metropolis m

Baoyang Zhao en Kwinnie Lê, Prospects 2026, Foto Aad Hoogendoorn

Prospects op Art Rotterdam biedt dit jaar werk van 92 kunstenaars. Karmen Samson gaat voor ons kijken en kiest enkele favorieten uit.

Prospects biedt een overzicht van werk van 92 startende kunstenaars die in 2024 (!) een financiële bijdrage binnen de regeling Kunstenaar Start van het Mondriaan Fonds ontvingen. Ook dit keer was Johan Gustavsson curator, dit keer in samenwerking met Daphne Verberg. Tijdens de perspreview vertelde Verberg dat veel van de kunstenaars met hun werk reageren op wie zij zijn in de wereld en wie ze willen worden, op basis van hun verschillende achtergrond. Prospects verkent dit jaar alternatieve realiteiten verkent, waarin de grenzen niet simpelweg worden verschoven, maar door middel van kritische bevraging volledig lijken te vervagen.

Pippilotta Yerna (photo Tommy Smits)

Een moment van verstilling

Alvorens ik de expohal van Ahoy betreed, heeft Prospects zich al in mij genesteld. Twee weken geleden heb ik voor het eerst het campagnebeeld gezien: Pietà (2025) van Pippilotta Yerna (1994). Het werk toont Yerna zelf, die enigszins argwanend maar onmiskenbaar onverschrokken recht in de lens kijkt. Ze zit op een typische achttiende-eeuwse (replica)-fauteuil, die scherp afsteekt tegen een donkergroen fluwelen gordijn en het Perzisch tapijt waarop ze is geplaatst.

Op haar schoot rust een beduidend oudere vrouw. Haar lippen zijn paars, haar mond staat open, haar lichaam vertoont blauwe plekken en is hier en daar bedekt met pleisters. Ze draagt een meisjesachtige pyjama en een paar dikke sokken. Het beeld bezit een onmiskenbare kracht: het dwingt de toeschouwer te blijven kijken, ook wanneer het een gevoel van ongemak oproept.

Tijdens Prospects ontdek ik dat deze foto deel uitmaakt van een drieluik, waarin Yerna’s oudtante – de oudere vrouw in het beeld – de centale figuur vormt. Yerna was gedeeltelijk door haar opgevoed en, ondanks het forse leeftijdsverschil van 71 jaar, een van haar beste vrienden. Geflankeerd door twee gouden panelen met in het midden een buisje met de as van haar oudtante, brengt Yerna met dit drieluik een ode aan haar oudtante maar ook aan het leven zelf. Typisch genoeg wordt het drieluik niet continu tentoongesteld; om de drie minuten sluit het zichzelf voor drie minuten. Op deze manier creëert Yerna een gevoel van verstilling en vergankelijkheid binnen de context van leven en dood.

Ariane Toussaint (photo Tommy Smits)
Ariane Toussaint (photo Tommy Smits)
Ariane Toussaint (photo Tommy Smits)

Familielijn

Ook Ariane Toussaint (1996) stelt de vrouwelijke familielijn binnen haar werk centraal. Voor Hobby Art (2024) en Ouvrages de Dames (2025–2026) onderzocht zij de matriarchale lijn in haar stamboom en ontdekte hoe daar textiel en handarbeid door verschillende generaties heen met elkaar verweven zijn.

Ze verzamelde textiel uit haar familie en combineerde dit met andere gevonden stoffen, waaronder exemplaren uit Oost-Europa die ze via Marktplaats had gekocht en traditionele stoffen uit Volendam die tegenwoordig niet meer worden geproduceerd. Deze bracht zij samen in een patchwork. Opvallend is dat het gaat om onpretentieus textiel, textiel met een praktische functie, zoals theedoeken en bedlinnen.

Ze vertelde mij dat in haar werk verschillende lagen van persoonlijke geschiedenissen samenkomen, en dat veel traditionele stoffen, ondanks hun geografische verscheidenheid, gezamenlijk een sterke cohesie vormen. Toussaint presenteert daarmee een verbondenheid die tot uiting komt in textiele patronen die aandacht schenken aan alledaagse en ondergewaardeerde technieken.

Sander Coers (photo Tommy Smits)
Sander Coers (photo Tommy Smits)
Sander Coers (photo Tommy Smits)

Vervaagde geschiedenis

Familierelaties vormen voor meerdere kunstenaars een belangrijk vertrekpunt, zo gebruikt Sander Coers (1997), zijn eigen familiefoto’s als speelveld voor onderzoeksvragen rond herinnering: hoe deze werkt, verschuift en zich telkens opnieuw vormt. Foto’s bevinden zich daarbij in een spanningsveld tussen tussen realiteit en fictie in.

In een tijd waarin kunstmatige intelligentie niet alleen nieuwe beelden kan genereren, maar ook bestaande beelden ingrijpend kan manipuleren, verschuift het zwaartepunt van de discussie rond realistische representatie. De vraag wat een beeld toont, maakt steeds vaker plaats voor de vraag hoe en door wie het beeld is gevormd. Coers werkte voor Summer Came Eventually (2026) met AI-programma’s om familiefoto’s te beschrijven en bewerkte vervolgens de gegenereerde teksten, zodat het programma de beelden kon vervormen op basis van deze nieuwe beschrijvingen.

