metropolis m

Mary’s Day Procession, Immaculate Heart College, 1964, Collectie Corita Art Center, Los Angeles, Corina.org uit OMG! Relipop in Museum Krona, Uden.

Kunst en religie waren ooit onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar verloren elkaar in de twintigste eeuw helemaal uit het oog. Toch lijkt religie en het religieuze in de hedendaagse kunst terug van weggeweest. Kunstenaars komen openlijk uit voor hun religieuze interesse en er worden momenteel veel tentoonstellingen aan gewijd. 

Op het strand van Terschelling stond tijdens het Oerol Festival van 2022 een stellage van buizen, waarin de wind een steigerdoek continu deed wapperen. Binnenin de stellage was in het zand een perfect rond gat gegraven. Naarmate het festival vorderde, borrelde hier water omhoog. Een onbedoeld, maar veelzeggend gevolg van deze interventie die Felipe van Laar aanbracht in een verder natuurlijke omgeving. Van Laar noemde de installatie De Profundis, naar de aanhef van Psalm 130, ‘uit de diepte’, de plek van waaruit God in de psalmtekst wordt aangeroepen. Een plek van geestelijke nood, waarvandaan verbinding wordt gezocht met een hogere entiteit. 

Van Laar maakte deze installatie om bezoekers uit te nodigen te breken met de dagelijkse routine. In een samenleving waarin alles gecalculeerd en bedacht lijkt, zoekt hij naar het onbedachtzame, plaatsen die ruw en onaf zijn. Hij wil stilstaan bij het ogenschijnlijk nutteloze, om juist daar aandacht te genereren voor een zoekende houding, voor gevoelens van gemis, het niet-weten, het hogere. Zaken waar vroeger de kerk de aangewezen plek voor was, maar nu elders nauwelijks nog tijd en ruimte voor is. De psalmtekst fungeerde als oude bron om vorm te geven aan een hedendaags gemis. 

Van Laar wordt de afgelopen jaren steeds vaker gevraagd om dit soort werk te maken in de openbare ruimte. Zijn sensitiviteit voor wat er ontbreekt, raakt een gevoelige snaar in de samenleving van nu. Het is bovendien exemplarisch voor een bredere ontwikkeling in de huidige kunstwereld, waarin steeds meer kunstenaars zich verhouden tot het bovennatuurlijke, mystieke, transcendente, hogere, onbenoembare, en, ja, zelfs het religieuze. En dat is opvallend, want lange tijd moest de West-Europese kunstwereld maar weinig van religie hebben. 

Felipe van Laar, De Profundis, 2022, installatie tijdens Oerol, Terschelling, foto de kunstenaar.

Verbinding

Er zijn niet veel kunstenaars die, zoals Van Laar, in gesprek willen gaan over religieuze invloeden in hun werk. De meesten voelen zich niet heel comfortabel bij dit etiket. Dit ongemak is terug te leiden naar de seculariseringsgedachte die lange tijd dominant was in de kunstwereld. Zowel in de praktijk als bij kunstgeschiedenisopleidingen leefde de overtuiging dat hoe moderner de wereld werd, hoe minder religie daarin aanwezig zou zijn. Degenen die zich wel intentioneel met religie bezig hielden verdwenen naar de marge.

Deze even sceptische als onverschillige houding, die decennialang voortduurde, vormde de aanleiding voor James Elkins om in 2004 het opmerkelijke en nog altijd gezaghebbende boek On the Strange Place of Religion in Contemporary Art te publiceren. Hierin constateert hij dat religie binnen de West-Europese en Noord-Amerikaanse kunstwereld een tegenstrijdige positie inneemt. Grofweg stelt hij dat niet-religieuze kunstenaars die religie als onderwerp van kritiek, satire of spot inzetten, kunnen rekenen op museale tentoonstellingen, lovende recensies en kunstprijzen. Daarentegen worden kunstenaars die vanuit een geloofsovertuiging werken, zelden serieus genomen. Critici en curatoren tonen volgens Elkins structureel minder waardering voor hun werk. Deze houding hangt samen met de veronderstelling dat religieuze kaders de artistieke vrijheid ondermijnen. Liturgische en institutionele conventies dragen regels voor verbeelding en het gebruik van beelden in zich. Deze regels worden als beperkend ervaren voor de autonomie van de kunstenaar, en daarmee voor de kwaliteit van het werk.Vrijheid, zo is de gedachte, kan niet aan vooraf opgelegde regels gebonden zijn. 

