
Rebellerende vrouwen – Lily Bunney over Girls Peeing on Cars
In hoeverre vormen digitale ervaringen Gen Z als generatie? In Girls Peeing on Cars, transformeert Lily Bunney haar online ontdekkingen en virale iconen tot visueel provocerende kunstwerken, opgebouwd uit een web van pixelpuntjes. Nadeche Remst spreekt met Bunney over de gedeelde ervaringen van hun generatie, en de zoektocht naar identiteit en gemeenschap.
Ik spendeer veel tijd online, waarschijnlijk meer dan ik zou willen toegeven. Het algoritme selecteert naar je voorkeuren, maar soms ontdek je ook onverwacht iets nieuws, iets dat je bijblijft. Zo stuitte ik op Instagram op het werk van Lily Bunney (@lily_bunney_), via Guts Gallery, een jonge galerie in de Londense wijk Hackney, waar Bunney in het najaar van 2024 een solo-expositie had. Haar werken, opgebouwd uit duizenden stipjes die doen denken aan pixels op een scherm, verwijzen naar beelden die ze online vond. Eén van haar pointillistische werken valt direct op: een afbeelding van interneticoon Julia Fox, Julia Fox (Lady Godiva) (2024), waarbij de onderkant van haar lichaam is vervangen door de benen van een Barbiepop die op een speelgoedpaard balanceert.
De verwijzing naar Lady Godiva, een gravin die volgens een legende naakt op een paard reed als protest, roept beelden op van een vrouw die zichzelf bewust toont, die hier is vertaald naar een digitale en kunstmatige esthetiek. Julia Fox is een fenomeen dat perfect past in de door algoritmes gedreven wereld van online cultuur. Wie haar niet kent, herinnert zich misschien het virale filmpje waarin ze met uitgelopen zwarte make-up op een rode loper verschijnt en nonchalant aan een verslaggever uitlegt: ‘I did it myself.’
‘Ik vind het interessant hoe het internet nu een soort werkelijkheid op zichzelf is geworden’, vertelt Bunney als we elkaar via Zoom spreken. We delen ervaringen over wat het betekent om tot onze generatie, midden tot late twintigers, te behoren. Tijdens ons gesprek komt meteen naar voren hoe door de pandemie een groot deel van ons leven online plaatsvond en hoe dat onze generatie – ofwel Gen Z – heeft gevormd. Bunney studeerde af in Fine Art aan Central Saint Martins in 2020, een vreemde tijd om af te studeren. Terwijl andere generaties dit wellicht anders ervaren, is er voor haar geen duidelijke scheiding tussen online en offline. ‘Ik denk dat mijn werk sterk geïnspireerd is door wat ik online zie. Ik hoorde ooit in een podcast iemand zeggen dat het internet nu een opzichzelfstaande realiteit is geworden, en dat sprak me enorm aan. Het voelt alsof het zich allemaal op hetzelfde niveau in mijn leven afspeelt.’
Haar opmerking deed me denken aan afgelopen zomer, toen iedereen het had over de hype van brat summer. Op mijn scherm verschenen filmpjes van jonge mensen die de zomer leken te willen claimen als een vorm van rebellie, een ode aan imperfectie en je eigen regels volgen. Deze geest van rebellerende vrijheid en zelfexpressie kwam ook terug in het nummer 360 van Charli xcx, waarin ze aan Julia Fox refereerde met de songtekst: I’m everywhere, I’m so Julia.
Diezelfde provocerende energie vond ik in Bunneys tentoonstelling bij Guts Gallery, girls peeing on cars: jonge vrouwen die tijdens het uitgaan hurkend op de grond wildplassen tussen twee auto’s. Bunney vertelt over de inspiratie achter het werk: ‘Ik weet nog dat ik op een feestje was en naar buiten moest om achter een auto te plassen. Mijn vrienden schermden me af, en het was een kortstondig moment, maar het bleef me bij omdat het me het gevoel gaf dat ik mensen kon vertrouwen. Dat was aanvankelijk waarom ik dit werk wilde maken.’ Vervolgens vond ze beelden van vrouwen die achter auto’s plasten op een inmiddels verwijderd X-account. ‘Die beelden spraken me aan omdat ze een mix zijn van humor, gemeenschap, voyeurisme en vulgariteit; dingen die ook in mijn werk terugkomen.’
