronde zaal met betonnen wanden valt natuurlijk daglicht door het dakraam naar binnen, en komen, net als in de werken van Reus, glooiende, organische vormen samen met technisch-industriële elementen. In de golvende ruimte van het museum waan je je gemakkelijk in een onderwaterwereld.

‘Vroeger probeerde ik als kind wel eens een koprol onder water te doen. Dan bleef mijn haar voor mijn ogen plakken, raakte ik gedesoriënteerd en dan wist ik: ik moet zwemmen in de richting van het licht,’ vertelt Reus. ‘Diezelfde associatie had ik ook met dit gebouw. Het licht komt hier van boven, dus voelt het alsof je je  onder water bevindt. Ik wilde met deze tentoonstelling een soortgelijke ervaring oproepen: alsof jij als mens een positie van een vis inneemt.’

 Rig is één van de twee nieuwe series die Reus maakte voor deze tentoonstelling. De reeks bestaat uit tien sculpturen, elk minutieus opgebouwd uit intrigerende details. Verstild hangen ze op de halfronde wand. De één lijkt bedreigend, gespannen, de ander meer elegant en uitnodigend. Reus vertelt hoe ze in deze serie zo veel mogelijk weg wilde blijven van de letterlijke vormen van vissen en andere waterdieren, maar tóch het idee ervan wilde oproepen. ‘Hout kan voor mij iets heel vlezigs hebben,’ licht ze toe. ‘In Rig (Du Lac) (2025) heb ik het hout aan de binnenkant gebrand, alsof het net op de barbecue heeft gelegen. Zo wordt het oppervlak net een salmon steak, met een groen blaadje peterselie. En in Rig (Crown Caps) (2025) lijken de op elkaar gestapelde dopjes van tandpastatubes op een kwal.’ Hout wordt vleesachtig, plastic krijgt een organische kwaliteit. De vormen blijven herkenbaar, maar in hun samenstelling roepen ze allerlei suggesties op. Reus’ uitdagende spel tussen wat lijkt en wat is, vormt een constante in de rijk gevarieerde tentoonstelling.

De kunstenaar ziet de objecten uit haar nieuwe reeks als een soort lokaas: iets wat je aantrekt, maar waar je niet te dichtbij moet komen. Als iets wat afleidt en verleidt. Wijzend naar een uitvergroot oorbelknopje op een vishaak, legt Reus uit: ‘Zo zie ik accessoires eigenlijk ook: als iets dat kan verleiden en je eveneens kan bedriegen.’ Tijdens ons gesprek blijkt dat haar onderzoek naar verraderlijke aantrekking van materiaal en vorm ook een persoonlijke achtergrond heeft. We ontdekken dat we eenzelfde ongemakkelijkheid delen tegenover vissen en het open water – een angst die van jongs af aan door allerlei films is aangejaagd. Het geeft een onverwacht persoonlijke draai aan de gestileerde, maritieme kunstwerken: zelfs deze zorgvuldig gecomponeerde werken blijken gestoeld in een ongegronde angst zelf prooi te worden. De sculpturen lijken zo een manier om die angst te bezweren door haar juist vorm te geven.

 Het motief van vangen en gevangen worden is nog prominenter in Merlin, een eerdere serie wandsculpturen waarin Reus uitvergrote visblikjes kruist met huiselijke voorwerpen, zoals een frituur en een muizenval. Als je goed kijkt, is in de bodem van elk blikje het reliëf van een vissengraat zichtbaar, als residu van een eerdere vangst. ‘Ik wilde  met deze werken het idee van een val herinterpreteren,’ legt ze uit. ‘Welke vormen kan een val hebben? Is een wasmachine niet bijvoorbeeld ook een val voor een sok?’

De conservenblikjes in de Merlin-serie zijn meer dan alleen vallen voor een prooi: ze nemen de vangst ook in bewaring. In die zin lijken ze op de uitvergrote jampotten in haar serie Clementine (2022-2024). Reus ziet zowel het aluminium conservenblik als de glazen pot als een ‘vessel’: ‘Het zijn containers vol mogelijkheden. Fruit en vis bederven snel, maar als je het in een pot of blik stopt, kan het jaren meegaan. In deze werken laat ik die vessel leeg: ze wachten op een nieuwe vangst.’ De lege vessels roepen een vraag op die vaker klinkt in beschouwingen over Reus’ werk: welke objecten achten we waardevol genoeg om te bewaren of opnieuw te gebruiken? De kunstenaar memoreert hoe haar moeder vroeger een knalblauw wasmiddel bewaarde in een glazen Kesbeke-pot. ‘Het zag er niet uit,’ vertelt ze, ‘maar het zegt iets over hoe objecten van waarde of betekenis kunnen verschuiven.’