Hoewel een zekere huiver voor godsdienstige kunst nog steeds bestaat, is er tegelijkertijd sprake van een ruimer blikveld. Nu, ruim twintig jaar na het verschijnen van Elkins’ boek, is de plek van religie in hedendaagse kunst een stuk minder strange. In 2023 verscheen Religion and Contemporary Art: A Curious Accord, samengesteld door Ronald Bernier en Rachel Hostetter Smith. 32 bijdragen bespreken de veelzijdigheid en complexiteit van de aanwezigheid van religie in hedendaagse kunst. De verschuiving in de titelwoorden van strange naar curious is tekenend. In plaats van Elkins’ vreemde contradictie, is er volgens Bernier en Hostetter Smith eerder sprake van een open en nieuwsgierige houding die ruimte geeft aan geloofsovertuiging, religiekritiek en alles daartussenin. 

Desondanks merk ik dat veel kunstenaars de term religieus nog altijd mijden, omdat ze het als een benauwend etiket ervaren dat andere dimensies van hun werk uitsluit. Om die reden vraag ik me soms af hoe nuttig de term ‘religieuze kunst’ is. Ik denk liever in termen van kunst die iets te zeggen heeft over religie, die uitnodigt tot nadenken over religie en haar betekenis voor het individu en de samenleving. Kunst die is gemaakt vanuit een intrinsieke motivatie om ruimte te geven aan betekenis, verbinding met iets groters buiten onszelf. Een van de betekenissen die wordt toegeschreven aan de oorsprong van de term religie is religare, ofwel verbinden. Verbinding tussen de mens en het hogere. Verbinding met anderen, of ze nu levend zijn of dood, menselijk of niet. Veel kunstenaars voelen zich aangetrokken tot het ongrijpbare, toevallige en intuïtieve. Denk aan Marina Abramović in The Artist is Present (2010) of The Weather Project (2003) van Olafur Eliasson, waarin hij massa’s mensen samenbracht onder een gesimuleerde zon in de Turbine Hall van Tate Modern. Denk ook aan Sky Spaces van James Turrell, die in musea over de hele wereld te vinden zijn. Deze werken worden zelden religieus genoemd, maar ze spelen wel in op een menselijke behoefte aan transcendentie.

Nieuwe kerk, nieuw museum

Dit soort monumentale en letterlijk ontzagwekkende kunstwerken roepen bij bezoekers gevoelens op van verwondering, verstilling en betekenis – ervaringen die traditioneel met religieuze plaatsen worden geassocieerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat critici, journalisten en denkers regelmatig de vergelijking maken tussen musea en kerken. Musea worden niet alleen als nieuwe kerken gezien, kerken profileren zich langzamerhand ook steeds vaker als nieuwe musea, merkte Sarah van Binsbergen op in de Volkskrant (4-8-2024). Ze beschreef hoe door ontkerkelijking stadskerken vaak naar de hedendaagse kunst reiken voor een zinvolle doorontwikkeling van hun gebouwen.
Zo organiseerden curatoren Aniko Ouweneel en Marleen Hengelaar in 2019, in samenwerking met de Protestantse Kerk Nederland, op veertien locaties in Amsterdam de eerste Nederlandse editie van het internationale kunstproject Art Stations of the Cross. Via hedendaagse kunst werd nieuw licht op Christus’ lijdensweg geworpen, terwijl het ook de plek van deze traditie in een superdiverse stad als Amsterdam bevroeg. Of, denk aan de Biënnale in de Heilige Driehoek in Oosterhout, die dit jaar voor de vierde keer plaatsvindt. Voor een periode van vijf weken openen de drie kloostergemeenschappen die hier naast elkaar leven, hun terreinen en gebouwen voor interventies van hedendaagse kunstenaars, dit jaar onder de titel A Deeper Shade of Soul, gecureerd door Nanda Janssen

