metropolis m

Jay Tan, Path of One Thousand Elbows ABP Style (Mountain + 2 Caves featuring Yang Lihua, Patty Chang, Digestive Biscuits with Backpacks, the ABP Pension Fund Executive Board as an allegorical figure…), 2024

Wat als financiële zekerheid voor kunstenaars een onbereikbare droom lijkt? In Pension Planning bij A Tale of A Tub, vertaalt Jay Tan deze vraag naar een krachtige visuele metafoor: een imposante berg van kartonnen dozen. Temidden van economische onzekerheid en sociale uitsluiting nodigt Tan uit tot reflectie over solidariteit en klasse. Manuela Zammit spreekt met Tan en Harriet Rose Morley van Platform BK over alternatieve wegen naar financiële zekerheid.

‘I’m a millennial, so my retirement plan is societal collapse.’ Ik lach en sla de meme op voor later, want het voelt alsof deze woorden rechtstreeks tot mij zijn gericht. Ik spaar veel memes, maar niet veel geld deze dagen – een klassiek voorbeeld van millennial-zorgen: een gelaten acceptatie van de steeds kleiner wordende kansen op het bereiken van financiële stabiliteit op de lange termijn. Dit sentiment wordt gedeeld door velen van mijn generatie en de generatie na ons. Maar in hoeverre is dit ongunstige economische klimaat een specifiek probleem van deze tijd en generatie? Wat zijn de specifieke uitdagingen waar kunst- en cultuurwerkers mee te maken hebben?

De kunst- en cultuursector in Nederland en elders staat bekend om de relatief lage salarissen, de onzekere arbeidsomstandigheden en de kwetsbaarheid voor bezuinigingen van de overheid, ondanks de grote afhankelijkheid van subsidies. In tijden van economische crisis of hervormingen worden kunst en cultuur bijna altijd als eerste en vaak het zwaarst getroffen. Dit is ook de context van de solotentoonstelling Pension Planning van Jay Tan in A Tale of A Tub, die onderzoekt of het überhaupt mogelijk is om als kunstenaar pensioen op te bouwen. In Tans tentoonstelling neemt de ogenschijnlijk onoverkomelijke uitdaging om als kunstenaar je financiële toekomst zeker te stellen de vorm aan van een holle berg gemaakt van gerecyclede kartonnen dozen. De berg lijkt solide en immens: een bruine, verraderlijke formatie die helemaal reikt tot aan de mezzanine op de eerste verdieping van de ruimte. Aan de achterkant onthult de berg een uitnodigende, grotachtige ruimte, zacht verlicht door lampen in de vorm van lotusbloemen en deels bedekt met glanzend papier, nepmarmerstickers en afbeeldingen van Aziatische popidolen.

Jay Tan, Path of One Thousand Elbows ABP Style (Mountain + 2 Caves featuring Yang Lihua, Patty Chang, Digestive Biscuits with Backpacks, the ABP Pension Fund Executive Board as an allegorical figure...), 2024, karton, knoflook, Fimo, ballonnen, posters, fotokopieën, plastic bloemen, altaarlantaarns, knopen, lint en andere media, ongeveer 700 x 400 x 300 cm

Enkele dagen na mijn bezoek aan de tentoonstelling spreek ik met de kunstenaar in hun atelier. Tan gaat dieper in op hun interesse in de beeldtaal van systeemtheorie, waaronder de diagrammen die hen samenstelt. ‘Door arbeid visueel in kaart te brengen, wordt het kapitalisme gedwongen om zijn innerlijke werking te onthullen’, vertelt Tan, ‘inclusief de spelonkachtige ruimtes, zoals de tienerkamer waarnaar in het werk wordt verwezen, waar persoonlijke verlangens en fantasieën worden uitgespeeld.’ Op deze manier stelt de ‘bergsculptuur’ duidelijk de verstrengeling van het individu met het systeem vast.

De tentoonstelling is als het ware een doorsnede op zichzelf. Vanaf de begane grond krijgt de bezoeker al een glimp van de blauw verlichte bovenverdieping, waar enkele ventilatoren lucht blazen op slingers van draaiende pinwielen. De uiteinden ervan hebben de vorm van benen. Terwijl de wielen draaien, lijken de benen te rennen. Net als op de berg is de wind hier kunstmatig. Er wordt geen poging gedaan om de mechanismen die alles in beweging zetten te verbergen. Bovenop de berg, stralend in het felblauwe licht, hangt een neonwolk die bij nadere inspectie een gigantische open hand blijkt te zijn: een gebaar van hulp of dienstbaarheid, of misschien wel Adam Smiths onzichtbare hand van de markt die aan onzichtbare touwtjes trekt. De berg is in zekere zin slechts het topje van de ijsberg. Op de begane grond en de eerste verdieping worden de interne mechanismen van het kapitalisme blootgelegd. En diep onder het oppervlak, beneden in de kelder van A Tale of A Tub, zie je de chaotisch verweven krachten die alles aandrijven.