Bunney verwijst naar Sophy Ricketts serie Pissing Women uit 1994, waarin de kunstenaar zichzelf en haar vrienden, gekleed in zakelijke pakken, fotografeerde terwijl ze in de straten van Londen wildplasten. De foto’s dagen sociale conventies uit door iets dat vrouwen meestal discreet uitvoeren, nu performatief en in het openbaar te tonen. Pissing Women ontstond in een periode die een overgang markeerde naar een nieuw digitaal tijdperk, waarin de vroege en ongereguleerde dagen van het internet op het punt stonden door te breken. ‘Het werk werd destijds echter niet getoond, maar zo’n twintig jaar later, alsnog gepubliceerd door uitgeverij Climax Books’, licht Bunney toe.
In haar eigen serie, zoals Girls Peeing on Cars #6 (I like to think they’re all peeing on the same BMW), vertaalt Bunney deze radicale energie naar een hedendaagse context. Ze voegt een laag van abstractie toe met haar kenmerkende pointillistische techniek, waarbij afstand nemen letterlijk nodig is om de volledige afbeelding te begrijpen. Toch merkt ze op dat niet iedereen haar werk hetzelfde interpreteert. Bij de opening van de tentoonstelling vroeg een bezoeker haar bijvoorbeeld of ze het werk niet beschamend vond. ‘Ik vond het fascinerend dat hij het als schaamtevol zag, terwijl dat voor mij totaal niet zo voelt. Het gaat juist om speelsheid, vertrouwen en gemeenschap’, vertelt Bunney.
Humor en gemeenschap
Bunney haalt inspiratie uit haar eigen ervaringen in haar zoektocht naar gemeenschap als queer persoon en als twintiger in Londen. ‘Het gaat niet alleen om het maken van een statement’, benadrukt ze, ‘maar ik richt me meer op een gemeenschapsstructuur, op hoe we samenleven.’ Voor haar is dit specifiek voor onze generatie: het zoeken naar verbinding in vriendschappen in plaats van familie. ‘Voor mij voelt vriendschap niet alleen als een toevluchtsoord, maar ook als een manier om mezelf beter te begrijpen en mijn werk betekenis te geven. Het is een wederzijdse dynamiek van geven en ontvangen.’
Een van de meest persoonlijke werken is de reeks Birthday Dinner, waarin ze intieme momenten vastlegt met haar vrienden. In het werk Birthday Dinner #3 (With all of you I’m never lonely – It’s a miracle come) is te zien hoe haar vrienden elkaars handen vasthouden. Deze scènes benadrukken de cruciale rol van vriendschap in het creëren van gemeenschap, vooral in een generatie die traditionele familiebanden steeds vaker loslaat. Dit ‘generatieding’, zoals ze het zelf noemt, komt ook naar voren in haar interesse voor de manieren waarop online platforms girl-culture uitdrukken. Tegelijkertijd bekritiseert ze de oppervlakkigheid van representaties van ‘vrouwelijkheid’, zoals de nadruk op het uiterlijk dat vaak de boventoon voert.
In Girl Online: A User Manual (2022) verkent Joanna Walsh de ambiguïteit van het fenomeen van de girl online: jonge vrouwen die zichzelf (her)definiëren door digitale persona’s. De girl online is zowel een maker als een object, een curator van haar eigen representatie en tegelijkertijd een consument van de verwachtingen die anderen van haar hebben, stelt Walsh. Deze spanning tussen autonomie en zelfrepresentatie correspondeert sterk met de thema’s in Bunneys werk. Hoewel dit ook problematisch kan zijn; denk aan kinderen die zich massaal laten beïnvloeden door influencers die ‘skincare routines’ delen, terwijl zij betaald worden door een groot merk.
