
Manieren van spreken en manieren van zwijgen
Katia Krupennikova werkt al jaren in Nederland, maar was net,voor het eerst in tien jaar, begonnen als curator-at llarge bij GES-2 House of Culture in Moskou toen de invasie van Rusland in Oekraíne begon. Ze zegde het werk direct op met een publiek statement. We vroegen haar te reflecteren op de gebeurtenissen van de afgelopen twee jaar en hoe die haar, haar werk en haar denken beïnvloed hebben. (Click here for the English version.)
Bijna twee en een half jaar geleden begon Rusland met een grootschalige invasie van Oekraïne. Miljoenen Oekraïense burgers zijn sindsdien ontheemd, verminkt of vermoord, hun levens en steden verwoest – het resultaat van jaren van politiek analfabetisme, apathie, onverschilligheid en corruptie waarmee de meerderheid van de Russische bevolking het regime van Poetin indirect gesteund heeft, bovenop het deel van de bevolking dat Poetin al direct steunde.
In 2022 werkte ik als curator voor de V-A-C Foundation die in Moskou een nieuw instituut aan het opzetten was, het GES-2 House of Culture. Sterarchitect Renzo Piano had de opdracht gekregen om een privémuseum ter grootte van de Tate Modern te ontwerpen in het hart van Moskou, en de beroemde kunstenaar Ragnar Kjartansson was uitgenodigd om een grote groepstentoonstelling te cureren voor de openingstentoonstelling. Ik maakte deel uit van een team van ongeveer vijftien interdisciplinaire curatoren die het programma voor de eerste vier jaar uitstippelen onder artistieke leiding van Francesco Manacorda.
Ik woonde al tien jaar in Nederland en het was een bewuste keuze om deze baan in Moskou aan te nemen. Eindelijk kreeg ik de kans om me op het hoogste niveau actief in te zetten voor en bij te dragen aan de cultuursector in mijn land van herkomst. Met mijn werk zou ik duizenden mensen in Rusland bereiken. Werken bij GES-2 bleek op vele niveaus zowel inspirerend als uitdagend, het was het meest experimentele team waarmee ik ooit heb samengewerkt en ik leerde veel van en met mijn collega’s. Maar toen de openingsdatum van de GES-2-locatie in december 2021 naderde, begon de inspiratie af te nemen terwijl de uitdagingen zich opstapelden. Toch was ik vastberaden door te zetten, omdat ik geloof dat verandering vanuit het systeem op de lange termijn effect kan hebben. Na de grootschalige invasie van Rusland in Oekraïne besloot ik echter mijn functie bij GES-2 direct neer te leggen.[1]
Ik koester geen emotionele band met Rusland als juridische entiteit, vertegenwoordigd door zijn grenzen, vlag, volkslied of nationale integriteit. Ik erken dat deze allemaal geworteld zijn in geweld en imperialistische uitbuiting. Net als andere imperiale koloniale constructies moeten ook die van Rusland worden gedeconstrueerd. Ik rouw om het verlies van Oekraïense levens, de verminking van lichamen en draag de last van verantwoording, verantwoordelijkheid, schaamte en pijn voor wreedheden die zijn begaan in naam van het land waar ik nog altijd burger ben, en dus ook in mijn naam. Het is ook pijnlijk geweest om te breken met familieleden en kennissen die in verschillende mate de acties van Poetin steunen.
Mijn abrupte werkloosheid en de complexiteit van mijn curatorschap als Russische en Nederlandse burger woonachtig in Nederland als links kosmopolitisch subject dat op afstand door de repressieve Russische wetten navigeert en zich medeplichtig voelt aan de verschrikkingen van de oorlog terwijl ik binnen westerse culturele kringen juist wordt gezien als vertegenwoordiger van politieke dissidenten hebben me gedwongen om de relevantie van mijn curatoriële methoden opnieuw te evalueren.
