metropolis m

Bespreking van Manifesta 1 in Rotterdam door Daniel Birnbaum voor Artforum, met een afbeelding van het werk van Renée Kool

Renée Kool (1961) is onverwacht overleden, tijdens een voordracht in Duitsland. Kool maakte in de jaren negentig naam als sociaalkritisch georiënteerde kunstenaar, die op allerlei manieren de verborgen regels en gebruiken binnen de samenleving zichtbaar maakte en ter discussie stelde.

Al in 1991 maakte ze als jonge ex-Rietvelder direct naam met een tentoonstelling in een kleine galerie waarvoor ze vijftien jonge vaders uitnodigde met in een draagzak hun kind. Tesamen vormden ze bij de opening het feministisch gekleurd commentaar op de eigen generatie, die zich als het om de zorgtaken gaat, nog niet sterk wist te onderscheiden van voorgaande generaties. Zodra een kind geboren is, verdwijnt de moeder van het podium, vrij letterlijk in dit geval. Het werk geldt als een van de belangrijkste genderkritische performances uit de vroege jaren negentig, die een hele nieuwe sociaalkritische kunstpraktijk op gang heeft gebracht, dichter op de werkelijkheid, vaak niet van echt te onderscheiden, en juist daarom effectief.

Renée Kool, Kasttheater, Het Zevende Museum, Stroom HCBK, Den Haag, 1993/1994

Kool bouwde in korte tijd een internationale carrière op met werk, waarin ze op heel verschillende manieren sociale scenario’s verbeeldde. Ze werkte in een Utrechtse buurt samen met jongeren en lokale dj’s bij het maken van een videoclip, in het kader van een groot publiek kunstwerk van Hans van Houwelingen. Voor Stroom in Den Haag liet ze beroemde theatermakers een meer eigentijds script schrijven voor de zaterdagse poppenkast op het Buitenhof, met als gevolg dat Jan Klaassen en Katrien zich gedurende enige weken in allerhande sociaalrelevante discussies van dat moment mengden.

Voor het SMBA stelde ze enkele jaren later samen met Leontine Coelewij, de toenmalig SMBA-curator, onder de titel Gedraag je! een tentoonstelling samen, waarvoor ze allerlei kunstenaars uitnodigden die haar interesse in performance en samenleving deelden, onder wie Barbara Visser en Aernout Mik. Het werk werd in de tentoonstelling gekaderd in een context van Fluxus, Wim T Schippers en Ulay & Abramovic, maar we zouden de tentoonstelling (waaraan overigens op een man na alleen vrouwen deelnamen) nu toch meer zien als een vroeg voorbeeld van een kritische reflectie op de manier waarop media ons leven binnendringen en onze gedragingen beginnen te beïnvloeden.

In de jaren nul verdween Kool geleidelijk uit de aandacht, hoewel ze actief bleef met werk in de openbare ruimte en daar ook veel over sprak, schreef en lesgaf. Kool exposeerde haar werk in verschillende musea en tentoonstellingsruimtes in binnen- en buitenland, waaronder W139, Museum Fodor (Amsterdam), Stedelijk Museum (Amsterdam) (dat ook werk van haar aankocht), Museum voor Moderne Kunst Arnhem, de Appel (Amsterdam) en het Groninger Museum.

Recente artikelen