Bunney speelt ook met het idee dat deze online persona’s een soort ‘bekenden’ van je worden, en zo ook invloed op je uitoefenen. ‘Ik vond het interessant hoe Julia Fox zowel een internetfenomeen is – met haar podcast, “appartement tour” en de online discussies daarover – als iemand die onverwacht persoonlijk en inspirerend kan zijn. Het creëert een wisselwerking: je ziet iemand online, raakt geïnspireerd, en dat beïnvloedt vervolgens je dagelijks leven op manieren die je niet altijd verwacht. Dat soort dynamiek, dat constante terugkaatsen van ideeën en beelden, inspireert mijn werk.’ Toch is ze selectief in haar beeldkeuze. ‘Ik wil niet zomaar bekende beelden gebruiken die iedereen al gezien heeft, omdat dat saai kan worden. Ik probeer een middenweg te vinden waarin de beelden zowel herkenbaar als visueel uitdagend zijn.’
Pixels
Door de dichtheid en plaatsing van de stippen worden haar werken vaak pas volledig leesbaar als je ze op een kleiner formaat of digitaal bekijkt, op een scherm. Dit benadrukt niet alleen de verwevenheid van haar werk met de online wereld, maar symboliseert ook het belang van het digitale in het begrijpen van de hedendaagse werkelijkheid. Bunneys werk nodigt de kijker uit om deze relatie te onderzoeken: wil je dit werk begrijpen, kijk dan naar je telefoon en omgekeerd. De fysieke presentatie ervan in een galerie biedt een totaal andere, meer abstracte ervaring, waarin het intensieve maakproces zich laat gelden.
In tegenstelling tot de vluchtigheid van de platformen waaruit de foto’s die ze selecteert afkomstig zijn, is haar werkproces een intensief proces dat enorm veel geduld vereist: het aantal stipjes per werk kan, afhankelijk van de grootte en complexiteit, uit wel 50.000 stipjes bestaan. Elk werk ontstaat uit een combinatie van gevonden beelden en eigen foto’s, die ze pixel voor pixel tot complexe patronen omzet, vergelijkbaar met zowel een brei- of haakpatroon als vroege computergraphics. ‘Het proces van mijn werk is heel gestructureerd. Ik werk op ruitjespapier dat ik nog over heb van mijn bijbaan als wiskundeleraar. Elk stipje wordt gepland, uitgetekend met potlood, en vervolgens ingevuld met aquarel of olieverf. Het is een intensief proces dat maanden kan duren, maar ik vind het rustgevend.’
Bunney vertelt hoe mensen van verschillende generaties anders reageren op haar werk. ‘Tijdens een van mijn eerste tentoonstellingen had ik een interessante ontmoeting met een oudere man die een Polaroid-camera bij zich had. Hij maakte een foto van mijn werk en zei: “Nu zie ik het werk zoals het bedoeld is.” Maar ook kinderen zien de kracht van haar werk: ‘Tijdens het afmaken van een werk buiten de galerie liep een zesjarig meisje voorbij met haar moeder. Ze keek naar mijn werk en riep: “Kijk, mam, ze maken pixelkunst! Je zet kleine stipjes en dan verschijnt er een afbeelding.” Die spontaniteit is precies waar ik naar streef: een gevoel van herkenning en verrassing, of je het nu digitaal of fysiek ervaart.’
Wanneer ik haar vraag met wie ze in de toekomst zou willen samenwerken, als werkelijk alles mogelijk zou zijn, antwoordt Bunney enthousiast: ‘Ik bewonder het werk van kunstenaars zoals Charlotte Edey, die prachtige geborduurde tapijten maakt. Haar aandacht voor detail en haar proces inspireren me enorm. Ook lijkt het me interessant om samen te werken met Cindy Sherman, haar werk sluit thematisch aan bij mijn eigen interesses in zelfrepresentatie. Of een samenwerking met modemerk Chopova Lowena: ‘Hun esthetiek is uniek en representatief voor online cultuur; het lijkt me geweldig om iets voor hen te creëren.’ Ze voegt er glimlachend aan toe: ‘En misschien Julia Fox. Het werk is deels bedoeld als een knipoog, maar het zou surrealistisch zijn als zij mijn werk ooit zou opmerken. Het idee dat iemand die ik online “ken” en heb afgebeeld het daadwerkelijk zou zien, voelt onwerkelijk.’
METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN
Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.
BIJ VOORBAAT DANK!
Lily Bunney’s werk is tot 1 maart te zien in de groepstentoonstelling Good Eye Projects bij Saatchi Gallery in Londen
The English version can be read HERE
Nadeche Remst
is kunsthistoricus en criticus, eindredacteur van Metropolis M