Ik schrijf deze tekst om grip te krijgen op mijn professionele keuzes van de afgelopen twee jaar. Ik heb nagedacht over alternatieve, soms niet-publieke manieren van zelfexpressie en heb geworsteld met het idee van tijdelijke stilte als een bewuste keuze – waarbij ik de tijd heb genomen om na te denken over hoe zo’n stilte kan worden ingezet voor constructieve doeleinden. Stilte betekent voor mij niet een volledige terugtrekking uit mijn praktijk, maar een tijdelijke terugtrekking uit het initiëren van tentoonstellingen als ruimtes voor directe politieke onderhandelingen. Het doel van deze tekst is om duidelijk te maken voor welke uitdagingen culturele werkers van Russische afkomst staan die in het Westen werken en om ervoor te pleiten deze uitdaging te zien als een kans om de imperiale koloniale geschiedenis van Rusland onder ogen te zien en een taal te vinden om dit aspect van ons collectieve verleden aan te pakken.
Het doel van deze tekst is om duidelijk te maken voor welke uitdagingen culturele werkers van Russische afkomst staan die in het Westen werken en om ervoor te pleiten deze uitdaging te zien als een kans om de imperiale koloniale geschiedenis van Rusland onder ogen te zien en een taal te vinden om dit aspect van ons collectieve verleden aan te pakken
Repressie
Sinds februari 2022 zijn repressieve acties in Rusland steeds vaker gericht tegen culturele figuren, politici, activisten en gewone burgers in binnen- en buitenland. Belangrijke recente voorbeelden op cultureel gebied zijn de langdurige opsluiting zonder proces van theaterregisseur Evgenia Berkovich en toneelschrijfster Svetlana Petriychuk, de extramurale gevangenisstraf van acht jaar voor kunstenaar en activist Petr Verzilov, de gevangenisstraf van zeven jaar voor de jonge kunstenares Aleksandra Skochilenko, systematische moordaanslagen en pogingen tot moord op politici en politieke journalisten in Rusland en daarbuiten. Deze gebeurtenissen culmineerden recentelijk in de marteling en uiteindelijke moord op activist en politicus Aleksej Navalny in een Siberische gevangenis, en dienen als grimmige herinnering aan de verschrikkelijke gevolgen van afwijkende meningen, waardoor een sfeer van alomtegenwoordige angst en kwetsbaarheid is ontstaan.[2]
De ooit zo gewaardeerde zichtbaarheid en publieke viering van individuele prestaties – en de politieke empowerment, vreugde, status en invloed die daarbij hoort – dragen vandaag de dag een groot risico met zich mee. Het is een constante worsteling met de tegenstrijdige druk van zelfexpressie en veiligheid, vooral die van familieleden die nog in Rusland verblijven. Na de recente verkiezingen, waar Poetin naar verluidt 88,48% van de stemmen haalde – zoals gewoonlijk een fraudulente uitkomst – is duidelijk geworden dat de repressie zal toenemen nu de staat steeds dieper vervalt in fascistische propagandamethodes, zonder vooruitzicht op verzoening met de westerse wereld.
Vreemde stemmen
Russische collega’s in de cultuursector, die voorheen hechte vriendschappen onderhielden met Oekraïense cultuurbeoefenaars, proberen direct na de invasie nog handreikingen te doen, zich niet bewust van de diepe breuk die de oorlog in deze relaties heeft veroorzaakt. Maar vanuit Oekraïne klinkt al gauw een resoluut standpunt: elk vooruitzicht op samenwerking of dialoog tussen de Oekraïense en Russische culturele sferen wordt per direct onhoudbaar geacht. De Oekraïense culturele gemeenschap roept op tot een boycot van de Russische cultuur en cultuurbeoefenaars, zodat er ruimte kan ontstaan om het Oekraïense perspectief te verwoorden, los van de onderdrukking van historische verhalen en ervaringen uit Rusland. Russische kunstenaars en curatoren die tegen de oorlog zijn, worden opgeroepen tot zelfboycot, om te zwijgen zodat de Oekraïense stemmen gehoord kunnen worden. Maar het lawaai van raketten overstemt elke mogelijkheid tot publieke dialoog; soms wordt alleen het geluid van de Russische taal al ervaren als een belediging voor de Oekraïense sensibiliteit, soms zelfs voor de Oekraïners wier eerste taal Russisch is.