Waar Merlin draait om beetnemen en conserveren, richt de serie Streamers juist de aandacht op afval en het weggooien ervan. De staande visgraten zijn uitgekiend gepositioneerd op diverse plekken in de tentoonstelling, waarbij ze steeds onverwachts opdoemen achter een hoek of in een doorkijkje in de tentoonstellingsarchitectuur. Reus beschrijft hoe in de zomer de resten van vissnacks uit strandtenten door meeuwen worden opgepikt en weggevoerd. In het museum is het alsof de graten naar het licht bewegen als in een danse macabre, zoals Reus het noemt. Naast de zomerse associatie van de Streamers, lijken ze tegelijkertijd op kerstbomen met takken vol sneeuw. Reus: ‘Een paar weken per jaar is zo’n versierde boom het nieuwe middelpunt in huis, daarna belandt het bij het vuilnis, soms met de strikjes er nog aan. Wat eerst feestelijk was, is dan alleen nog treurigheid.’ Net als de andere series weten de Streamers ogenschijnlijke tegengestelden te verenigen: dood en leven, zomer en winter, waarde en afval.

Lopend door de tentoonstelling wordt duidelijk hoe sterk Reus’ praktijk geworteld is in alledaagse observaties. Ze vertelt over een zeeduivel die ze zag tijdens een vakantie in Frankrijk, en over vallende frieten op een reclamebord die in haar optiek ook wel een nieuw lettertype zouden kunnen vormen. ‘Inspiratie is nooit echt een probleem bij mij,’ zegt ze lachend. ‘De tentoonstellingsruimte waarmee ik werk, geeft mij gelukkig daarin ook wat sturing.’

Haar persoonlijke herinneringen aan de kust spelen in deze tentoonstelling een bijna onvermijdelijke rol. Reus groeide op in de buurt van Scheveningen: ‘Als klein meisje ging ik altijd op mijn rolschaatsen naar het strand. Later, als tiener, ging ik na school in het zand zitten met mijn huiswerk, of uit verveling een ijsje of een plastic zonnebril en wierook kopen bij één van die goedkope souvenirwinkels. De kust is echt het decor van mijn jeugd geweest. Daarom vind ik het ook wel bijzonder om er nu terug te keren.’

Net als de andere series weten de Streamers ogenschijnlijke tegengestelden te verenigen: dood en leven, zomer en winter, waarde en afval

Al haar inspiratie en herinneringen in één object stoppen, zou voor Reus onmogelijk zijn. Daarom werkt ze bijna altijd in series, waarmee de werken voor haar als een soort vriendengroep of familie voelen. Het zijn elk zelfstandige individuen met verschillende vormen en materialen, en tegelijk hebben ze een onderlinge relatie waarbij een onderdeel of vorm steeds terugkeert – zoals het opengetrokken blikdeksel of een vlijmscherpe vishaak. Regelmatig grijpt Reus terug op oudere schetsen of ideeën binnen haar visuele archief. In één van de Rigs gebruikte ze het beeld van een glow in the dark skelet sleutelhanger – ‘een klassieker’ uit de speelgoedwinkels aan de boulevard van haar jeugd. Door de arm van het geraamte een kwartslag te draaien, krijgt het iets weg van een visgraat. ‘Mijn werk gaat in de kern over zulke verschuivingen: hoe iets vertrouwd kan aanvoelen maar vreemds kan worden,’ vertelt Reus.

Een tentoonstelling maken is voor Reus een totaalproject. Het gaat haar niet alleen om de werken zelf, maar ook om de vormgeving van al het materiaal eromheen. Voor de museumwinkel ontwierp ze hebbedingetjes lijkend op elementen uit haar sculpturen, zoals het oorbelknopje of de roze kam. De plattegrond van de tentoonstelling is als een uitvouwbare ansichtkaart te vinden in een roterend kaartenrek. In de mysterieuze tekstbordjes, die naast de werken op de muur geschilderd, zijn de meeste klinkers weggelaten, geënt op coderingen op zeecontainers. ‘Mijn werk heeft een vrij langzame totstandkoming,’ vertelt Reus. ‘Het is een lang proces van verschillende beslissingen die visueel en contextueel belangrijk zijn. Zo valt uiteindelijk alles op zijn plek. Want alles heeft een logica. Je moet het alleen nog uitpuzzelen.’

METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN

Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.

BIJ VOORBAAT DANK!

Tales and Reals van Magali Reus is tot 3 mei te zien bij museum Beelden aan Zee

Elena van den Boogerd

is kunsthistoricus en kunstcriticus.

Gerelateerd

Recente artikelen