Hier stuit ik op een aantal videowerken die op de muur zijn geprojecteerd: kleurrijke scènes uit de Maleisische en Chinese steden Malakka en Xiamen, met Lexus- en Mercedes-auto’s – als symbolen van nieuw geld – omkaderd door psychedelische, kitscherige stickers. Deze ruimte kan worden ervaren als het duistere onderbewustzijn van het kapitalisme, een hallucinatoire plek waar individuele fantasieën en angsten zich vormen, voordat deze krachten worden opgeslokt door gestroomlijnde productielijnen, netjes verpakt en aan je deur afgeleverd in dat typische symbool van het hedendaags kapitalisme: de kartonnen doos.

Tan analyseert de betrokkenheid van het individu bij overkoepelende kapitalistische structuren door middel van motieven uit hun eigen referentiekader als een Chinees-Maleisische persoon. Tan groeide op in het Verenigd Koninkrijk en verhuisde later naar Nederland, waar die nu woont en werkt. Het wonen in verschillende landen gaf Tan een goede basis om diverse systemen van klasse, arbeid, waarde en uitwisseling met elkaar te vergelijken. ‘Toen ik naar Nederland verhuisde, realiseerde ik me dat het begrip “arbeidersklasse” hier nogal vaag is – niemand identificeert zich echt als een arbeider – in tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk, waar het een zeer specifieke betekenis en associaties heeft’, voegt Tan eraan toe.

Jay Tan, Path of One Thousand Elbows ABP Style (Mountain + 2 Caves featuring Yang Lihua, Patty Chang, Digestive Biscuits with Backpacks, the ABP Pension Fund Executive Board as an allegorical figure...), 2024

Verspreid over het kartonnen berglandschap zijn plastic orchideeën, maïskorrels die dienstdoen als rotsblokken, cendol in plaats van struiken en digestive biscuits op pootjes, die diverse soorten rugzakken dragen tijdens hun pelgrimstocht omhoog. ‘Digestives zijn het werkpaard onder de biscuits en een vaste waarde in de Britse cultuur’, zegt Tan. ‘Ik kon het niet laten me af te vragen waar ikzelf op de berg zou zijn, als ik een pelgrim was. Wie zou realistisch gezien de top kunnen bereiken?’ Het antwoord: een kleine mannelijke figuur die mediteert met één oog open. ‘Deze figuur is een kruising tussen de Aziatische heilige, of kluizenaar, die al het spirituele werk in afzondering doet’, legt Tan uit, ‘en een soort benadering van een groep witte, Nederlandse pensioenfondsmanagers in pak, zoals je die online op fotoportretten kunt vinden.’

Terwijl we stilstaan bij deze figuur, praten we over de radicaal verschillende mentaliteit ten opzichte van geld in de Chinese en Nederlandse cultuur. ‘In de Chinese cultuur worden rijkdom en financiële welvaart openlijk nagestreefd en gevierd.’ Tan verwijst naar Max Webers baanbrekende proefschrift uit 1905 over het verband tussen het protestantse arbeidsethos en de opkomst van het kapitalisme en voegt toe: ‘In Nederland heeft het calvinisme een blijvende cultuur van soberheid en zuinigheid gecreëerd, terwijl de accumulatie van rijkdom wordt aangemoedigd. Het is alsof de man aan de top, kijkend naar wat er onderaan de berg gebeurt, zegt: “Spaar je centen, volg de regels en alles komt goed.” Maar komt alles echt goed? En zo ja, voor wie?’