Tegelijkertijd blijven sommige westerse instellingen pleiten voor dialogische uitwisselingen en samenwerkingsverbanden tussen Oekraïense en Russische kunstenaars. Ondanks het feit dat Oekraïense collega’s zich herhaaldelijk terugtrekken uit dergelijke publieke verbintenissen, blijven westerse curatoren beide partijen uitnodigen, wat getuigt van een simplistisch begrip van de complexiteit van deze kwestie. Oekraïense beoefenaars trekken zich niet alleen terug, maar moeten ook herhaaldelijk hun beslissingen uitleggen en verdedigen. Dit onderstreept de naïeve benadering van westerse entiteiten, die het diepe trauma en de onmogelijkheid van een dialoog te midden van het voortdurende conflict niet begrijpen. Ongetwijfeld goedbedoelde pogingen tot verzoening of theoretische verhandelingen verbleken in vergelijking met de schrijnende realiteit waarmee de direct betrokkenen van het conflict worden geconfronteerd.
Nog voordat de eerste schok is weggeëbd, worden de nieuwsfeeds overspoeld met beelden van geweld, die een gevoel van woede oproepen, gemengd met machteloosheid en wanhoop. Vanzelfsprekende handelingen, zoals een gesprek voeren in het Russisch of het bijwonen van een cultureel evenement, worden beladen met ongemak en zelfbewustzijn. De angst om getuige te zijn van Oekraïens lijden gaat gepaard met persoonlijke gevoelens van schuld en medeplichtigheid, wat aanzet tot zelfonderzoek en introspectie.
Als reactie op deze onrust zoeken sommige individuen met een Russische achtergrond manieren om hun gevoelens van pijn en schuld tegen te gaan. Enkele voorbeelden van acties ter ondersteuning van Oekraïne zijn het inzamelen van geld en het mobiliseren van middelen en steun voor de slachtoffers van de oorlog. Anderen houden zich bezig met humanitaire activiteiten en steken tijd en middelen in vrijwilligerswerk om het lijden van Oekraïense burgers thuis en in het buitenland te verlichten. Daarnaast zijn er initiatieven om Oekraïense cultuurbeoefenaars uit te nodigen en projectbudgetten te heroriënteren, om zo, ondanks alles, dialoog en solidariteit te bevorderen over de grenzen heen.
Veel kunstenaars en curatoren uit Rusland worstelen met de pragmatische implicaties van hun praktijk. De oorlog negeren in je praktijk is onhoudbaar, maar werken met het thema oorlog is onmogelijk zonder de Oekraïense stem een plek te geven. Er rijzen vragen over legitimiteit en solidariteit, die weer aanleiding geven tot een herwaardering van persoonlijke en professionele waarden. Er ontstaan verhitte discussies tussen Russische cultuurbeoefenaars over de afwijzing van boycots, het vermijden van ‘ongemakkelijke’ Oekraïense kwesties en kritische reacties op openbare culturele evenementen met Russische deelnemers. Je artistieke stem verdedigen in de West-Europese context raakt onlosmakelijk verbonden met het vurig toeschrijven van alle schuld aan Poetin en zijn regime.
Te midden van dit tumult proberen kunstenaars en curatoren uit Rusland hun artistieke praktijk en zichtbaarheid te behouden, terwijl ze door de ingewikkelde dynamiek van identiteit en loyaliteit navigeren. Sommigen proberen hun status van ‘goede Russen’ te bevestigen door zich uit te spreken op sociale media, te klagen als ze worden geweerd van podia waar ook Oekrainers spreken of presenteren, en door in het buitenland politieke kunst te tonen, waarbij ze strategisch onderhandelen over hun posities binnen het heersende regime. Anderen schrijven zich in voor residenties, beurzen, masteropleidingen of onderzoeks-PhD’s in het buitenland, om daar de oorlog uit te zitten. Bovenstaande manoeuvres onderstrepen het delicate evenwicht tussen persoonlijke integriteit en professioneel overleven in tijden van politiek tumult. Tussen alle mogelijke manieren om in het huidige moment te overleven zijn er echter nauwelijks pogingen geweest om elkaar te ontmoeten en samen aan onze fouten te werken.