Musea worden niet alleen als nieuwe keren gezien, kerken profileren zich langzamerhand ook steeds vaker als nieuwe museum

Het postseculiere

Na een aantal decennia seculariseringsdenken is gebleken dat religie helemaal niet uit de samenleving is verdwenen, maar eerder een zowel veranderende als groeiende aanwezigheid heeft. Dit resulteerde in een nieuwe term: het post-seculiere. Daarbij is de contradictie die Elkins in zijn boek schetst nooit ver weg. Toen het Vaticaan in 2013 eerst aan de kunst- en later ook de architectuurbiënnales van Venetië deel ging nemen met een eigen paviljoen, waren kunstenaars er als de kippen bij om te zeggen of ze zelf wel of niet gelovig waren. In de Nederlandse context is er bij het grote publiek vooral aandacht voor religie als het wordt gebracht door iemand die het als antropologisch fenomeen beschouwt of die een vorm van bekering heeft meegemaakt. Eerst vonden ze het maar niks, maar gebeurtenissen in hun leven brachten het dichterbij, met een zekere waardering of overtuiging tot gevolg. 

Het succes van het boek De Biblebelt. Een waarachtige zoektocht naar geloof, hoop en liefde in Nederland (2025) van Jonah Falke is hier een goed voorbeeld van. Hij zet Biblebelters af tegen hoogopgeleide links-progressievelingen, en geheel onverwacht blijkt hij de streng-gelovigen veel sympathieker te vinden. Een betere ambassadeur van de refo-wereld kan men zich niet wensen, maar opvallend is het wel. Als gereformeerden zelf over hun geloof spreken, is er maar weinig luisterend oor te vinden. 

Waar bij Falke het bij interesse en medemenselijkheid blijft, gaat dit bij Lieke Marsman een stap verder. In Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025) beschrijft Marsman hoe ze werd geconfronteerd met de ontoereikendheid van haar bestaande levensbeschouwing na het ontvangen van een ongeneeslijke kankerdiagnose. Dit bracht een openheid voor haar tot dan toe onbekende, hogere entiteiten, waar ze meer steun uit haalde dan het rationalistische, wetenschappelijk-beproefde wereldbeeld dat haar bekend was. Uit haar boek spreekt geen definitieve bekering tot een specifiek geloof, maar een bereidheid om te denken in misschiens, in mogelijkheden. ‘Soms denk ik dat ik gek word, op andere momenten denk ik dat ik gek was toen ik mezelf die blikverruiming nog niet toestond. Jezelf toestaan verder te kijken betekent immers niet dat je alles waar je blik op valt voor waarheid aanneemt.’ [1]

Blikverruimingen

De mate van ontkerkelijking in Nederland is nogal uitzonderlijk. Terwijl wereldwijd zo’n 80% van de bevolking zichzelf als religieus beschouwt, ligt dat percentage in Nederland aanzienlijk lager: minder dan de helft noemt zich religieus, en slechts 27% bezoekt met enige regelmaat een kerk.Wat in deze cijfers vaak onderbelicht blijft, is de aanwezigheid van meer dan een miljoen christenen met een migratieachtergrond. Ook binnen de kunstwereld wordt deze groep steeds zichtbaarder, mede door kunstenaars die openlijk hun geloof betrekken in hun werk. Een voorbeeld hiervan is Kenneth Aidoo, Amsterdammer met Ghanese roots en winnaar van de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst in 2022. Aidoo schildert portretten van Zwarte personen die in de (kunst)geschiedenis vaak onderbelicht zijn gebleven, of als wit zijn afgebeeld. Onder andere van Bijbelse figuren, die in de joodse en vroegchristelijke context van kleur moeten zijn geweest. In persoonlijke correspondentie vertelde hij me dat hij nooit aan een nieuw schilderij begint zonder eerst te bidden. Zijn geloof is geen inspiratiebron op afstand, maar een leidend en actief principe in zijn artistieke praktijk. Het bijbellezen levert hem niet alleen persoonlijke bezinning op, maar ook concrete beelden – bewijs, noemt hij het zelf – die zijn keuze om Bijbelse personages als zwarte mensen te verbeelden onderbouwen. Onlangs heeft Aidoo in opdracht voor Museum Catharijneconvent een reeks portretten gemaakt van Zwarte bijbelfiguren, die het museum samen met The Queen of Sheba (2021) heeft aangekocht, een nadrukkelijke aanvulling op de bestaande collectie. 