Om meer over de Nederlandse historische context en voormalige subsidieprogramma’s te leren, spreek ik Harriet Rose Morley, co-directeur van Platform BK. ‘Over het algemeen profiteerden oudere generaties Nederlandse kunstenaars van een zekere mate van financiële stabiliteit, waardoor ze meer tijd hadden om zich te informeren over beleidszaken’, vertelt Morley. ‘Nu jongleert iedereen met meerdere banen en het schrijven van subsidieaanvragen, dus niemand heeft aandacht voor de effecten van beleidsvorming tot het te laat is.’ Platform BK vecht voor collectieve kwesties waar kunstenaars en culturele werkers mee te maken hebben. ‘We kijken naar hoe verschillende zaken met elkaar verbonden zijn en hoe (financiële) keuzes van individuele kunstenaars de bredere gemeenschap beïnvloeden’, zegt Morley. ‘Als een kunstenaar accepteert om gratis te werken omdat ze het zich kunnen veroorloven, is het belangrijk dat ze zich bewust zijn van hoe hun positie anderen beïnvloedt die dat niet kunnen.’

Tan en Morley kaarten beiden het probleem van klasse aan, waarbij ze de aandacht vestigen op vragen als: wie kan het zich in deze economie veroorloven om kunstgeschiedenis te studeren en op zijn beurt bepaalde posities in artistieke en culturele ruimtes te bezetten? Wat voor soort kunst en cultuur houden we over als bepaalde mensen worden uitgesloten van deelname aan het maken ervan? ‘Tegenwoordig is de opvatting over wie de arbeidersklasse is veranderd, deels door de gig-economie’, merkt Tan op. ‘De freelance curator bijvoorbeeld, die misschien werd beschouwd als een elitair figuur met een bepaalde opleidingsachtergrond, bevindt zich nu in een zeer vergelijkbare financiële positie als de freelance loodgieter. Economisch gezien zouden ze tot dezelfde klasse kunnen behoren’, voegt Tan eraan toe. ‘Mijn ouders waren winkeliers en ze hebben mijn broer en zus en mij echt gepusht om een universitaire opleiding te volgen. Toen ik naar de universiteit ging, begon ik me te realiseren dat er voor mensen met een minder bevoorrechte achtergrond een ingewikkeld schuldgevoel rond het studeren van kunst en het professioneel maken van kunst bestaat, dat mensen met een financieel vangnet helemaal niet hebben.’

Ik moest denken aan de treffende uitspraak van de Britse kunstenaar Jesse Darling bij het ontvangen van de Turner Prize in 2023, toen die zei: ‘…the greatest trick the Tories ever played […] is to convince working people in Britain that studying, self expression and what the broadsheet supplements describe as “culture” is only for certain people in Britain from certain socio-economic backgrounds. I just want to say don’t buy in, it’s for everyone.’ Darling heeft gelijk, maar toch vraag ik me nog steeds af of het voor sommigen gewoon onmogelijk is om zichzelf de keuze te gunnen om de kartonnen berg te beklimmen, om het zo maar te zeggen. 

De toekomst lijkt nogal somber, maar toch wordt er continu gewerkt aan de arbeidsomstandigheden van culturele werkers. ‘De nieuwe richtlijnen voor Fair Practice zijn een van de eerste concrete beleidsmaatregelen die de worsteling van kunstenaars met financiële stabiliteit aanpakken’, vertelt Morley. ‘Hoewel dit niet zonder gevolgen is: kleinere presentatieruimtes zullen waarschijnlijk het aantal tentoonstellingen dat ze per jaar produceren moeten verminderen om kunstenaars eerlijk te kunnen betalen’, voegt ze eraan toe. Morley ziet ook hoop in vormen van ondernemerschap door solidariteit, zoals op ruil gebaseerde vormen van betaling, en bepaalde praktische hulpmiddelen die er al zijn om kunstenaars te helpen bij het uitzoeken van pensioenregelingen, verzekeringen en andere geldkwesties.1 Met andere woorden, niemand hoeft alleen de berg van Tan op, zeker niet als het aan Morley ligt.

  1. Zie bijvoorbeeld de Monitor kunstenaars en andere werkenden met een creatief beroep (OCW, 2021), beschikbaar via CBS; het essay Noem kunstenaars geen ondernemers van Jue Yang, gepubliceerd door Platform BK; de Fair Practice Code; en de oogmonitor-tool, beschikbaar via https://www.oogvoorimpuls.nl/vergoeding-voor-nieuwe-samenwerkingen-in-de-culturele-en-creatieve-sector-van-fusies-tot-gezamenlijke-projecten/.

 

Jay Tan Pension Planning, A Tale of A Tub. Rotterdam, 16.11.2024 t/m 2.2.2025

Manuela Zammit

is a writer and researcher from Malta

Recente artikelen