In de afgelopen twee jaar zijn mijn standpunten over de reacties van Russische cultuurwerkers op de oorlog in Oekraïne veranderd, van het bepleiten van radicale boycots en gedeeltelijke zelfboycots als politieke verklaringen, naar het geleidelijk verkennen van alternatieve uitdrukkingsvormen
Introspectie
In de afgelopen twee jaar zijn mijn standpunten over de reacties van Russische cultuurwerkers op de oorlog in Oekraïne veranderd, van het bepleiten van radicale boycots en gedeeltelijke zelfboycots als politieke verklaringen, naar het geleidelijk verkennen van alternatieve uitdrukkingsvormen. Tegenwoordig pleit ik voor de noodzaak om ons uit te spreken – al is me duidelijk geworden dat de taal waarin dit gebeurt heroverwogen moet worden, en dat eerdere benaderingen van politieke representatie in de kunst niet langer levensvatbaar zijn. Wat me nog niet duidelijk is geworden is hoe nu verder, en ik heb gemerkt dat ik niet de enige ben die worstelt met deze vraag.
Voor verbannen cultuurbeoefenaars uit Rusland is dit niet het moment voor grootse publieke verklaringen, zelfpromotie of het aangaan van publieke discussies. In plaats daarvan zou ik willen betogen dat een periode van stille reflectie en introspectie nodig is, waarin we de lastige taak aanvaarden om diepgewortelde verhalen over de Russische culturele hegemonie en suprematie over voormalige Sovjetrepublieken af te leren. Hopelijk vormt het een opmaat voor een algehele kritische herbeschouwing van de Russische koloniale imperiale geschiedenis
Sommige Russen met wie ik heb gesproken beschouwen de invasie van Oekraïne als een soort burgeroorlog, een broederstrijd. Deze opvatting is verontrustend. Ik beschouw deze oorlog als een postkoloniale strijd, waarin een voormalige kolonie haar recht op zelfidentificatie en zelfbeschikking tracht te bewaken, haar taal en cultuur beschermt, en haar geschiedenis van onderdrukking vertelt. In deze context zou een cultuurbeoefenaar van Russische afkomst diens eigen medeplichtigheid en privileges onder ogen moeten zien, en de onderdrukkende structuren ontmantelen die aan diens identiteit ten grondslag liggen. Om de Oekraïense strijd te steunen moeten we de verschillen erkennen, benadrukken en verdedigen.
Als cultuurbeoefenaar, geboren in de USSR, opgegroeid in post-Sovjet-Rusland en momenteel gevestigd in West-Europa, zie ik mijn volgende stap als een kritische herevaluatie van mijn eigen relatie tot het culturele erfgoed en de koloniale erfenis van Rusland. Ik verlang naar solidariteit en wederzijdse steun van gelijkgestemde individuen, over geografische en politieke grenzen heen. Mijn doel is een nieuwe vocabulaire van afwijkende meningen formuleren, die taalkundige en culturele barrières overstijgt. Alleen door collectieve actie en introspectie kunnen we de hoop nieuw leven inblazen en werken aan een andere toekomst.
Deze tekst is uit het Engels vertaald door de redactie. Het artikel is gepubliceerd in Metropolis M Nummer 2 2024 – Polarisatie
[1] De oprichter van de V-A-C Foundation, CEO van de Novotek Group, Leonid Mikhelson, heeft zich sinds 2023 ontpopt tot een van de drie grootste financiers van de Russische oorlog tegen Oekraïne.
[2] Aleksej Navalny’s positie over de annexatie van de Krim is overigens niet geheel helder. In een interview met Echo of Moskow (een door de overheid gecontroleerde nieuwsbron die opereert onder een liberaal imago) in 2014 stelt Navalny dat de Krim niet zonder meer aan Oekraïne zal worden teruggegeven. Hoewel Navalny erkent dat de annexatie van de Krim in strijd is met internationale wetgeving, oppert hij dat er eerst een (eerlijk) referendum nodig zal zijn om de wil van de bevolking van de Krim te achterhalen.
Katia Krupennikova
is curator en schrijver