In een artikel in NRC (24-3-2025) was onlangs te lezen dat steeds meer jongeren zich aansluiten bij (orthodoxe) kerkgemeenschappen, vanuit een behoefte aan verbinding, houvast of gemeenschap. Ook het onderzoeksproject God in Nederland wijst uit dat jongeren positiever tegenover religie staan dan voorgaande generaties. Of dit daadwerkelijk een trendbreuk is, moet nog blijken. Toch durf ik te stellen dat de open houding van jongere generaties kunstenaars wél een trendbreuk is ten opzichte van de generaties voor hen. Alleen al het werk van Aidoo en Van Laar laat zien hoe de afnemende dominantie van religieuze instituten hen de ruimte geeft openlijker over religieuze onderwerpen werk te maken. Ze kiezen soms bewust voor een specifieke geloofsovertuiging, maar voelen zich ook vrij om elementen uit verschillende religies te verkennen, buiten de grenzen van gevestigde instituties.

  1. Lieke Marsman, Op een andere planeet kunnen ze me redden (Amsterdam: Pluim, 2025), 12.

 

Religie in exposities

Het Keulse museum Kolumba heeft er al tientallen jaren veel succes mee: hedendaagse kunstenaars die hun werk tonen in de context van dit bisschoppelijk museum. Richard Serra exposeerde er, net als Wolfgang Laib, Misha Kuball, Terry Fox en vele anderen. Er zijn ook thematentoonstellingen, zoals momenteel gewijd aan arbeid en het nietsdoen als creatief proces, vormgegeven rondom de middeleeuwse sculptuur van een uitgeput ogende Christusfiguur.

Kolumba laat zien hoe een religieus museum zich aanpast aan de tijd door te laten zien dat christelijke waarden niet per se verloren zijn gegaan door de secularisatie, maar juist in hedendaagse kunst een nieuwe vertaling kunnen krijgen. Het model is ook succesvol in Nederland, waar het religieuze Museum Krona in Uden zich na de grootschalige renovatie van het pand in 2019, nadrukkelijk onderscheidt als een plek waar historische en hedendaagse kunst samenkomen in een dialoog over spiritualiteit en zingeving. Sindsdien heeft Museum Krona diverse tentoonstellingen gemaakt die de band tussen heden en verleden benadrukken. Een voorbeeld is de tentoonstelling In het Licht uit 2022/23, waarin lichtinstallaties van Olafur Eliasson en Yayoi Kusama werden gepresenteerd naast middeleeuwse religieuze kunst. Op dit moment is er de tentoonstelling OMG! Relipop (t/m 7.9.2025) te zien, waarin popart en haar hedendaagse navolgers op speelse wijze omgaan met religieuze motieven.

De h3h Biënnale die dit jaar haar vijfde editie beleeft, vindt plaats van 21.6 t/m 3.8.2025 in een drietal kloosters in de heilige driehoek bij Oosterhout, zal op uitnodiging van curator Nanda Janssen een groot aantal internationale kunstenaars hun werk exposeren. Dit keer is de tentoonstelling gewijd aan het kloosterleven, dat in volle diepte en breedte zal worden gereflecteerd in werk dat zich soms voordoet als monnikenwerk en soms als een ingetogen vesper.

Lieke Wijnia

Lieke Wijnia is kunsthistoricus en religiewetenschapper. Ze schrijft voor de nieuwe serie REL (Radboud University Press) een boek over hedendaagse kunst en religie in Nederland en Vlaanderen, dat volgend jaar zal verschijnen.

Recente artikelen