Dit resulteerde in beelden waarvan de contouren vaag zijn, de kleuren zacht en de menselijke figuren en hun identiteiten vervagen. Doordat deze beelden in een tapijt zijn geweven, krijgt het werk een korrelige structuur en een lage resolutie-uitstraling die, ondanks de geavanceerde technologie, een moeilijk te plaatsen nostalgisch gevoel oproept.

Nelke Mast (photo Tommy Smits)
Nelke Mast (photo Tommy Smits)
Nelke Mast (photo Tommy Smits)

I am Nelly Dansen

Ook Nelke Mast (1998) onderzoekt de grens tussen realiteit en constructie – of beter gezegd: tussen authenticiteit en performance. In de video-installatie PROJECT XXX (2026) speelt ze, via haar alter ego Nelly Dansen, met de ambiguïteit van authenticiteit.

In een TMZ-achtige reportagestijl wordt Nelly Dansens 27e verjaardag in beeld gebracht: een clubsetting met gasten die – op een Inspector Gadget-persona na – vrijwel allemaal beweren zelf Nelly te zijn. “I am Nelly”, zo klinkt het credo van de avond. Ze dragen platinablonde pruiken en zijn hier en daar te spotten in T-shirts met de tekst I AM NELLY DANSEN.

De avond draait om de zoektocht naar de ‘echte’ Nelly. Een reporter bevraagt de gasten, en in de wc hangen aanplakbiljetten met de tekst: “Wanted! The ‘real’ Nelly Dansen”. Ik herkende ze meteen, het waren namelijk dezelfde posters die ik eerder die ochtend al in het toilet van Ahoy had gezien.

Deze doorlopende performance op verschillende facetten zet zich ook op andere manieren voort tijdens Prospects: wie de tentoonstelling dit weekend bezoekt, kan naar verluidt imitatie-Nelly’s op de expovloer tegenkomen. PROJECT XXX biedt zo zowel een geperformde als een authentieke ervaring en laat op gelaagde wijze zien hoe moeilijk het is te navigeren binnen een werkelijkheid waarin simulatie en oprechtheid doelbewust door elkaar heen lopen.

Benjamin Francis (photo Tommy Smits)
Benjamin Francis (photo Tommy Smits)

Benjamin Francis

Waarheid en schijn zijn ook in het werk van Benjamin Francis (1996) duidelijk te herkennen. Zijn performancefilm For Your Own Good (2025) is kenmerkend voor onze tijd, waarin bedrijven zich stap voor stap steeds dieper in onze privésfeer weten te nestelen en ons voorhouden wat goed burgerschap behelst (uiteraard ten behoeve van hun eigen winstoogmerk). Hulp die door een bedrijf wordt aangeboden, dient binnen een kapitalistische marktlogica dan ook altijd kritisch bevraagd te worden. De drijvende kracht is immers zelden intrinsiek altruïsme.

Francis’ film legt deze dynamiek genadeloos bloot. De film toont een corporate setting waarin een vrouw, gehuld in een bontjas met uitgesproken schoudervullingen, mensen opbelt die ‘geflagged’ zijn – personen die, zo legt Francis mij uit, niet hard genoeg werken, vies zijn of stinken. Het bedrijf For Your Own Good biedt hen een cursus en diensten aan om hun leven weer op de rit te krijgen, zogenaamd door het schoonmaken van hun fysieke ruimtes, “completely free”, zoals de rijk ogende vrouw in de film herhaaldelijk benadrukt. Maar waar barmhartigheid wordt geclaimd, schuilt in werkelijkheid een mechanisme van controle: het werkelijke doel is om mensen te laten conformeren aan maatschappelijke normen van productiviteit.

Deze neoliberale, dystopische verhoudingen worden geschetst in een uiterst sterke beauty direction van Victoria Zynwala. Dit ondersteunt het creëren van een balans tussen de verleiding om te geloven in de schoonheid van het ‘goede’ en het besef dat diezelfde schoonheid onderdeel is van een misleidend systeem.

Vragen zonder einde

Daarmee lijkt het inderdaad alsof de curatoren een tendens hebben opgemerkt waarin de zoektocht centraal staat: een zoeken naar de grenzen tussen het echte en het artificiële, tussen privé en publiek. Het zoeken naar de ander en uiteindelijk naar onszelf. In een wereld waarin alles op losse schroeven lijkt te staan, zijn het juist kunstenaars van een nieuwe generatie die, via hun praktijk, deze vragen verkennen.

Definitieve antwoorden blijven vooralsnog uit. Wat zij bieden is geen sluitend betoog, maar een open uitnodiging om met hen mee te twijfelen en te bevragen. Juist daarin schuilt de kracht van deze editie van Prospects: het staat bol van de conversation starters en houden deze bewust onbeslist.

METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN

Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.

BIJ VOORBAAT DANK!

Alle foto’s courtesy Mondriaan Fonds

Prospects, Art Rotterdam 2026, Ahoy Rotterdam, tm 29.3.2026

Karmen Samson

is modebeoefenaar en onderzoeker met interesses in materiële cultuur en museologie

Recente artikelen